• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Tot slot lijkt het goed in deze context stil te staan bij enkele punten inzake de voorbereiding van het liturgisch Eigen (proprium) voor de viering van heiligen en zaligen die staan inschreven op de Eigen kalender, en in het bijzonder bij de keuze van de tweede lezing (lectio altera) van de lezingendienst (officium lectionis). Dit vraagt dat men met de juiste zorg nauwkeurig de beginselen volgt, zoals m.n. uiteengezet in de vermelde Instructie Congregatie voor de Eredienst en de Sacramenten
Institutio Generalis Missalis Romani
Algemeen Statuut van het Romeins Missaal - Editio typica tertio 2002 / emendata 2008
(18 maart 2002)
 en de Congregatie voor de Eredienst en de Sacramenten
Institutio Generalis de Liturgia Horarum
Liturgie van de Getijden volgens de Romeinse ritus (tweede standaarduitgave 1985), Algemene inleiding op het getijdengebed (7 april 1985)
.

Wat betreft de invoeging van een biografische notitie Vgl. Congregatie voor de Eredienst en de Sacramenten, Liturgie van de Getijden volgens de Romeinse ritus (tweede standaarduitgave 1985), Algemene inleiding op het getijdengebed, Institutio Generalis de Liturgia Horarum (7 apr 1985), 168 bovenaan elk formulier van het Eigen van de heiligen in het Getijdenboek, wordt afgeraden een nieuwe hagiografische tekst op te stellen en die als tweede lezing (lectio altera) te gebruiken, daar waar andere, passende teksten ter beschikking staan uit de geschriften van de kerkvaders of van de heilige of zalige zelf, of bijv. een beschrijving van een tijdgenoot.

Inzake de mogelijke bronnen voor de tweede lezing (lectio altera) in het algemeen, is het goed eraan vast te houden dat de gekozen auteurs katholieken zijn die uitblinken in hun leer en heiligheid van leven, in de eerste plaats kerkvaders en kerkleraren, uit het Westen of het Oosten. Vgl. Congregatie voor de Eredienst en de Sacramenten, Liturgie van de Getijden volgens de Romeinse ritus (tweede standaarduitgave 1985), Algemene inleiding op het getijdengebed, Institutio Generalis de Liturgia Horarum (7 apr 1985), 160. Het gaat immers om "auteurs wier leven en leer zonder voorbehoud aan de gelovigen kunnen worden voorgehouden". vgl. Notitiae 8 (1972) 249) Enerzijds wordt hier duidelijk geadviseerd om niet in ieder geval teksten van nog in leven zijnde schrijvers te nemen, maar anderzijds wordt er nadrukkelijk gesuggereerd om geen geschriften van schrijvers te kiezen die, ook al voldoen ze aan deze voorwaarden, op zich niet van bijzonder belang zijn op grond van het feit dat ze heilig of zalig zijn of schrijvers van uitzonderlijke literaire, leerstellige en spirituele kwaliteit. Deze overwegingen lijken een groot aantal auteurs van vrome boeken uit te sluiten, alsook theologen en Bijbelse commentatoren, die weliswaar in een ver verleden of onder de laatste generaties een zekere populariteit genoten, maar niet te vergelijken zijn met de meesterwerken uit tweeduizend jaar christelijke literatuur. Het past niet teksten te nemen van een auteur die werden geschreven, voordat hij of zij in volledige gemeenschap met de Kerk trad. Ten slotte moeten geschriften van niet-christelijke auteurs volledig worden uitgesloten.

Soms wordt ook een gedeelte voorgesteld uit de homilie van de Paus bij gelegenheid van de zalig- of heiligverklaring: dit kan in sommige gevallen ook een juiste oplossing zijn. De technische en pastorale vereisten van een gelegenheidshomilie vallen echter niet altijd samen met wat nodig is voor de viering van de lezingendienst (officium lectionis). Daarom kieze men zelden voor deze oplossing, mede omdat de jaarlijkse viering van de heilige of zalige niet tot doel heeft om de historische gebeurtenis van de heilig- of zaligverklaring te gedenken, maar juist de verkondiging en vernieuwing van het paasmysterie van Christus dat zich in hem of haar openbaart. Vgl. H. Paus Paulus VI, Motu Proprio, Ter goedkeuring van de algemene normen voor het liturgisch jaar en van de nieuwe algemene Romeinse kalender, Mysterii Paschalis (14 feb 1969). II

Een speciaal geval, waarop deze algemene overwegingen bijzonder van toepassing zijn, vormt het supplement bij het lectionarium voor de tweede lezing (lectio altera), waarvan sprake is in de Congregatie voor de Eredienst en de Sacramenten
Institutio Generalis de Liturgia Horarum
Liturgie van de Getijden volgens de Romeinse ritus (tweede standaarduitgave 1985), Algemene inleiding op het getijdengebed (7 april 1985)
. Een dergelijk project moet worden gekenmerkt door enerzijds een nauwgezet opvolgen van de normen, anderzijds door de grote kwaliteit van de samenstelling. De lezingen dienen voor het grootste deel beperkt te blijven tot het patristische tijdvak.

Voor de overige teksten is wenselijk, dat zij werkelijk de universaliteit van de Kerk weergeven, verbonden met de schatten van de verschillende christelijke naties, zonder op systematische wijze de voorkeur te geven aan de ene school boven de andere. Aangezien het een kerkelijk lectionarium betreft, dat bovenal de beschouwing van Gods Woord beoogt Vgl. Congregatie voor de Eredienst en de Sacramenten, Liturgie van de Getijden volgens de Romeinse ritus (tweede standaarduitgave 1985), Algemene inleiding op het getijdengebed, Institutio Generalis de Liturgia Horarum (7 apr 1985), 163-165, moeten de opgenomen teksten meditatief van karakter zijn, doordesemd van de Heilige Schrift en van een waar liturgisch aanvoelen.

Dit staat niet in de weg dat men in de bisdommen die reeds lang geleden geëvangeliseerd werden, bij de (tekst)keuze in passende mate de voorkeur geeft aan de schatten uit de eigen traditie. Hetzelfde geldt voor een religieuze familie, vooral in het geval van een oude monastieke orde of bedelorde.

Document

Naam: NOTITIE OVER ENKELE ASPECTEN VAN DE EIGEN KALENDERS EN LITURGISCHE TEKSTEN
Soort: Congregatie voor de Eredienst en de Sacramenten
Auteur: Georgius A. Kard. Medina Estévez
Datum: 20 september 1997
Copyrights: © 2016, Beleidssector liturgie van de Nederlandse Bisschoppenconferentie / Nationale Raad voor Liturgie / Notitiae, 35 (1997), p. 284-297
Liturgische Documentatie, dl. 13, p. 177-190
Bewerkt: 7 november 2019

Referenties naar dit document

 
Geen documenten gevonden!
 
Geen berichten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam