• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

PARTAE HUMANO GENERI
Over de Rozenkransdevotie

De onvergankelijke weldaden door Jezus Christus de Verlosser voor het mensdom verworven blijven diep in ons aller hart geprent, en niet alleen worden ze in de Kerk in altijddurende herinnering herdacht, maar de overdenking er van gaat dagelijks met een aangename liefdedienst jegens de maagdelijke Moeder Gods gepaard. 

Wat ons betreft, wanneer we terugzien op de lange duur van ons pontificaat en onze handelingen in de geest terugroepen, dan ondervinden we een dankbaar, blij gevoel van vertroosting bij de gedachte aan alles wat we met de hulp van God, van wie alle goede plannen afkomstig zijn, tot meerdere eer van de Maagd Maria ofwel persoonlijk ondernomen hebben of door de katholieken hebben laten ondernemen en bevorderen.

Een geheel bijzondere vreugde is het voor ons, dat de heilige oefening van Maria's rozenkrans tengevolge van onze aansporingen en bemoeiingen meer bekend en bij het Christenvolk meer tot een gewoonte is geworden; dat de broederschappen van de rozenkrans in aantal zijn toegenomen en met de dag tot groter bloei komen door het getal en de godsvrucht van haar leden; dat vele werken door geleerden in het licht zijn gegeven en grote verbreiding hebben gevonden, en ten slotte, dat de maand oktober, die op ons bevel in haar geheel aan de rozenkrans gewijd is, overal ter wereld met grote en ongewone luister wordt gevierd.

Dit jaar echter, waarmede de twintigste eeuw begint, zouden we het bijna een tekortkomen aan onze plicht achten, als we .geen gebruik zouden maken van de gunstige gelegenheid, die onze Eerbiedwaardige Broeder, de bisschop van Tarbes, de geestelijkheid en de bevolking van de stad Lourdes ons spontaan hebben aangeboden. Ze hebben nl. in een eerbiedwaardig heiligdom, aan God gewijd ter ere van O.L. Vrouw van de heilige Rozenkrans, vijftien altaren opgericht, die aan de vijftien geheimen van de rozenkrans moeten gewijd worden.

We maken des te liever van deze gelegenheid gebruik, omdat het gaat over die streken van Frankrijk, die door zovele en grote gunsten van de H. Maagd verheerlijkt worden, die eertijds beroemd gemaakt zijn door de tegenwoordigheid van Dominicus, de vader en wetgever van zijn orde, en waar zich de bakermat van de heilige rozenkrans bevindt. Geen enkel Christen immers is er die niet weet, hoe vader Dominicus, uit Spanje naar Frankrijk vertrokken, met onverwinnelijke moed gestreden heeft tegen de ketterij der Albigensen, die toen ter tijd in de omgeving van de bergpassen der Pyreneeën zich als een verderfelijke pest over bijna geheel Aquitanië verbreidde, en hoe hij door de uiteenzetting en de prediking van de bewonderenswaardige heilige geheimen der goddelijke weldaden juist op die plaatsen, die in de duisternis der dwaling waren gehuld, het licht der waarheid heeft ontstoken.

Want inderdaad, dat doen op zeer geëigende wijze voor een ieder zelfs alleen reeds elk der drie reeksen van geheimen, die we in de rozenkrans bewonderen. De zie} van de Christen neemt nl. bij de herhaalde overweging of herdenking van die geheimen langzamerhand de kracht die ze bevatten in zich op en doordringt zich er van. Langzamerhand wordt de Christen er toe gebracht om zijn leven zo te regelen, dat ijverig werk met beschouwende rust gepaard gaat; hij wordt er toe gebracht om tegenspoed gelaten en moedig te dragen, om de hoop te voeden op de eeuwige goederen in een beter vaderland, in één woord, het geloof te steunen en te versterken, zonder hetwelk men tevergeefs zoekt naar genezing of verlichting van de kwalen, waaronder men gebukt gaat, of naar afwering van de gevaren, die boven het hoofd hangen.

Want inderdaad, dat doen op zeer geëigende wijze voor een ieder zelfs alleen reeds elk der drie reeksen van geheimen, die we in de rozenkrans bewonderen. De ziel van de Christen neemt nl. bij de herhaalde overweging of herdenking van die geheimen langzamerhand de kracht die ze bevatten in zich op en doordringt zich er van. Langzamerhand wordt de christen er toe gebracht om zijn leven zo te regelen, dat ijverig werk met beschouwende rust gepaard gaat; hij wordt er toe gebracht om tegenspoed gelaten en moedig te dragen, om de hoop te voeden op de eeuwige goederen in een beter vaderland, in één woord, het geloof te steunen en te versterken, zonder hetwelk men tevergeefs zoekt naar genezing of verlichting van de kwalen, waaronder men gebukt gaat, of naar afwering van de gevaren, die boven het hoofd hangen.

Maar ook in onze dagen herleeft die oude ketterij der Albigensen op verbazingwekkende wijze onder een andere naam en door toedoen van andere sekten in nieuwe vormen van dwalingen en goddeloze stelsels en met allerlei middelen tot verleiding. Opnieuw sluipt ze rond door die streken, steekt ze door haar afschuwelijke besmetting en bezoedeling de christelijke bevolkingen aan, die ze op betreurenswaardige wijze meesleept tot ondergang en verderf. We zien immers, en we betreuren het ten zeerste, dat op het ogenblik vooral in Frankrijk een storm is opgestoken tegen de religieuze instellingen ,die door haar werken van .godsvrucht en weldadigheid zich zoveel verdiensten hebben verworven voor de Kerk en voor de bevolkingen. Maar terwijl we treuren over die rampen en terwijl de wederwaardigheden der Kerk ons hart met diepe droefheid vervullen, smaken we daarnaast het geluk een duidelijk voorteken van redding te zien verschijnen.

Het is immers een goed en gunstig voorteken, dat de verheven koningin des hemels moge bevestigen, als in het heiligdom van Lourdes, zoals we zeiden, in de a.s. oktobermaand evenveel altaren moeten gewijd worden als er geheimen van de rozenkrans bestaan. En zeker, daar is geen beter middel om Maria's zo heilzame gunst te winnen en te verdienen dan de zo ijverig mogelijke verering van de geheimen onzer Verlossing, waarbij ze niet alleen tegenwoordig was maar waaraan ze deelnam, en dan de achtereenvolgende beschouwing van heel de reeks dier geheimen, die ons ter overweging voor ogen wordt gesteld.

We twijfelen er dan ook niet aan, of die maagdelijke Moeder Gods, die ook onze tederste moeder is, zal genadig willen luisteren naar de wensen en gebeden, die de ontelbare van verre daar saamgestroomde scharen van christenen volgens vroom gebruik zullen storten; ze zal haar smeekgebed daarbij voegen en daarmee verenigen, opdat dit als het ware tot één geworden gebed God geweld moge aandoen en Hij, die rijk is in barmhartigheid Zich zal laten verbidden. Zo moge dan de maagdelijke Moeder, die eertijds "door haar gebed heeft medegewerkt tot de geboorte der gelovigen in de Kerk" H. Augustinus, Over de heilige maagdelijkheid, De sancta Virginitate. c. VI, ook nu de middelaresse en tussenpersoon zijn om heil te bewerken; moge zij de vele koppen van de goddeloze draak, die. al verder en verder over heel Europa rondwaart, verpletteren en neerhouwen; moge zij de rust .en de vrede aan de beangstigde ,gemoedeven hergeven, en moge aldus bespoedigd worden de terugkeer van enkelingen en volken tot Jezus Christus, "die te allen tijde hen kan redden, die tot God komen door Zijn bemiddellng." (Hebr. 7, 25)

Intussen hebben we om onze welwillendheid te betuigen voor onze eerbiedwaardige broeder, de bisschop van Tarbes, en voor onze beminde zonen, de geestelijkheid en het volk van Lourdes, besloten al de wensen en elk daarvan in het bijzonder die ze ons onlangs te kennen hebben gegeven, goedgunstig in te willigen door dit apostolisch schrijven, waarvan we een authentiek exemplaar hebben doen zenden aan al onze Eerbiedwaardige Broeders in het herderlijk ambt, de patriarchen, aartsbisschoppen, bisschoppen en al de prelaten in heel de katholieke wereld, opdat ook zij met dezelfde vreugde en heilige blijdschap als wij mogen vervuld worden.

Derhalve: tot welzijn, voorspoed en geluk voor allen, tot Gods meerdere eer, tot heil van heel de katholieke Kerk, krachtens ons apostolisch gezag staan we bij dit schrijven toe, dat onze beminde zoon Benedictus Maria Langénieux, kardinaal der heilige Roomse Kerk, in onze naam en op ons gezag de nieuwe tempel in de stad Lourdes opgericht en aan God toegeheiligd ter ere van O.L. Vrouw van de heilige Rozenkrans mag wijden. We verlenen aan die beminde zoon de volmacht om bij de plechtige wijding het pallium te dragen als bevond hij zich in zijn eigen aartsbisdom en om na de plechtigheid aan het daarbij tegenwoordige volk eveneens op ons gezag en in onze naam de zegen te geven met de gebruikelijke aflaten. Dit staan we toe ongeacht alles wat daarmede in strijd zou zijn.

Gegeven te Rome, bij St. Pieter, onder de vissersring, de Se September 1901, in het 24e jaar van ons pausschap.

PAUS LEO XIII 

Document

Naam: PARTAE HUMANO GENERI
Over de Rozenkransdevotie
Soort: Paus Leo XIII - Apostolische Brief
Auteur: Paus Leo XIII
Datum: 8 september 1901
Copyrights: © 1951, Ecclesia Docens 0184, NV Gooi & Sticht, Hilversum
Vert.: F.A.J. van Nimwegen C.ss.R.
Bewerkt: 29 november 2017

Referenties naar dit document

 
Geen documenten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam