• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
De voornaamste medewerkers echter van de bisschop zijn de pastoors, die als de eigen herders worden belast met de zielzorg in een bepaald gedeelte van het diocees onder het gezag van de bisschop.
  1. Bij het uitoefenen van deze zielzorg moeten de pastoors, samen met hun medehelpers, de taak van onderricht, heiliging en bestuur zo vervullen, dat gelovigen en de parochiegemeenschappen zich werkelijk leden gaan voelen van het diocees en van heel de universele Kerk. Daarom dienen zij samen te werken met de andere pastoors en ook met de priesters, die in dat gebied een pastorale taak hebben (zoals bijv. de dekens) of die bestemd zijn voor interparochiële werken, om zo aan de pastorale zorg in het diocees de nodige eenheid te geven en ze doeltreffender te maken.

    Bovendien moet de zielzorg altijd gedragen worden door een missionaire geest, waardoor ze op de vereiste manier alle inwoners van de parochie zal omvatten. Zouden de pastoors bepaalde groepen van mensen niet kunnen bereiken, dan zullen zij een beroep doen op anderen, ook leken, die hen kunnen helpen op het terrein van het apostolaat.

    Met het oog op een grotere vruchtbaarheid van de zielzorg wordt aan de priesters, vooral wanneer zij aan eenzelfde parochie zijn verbonden, het gemeenschappelijk leven ten zeerste aanbevolen. Dit bevordert immers het apostolisch werk en is voor de gelovigen een voorbeeld van liefde en eenheid.

  2. Bij het vervullen van hun leraarsambt hebben de pastoors tot taak: het woord van God te prediken aan alle gelovigen, opdat dezen, geworteld in het geloof, de hoop en de liefde, groeien in Christus, en de christengemeenschap het getuigenis van liefde kan geven, waartoe de Heer heeft aangespoord Vgl. Joh. 13, 35 ; verder: de gelovigen door catechetisch onderricht, aangepast aan iedere leeftijd, te brengen tot de volle kennis van het heilsmysterie. Voor dit onderricht zullen zij niet alleen de hulp inroepen van de religieuzen, maar ook de medewerking van de leken, eventueel door de oprichting van de "Broederschap van de christelijke leer".

    Bij hun werk van heiliging zullen de pastoors ervoor zorgen, dat de viering van het eucharistisch offer het middelpunt en het hoogtepunt vormt van heel het leven van de christengemeenschap. Zij zullen ernaar streven, dat de gelovigen geestelijk worden gesterkt door het godvruchtig en veelvuldig ontvangen van de sacramenten en door de bewuste en actieve deelname aan de liturgie. Laten de pastoors ook niet vergeten, hoezeer het sacrament van boetvaardigheid bijdraagt tot de verdieping van het christelijk leven. Daarom moeten zij de gelovigen graag gelegenheid geven, hun biecht te spreken, en, als het nodig is, hiervoor ook de hulp inroepen van andere priesters, die meerdere talen machtig zijn.

    Bij het vervullen van hun taak als herder moeten de pastoors op de eerste plaats hun parochianen leren kennen. En omdat zij de dienaars van alle gelovigen zijn, moeten zij het christelijk leven stimuleren bij iedereen afzonderlijk, in de gezinnen, in de verengingen, vooral in die met een apostolisch doel, en in de gehele parochiegemeenschap. Daarom behoren zij huisbezoek en schoolbezoek te houden volgens de eisen van hun herderlijke taak; zij zullen grote aandacht besteden aan de opgroeiende jeugd en jonge mensen; zij zullen een vaderlijke liefde tonen voor de armen en de zieken; zij zullen tenslotte een bijzondere zorg hebben voor de arbeiders, en de gelovigen aansporen tot het steunen van de apostolaatwerken.

  3. De kapelaans verlenen als medewerkers van de pastoor dagelijks een voortreffelijke en daadwerkelijke hulp aan het pastorale dienstwerk, onder het gezag van de pastoor. Daarom moeten de pastoor en de kapelaans broederlijk met elkaar omgaan en moet er altijd tussen hen een wederzijdse liefde en hoogachting bestaan. Zij zullen elkaar door raad, daad en voorbeeld tot steun zijn, en eensgezind en met gezamenlijke inspanning de zorg voor de parochie behartigen.

Document

Naam: CHRISTUS DOMINUS
Over het herderlijk ambt van de bisschoppen in de Kerk
Soort: 2e Vaticaans Concilie - Decreet
Datum: 28 oktober 1965
Copyrights: © 1968, Ecclesia Docens 0750, uitg. Gooi & Sticht, Hilversum
Vert.: Dr. M. Mulders C.ss.R. en Dr. J. Kahmann C.ss.R.
Bewerkt: 29 augustus 2016

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2018, Stg. InterKerk, Schiedam