• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Bij de herziening van de diocesane grenzen moet op de eerste plaats de organische eenheid van elk diocees worden verzekerd als van een goed functionerend lichaam, en dit met betrekking tot personen, functies en instellingen. In afzonderlijke gevallen moet men elke omstandigheden nauwkeurig in aanmerking, genomen de volgende meer algemene criteria voor ogen houden:
  1. Bij de afbakening van de diocesane grenzen houde men zoveel mogelijk rekening met de verscheidenheid in de samenstelling van het volk Gods, een verscheidenheid, die veel kan bijdragen tot een vruchtbaarder uitoefening van de zielzorg; tevens zorge men ervoor, dat de demografische agglomeraties van deze bevolking zoveel mogelijk verbonden blijven met de burgerlijk organen en de sociale instellingen, die haar organische structuur uitmaken. Daarom behoort het gebied van elk diocees altijd een aaneengesloten geheel te vormen.

    Waar de mogelijkheid bestaat, lette men ook op de burgerlijke gebiedsgrenzen en op de bijzondere omstandigheden van personen of plaatsen, bijv. de psychologische, economische, geografische en historische factoren.

  2. In het algemeen moet de grootte van het diocees en het aantal inwoners ervan zó zijn, dat de bisschop, eventueel geholpen door anderen, behoorlijk zijn pontificale functies kan uitoefenen en de herderlijke visitaties kan houden, alle apostolaatwerken in zijn diocees goed kan leiden en coördineren, dat hij vooral zijn priesters persoonlijk kan leren kennen en ook de religieuzen en leken, die op een of andere wijze deel hebben aan de diocesane activiteiten. Toch moet er ook een voldoende en geschikt arbeidsterrein zijn, waar zowel de bisschop als de geestelijkheid op nuttige wijze al hun krachten kunnen geven aan het dienstwerk, rekening houdend met de noden van de universele Kerk.

  3. Wil tenslotte de heilsbediening in een diocees met meer vrucht worden uitgeoefend, dan moet als regel in ieder diocees minstens een voldoend aantal geschikte priesters zijn voor een goede leiding van het volk Gods. Ook moeten er de functies, instellingen en werken voorhanden zijn, die een particuliere Kerk pleegt te hebben en die uit de praktijk noodzakelijk zijn gebleken voor een doelmatig bestuur en voor het apostolaat. Tenslotte moeten de nodige fondsen voor het levensonderhoud van de personen en het instand houden van de instellingen ofwel reeds ter beschikking staan ofwel op goede gronden van elders verwacht kunnen worden.

    Tot ditzelfde doel moet, waar in het diocees gelovigen van een een andere ritus wonen, de diocesane bisschop in hun geestelijke behoeften voorzien ofwel door middel van priesters of parochies van dezelfde ritus ofwel door een bisschoppelijke vicaris met de nodige volmachten en eventueel ook met de bisschoppelijke waardigheid, ofwel door zelf als ordinaris van verschillende ritussen op te treden. Is dit alles om bijzondere redenen, volgens het oordeel van de Apostolische Stoel, niet uitvoerbaar, dan moet er een eigen hiërarchie voor iedere ritus worden opgericht. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de Oosterse Kerken, Orientalium Ecclesiarum (21 nov 1964), 4

    In soortgelijke omstandigheden moet de bisschop voor gelovigen met een andere taal zorgen hetzij door priesters of parochies die deze taal spreken, of door een bisschoppelijk vicaris, die de taal goed machtig is en eventueel ook de bisschoppelijke waardigheid bezit, of op een andere geschikte wijze.

Alinea's in de marge van alinea 23

Voor het doorvoeren van de wijzigingen en vernieuwingen, waarover in nr. 22 en nr. 23, verdient het – met eerbiediging van de praktijk in de Oosterse Kerken – aanbeveling, dat de bevoegde bisschoppenconferenties deze aangelegenheden voor hun eigen territorium in studie nemen, desgewenst met de hulp van een bijzondere bisschoppelijke Commissie, waarbij zij altijd het advies zullen vragen vooral van de bisschoppen van de betreffende provincies of streken; tenslotte zullen zij hun voorstellen en wensen voorleggen aan de Apostolische Stoel.
Het is aan te bevelen, dat de bevoegde bisschoppenconferenties het vraagstuk van de afbakening van deze provincies of van de oprichting van de kerkelijke gebieden in studie nemen volgens de richtlijnen, in nr. 23 en nr. 24 reeds gegeven voor de afbakening van de diocesen; en dat zij hun adviezen en wensen voorleggen aan de apostolische Stoel.

Document

Naam: CHRISTUS DOMINUS
Over het herderlijk ambt van de bisschoppen in de Kerk
Soort: 2e Vaticaans Concilie - Decreet
Datum: 28 oktober 1965
Copyrights: © 1968, Ecclesia Docens 0750, uitg. Gooi & Sticht, Hilversum
Vert.: Dr. M. Mulders C.ss.R. en Dr. J. Kahmann C.ss.R.
Bewerkt: 30 augustus 2020

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam