• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Bij het uiteenzetten van de christelijke leer moeten zij zich aanpassen aan de noden van de tijd en zich instellen op de moeilijkheden en problemen, die de mensen het meest beklemmen en verontrusten. Zij moeten deze leer ook beveiligen en de gelovigen zelf leren, haar te verdedigen en te verbreiden. Bij hun onderricht dienen zij blijk te geven van de moederlijke bezorgdheid van de Kerk voor alle mensen, gelovigen en ongelovigen, en een bijzondere zorg moeten zij koesteren voor de armen en zwakken, omdat de Heer hen juist tot deze mensen heeft gezonden ter verkondiging van de blijde boodschap.

Omdat de Kerk geroepen is tot een dialoog met de maatschappij, waarin zij leeft Vgl. H. Paus Paulus VI, Encycliek, Over de Kerk, Ecclesiam Suam (6 aug 1964), 67, is het allereerst de taak van de bisschoppen, de mensen te benaderen voor een dialoog en deze te intensiveren. Wil men in deze heilsdialoog de waarheid altijd laten samengaan met de liefde, het begrijpen met het liefhebben, dan moet hij gekenmerkt zijn door duidelijkheid van taal en tevens door nederigheid en zachtmoedigheid. Hij moet gevoerd worden met de nodige voorzichtigheid, maar altijd verbonden met vertrouwen, want het vertrouwen wekt de vriendschap en legt daardoor vanzelf een band tussen de partijen. Vgl. H. Paus Paulus VI, Encycliek, Over de Kerk, Ecclesiam Suam (6 aug 1964), 73-79

Laten zij voor de verkondiging van de christelijke leer zoveel mogelijk de verschillende middelen benutten van de moderne tijd; vooreerst de preek en het catechetisch onderricht, die altijd de voornaamste plaats moeten hebben; verder de behandeling van deze leer op scholen, universiteiten, in conferenties en bijeenkomsten van allerlei aard; tenslotte publieke verklaringen bij gelegenheid van bepaalde gebeurtenissen, door middel van de pers en van de verschillende publiciteitsmiddelen, waarvan men zich zeer zeker moet bedienen voor de verkondiging van het Evangelie van Christus. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de publiciteitsmedia, Inter Mirifica (4 dec 1963)

Bij de uitoefening van hun taak als vader en herder behoren de bisschoppen temidden van hun gelovigen te zijn als mensen, die dienen Vgl. Lc. 22, 26-27 ; als goede herders, die hun schapen kennen en door dezen worden gekend; als echte vaders, die zich kenmerken door een geest van liefde en bezorgdheid jegens allen, zodat allen zich graag onderwerpen aan het hun door God geschonken gezag. Laten zij heel hun kudde als een gezin rond zich verenigen en haar zulk een vorming geven, dat allen, in het besef van hun plichten, leven en werken in een gemeenschap van liefde.

Om dit doel inderdaad te kunnen verwezenlijken moeten de bisschoppen, "voor elk goed werk geschikt" (2 Tim. 2, 21) en "bereid, alles te verdragen ter wille van de uitverkorenen" (2 Tim. 2, 10), hun leven zo inrichten, dat het beantwoordt aan de eisen van onze tijd.

Zij dienen de priesters altijd met bijzondere liefde te behandelen, omdat dezen hun aandeel hebben in de taken en de zorg van de bisschop en zich hiervoor met dagelijkse zorg en ijver inzetten. Zij zullen hen beschouwen als zonen en vrienden Vgl. Joh. 15, 15 , en daarom bereid zijn, naar hen te luisteren, en zij moeten vertrouwelijk met hen omgaan om zo volledige pastorale activiteit in heel het diocees te bevorderen.

Zij moeten de geestelijke, intellectuele en stoffelijke belangen van hun priesters terdege behartigen, opdat deze in een heilig en vroom leven hun ambt getrouw en met vrucht kunnen vervullen. Daarom moeten zij instellingen en bijzondere bijeenkomsten organiseren, waarin de priesters af en toe samenkomen, hetzij voor ietwat langere geestelijke oefeningen tot levensvernieuwing, hetzij om een diepere kennis op te doen van de kerkelijke wetenschappen, vooral van de heilige Schrift en de theologie, van meer belangrijke sociale kwesties en van nieuwe methoden van zielzorg. Met barmhartigheid en daadwerkelijk hulp zullen zij de priesters opvangen, die hoe dan ook in gevaar verkeren of in bepaalde punten zwak zijn geweest.

Willen de bisschoppen het welzijn van de gelovigen volgens ieders situatie beter kunnen dienen, dan moeten zij zich een juist beeld trachten te vormen van hun noden, gezien tegen de sociale achtergrond ervan, en dit met de geëigende middelen, vooral door een sociale enquête. Voor allen moeten zij zich geïnteresseerd tonen, voor mensen van elke leeftijd, stand en nationaliteit, inwoners van het eigen diocees, mensen, die er nog maar kort verblijven, en vreemdelingen. Bij hun herderlijk bestuur moeten zij het aandeel, dat hun gelovigen in kerkelijke zaken toekomt, eerbiedigen, ook door een loyale erkenning van hun plicht en van hun recht, om actief mee te werken aan de opbouw van het mystieke Lichaam.

De gescheiden broeders zullen zij met liefde bejegenen en de gelovigen aansporen, hen met grote tegemoetkoming en genegenheid te behandelen; daarbij zullen zij ook de oecumenische beweging, gelijk de Kerk die opvat, bevorderen. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de oecumene, Unitatis Redintegratio (21 nov 1964). Ook de niet-gedoopten moeten zij zich aantrekken om ook voor hen de liefde van Christus Jezus zichtbaar te maken. De bisschoppen zijn immers Christus’ getuigen voor alle mensen.

Document

Naam: CHRISTUS DOMINUS
Over het herderlijk ambt van de bisschoppen in de Kerk
Soort: 2e Vaticaans Concilie - Decreet
Datum: 28 oktober 1965
Copyrights: © 1968, Ecclesia Docens 0750, uitg. Gooi & Sticht, Hilversum
Vert.: Dr. M. Mulders C.ss.R. en Dr. J. Kahmann C.ss.R.
Bewerkt: 9 maart 2020

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam