• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Bij de uitoefening van hun leraarsambt moeten de bisschoppen aan de mensen het Evangelie van Christus verkondigen, hetgeen een van hun voornaamste taken is Zie Concilie van Trente, Sess. V, Decr. de reform., c. 2: Mansi 33, 30; Sess. XXIV, Decr. de reform., c. 4: Mansi 33, 159 Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 25. Zij moeten de mensen in de kracht van de Geest roepen tot het geloof of hen bevestigen in het levend geloof. Zij moeten hun gehele Christusmysterie voorhouden, de waarheden nl. die men noodzakelijk moet kennen, wil men Christus kennen, en hun ook de door God geopenbaarde weg wijzen, die voert tot de verheerlijking van God en daardoor tot het eeuwig geluk. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 25

Zij moeten hun bovendien duidelijk maken, dat ook de aardse waarden en de menselijke instellingen volgens het plan van God, de Schepper, mede gericht zijn op het heil van de mensen en daarom veel kunnen bijdragen tot de opbouw van het Lichaam van Christus.

Zij behoren dus de mensen te leren, hoe groot, volgens de leer van de Kerk, de waarde is van de menselijke persoon, met haar vrijheid en lichamelijk leven; van het gezin, zijn eenheid en hechtheid, van het voortbrengen en opvoeden van kinderen; van de burgerlijke samenleving met haar wetten en verschillende beroepen; van arbeid en vrije tijd, van kunst en techniek; van armoede en welvaart. Zij zullen tenslotte aangeven, langs welke weg men de ernstige problemen moet oplossen omtrent het bezit, de toename en de juiste verdeling van de stoffelijke goederen, omtrent vrede en oorlog, omtrent het broederlijk samenleven van alle volken. Vgl. H. Paus Johannes XXIII, Encycliek, Vrede op aarde, Pacem in Terris (11 apr 1963)

Bij het uiteenzetten van de christelijke leer moeten zij zich aanpassen aan de noden van de tijd en zich instellen op de moeilijkheden en problemen, die de mensen het meest beklemmen en verontrusten. Zij moeten deze leer ook beveiligen en de gelovigen zelf leren, haar te verdedigen en te verbreiden. Bij hun onderricht dienen zij blijk te geven van de moederlijke bezorgdheid van de Kerk voor alle mensen, gelovigen en ongelovigen, en een bijzondere zorg moeten zij koesteren voor de armen en zwakken, omdat de Heer hen juist tot deze mensen heeft gezonden ter verkondiging van de blijde boodschap.

Omdat de Kerk geroepen is tot een dialoog met de maatschappij, waarin zij leeft Vgl. H. Paus Paulus VI, Encycliek, Over de Kerk, Ecclesiam Suam (6 aug 1964), 67, is het allereerst de taak van de bisschoppen, de mensen te benaderen voor een dialoog en deze te intensiveren. Wil men in deze heilsdialoog de waarheid altijd laten samengaan met de liefde, het begrijpen met het liefhebben, dan moet hij gekenmerkt zijn door duidelijkheid van taal en tevens door nederigheid en zachtmoedigheid. Hij moet gevoerd worden met de nodige voorzichtigheid, maar altijd verbonden met vertrouwen, want het vertrouwen wekt de vriendschap en legt daardoor vanzelf een band tussen de partijen. Vgl. H. Paus Paulus VI, Encycliek, Over de Kerk, Ecclesiam Suam (6 aug 1964), 73-79

Laten zij voor de verkondiging van de christelijke leer zoveel mogelijk de verschillende middelen benutten van de moderne tijd; vooreerst de preek en het catechetisch onderricht, die altijd de voornaamste plaats moeten hebben; verder de behandeling van deze leer op scholen, universiteiten, in conferenties en bijeenkomsten van allerlei aard; tenslotte publieke verklaringen bij gelegenheid van bepaalde gebeurtenissen, door middel van de pers en van de verschillende publiciteitsmiddelen, waarvan men zich zeer zeker moet bedienen voor de verkondiging van het Evangelie van Christus. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de publiciteitsmedia, Inter Mirifica (4 dec 1963)

De bisschoppen moeten het catechetisch onderricht, dat tot doel heeft, het geloof bij de mensen levend, bewust en werkzaam te maken door een verhelderende uiteenzetting, met grote zorg doen geven aan de kinderen en de opgroeiende jeugd, aan de jonge mensen en de volwassenen. Zij moeten erop letten, dat hierbij de juiste orde en methode worden gevolgd, aangepast niet alleen aan te behandelen stof, maar ook aan de mentaliteit, het begrip, de leeftijd en de levensomstandigheden van de toehoorders; zij moeten erop toezien, dat dit onderricht zich baseert op de heilige Schrift, de traditie, de liturgie, het leerambt en het leven van de Kerk.

Zij moeten er bovendien voor zorgen, dat de catecheten behoorlijk worden opgeleid voor hun taak: dat zij de leer van de Kerk grondig kennen, en dat zij zich theoretisch en praktisch inwerken in de wetten van de psychologie en in de pedagogische vakken.

Zij zullen ook maatregelen nemen voor de wederinvoering of de vernieuwing van het onderricht aan de volwassenen catechumenen.

Document

Naam: CHRISTUS DOMINUS
Over het herderlijk ambt van de bisschoppen in de Kerk
Soort: 2e Vaticaans Concilie - Decreet
Datum: 28 oktober 1965
Copyrights: © 1968, Ecclesia Docens 0750, uitg. Gooi & Sticht, Hilversum
Vert.: Dr. M. Mulders C.ss.R. en Dr. J. Kahmann C.ss.R.
Bewerkt: 30 augustus 2020

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam