• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Al wat wij tot nu toe omtrent de werkzaamheid van den staat voor de opvoeding gezegd hebben, berust op de stevige en onveranderlijke grondslag van de katholieke leer "over de christelijke staatsinrichting", die zo voortreffelijk door onze voorganger Leo XIII uiteengezet is, met name in de encyclieken Paus Leo XIII - Encycliek
Immortale Dei
Het onvergankelijk werk van den barmhartigen God - Over de christelijke staatsinrichting
(1 november 1885)
en Paus Leo XIII - Encycliek
Sapientiae Christianae
Over de voornaamste plichten van de christelijke burgers
(10 januari 1890)
.

"God", zo zegt hij, "heeft de zorg voor het menselijk geslacht aan twee machten toevertrouwd, de kerkelijke en de burgerlijke macht, de ene voor de goddelijke, de andere voor de menselijke belangen. Beide vertegenwoordigen in haar gebied de hoogste macht, en hebben vaste grenzen, door beider natuur en naaste doel getrokken, grenzen, waardoor als het ware de sferen worden omschreven, waarbinnen zich beider werkzaamheid rechtens beweegt. Maar nu strekt het gezag van beiden zich over dezelfde onderdanen uit, en kan het gebeuren, dat één en dezelfde zaak — weliswaar in verschillend opzicht, maar toch dezelfde zaak — onder beider bevoegdheid en rechtsmacht valt. Daarom moet God, die alles voorziet en van wie beide afkomstig zijn, beider gedragslijn in juiste onderlinge verhouding hebben aangegeven. De bestaande machten zijn door God geordend." Paus Leo XIII - Encycliek
Immortale Dei
Het onvergankelijk werk van den barmhartigen God - Over de christelijke staatsinrichting
(1 november 1885)

Welnu, de opvoeding van de jeugd is juist een van die zaken, die aan de Kerk en aan de staat behoren, "weliswaar in verschillend opzicht", zoals wij boven hebben uiteengezet. "Er moet dus", gaat Leo XIII voort, "tussen beide machten een ordelijk verband bestaan, en dit wordt niet ten onrechte vergeleken met de verbinding van ziel en lichaam in de mens. Van welke aard en hoe groot dit verband is, kan men slechts beoordelen, door, zoals wij zeiden, te zien naar de natuur van beide, en rekening te houden met de hogere betekenis en waarde van doel van beide. Immers de ene heeft onmiddellijk tot doel de zorg voor het aardse welzijn, de ander het bereiken van de hemelse en eeuwige goederen. Al wat er dus in menselijke aangelegenheden op enige wijze heilig is, al wat betrekking heeft op het zielenheil of de dienst van God, hetzij het heilig is uit zijn aard, hetzij om iets anders waartoe het als middel geordend is: dat alles valt onder de macht en de vrije beschikking van de Kerk. Al het andere daarentegen, dat binnen het gebied van de zuiver burgerlijke en zuiver politieke zaken valt, staat met recht onder het burgerlijk gezag, want Jezus heeft bevolen aan de keizer te geven wat des keizers is, en aan God wat God toekomt." Paus Leo XIII - Encycliek
Immortale Dei
Het onvergankelijk werk van den barmhartigen God - Over de christelijke staatsinrichting
(1 november 1885)

Wie zou weigeren deze beginselen te aanvaarden en dus ze op de opvoeding toe te passen, zou noodzakelijk moeten komen tot ontkenning van de waarheid, dat Christus Zijn Kerk heeft gesticht voor het eeuwig heil van de mensen, en tot de bewering, dat de burgerlijke maatschappij en de staat niet onderworpen zijn aan God en aan Zijn natuurlijke en

goddelijke wet. Dit is echter klaarblijkelijk in strijd met Gods rechten, tegen het gezond verstand en, met name in zake de opvoeding, uiterst verderfelijk voor de goede vorming van de jeugd; het is de zekere ondergang voor de burgerlijke maatschappij zelve en voor het ware welzijn van de menselijke samenleving. Daarentegen kan uit de praktische toepassing van deze beginselen alleen maar groot voordeel voor de goede vorming van de burgers voortkomen. Dit wordt overvloedig bewezen door feiten uit alle eeuwen. Zoals dan ook Tertullianus in zijn Apologeticus het doen kon voor de eerste tijden van het christendom, zo kon de H. Augustinus voor zijn tijd alle tegenstanders van de katholieke Kerk uitdagen, en zo kunnen wij in onze tijd met hem herhalen: "Welnu, laten zij die beweren, dat de leer van Christus schadelijk is voor de staat, ons een leger geven van soldaten zoals zij volgens de leer van Christus moeten zijn; laten zij ons onderdanen, echtgenoten, ouders, kinderen, meesters, dienaren, koningen, rechters, eindelijk belastingbetalers en belastingambtenaren geven, zoals ze volgens voorschrift van de christelijke leer moeten zijn, en laten zij het dan wagen die leer schadelijk voor de staat te noemen; integendeel, laten zij liever niet aarzelen te bekennen, dat deze leer, als ze onderhouden wordt, de staat tot rijke zegen strekt." H. Augustinus, Epistel 138

En daar wij het over de opvoeding hebben, komt het van pas hier op te merken, hoe goed deze katholieke waarheid, die door de feiten wordt bevestigd, voor de nieuwere tijd, in het tijdperk van de renaissance is weergegeven door een kerkelijk schrijver, van grote verdienste voor de christelijke opvoeding, namelijk de vrome en geleerde kardinaal Silvio Antoniano. Deze was een leerling van die bewonderenswaardige opvoeder de H. Philippus Neri, en de leraar en secretaris voor de Latijnse brieven van de H. Carolus Borromaeus. Op diens aandrang en onder diens ingeving schreef hij het gulden traktaat "Over de christelijke opvoeding der kinderen", waarin hij de volgende gedachten uiteenzet:

Document

Naam: DIVINI ILLIUS MAGISTRI
Over de christelijke opvoeding
Soort: Paus Pius XI - Encycliek
Auteur: Paus Pius XI
Datum: 31 december 1929
Copyrights: © 1942, Ecclesia Docens 0105, Gooi & Sticht, Hilversum
Vert.: F.A.J. van Nimwegen C.ss.R.
Bewerkt: 12 november 2020

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam