• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

De lezing uit het boek Wijsheid, die wij hoorden voor de lezing uit de Kerkvaders, namelijk die van Chrysologus, spreekt ons over de eerste en fundamentele plicht die de mens te beurt valt vanuit zijn bevoorrechte positie te midden van de schepping. Zij zei:

“Volslagen onwijs immers zijn alle mensen, die met onwetendheid over God behept zijn, en die niet in staat zijn geweest uit de zichtbare goederen Hem te kennen die is en evenmin door het beschouwen van de werken de kunstenaar hebben leren kennen” (Wijsh. 13,1).

In de Brief aan de Romeinen herneemt de heilige Paulus dit bekende argument, maar met een variante die ons allemaal en van nabij aangaat. De zonde tegen de schepselen bestaat niet alleen in het feit dat men van de schepselen niet teruggaat tot de Schepper, maar ook in het feit God niet te verheerlijken en te danken voor de schepselen: “zij zijn niet te verontschuldigen. Want ofschoon zij God kenden, hebben zij God niet de Hem toekomende eer en dank gebracht” (Rom. 1,21).

Het gaat dus niet alleen om een zonde van het intellect maar ook van de wil en het is niet alleen een zonde van atheïsten en afgodendienaars, maar ook van hen die God kennen. Zodat de apostel onmiddellijk daarna onder de « niet te verontschuldigen mensen” diegenen insluit die de wet van God en de openbaring kennen en die zich op die kennis baserend, in veiligheid voelen en de rest van de wereld beoordelen, zonder zich rekenschap te geven dat zij hun eigen glorie zoeken in plaats van Gods glorie, en dat zij dezelfde zonde begaan als de ongelovigen. Vgl. Rom. 2,1. e.v.

De mens heeft vele plichten tegenover de schepping, sommige zijn dringender dan andere: water, lucht, klimaat, energie, verdediging van uitstervende soorten ... Er wordt over gesproken in alle contexten en op alle bijeenkomsten rond ecologie. Toch bestaat een plicht tegenover de schepping waarover slechts onder gelovigen kan gesproken worden en het is helemaal terecht dat ze in het midden van dit gebedsmoment geplaatst wordt. Deze plicht is de doxologie, de verheerlijking van God omwille van de schepping. Een ecologie zonder doxologie maakt het universum ondoorzichtig, zoals een immense glazen wereldbol zonder licht dat hem van binnenuit zou moeten verlichten.

De eerste plicht van de schepselen tegenover de schepping is haar stem te zijn. “Roemrijk is Hij boven aarde en hemel” (Ps. 148,13)(Jes. 6,3). Zij zijn bij wijze van spreken in wording maar kunnen zichzelf niet bevrijden. Zoals een zwangere vrouw, hebben ook zij de handen van een vroedvrouw nodig om te laten geboren worden wat zij dragen. Wij moeten de “vroedvrouwen” van Gods heerlijkheid zijn, schepselen gemaakt naar Gods beeld.

De apostel maakt daar eveneens allusie op wanneer hij spreekt over de schepping die “kreunt en barensweeën lijdt, altijd door” (Rom. 8,19.22).

Hoelang heeft het universum moeten wachten, welke lange baan heeft het moeten afleggen om tot dit punt te komen! Miljarden jaren, tijdens dewelke de materie, doorheen haar ondoorzichtigheid, naar het licht toeging van het bewustzijn, zoals plantensap dat moeizaam opstijgt van onder de grond naar de top van de boom om zich te ontvouwen in bladeren, bloemen en vruchten. Dit bewustzijn werd uiteindelijk bereikt wanneer in het universum verscheen, wat Teilhard de Chardin “het fenomeen mens” noemt. Maar nu dat het universum zijn doel bereikt heeft, eist het dat de mens zijn plicht doet, dat hij bij wijze van spreken de leiding van het koor neemt en in naam van heel de schepping het lied inzet: “Eer aan God in den hoge!”.

Iemand die deze plicht letterlijk opnam was de dominicaan en zalige Hendrik Suso, die soms “de heilige Franciscus van Zwaben” genoemd werd. Hij liet ons dit ontroerend getuigenis na:

“Bij de zang in de Mis, bij de woorden “Sursum corda”, “verheffen wij ons hart”, beeld ik mij in dat alle geschapen wezens die God geschapen heeft in de hemel en op aarde, voor mij staan: water, lucht, vuur, licht en alle elementen, ieder met zijn naam, en ook de vogels in de lucht, de vissen van de zeeën en de bloemen van het bos, alle kruiden en planten op het land, het talloze zand van de zee, het stof dat we in het zonlicht zien, gevallen regendruppels of die op het punt staan te vallen, dauwdruppels die het veld mooi maken. Ik beeld me dan in dat ik te midden van die schepselen ben als een cantor te midden van een immens koor”. Paus Franciscus, Angelus/Regina Caeli, Leven van de dienaar. XI, (Oeuvres, a cura di M. E. Cartier, Parigi 1852, p. 25)

Wij, gelovigen, moeten niet alleen de stem zijn van de bezielde schepselen, maar ook van onze broeders die niet de genade van het geloof hebben. Vergeten wij in het bijzonder God niet te verheerlijken voor de ongelooflijke verwezenlijkingen van de techniek. Het is het werk van de mens, dat is waar, maar de mens, wiens werk is hij? Wie heeft hem gemaakt? Ik heb me de vraag gesteld en ik zeg ze hier luidop: verheerlijken wij God werkelijk om Zijn schepselen, of zeggen wij het alleen maar? Is dat voor ons alleen theorie, of ook praktijk? Als wij het niet met eigen woorden kunnen, laten we het dan doen met de psalmen. Daarin worden zelfs de rivieren uitgenodigd met de handen te klappen voor de Schepper. Vgl. Ps. 98,8

Verheerlijking is natuurlijk niet dienstig voor God, maar wel voor ons. Door de verheerlijking wordt “de vrijheid vrijgemaakt” Vgl. Rom. 1,18 ; de schepping is vrijgekocht van verval en ijdelheid, dat wil zeggen van de zinloosheid waarheen de zonde van de mens haar heeft meegesleept en waarheen het ongeloof van de wereld haar vandaag meesleept. Vgl. Rom. 8,20-21 “Gij hebt onze lof niet nodig, zegt een prefatie van de Mis tot God – maar door de gave van Uw liefde roept Gij ons op U dank te zeggen; onze lofzangen vermeerderen Uw grootheid niet, maar verkrijgen voor ons de genade die ons redt”.

Als de heilige Franciscus van Assisi vandaag nog iets over ecologie te zeggen heeft, is het alleen dit. Hij bidt niet “voor” de schepping, voor het behoud ervan (in zijn tijd was dat nog niet nodig), hij bidt “met” de schepping of “door de schepping” of “wegens de schepping”. Het zijn allemaal nuances van “voor”: “Geloofd zijt Gij, Heer, voor broeder zon, voor zuster maan, voor zuster en moeder aarde”. Zijn lofzang is een hele doxologie en dankhymne. Maar juist van daar kwam in hem dit buitengewone respect voor alle schepselen, voor wie hij wou dat ze ruimte zouden krijgen om te groeien, zelfs de wilde kruiden.

Ook deze laatste boodschap werd door de Heilige Vader opgenomen in de Paus Franciscus - Encycliek
Laudato Si
Wees geprezen - over de zorg voor het gemeenschappelijke huis
(24 mei 2015)
. Hij begint met de doxologie: “Geloofd zijt Gij” en eindigt veelzeggend met twee onderscheiden gebeden: één “voor” de schepping en het andere “met” de schepping. Uit dit laatste gebed halen wij enkele aanroepingen die dienen als een gebed ter afsluiting van onze reflectie:

“O God, Drie en Eén,
verheven gemeenschap van oneindige liefde,
leer ons U te schouwen
in de schoonheid van het universum,
waar alles ons van U spreekt.
Wek onze lof en dankbaarheid
voor ieder wezen dat Gij geschapen hebt.
Geef ons de genade
ons innig verenigd te weten met al wat bestaat.
God van liefde, toon ons
onze plaats in deze wereld
als instrument van Uw genegenheid
voor alle wezens van deze aarde. Amen.”
Paus Franciscus, Encycliek, 'Wees geprezen' - over de zorg voor het gemeenschappelijke huis, Laudato Si' (24 mei 2015), 246

Document

Naam: BIDDEN VOOR OF MET DE SCHEPPING?
Homilie tijdens de Vespers op de Wereldgebedsdag voor de Schepping 2016
Soort: Prefectuur van het Pauselijk Huis - Prediker van het Pauselijk Huis
Auteur: Pater Raneiro Cantalamessa, ofm cap.
Datum: 1 september 2016
Bewerkt: 7 november 2019

Referenties naar dit document

 
Geen documenten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam