• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

“Mens, waarom sta je zo laag in eigen ogen, jij die zo kostbaar bent in Gods oog? Aangezien je zo door God geëerd wordt, waarom verlaag je jezelf zo? Waarom zoek je vanwaar je komt, in plaats van proberen te ontdekken waarom je gemaakt werd?” H. Petrus Chrysologus, Sermones. 148: PL 52, 596
Deze woorden werden uitgesproken door de heilige Petrus Chrysologus, bisschop van Ravenna, in de 5e eeuw na Christus, dat wil zeggen 1.500 jaar geleden. Sindsdien is er een andere reden waarom de mens zichzelf minacht, maar het feit zelf is niet veranderd. In de tijd van Chrysologus, was de reden van het misprijzen, dat de mens “uit aarde genomen is”, dat hij stof is en tot stof zal terugkeren Vgl. Gen. 3,19 ; vandaag is de reden dat de mens minder dan niets is in de grenzenloze onmetelijkheid van het universum.
Voortaan is er competitie tussen ongelovige wetenschappers, wie namelijk het verst gaat in de bewering dat de mens geheel marginaal en onbelangrijk is in het universum. Monod schreef: “Het oude verbond is verbroken. De mens weet eindelijk dat hij alleen is in de onverschillige onmetelijkheid van het universum waaruit hij toevallig is opgedoken …  dat zijn bestemming, zijn plicht nergens geschreven staat”. J . Monod, Le hasard et la nécessité, Seuil 1970 “Ik heb altijd gedacht” – schrijft iemand anders – “dat ik een onbetekenend wezen ben. Nu ik de dimensies van het universum ken, kan ik niet anders dan mij rekenschap geven hoezeer ik dat werkelijk ben … Wij zijn slechts een beetje slijk op een planeet die de zon toebehoort”. Peter Atkins, geciteerd door Russell Stannard, Science and Wonders: Conversations about Science and Belief,  London 1996, p. 7 
Doch ik wil niet stilstaan bij deze pessimistische visie, noch bij de invloed ervan op de manier om tegen de ecologie en haar prioriteiten aan te kijken. Denysius de Areapagiet kondigde in de 6e eeuw na Christus deze grote waarheid aan: “Men moet de opinies van de anderen niet weerleggen, noch schrijven tegen een opinie of godsdienst die niet goed lijkt. Men moet slechts in het voordeel van de waarheid schrijven en niet tegen de anderen”. Pseudo Dionysius de Areopagiet, Scolia. PG 4, 536 Vgl. Pseudo Dionysius de Areopagiet, Zesde brief. PG 3, 1077 Dit principe mag niet verabsoluteerd worden want soms kan het noodzakelijk zijn verkeerde en gevaarlijke doctrines te weerleggen; doch zeker is, dat een positieve uiteenzetting van de waarheid doeltreffender is dan de tegenovergestelde fout te weerleggen. 

Chrysologus vervolgt zijn uiteenzetting met de reden waarom de mens zichzelf niet mag misprijzen: 
“Heel dit huis van de wereld dat je ziet, werd dat niet voor jou gemaakt? (...) Het is voor jou dat de hemel schittert door de glans van zon, maan en sterren. Het is voor jou dat de aarde vol bloemen, struiken en vruchten is. Het is voor jou dat in de lucht, de velden en prachtige waterlopen, een veelheid aan levende wezens geschapen werd, opdat de eenzaamheid van een trieste wereld geen invloed zou hebben op de vreugde van de nieuwe wereld.” 
De schrijver doet niet anders dan opnieuw de Bijbelse idee te bevestigen van de soevereiniteit van de mens op de kosmos, die Psalm 8 bezingt met niet minder lyrische inspiratie dan de bisschop van Ravenna. 
De heilige Paulus vervolledigt deze visie door te wijzen naar de plaats die de persoon van Christus daar inneemt: “de wereld, het leven, de dood, het heden, de toekomst: alles is voor u, maar u, u bent van Christus en Christus is van God” Vgl. 1 Kor. 3,22. e.v.  Wij staan voor een “humane” of “humanistische” ecologie, namelijk een ecologie die zichzelf niet tot doel is maar in functie van de mens staat, natuurlijk doch niet alleen de mens van vandaag maar ook die van de toekomst. 
De christelijke gedachte heeft niet opgehouden zich af te vragen waarom de mens al het overige van de schepping overstijgt en ze heeft het antwoord steeds gevonden in de Bijbel die beweert dat de mens geschapen is “naar het beeld en de gelijkenis van God” (Gen. 1,26). 
Onder meer door de nieuwe dialoog met de orthodoxe gedachtewereld, is de theologie vandaag tot een werkelijk bevredigende verklaring gekomen van het feit Gods beeld te zijn. Alles is gebaseerd op de openbaring van de Drie-eenheid door Christus. De mens is naar Gods beeld geschapen, in de zin dat hij deelheeft aan de innige essentie van God die een relationeel wezen is van liefde tussen de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. De heilige Thomas van Aquino bepaalt de Goddelijke Personen als “blijvende relaties”. Ieder van hen heeft niet een relatie met de ander, maar is deze relatie. H. Thomas van Aquino, Summa Theologiae. I, q. 29, a. 4
Alleen de mens – als persoon die in staat is tot vrije en bewuste relaties – neemt deel aan deze persoonlijke en relationele dimensie van God. De Drie-eenheid die een liefdesgemeenschap is, schiep de mens als een “wezen in relatie”. Vgl. J. Zizioulas, Being as Communion: Studies in Personhood and the Church, NY, St Vladimir’s Seminary Press, 1997 In die zin is de mens “beeld van God”. Het is evident dat een ontologische afgrond bestaat tussen God en het schepsel dat de mens is; deze afgrond wordt echter door de genade gevuld (deze precisering mag nooit vergeten worden!), zodat hij minder diep is dan de afgrond tussen de mens en het overige van de schepping. Geen gemakkelijke uitspraak, maar ze is gebaseerd op de Schrift die zegt dat de door Christus vrijgekochte mens “deelheeft aan de goddelijke natuur”. Vgl. 2 Pt. 1,4  
Doch alleen de komst van Christus heeft ten volle geopenbaard wat het betekent naar Gods beeld te zijn. Hij is het volmaakte “beeld van de onzichtbare God” (Kol. 1,15); wij – zeiden de Kerkvaders – wij zijn “het beeld van het Beeld van God”, “voorbestemd om gelijkvormig te zijn aan het beeld van Zijn Zoon” (Rom. 8,29), geschapen “door Hem en voor Hem” (Kol. 1,16), die de nieuwe Adam is. H. Ireneüs van Lyon, Epideixis. 22 H. Ireneüs van Lyon, Tegen de ketters, Adversus Haereses. V, 16, 2 

Document

Naam: BIDDEN VOOR OF MET DE SCHEPPING?
Homilie tijdens de Vespers op de Wereldgebedsdag voor de Schepping 2016
Soort: Prefectuur van het Pauselijk Huis - Prediker van het Pauselijk Huis
Auteur: Pater Raneiro Cantalamessa, ofm cap.
Datum: 1 september 2016
Bewerkt: 7 november 2019

Referenties naar dit document

 
Geen documenten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam