• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Geen geschapen macht was echter toereikend, de misdaden der mensen uit te boeten, zo niet Gods Zoon de te herstellen menselijke natuur had aangenomen. De Verlosser zelf heeft dit bij monde van de Profeet verkondigd: "Offers noch gaven hebt Gij gewild; maar een lichaam hebt Gij Mij bereid. Brand- en zoenoffers behaagden U niet; toen zei Ik: zie Ik kom" (Hebr. 10, 5-7). En inderdaad: "in waarheid heeft Hij onze krankheden zelf in Zijn lichaam gedragen, en onze smarten zelf doorstaan; om onze misdaden is Hij gedood" (Jes. 53, 4-5) en "Hijzelf heeft aan het Kruishout in Zijn lichaam onze zonden gedragen" (1 Pt. 2, 24) "Het handschrift, dat door zijn bepalingen onze aanklager was, heeft Hij uitgewist en vernietigd, door het te slaan aan het Kruis" (Kol. 2, 14) "opdat wij, van de zonden ontlast, voor de gerechtigheid zouden leven" (1 Pt. 2, 24).

Maar ofschoon de overvloedige verlossing door Christus ons ruimschoots "alle zonden vergeven heeft" (Kol. 2, 13), zo kunnen, ja, moeten wij zelfs, vanwege die wondere beschikking van de goddelijke Voorzienigheid, waardoor in ons vlees moet worden aangevuld "wat aan Christus' lijden voor Zijn Lichaam, dat de Kerk is, ontbreekt" (Kol. 1, 24), ook met de lofprijzingen en voldoeningen, "die Christus in de naam van de zondaren heeft aangeboden", tevens onze lofprijzingen en voldoeningen verenigen.

Steeds moeten wij er echter aan denken, dat geheel de uitboetende kracht gelegen is in het éne bloedige Offer van Christus, dat zonder tussenruimte van tijd op onze altaren wordt hernieuwd, daar het immers "een en hetzelfde Offerlam is, dat zich nu offert door de bediening der priesters, en zich toen offerde op het Kruis, terwijl alleen de wijze van offeren verschilt" Concilie van Trente, 22e Zitting - Over het allerheiligst Misoffer, Sessio XXII - Doctrina de sanctissimo Missae sacrificio (17 sept 1562), 6. Daarom moet met dit hoogverheven Eucharistisch Offer de opoffering én van de bedienaren én van de andere gelovigen gepaard gaan, opdat ook zij "levende, heilige, aan God welgevallige offeranden" (Rom. 12, 1) zouden zijn. Ja, méér nog; de H. Cyrillus aarzelt niet te verklaren, "dat het Offer des Heren niet met de vereiste heiligheid wordt opgedragen, als onze opdracht en ons offer niet aan Zijn heilig jijden beantwoorden" H. Cyrillus van Alexandrië, Epistulae. 63, 9. De Apostel vermaant ons dan ook, dat wij "Jezus" lijden tot stervens toe in ons lichaam ronddragen" (2 Kor. 4, 10) en "met Christus begraven en met Hem samengegroeid door het beeld van Zijn dood" (Rom. 6, 4-5), niet alleen "ons vlees moeten kruisigen met zijn driften en begeerten" (Gal. 5, 24) "vluchtende het zinnelijk bederf van de wereld" (2 Pt. 1, 4), maar dat "ook Jezus' leven door ons lichaam moet worden geopenbaard" (2 Kor. 4, 10), en dat wij, deelgenoot geworden aan Zijn eeuwig priesterschap, "gaven en offers voor de zonden" (Hebr. 5, 1) moeten opdragen.

Document

Naam: MISERENTISSIMUS REDEMPTOR
Over het eerherstel aan het Heilig Hart van Jezus
Soort: Paus Pius XI - Encycliek
Auteur: Paus Pius XI
Datum: 8 mei 1928
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam