• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Vanaf de eerste eeuwen heeft de Kerk een grote achting en oprechte liefde getoond ten opzichte van mannen en vrouwen die, de oproep van de Vader en de drijfkracht van de Geest volgend, ervoor hebben gekozen Christus “van meer nabij” Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de vernieuwing en aanpassing van het religieuze leven, Perfectae Caritatis (28 okt 1965), 1 te volgen om zich aan Hem met een onverdeeld hart Vgl. 1 Kor. 7, 34 te wijden. Bewogen door een onvoorwaardelijke liefde voor Christus en de mensheid, vooral voor de armen en de lijdenden, zijn zij geroepen in verschillende vormen - gewijde maagden, weduwen, kluizenaars en kluizenaressen, monniken en monialen, mannelijke en vrouwelijke religieuzen - het aardse leven van Christus, die kuis, arm en gehoorzaam was, na te volgen. Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Postsynodale Apostolische Exhortatie, Over het gewijde leven en zijn zending in de Kerk en de wereld, Vita Consecrata (25 mrt 1996), 14

Het contemplatieve monastieke leven, dat voor een groot gedeelte uit vrouwen bestaat, is geworteld in de stilte van het klooster en brengt kostbare vruchten voort van genade en barmhartigheid. Het vrouwelijke contemplatieve leven heeft in en voor de Kerk steeds het biddend hart vertegenwoordigd, als bewaker van belangeloosheid en rijke apostolische vruchtbaarheid, en is een zichtbare getuige geweest van mysterieuze en veelvormige heiligheid. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 46 Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over het herderlijk ambt van de bisschoppen in de Kerk, Christus Dominus (28 okt 1965), 35 Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de vernieuwing en aanpassing van het religieuze leven, Perfectae Caritatis (28 okt 1965), 7.9 Vgl. Wetboek, Codex van het Canonieke recht, Codex Iuris Canonici (25 jan 1983), 674

Vanaf de oorspronkelijke individuele ervaring van aan Christus toegewijde maagden, als een spontane vrucht voortgevloeid uit de eis van een antwoord van liefde op de liefde van Christus de Bruidegom, is men spoedig overgegaan tot een definitieve status en een orde, erkend door de Kerk, die de professie van publiekelijk verklaarde maagdelijkheid begon te aanvaarden. In de loop van de eeuwen verenigde zich het merendeel van de gewijde maagden en deden zo vormen van kloosterleven ontstaan en de Kerk zorgde in haar bekommerdheid ervoor deze te bewaken met een passende discipline, op grond waarvan in de clausuur werd voorzien als bewaking van de geest en de puur contemplatieve doelstelling die deze kloosters zich voorstelden. Mettertijd ontstonden dus door een synergie tussen de werking van de Geest, die werkzaam is in het hart van de gelovigen en steeds nieuwe vormen van navolging doet ontstaan, en de moederlijke en bekommerde zorg van de Kerk de vormen van contemplatief en volledig contemplatief leven, Vgl. Wetboek, Codex van het Canonieke recht, Codex Iuris Canonici (25 jan 1983), 667. § 2-3, zoals wij die vandaag kennen. Terwijl in het Westen de contemplatieve geest zich opsplitst in een veelheid van charisma’s, heeft hij in het Oosten een grote eenheid bewaard, Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Apostolische Brief, Bij gelegenheid van de honderdste gedenkdag van de Apostolische brief Orientalium Dignitas van Paus Leo XIII, Orientale Lumen (2 mei 1995), 9 maar getuigt daarbij nog altijd en hoe dan ook van de rijkdom en de schoonheid van een leven dat geheel aan God is gewijd.

In de loop van de eeuwen heeft de ervaring van deze zusters, die haar middelpunt heeft in de Heer als eerste en enige liefde Vgl. Hos. 2, 21-25 , rijke vruchten van heiligheid en zending voortgebracht. Hoeveel apostolische doeltreffendheid straalt er uit van de kloosters door middel van gebed en opoffering! Hoeveel vreugde en profetie roept de stilte van de kloosters de wereld toe!

Laten wij voor de vruchten van heiligheid en genade die de Heer van oudsher heeft doen ontstaan door het vrouwelijke monastieke leven, voor de “allerhoogste, almachtige en goede Heer” de hymne van dank aanheffen: “Wees geprezen”. H. Franciscus van Assisi, Boek, Zonnelied, Cantico delle creature - Cantico di frate sole (1 jan 1224). 1: FF 263

Document

Naam: VULTUM DEI QUAERERE
Het gelaat van God zoeken - Over het vrouwelijke contemplatieve leven
Soort: Paus Franciscus - Apostolische Constitutie
Auteur: Paus Franciscus
Datum: 29 juni 2016
Copyrights: © 2016, Libreria Editrice Vaticana / Stg. InterKerk
Vertaling vanuit het Italiaans: drs. H.M.G. Kretzers
Alineaverdeling en -nummering: redactie
Bewerkt: 9 mei 2020

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam