• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

VULTUM DEI QUAERERE
Het gelaat van God zoeken - Over het vrouwelijke contemplatieve leven

Het zoeken naar het gelaat van God loopt door de geschiedenis van de mensheid heen, die van oudsher is geroepen tot een dialoog van liefde met de Schepper. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 19 Man en vrouw hebben immers een niet te onderdrukken religieuze dimensie die hun hart richt op het zoeken naar de Absolute, God, aan wie zij vaak - niet altijd bewust - behoefte gevoelen. Dit zoeken verenigt alle mensen van goede wil. Ook velen die zich als niet gelovig bekennen, erkennen dit diepe verlangen van het hart, dat in iedere man en vrouw woont en hen bezielt gepassioneerd te verlangen naar geluk en volheid, maar die nooit verzadigd zijn van vreugde.

De heilige Augustinus heeft in zijn Belijdenissen dit doeltreffend uitgedrukt: “U hebt ons voor U gemaakt en onrustig is ons hart, totdat het rust in U”. H. Augustinus, Belijdenissen, Confessiones. I, 1, 1: PL 32, 661 Een onrust van het hart die voortkomt uit het diepe gevoel dat God het eerst de mens zoekt en hem op mysterieuze wijze naar zich toe trekt.

De dynamiek van het zoeken toont aan dat niemand voor zichzelf voldoende is, en brengt met zich mee dat men in het licht van het geloof op weg gaat om buiten een op zichzelf betrokken ik te treden, aangetrokken door het Gelaat van de heilige God en tegelijkertijd door de “heilige grond die de ander is”, Vgl. Paus Franciscus, Postsynodale Apostolische Exhortatie, Over de verkondiging van het Evangelie in de wereld van vandaag - Naar aanleiding van de Bisschoppensynode 2012 over de nieuwe evangelisatie, Evangelii Gaudium (24 nov 2013), 169 om een diepere gemeenschap te ervaren.

Deze ware pelgrimstocht op zoek naar de ware God, die krachtens het Doopsel eigen is aan iedere Christen en iedere Godgewijde persoon, wordt door de werking van de Heilige Geest een sequela pressius Christi, een weg van een eenwording met Christus, de Heer, die met een bijzondere doeltreffendheid tot uitdrukking wordt gebracht door de toewijding aan God en in het bijzonder door het monastieke leven, dat vanaf het begin wordt beschouwd als een bijzondere manier van de verwezenlijking van het Doopsel.

Gewijde personen, die door de wijding zelf “de Heer op een bijzondere manier, op profetische wijze volgen”, Paus Franciscus, Apostolische Brief, Bij gelegenheid van het Jaar van het Godgewijde Leven, Aan de Godgewijden (21 nov 2014), 6. II.2 zijn geroepen de tekenen te ontdekken van Gods tegenwoordigheid in het dagelijks leven, wijze gesprekspartners te worden die de vragen die God en de mensheid ons stellen, te herkennen. De grote uitdaging voor iedere gewijde persoon is het vermogen God te blijven zoeken “met de ogen van het geloof in een wereld die van zijn aanwezigheid geen weet heeft”, H. Paus Johannes Paulus II, Postsynodale Apostolische Exhortatie, Over het gewijde leven en zijn zending in de Kerk en de wereld, Vita Consecrata (25 mrt 1996), 68 en daarbij de man en de vrouw van vandaag opnieuw een kuis, arm en aan Christus gehoorzaam leven voorhoudt als geloofwaardig en betrouwbaar teken en zo “levende exegese wordt van het Woord van God”. Paus Benedictus XVI, Postsynodale Apostolische Exhortatie, Over de Heilige Schrift - naar aanleiding van de Bisschoppensynode 2008 "Het Woord van God in het leven en de zending van de Kerk", Verbum Domini (30 sept 2010), 83

Vanaf het ontstaan in de Kerk van een leven van bijzondere toewijding hebben mannen en vrouwen die door God zijn geroepen en op Hem verliefd zijn geworden, een bestaan geleid dat geheel is gewijd aan het zoeken naar zijn Gelaat, in het verlangen God te vinden en te aanschouwen in het hart van de wereld. De aanwezigheid van gemeenschappen die als een stad zijn gelegen op een berg en als een lamp zijn geplaatst op een standaard. Vgl. Mt. 5, 14-15 , is, zij het in de eenvoud van leven, zichtbaar een afbeelding van het doel waarnaar de hele kerkgemeenschap op weg is, die “trekt over de wegen van de tijd met de ogen gericht op het toekomstig herstel van alle dingen in Christus”, H. Paus Johannes Paulus II, Postsynodale Apostolische Exhortatie, Over het gewijde leven en zijn zending in de Kerk en de wereld, Vita Consecrata (25 mrt 1996), 59 en zo de hemelse heerlijkheid aankondigt. Vgl. Wetboek, Codex van het Canonieke recht, Codex Iuris Canonici (25 jan 1983), 573. § 1

Als voor alle gewijden de woorden van Petrus: “Heer, het is goed dat wij hier zijn” (Mt. 17, 4) een bijzondere weerklank vinden, “wijden” contemplatieve personen, die in diepe verbondenheid met alle andere roepingen van het christelijk leven “stralen zijn van het ene licht van Christus, dat zich op het gelaat van de Kerk weerspiegelt” H. Paus Johannes Paulus II, Postsynodale Apostolische Exhortatie, Over het gewijde leven en zijn zending in de Kerk en de wereld, Vita Consecrata (25 mrt 1996), 16 “door een specifiek charisma veel tijd van hun dagen aan het navolgen van de Moeder van God, die voortdurend de woorden van haar Zoon en alles wat Hem overkwam, overwoog Vgl. Lc. 2, 19.51 , en van Maria van Bethanië, die, gezeten aan de voeten van de Heer, luisterde naar zijn woorden Vgl. Lc. 10, 38 ". Paus Benedictus XVI, Postsynodale Apostolische Exhortatie, Over de Heilige Schrift - naar aanleiding van de Bisschoppensynode 2008 "Het Woord van God in het leven en de zending van de Kerk", Verbum Domini (30 sept 2010), 83 Hun leven, “dat met Christus is verborgen in God” Vgl. Kol. 3, 3 wordt zo de afbeelding van de onvoorwaardelijke liefde van de Heer, de eerste contemplatieve persoon, het wijst op het christocentrisch streven van heel hun leven, zodat zij met de apostel kunnen zeggen: “Voor mij is leven Christus!” (Fil. 1, 21) en brengt het alles omvattende karakter tot uitdrukking dat de diepe dynamiek vormt van de roeping tot het contemplatieve leven. Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Postsynodale Apostolische Exhortatie, Over het gewijde leven en zijn zending in de Kerk en de wereld, Vita Consecrata (25 mrt 1996), 18

Als mannen en vrouwen die in dezelfde menselijke geschiedenis leven, plaatsen de contemplatieven, aangetrokken door de schittering van Christus, “aan wie geen mens gelijk is in edele gestalte” (Ps. 45, 3), zich in het hart zelf van de Kerk en de wereld Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 44 Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Postsynodale Apostolische Exhortatie, Over het gewijde leven en zijn zending in de Kerk en de wereld, Vita Consecrata (25 mrt 1996), 3.29 en vinden in het steeds onvoltooide zoeken naar God het belangrijkste teken en criterium van de authenticiteit van hun gewijde leven. De heilige Benedictus, vader van het westerse monnikendom, onderstreept dat hij een monnik is die God gedurende zijn hele leven zoekt, en hij vraagt bij degene die naar het monastieke leven streeft, te onderzoeken “si revera Deum quaerit”, of hij werkelijk God zoekt. H. Benedictus van Nursia, Regel voor monniken, Regula monasticorum. 58, 7

In het bijzonder hebben talloze gewijde vrouwen in de loop van de eeuwen tot aan onze dagen “hun hele leven en alles wat zij doen op het beschouwen van God” H. Paus Johannes Paulus II, Postsynodale Apostolische Exhortatie, Over het gewijde leven en zijn zending in de Kerk en de wereld, Vita Consecrata (25 mrt 1996), 8 gericht en blijven dit doen als teken en profetie van de Kerk als maagd, bruid en moeder, levend teken van en herinnering aan de trouw waarmee God door de gebeurtenissen van de geschiedenis heen zijn volk blijft steunen.

Het monastieke leven, een element van eenheid met de andere christelijke godsdiensten, Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Apostolische Brief, Bij gelegenheid van de honderdste gedenkdag van de Apostolische brief Orientalium Dignitas van Paus Leo XIII, Orientale Lumen (2 mei 1995), 9 krijgt vorm in een eigen stijl, die profetie en teken is en “alle leden van de Kerk krachtig kan en moet aantrekken om de plichten van hun christelijke roeping met ijver na te komen”. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 44 De gemeenschappen van biddenden en in het bijzonder die van vrouwelijke contemplatieven, “die in de vorm van een afscheiding van de wereld inniger met Christus, het hart van de wereld, zijn verbonden”, Paus Benedictus XVI, Postsynodale Apostolische Exhortatie, Over de Heilige Schrift - naar aanleiding van de Bisschoppensynode 2008 "Het Woord van God in het leven en de zending van de Kerk", Verbum Domini (30 sept 2010), 83 houden geen volmaaktere verwezenlijking van het Evangelie voor, maar vormen door de eisen van het Doopsel te realiseren een instantie van onderscheiding en oproep ten dienste van de Kerk: een teken dat wijst op een weg, een zoeken, waarbij het gehele volk van God wordt herinnerd aan de eerste en laatste zin van hetgeen het beleeft. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de vernieuwing en aanpassing van het religieuze leven, Perfectae Caritatis (28 okt 1965), 5

Document

Naam: VULTUM DEI QUAERERE
Het gelaat van God zoeken - Over het vrouwelijke contemplatieve leven
Soort: Paus Franciscus - Apostolische Constitutie
Auteur: Paus Franciscus
Datum: 29 juni 2016
Copyrights: © 2016, Libreria Editrice Vaticana / Stg. InterKerk
Vertaling vanuit het Italiaans: drs. H.M.G. Kretzers
Alineaverdeling en -nummering: redactie
Bewerkt: 14 februari 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam