• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

We moeten meer in detail de bedoelingen van de Concilievaders nagaan, vooral als we nu meer getrouw willen zijn aan hun intenties. Wat was hun bedoeling om tot stand te brengen met de 2e Vaticaans Concilie - Constitutie
Sacrosanctum Concilium
Over de heilige liturgie
(4 december 1963)
?

Laten we beginnen met het allereerste artikel van 2e Vaticaans Concilie - Constitutie
Sacrosanctum Concilium
Over de heilige liturgie
(4 december 1963)
, waar staat:

"Het heilige Concilie stelt zich ten doel, het christelijk leven onder de gelovigen steeds hoger op te voeren; de instellingen, die aan veranderingen onderhevig zijn, beter aan te passen aan de behoeften van onze tijd; alles te bevorderen, wat kan bijdragen tot de eenheid van allen die in Christus geloven; en steeds krachtiger de wegen te effenen, die ertoe leiden, alle mensen tot de Kerk te roepen. Daarom beschouwt het Concilie het als zijn taak, om op bijzondere wijze ook de vernieuwing en de bevordering van de liturgie te behartigen." 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de heilige liturgie, Sacrosanctum Concilium (4 dec 1963), 1

Herinneren we ons dat, toen het Concilie begon, liturgische hervormingen gaande waren in de voorafgaande decennia en dat de Vaders zeer bekend waren met deze hervormingen. Ze benaderden deze vragen niet theoretisch, zonder enige context. Ze verwachtten het werk voort te zetten dat al reeds begonnen was en daarbij de “altioria principia”, de hogere of fundamentele principes van de liturgische hervorming, waarover St. Johannes XXIII gesproken had in zijn Motu Proprio H. Paus Johannes XXIII - Motu Proprio
Rubricarum Instructum
Waardoor de nieuwe rubrieken van het Romeins Brevier en Missaal in hun geheel worden goedgekeurd
(25 juli 1960)
van 25 juli 1960, volgend.

Dus het eerste artikel van de 2e Vaticaans Concilie - Constitutie
Sacrosanctum Concilium
Over de heilige liturgie
(4 december 1963)
geeft ons vier redenen voor liturgische vernieuwing. De eerste, “het christelijk leven onder de gelovigen steeds hoger op te voeren”, is een blijvende zorg van de herders in de Kerk van alle tijden.

De tweede, “de instellingen, die aan veranderingen onderhevig zijn, beter aan te passen aan de behoeften van onze tijd”, is een reden om bij stil te staan, vooral vanwege de ‘Zeitgeist’ van de jaren zestig. In werkelijkheid, wanneer dit gelezen wordt volgens de hermeuntiek van de continuïteit, hetgeen de meeste van de Concilievaders zeker van plan waren te doen, betekent dit dat het Concilie waar mogelijk een liturgische ontwikkeling voor ogen stond om daarmee mogelijk te maken het christelijk leven op een hoger plan te brengen. De Concilievaders wilden geen veranderingen alleen maar om de veranderingen.

Zo ook de derde reden, “alles te bevorderen, wat kan bijdragen tot de eenheid van allen die in Christus geloven”, laat ons stilstaan indien we zouden denken dat de Vaders de heilige Liturgie wensten te instrumentaliseren en er een oecumenische middel van te maken, om daarmee een doel te bereiken. Maar kan dat het geval zijn? Inderdaad hebben enkelen na het Concilie dit geprobeerd. Maar de Vaders zelf wisten dat dit niet mogelijk was. De eenheid in aanbidding voor het altaar van het offer is het gewenste doel van de oecumenische inspanningen. De liturgie is niet een middel om de goede wil aan te moedigen of samenwerking in apostolische werkzaamheden. Nee, de Concilievaders zeggen hier dat zij geloven dat de liturgische hervorming deel kan uitmaken van een momentum dat de mensen kan helpen een katholieke eenheid te bewerkstelligen zonder welke een volledige ‘communio’ in aanbidding niet mogelijk is.

Dezelfde motivering is te vinden bij de vierde reden voor een liturgische hervorming: “steeds krachtiger de wegen te effenen, die ertoe leiden, alle mensen tot de Kerk te roepen”. Hierbij echter reiken we verder dan onze gescheiden christelijke broeders en zusters en bedoelen “de gehele mensheid”. De missie van de Kerk is voor iedere man en vrouw! De Concilievaders geloofden en hoopten dat een meer vruchtbare deelname aan de liturgie zou helpen bij een vernieuwing van de missionaire activiteit van de Kerk.

Al vele jaren voor het Concilie, in zowel missielanden als in de meer ontwikkelde gebieden, was er veel discussie over de mogelijkheid om het gebruik van de volkstalen in de liturgie uit te breiden, vooral voor de lezingen uit de Heilige Schrift, alsook voor een aantal andere onderdelen van het eerste deel van de Mis (wat we nu de “liturgie van het Woord” noemen) en de liturgische zang. De Heilige Stoel had al meerdere keren toestemming gegeven voor het gebruik van de volkstaal bij het toedienen van de Sacramenten. Dit is de context waarin de Concilievaders spraken over de mogelijke positieve oecumenische of missionaire gevolgen van liturgische hervorming. Het is waar dat de volkstaal een positieve plaats heeft in de liturgie. Hier zochten de Vaders naar, niet naar de protestantisering van de Heilige Liturgie of instemmend met haar onderwerping aan een valse inculturisatie.

Ik ben een Afrikaan. Laat me dit duidelijk maken: de liturgie is niet de plaats om mijn cultuur te promoten. Het is veeleer de plaats waar mijn cultuur gedoopt wordt, waar mijn cultuur in het goddelijke wordt opgenomen. Door de liturgie van de Kerk (die missionarissen door heel de wereld hebben meegedragen) spreekt God tot ons, verandert Hij ons en stelt ons in staat deel te nemen in Zijn goddelijk bestaan. Als iemand Christen wordt, als iemand in volledige eenheid met de Katholieke Kerk komt, ontvangt hij iets meer, iets dat hem verandert. Zeker, culturen en andere Christenen brengen gaven met zich mee in de Kerk – de liturgie van de Ordinariaten voor Anglicanen die nu in volle eenheid met de Kerk zijn is hier een prachtig voorbeeld van. Maar zij brengen deze gaven met nederigheid, en de Kerk, in haar moederlijke wijsheid, maakt er gebruik van zoals zij dat goed acht.

Toch lijkt het onvermijdelijk om zeer duidelijk te zijn over wat wij bedoelen met inculturatie. Als we deze term werkelijk verstaan als een inzicht in het mysterie van Jezus Christus, dan hebben we de sleutel tot inculturatie. Deze is niet een zoektocht of een claim op de legitimatie van afrikanisering of latinisering of aziatisering ter vervanging van een verwesterlijking van het Christendom. Inculturatie is evenmin een verheffing van een lokale cultuur noch een nesteling in deze cultuur om ze te verabsoluteren. Inculturatie is een aanbreken en een manifestatie van de Heer in de diepten van ons bestaan. En het aanbreken van de Heer in ons leven veroorzaakt ook een inbreken, een losmaken dat de weg opent voor nieuwe oriëntatie die elementen schept voor een nieuwe cultuur. Die cultuur is een drager van het Goede Nieuws voor de mens en diens waardigheid als kind van God. Als het Evangelie ons leven binnentreedt, onderbreekt ze het en vormt het om. Het geeft het een nieuwe richting, een nieuwe moraal en ethische oriëntatie. Het richt het mensenhart op God en de naaste om hen te beminnen en te dienen op absolute en belangeloze wijze. Als Jezus een leven betreedt vormt Hij het om, hij vergoddelijkt het met het stralende licht van zijn gelaat, juist zoals heilige Paulus op de weg naar Damascus. Vgl. Hand. 9, 5-6

Zoals door zijn Menswording het Woord van God in alles aan ons gelijk werd, behalve in de zonde (Heb. 4, 15),zo neemt het Evangelie alle menselijke en culturele waarden op, maar weigert vorm aan te nemen in de structuren van de zonde. Dit betekent dat hoe meer individuele en collectieve zonden tieren in een menselijke of kerkelijke gemeenschap, des te minder ruimte bestaat voor inculturatie. Daarentegen, hoe christelijker een gemeenschap en hoe meer heiligheid en evangelische waarden ze uitstraalt, des te aannemelijker is het dat de christelijke boodschap er incultureert. De inculturatie van het geloof is de uitdaging van heiligheid. Het bekrachtigt de graad van heiligheid en penetratie van het Evangelie, en bekrachtigt het geloof in Jezus Christus in een christelijke gemeenschap. Inculturatie is daarom geen religieuze folklore.

Het komt niet wezenlijk tot stand door het gebruik van lokale talen, instrumenten en Latijns-Amerikaanse muziek, Afrikaanse dansen, of Afrikaanse of Aziatische rituelen en symbolen in de liturgie en de Sacramenten. Inculturatie is God die neerdaalt in het leven, in het morele gedrag, in de culturen en in de gebruiken van mensen om ze te bevrijden van zonde en om ze binnen te leiden in het leven van de Drie-eenheid. Zeker heeft het geloof een cultuur nodig om aldus te worden meegedeeld. Daarom beweerde heilige Johannes Paulus II dat een geloof dat niet tot cultuur wordt, een geloof is dat stervende is: "Om correct te verlopen moet de inculturatie geleid worden door een tweevoudig beginsel; de verenigbaarheid met het Evangelie en de gemeenschap met de universele Kerk." H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, Over de blijvende geldigheid van de missie-opdracht, Redemptoris Missio (7 dec 1990), 54

Ik heb wat tijd doorgebracht met het beschouwen van het eerste artikel van de Constitutie omdat het belangrijk is dat we 2e Vaticaans Concilie - Constitutie
Sacrosanctum Concilium
Over de heilige liturgie
(4 december 1963)
in zijn context lezen. We lezen het als een document dat bedoelt de legitieme ontwikkeling te bevorderen (zoals het toenemend gebruik van de landstaal) in continuïteit met de aard, het onderricht en de zending van de Kerk in de moderne wereld. Wij moeten er geen dingen in lezen die er niet staan. De Vaders hadden geen revolutie in de zin, maar een ontwikkeling, een gematigde hervorming.

De bedoelingen van de concilievaders worden zeer duidelijke uit andere sleutelpassages. 2e Vaticaans Concilie - Constitutie
Sacrosanctum Concilium
Over de heilige liturgie
(4 december 1963)
is een van de belangrijkste van de gehele Constitutie:

Het is de vurige wens van onze moeder de Kerk, dat alle gelovigen worden gevormd tot die volledige, bewuste en actieve deelname aan de liturgische vieringen, die door de aard van de liturgie zelf wordt vereist en waartoe het christenvolk, "een uitverkoren geslacht, een koninklijke priesterschap, een heilige natie, Gods eigen volk", (1 Pt. 2, 9) Vgl. 1 Pt. 2, 4-5 krachtens het doopsel het recht en de plicht bezit.

Aan deze volledige en actieve deelname van heel het volk moet bij de vernieuwing en de bevordering van de heilige liturgie de grootste zorg worden besteed. Ze is immers de eerste en noodzakelijke bron, waaruit de gelovigen de echte christelijke geest moeten putten. Daarom moet ze door de zielenherders bij heel hun pastorale activiteit ijverig worden nagestreefd door middel van een aangepaste vorming.

Maar omdat er geen enkele kans bestaat op de verwezenlijking hiervan, als niet eerst de zielenherders zelf diep doordrongen zijn van de geest en de kracht van de liturgie en hier als leraars kunnen optreden, is het absoluut noodzakelijk, dat er op de eerste plaats gezorgd wordt voor de liturgische vorming van de geestelijkheid. Daarom heeft het heilig Concilie besloten het volgende te bepalen.

Wij horen hier de stem van de pausen voor het concilie, die een werkelijke en vruchtbare deelname zochten aan de liturgie. Om die te bewerkstelligen is de aandrang op grondige instructie of vorming in de liturgie dringend noodzakelijk. De Vaders tonen hier een realisme dat later wellicht vergeten werd. Laten wij opnieuw luisteren naar die woorden van het Concilie en hun belang overwegen:

[Er bestaat] geen enkele kans (...) op de verwezenlijking hiervan [de actieve deelname], als niet eerst de zielenherders zelf diep doordrongen raken van de geest en de kracht van de liturgie en hier als leraars kunnen optreden ...”. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de heilige liturgie, Sacrosanctum Concilium (4 dec 1963), 14

Aan het begin van 2e Vaticaans Concilie - Constitutie
Sacrosanctum Concilium
Over de heilige liturgie
(4 december 1963)
horen we de bedoelingen van de Vaders zeer duidelijk:

“Om het christenvolk des te zekerder te laten profiteren van de overvloed van genaden, die in de heilige liturgie te vinden is, wenst onze heilige Moeder de Kerk met alle ijver een algemene hervorming van de liturgie door te voeren.” “Ut populus christianus in sacra Liturgia abundantiam gratiarum securius assequatur...”

Als wij Latijn studeren, leren we dat het woord “ut” een duidelijk doel aanwijst dat blijkt uit dezelfde zin. Wat hadden de concilievaders voor ogen? Dat het Christenvolk des te zekerder een overvloed van genaden zou verkrijgen uit de heilige Liturgie. Hoe stelden zij voor die te verkrijgen? Door met grote zorg een algemeen herstel van de liturgie zelf te ondernemen (“ipsius Liturgiae generalem instaurationem sedulo curare cupit”). Let wel dat de Vaders spreken over een “restauratie”, niet een revolutie!

Eén van de duidelijkste en mooiste uitdrukking van de bedoelingen van de Concilievaders is te vinden aan het begin van het tweede hoofdstuk van de 2e Vaticaans Concilie - Constitutie
Sacrosanctum Concilium
Over de heilige liturgie
(4 december 1963)
, dat het mysterie van de Hoogheilige Eucharistie behandelt. In 2e Vaticaans Concilie - Constitutie
Sacrosanctum Concilium
Over de heilige liturgie
(4 december 1963)
lezen we:

“Daarom geeft de Kerk zich alle zorg en moeite, dat de Christengelovigen dit geheim van het geloof niet als buitenstaanders of als zwijgende toeschouwers bijwonen, maar dat zij het door de riten en gebeden goed leren begrijpen en daardoor bewust, godvruchtig en actief deelnemen aan de heilige handeling, dat zij door Gods woord onderwezen worden, zich voeden aan de tafel van ‘s Heren Lichaam en God dank brengen, dat zij het onbevlekt Offer opdragen niet alleen door de handen van de priester, maar ook tezamen met hem, en zo zich zelf leren offeren, dat zij eindelijk steeds meer door Christus de Middelaar uitgroeien tot een volmaakte eenheid met God en met elkaar, opdat tenslotte Gods alles in allen moge zijn.” 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de heilige liturgie, Sacrosanctum Concilium (4 dec 1963), 48

Broeders en zusters, dit is wat de Concilievaders wilden. Jazeker, ze discussieerden en stemden over specifieke manieren om hun bedoelingen toe te passen. Maar laat ons glashelder zijn: de hervormingen van de rite volgens de 2e Vaticaans Concilie - Constitutie
Sacrosanctum Concilium
Over de heilige liturgie
(4 december 1963)
, zoals het herstel van het gebed van de gelovigen tijdens de Mis 2e Vaticaans Concilie - Constitutie
Sacrosanctum Concilium
Over de heilige liturgie
(4 december 1963)
, de uitbreiding van de concelebratie 2e Vaticaans Concilie - Constitutie
Sacrosanctum Concilium
Over de heilige liturgie
(4 december 1963)
of een aantal van haar beleidslijnen zoals vereenvoudigingen verlangd in nummers 2e Vaticaans Concilie - Constitutie
Sacrosanctum Concilium
Over de heilige liturgie
(4 december 1963)
en 2e Vaticaans Concilie - Constitutie
Sacrosanctum Concilium
Over de heilige liturgie
(4 december 1963)
, zijn alle ondergeschikt aan de fundamentele bedoelingen van de Concilievaders die ik zojuist heb omschreven. Het zijn middelen tot een doel, en het is het doel dat wij moeten behalen.

Als we naar een authentiekere toepassing van 2e Vaticaans Concilie - Constitutie
Sacrosanctum Concilium
Over de heilige liturgie
(4 december 1963)
willen toewerken, dan moeten we op de allereerste plaats deze einddoelen in het oog houden. Misschien dat, als we ze met een frisse blik en met het voordeel van de ervaring van de laatste vijf decennia bestuderen, we sommige hervormingen van de riten en bepaalde liturgische beleidslijnen in een ander licht zullen zien. Als sommige van deze nu moeten worden heroverwogen, om zo “het christelijk leven onder de gelovigen steeds hoger op te voeren” en “alle mensen tot de Kerk te roepen”, laat ons dan de Heer vragen ons de liefde en de nederigheid en wijsheid te schenken om dit te doen.

Document

Naam: NAAR EEN AUTHENTIEKE INTERPRETATIE VAN SACROSANCTUM CONCILIUM
Opening van het Internationale Congres Sacra Liturgia UK 2016
Soort: Robertus Kard. Sarah - Toespraak
Auteur: Robertus Kard. Sarah
Datum: 5 juli 2016
Copyrights: © 2016, Sacra Liturgia UK / Stg. InterKerk / incaelo.wordpress.com
Werkvert. vanuit de Engelstalige officiële versie: Mark de Vries en W.J.G.A. Veth pr. / redactie; alineanummering en -verdeling: redactie
Bewerkt: 6 augustus 2020

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam