• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

WIJ ZIJN GEROEPEN OM HET HART, OM INNERLIJKHEID TE BEOGEN
Hoogfeest van het H. Hart van Jezus - Jubileumviering van de Priesters in het Heilig Jaar van Barmhartigheid - Sint Pietersplein

Als wij het Jubileum van de Priesters vieren op het Hoogfeest van Jezus’ Heilig Hart, zijn wij geroepen om naar het hart te kijken, dat wil zeggen naar de innerlijkheid, naar de sterkste wortels van het leven, naar de kern van de affecties, in één woord, naar het centrum van een persoon. En vandaag richten wij de blik naar twee harten: het Hart van de Goede Herder en het hart van ons, herders.

Het Hart van de Goede Herder is niet alleen het Hart dat barmhartig voor ons is, maar het is de Barmhartigheid zelf. Daar schittert de liefde van de Vader; daar ben ik zeker opgenomen en begrepen te worden zoals ik ben; daar smaak ik met al mijn beperktheden en zonden, de zekerheid uitgekozen en bemind te zijn. Als ik naar dit Hart kijk, hernieuw ik de eerste liefde: de herinnering aan het ogenblik waarop de Heer mij in mijn ziel heeft aangeraakt en mij geroepen heeft om Hem te volgen, en aan de vreugde dat ik op Zijn woord de netten van het leven heb uitgeworpen. Vgl. Lc. 5, 5

Het Hart van de Goede Herder zegt ons dat Zijn liefde geen grenzen kent, het wordt nooit moe en geeft het nooit op. Daar zien wij Zijn onophoudelijke en grenzeloze zelfgave; daar vinden wij de bron van de trouwe en zachtmoedige liefde die vrij laat en vrij maakt; daar herontdekken wij telkens dat Jezus ons “tot het uiterste toe” (Joh. 13, 1) bemint – Hij houdt nooit op – en dringt zich nooit op.

Het Hart van de Goede Herder buigt zich over ons, het is vooral in beslag genomen door wie het meest veraf is; de naald van Zijn kompas staat hardnekkig in die richting, daar komt de zwakheid van een bijzondere liefde aan het licht, omdat Hij iedereen wil bereiken en niemand verliezen.

Ten overstaan van Jezus’ Hart welt de fundamentele vraag van ons priesterleven op: waarop is mijn hart gericht? Een vraag die wij priesters ons dikwijls moeten stellen, dagelijks, wekelijks: waarop is mijn hart gericht? Het ambt wordt dikwijls opgevuld met vele initiatieven, die het op vele fronten kwetsbaar maken: van catechese tot liturgie, naastenliefde, pastorale en ook administratieve engagementen. Onder zo veel activiteiten blijft de vraag: waarop is mijn hart gericht? Een heel mooi gebed uit de liturgie komt mij in gedachten: « Ubi vera sunt gaudia… ». Naar waar wijst het hart, welke schat zoekt het? Want Jezus zegt “waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn” (Mt 6, 21). In ieder van ons schuilen zwakheden en ook zonden. Maar laat ons tot op de bodem, naar de wortel gaan: waar ligt de wortel van onze zwakheden, onze zonden, met andere woorden waar is werkelijk de schat die ons van de Heer verwijdert?

De onvervangbare schatten van Jezus’ Hart zijn tweeërlei: de Vader en wij. Zijn dagen verliepen tussen gebed tot de Vader en ontmoeting met de mensen. Geen afstand, maar ontmoeting. Het hart van een herder van Christus kent eveneens slechts twee richtingen: de Heer en de mensen. Een priesterhart is een hart dat door de liefde van de Heer doorboord is; daarom kijkt het niet langer naar zichzelf – het zou naar zichzelf niet mogen kijken – maar is het op God en de broeders gericht. Het is geen “onstandvastig hart” meer, dat zich laat aantrekken door de ingeving van het ogenblik of dat wispelturig is, en consensus en kleine voldoeningen zoekt. Het is integendeel een hart dat vaststaat in de Heer, dat in de greep is van de Heilige Geest, dat open en beschikbaar is voor de broeders. Daar laat hij zijn zonden omvormen.

Zoeken

Om ons hart te helpen branden door de liefde van Jezus de Goede Herder, kunnen wij ons oefenen in drie handelingen, die de Lezingen van vandaag ons suggereren: zoeken, opnemen en zich verheugen.

Zoeken. De profeet Ezechiël herinnert ons eraan dat God Zijn schapen zelf zoekt (Ez. 34, 11.16). Het Evangelie zegt dat Hij het verloren schaap gaat zoeken Vgl. Lc. 15, 4 , zonder zich door gevaren te laten afschrikken; zonder uitstel waagt Hij zich buiten het weiland en buiten de werkuren. En Hij laat zich voor die extra’s niet vergoeden. Hij stuurt geen speurders, Hij denkt niet: ik heb vandaag Mijn werk gedaan, misschien doe Ik het morgen, maar gaat onmiddellijk aan de slag; Zijn hart kent geen rust tot Hij dit ene verloren schaap gevonden heeft. Eens dat Hij het gevonden heeft, vergeet Hij de moeite en legt het heel tevreden op Zijn schouders. Soms moet hij naar buiten om het te zoeken, ermee te spreken, het te overtuigen; andere keren moet hij voor het tabernakel blijven, en met de Heer strijden om dit schaap.

Dat is het hart dat zoekt: het is een hart dat tijd en ruimte niet privatiseert. Wee de herders die hun ambt privatiseren! Hij mag niet jaloers zijn op zijn legitieme rust – ik zeg legitieme rust, zelfs daarop mag hij niet jaloers zijn – en hij mag nooit eisen niet gestoord te worden. Een herder naar Gods Hart verdedigt zijn comfort en rust niet, hij maakt zich niet bezorgd om zijn goede reputatie, al zal over hem kwaad gesproken worden, zoals over Jezus. Zonder vrees voor kritiek, is hij zelfs bereid Zijn Heer na te volgen. “Zalig zijt gij, wanneer men u beschimpt, vervolgt …” (Mt. 5, 11).

Een herder zoals Jezus heeft een hart dat de vrijheid heeft om zijn zaken te laten liggen, hij telt de diensturen niet: hij heeft niet de mentaliteit van een boekhouder, maar is een goede Samaritaan op zoek naar wie in nood is. Hij is een herder, geen inspecteur van de kudde, en is zijn zending toegewijd, niet voor 50 of 60 %, maar helemaal. Als hij op zoek gaat, vindt hij, en hij vindt omdat hij risico’s neemt. Als een herder geen risico’s neemt, vindt hij niet. Hij stopt niet bij een ontgoocheling en grote inspanningen; hij is namelijk op het goede geconcentreerd, gezalfd door de Goddelijke zorg dat niemand zou verloren gaan. Daarom staat zijn deur niet alleen altijd open maar gaat hij ook naar buiten op zoek naar wie door die deur niet wil binnenkomen. En zoals elke goede Christen en als voorbeeld voor elke Christen, treedt hij altijd uit zichzelf. Het epicentrum van zijn hart ligt buiten hem: hij heeft zichzelf uit het centrum geplaatst en is alleen op Jezus gecentreerd. Hij wordt niet getrokken door zijn ik, maar door het Gij van God en het wij van de mensen.

Openemen
Opnemen. Christus bemint Zijn schapen en kent hen, Hij geeft Zijn leven voor hen en geen enkel schaap is Hem vreemd. Vgl. Joh. 10, 11-14 Zijn kudde is Zijn familie en Zijn leven. Hij is geen baas voor wie door de schapen bang zijn, maar de Herder die met hen op weg gaat en hen bij hun naam noemt. Vgl. Joh. 10, 3-4 En hij wil de schapen verzamelen die nog niet bij Hem verblijven. Vgl. Joh. 10, 16

Zo is ook een priester van Christus: hij is voor het volk gezalfd, niet voor zijn eigen plannen, maar om dicht bij de concrete mensen te staan die God hem door de Kerk heeft toevertrouwd. Niemand is van zijn hart, gebed en glimlach uitgesloten. Met liefdevolle blik en een vaderhart, onthaalt hij, neemt hij op, en wanneer hij moet corrigeren, is het altijd om de toenadering; hij minacht niemand, maar is bereid voor iedereen de handen vuil te maken. Een goede herder kent geen handschoenen. Als bedienaar van de gemeenschap die hij vormt en beleeft, wacht hij niet op begroetingen en complimenten van anderen, maar reikt als eerste de hand, en wijst achterklap, oordelen en gal uitspuwen af. Hij luistert geduldig naar problemen en begeleidt de stappen die mensen ondernemen, hij geeft Gods vergeving met een edelmoedig erbarmen. Hij maakt zich niet kwaad op iemand die het opgeeft of de weg kwijt is, maar is altijd bereid om iemand terug op te nemen en ruzies te bedaren. Hij is een man die mensen kan opnemen.

Zich verheugen

Zich verheugen. God is altijd “vol vreugde” (Lc. 15, 5): Zijn vreugde welt op uit de vergeving, uit het leven dat herboren wordt, uit de zoon die opnieuw de lucht van het huis inademt. De vreugde van Jezus de Goede Herder is geen vreugde voor zichzelf, maar vreugde voor en met de anderen, de echte vreugde van de liefde. Zo is ook de vreugde van een priester. Hij wordt omgevormd door de barmhartigheid, die belangeloos geeft. Die belangloos geeft. In het gebed vindt hij Gods troost en hij ervaart dat niets sterker is dan Zijn liefde. Daarom is hij van binnen sereen, gelukkig een kanaal voor de barmhartigheid te zijn, de mens met Gods Hart te benaderen. Droefheid is voor hem niet normaal, maar slechts voorbijgaand: hardheid is hem vreemd, omdat hij een herder is naar het zachtmoedige Hart van God. 

Dierbare priesters, in de Eucharistieviering vinden wij dagelijks onze identiteit van herder terug. Wij kunnen ons telkens Zijn woorden eigen maken “dit is Mijn Lichaam dat voor u gegeven wordt”. Dat is de betekenis van ons leven, het zijn de woorden waarmee wij in zekere zin de beloften van onze priesterwijding dagelijks kunnen hernieuwen. Ik dank u voor uw ja, en de vele ja’s die in elke dag verborgen liggen en die alleen de Heer kent. Ik dank u voor uw ja om uw leven te geven in vereniging met Jezus: daar ligt de zuivere bron van onze vreugde.

Document

Naam: WIJ ZIJN GEROEPEN OM HET HART, OM INNERLIJKHEID TE BEOGEN
Hoogfeest van het H. Hart van Jezus - Jubileumviering van de Priesters in het Heilig Jaar van Barmhartigheid - Sint Pietersplein
Soort: Paus Franciscus - Homilie
Auteur: Paus Franciscus
Datum: 3 juni 2016
Copyrights: © 2016, Libreria Editrice Vaticana / Stg. InterKerk
Vert. uit het Frans (Zenit.org): maranatha-gemeenschap; alineaverdeling en -nummering: redactie
Bewerkt: 7 november 2019

Referenties naar dit document

 
Geen documenten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam