• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

17. HET VERLOREN SCHAAP (VGL LC. 15, 1-7)

Dierbare broeders en zusters, goedendag!

We zijn allen vertrouwd met het beeld van de Goede Herder die het verloren schaap op de schouders neemt. Vgl. Lc. 15, 1-7 Van altijd al verwijst dit beeld naar de zorg van Jezus voor de zondaars en naar de barmhartigheid van God die niet aanvaardt dat één verloren gaat. Jezus vertelt deze parabel om te helpen verstaan dat zijn nabijheid bij de zondaars geen ergernis moet opwekken, maar integendeel een aantal overwegingen wil losmaken over de wijze waarop we ons geloof beleven. Het verhaal laat aan de ene kant de zondaars zien die bij Jezus komen om naar Hem te luisteren en aan de andere kant zijn er de wetgeleerden en de wantrouwige Schriftgeleerden die zich van Jezus omwille van zijn houding verwijderen. Zij verwijderen zich omdat Jezus toenadering zoekt tot de zondaars. Ze waren verwaand, hoogmoedig en hielden zich voor rechtvaardigen.

Onze parabel ontwikkelt zich rond drie personages: de herder, het verloren schaap en de rest van de kudde. Alleen de herder handelt, de schapen niet. De herder is de enige werkelijke acteur en alles hangt van hem af. De parabel begint met een vraag: “Wanneer iemand onder u honderd schapen heeft en er één verliest, laat hij dan niet de negenennegentig in de wildernis achter om op zoek te gaan naar het verlorene totdat hij het vindt?” (Lc. 15, 4). Het gaat om een schijnbare tegenspraak die doet twijfelen aan de handelwijze van de herder: is het verstandig de negenennegentig achter te laten voor slechts één? En bovendien niet in de veiligheid van de schaapskooi, maar in de wildernis? In de Bijbelse traditie staat de wildernis voor een oord van dood waar het moeilijk is eten en drinken te vinden, zonder beschutting en overgeleverd aan wilde dieren en rovers. Wat kunnen negenennegentig weerloze schapen doen? De schijnbare tegenspraak gaat nog verder wanneer gezegd wordt dat de herder, zodra hij het schaap teruggevonden heeft “legt hij het vol vreugde op zijn schouders en hij gaat naar huis, roept zijn vrienden en buren bij elkaar en zegt hun: Deelt in mijn vreugde” (Lc. 15, 6). Het heeft er de schijn van dat de herder niet naar de wildernis terugkeert om heel de kudde op te halen! Hij is zo begaan met dat ene schaap dat hij de negenennegentig andere lijkt te vergeten. Maar in werkelijkheid is het niet zo. Wat Jezus ons wil leren is dat geen enkel schaap mag verloren gaan. De Heer legt zich niet neer bij het feit dat ook slechts één mens kan verloren gaan. Het handelen van God is er op gericht de verloren zonen te zoeken en daarna met allen feest te vieren en te genieten omwille van de terugvinding. Het gaat om een onweerstaanbaar verlangen: zelfs negenennegentig schapen kunnen de herder niet opgesloten houden in de schaapskooi. Hij zou als volgt kunnen redeneren: “Ik maak de balans op: Ik heb er negenennegentig, één ben ik kwijt, een groot verlies is dat niet”. Hij daarentegen gaat op zoek naar dat ene, want elk schaap is belangrijk en dat ene is het meest behoeftige, het meest verlaten, het meest verstoten; en hij gaat het zoeken. We zijn allen gewaarschuwd: barmhartigheid is de wijze waarop God met de zondaars omgaat, dat is de handelwijze van God en aan die barmhartigheid blijft God absoluut trouw: niemand of niets kan Hem afleiden van zijn wil om te redden. God kent de wegwerpstijl van onze huidige cultuur niet, daarmee heeft God niets te maken. God verstoot geen enkele mens, God houdt van allen, zoekt allen: één na één! Hij kent het woord “wegwerpvolk” niet, want Hij is geheel liefde en geheel barmhartigheid.

De kudde van de Heer is steeds onderweg: ze bezit de Heer niet, ze mag zich niet inbeelden Hem gevangen te houden binnen onze schema’ s en binnen onze strategieën. De herder vindt men waar het verloren schaap is. Men moet de Heer zoeken daar waar Hij ons wil ontmoeten, niet waar wij denken Hem te vinden! Op geen andere wijze zal men de kudde kunnen verzamelen tenzij door het pad van de barmhartigheid te volgen dat door de herder werd gegaan. Wijl hij het verloren schaap zoekt daagt hij de negenennegentig andere uit tot bijdragen aan de hereniging van de kudde. Alleen dan zal niet alleen het schaap op de schouders, maar heel de kudde de herder volgen naar zijn woning om feest te vieren met “vrienden en buren”. 

We zouden vaak over deze parabel moeten nadenken, omdat er in de christelijke gemeenschap altijd wel iemand is die ontbreekt, weg gegaan is en een plaats leeg gelaten heeft. Soms is dat ontmoedigend en doet ons geloven dat het verlies onvermijdelijk is, een ziekte waarvoor geen geneesmiddel bestaat. Op dat ogenblik lopen we het gevaar ons in de schaapskooi op te sluiten waar geen geur van schapen zal heersen, maar de stank van geslotenheid! En de Christenen? We mogen ons niet opsluiten want we zouden de stank van de geslotenheid verspreiden. Nooit! We moeten naar buiten komen, ons niet in onszelf opsluiten, niet in de kleine gemeenschappen, niet in de parochie, in de overtuiging dat we “rechtvaardigen” zijn. Dat gebeurt wanneer het missionaire vuur ontbreekt dat ons aanzet tot ontmoeting met de anderen. In de visie van Jezus bestaan er geen schapen die onherroepelijk verloren zijn. Er zijn alleen schapen die moeten gezocht worden. Dat moeten we goed verstaan: voor God is niemand ooit onherroepelijk verloren. Nooit! Tot op het laatste ogenblik is God naar ons op zoek. Denk aan de goede moordenaar; alleen in de visie van Jezus is nooit iemand onherroepelijk verloren. Dat perspectief is een en al dynamisme, openheid, prikkelend en creatief. Het dringt ons om naar buiten te gaan, op zoek, om een weg van broederlijkheid te gaan. Geen afstand weerhoudt de herder; geen kudde kan een broeder weigeren. Terugvinden wie verloren was, is de vreugde van de herder en van God; maar het is ook de vreugde van heel de kudde! Wij allen zijn teruggevonden schapen, opgevangen door de barmhartigheid van God, geroepen om samen met Hem heel de kudde welkom te heten!

Zie ook:

Andere catecheses in deze reeks, zie dossier Jubeljaar gewijd aan de Barmhartigheid

Document

Naam: 17. HET VERLOREN SCHAAP (VGL LC. 15, 1-7)
Soort: Paus Franciscus - Audiƫntie
Auteur: Paus Franciscus
Datum: 4 mei 2016
Copyrights: © 2016, Libreria Editrice Vaticana
Vert. uit het Italiaans: Marcel De Pauw MSC; alineaverdeling en -nummering: redactie
Bewerkt: 7 november 2019

Referenties naar dit document

 
Geen berichten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam