• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

GOD OVERDRIJFT DOOR EEN STEEDS GROTERE BARMHARTIGHEID
Chrismamis 2016 - Sint Pietersbasiliek

Na de lezing van de passage uit Jesaja en Jezus’ woord daarover: "Het Schriftwoord dat gij zojuist gehoord hebt, is thans in vervulling gegaan" (Lc. 4, 21), had men in de synagoge van Nazareth wel applaus mogen horen. En daarna had men zachtjes mogen wenen, van diepe vreugde, zoals het volk weende toen Nehemia en de priester Ezra voorlazen uit het boek van de Wet, dat zij gevonden hadden bij de heropbouw van de muren.

Maar de Evangeliën zeggen ons dat bij Jezus’ dorpsgenoten tegenovergestelde gevoelens naar boven kwamen: zij dreven Hem weg en sloten hun hart voor Hem. Aanvankelijk “betuigden allen Hem hun instemming en verbaasden zich, dat woorden, zo vol genade uit zijn mond vloeiden” (Lc. 4, 22); doch daarna baande een verraderlijke vraag haar weg: “is dat dan niet de zoon van Jozef?” en tenslotte “werden allen woedend” (Lc. 4, 28). Zij willen Hem van de berg naar beneden storten … Voltrok zich zo wat de oude Simeon tot de Maagd Maria had geprofeteerd: Hij zal “een teken van tegenspraak” zijn (Lc. 2, 34)? Jezus zorgt er door Zijn woorden en daden voor dat openbaar wordt wat leeft in het hart van elke man en vrouw.

En waar de Heer het Evangelie van de onvoorwaardelijke barmhartigheid verkondigt van de Vader voor de armsten, degenen die het meest veraf zijn en de verdrukten, zijn wij juist geroepen te kiezen om “de goede strijd van het geloof te strijden” (1 Tim. 6, 12).

De strijd van de Heer is niet tegen mensen maar tegen de duivel Vgl. Ef. 6, 12 , vijand van de mensheid. Maar de Heer “ging midden tussen hen door”, tussen hen die Hem proberen tegen te houden, en "Hij gaat Zijn weg". Vgl. Lc. 4, 30 Jezus strijdt niet om de macht te versterken. Als Hij sloten breekt en beveiligingen in vraag stelt, is het om een bres te slaan voor de stortvloed van barmhartigheid die Hij met de Vader en de Geest verlangt uit te storten op aarde. Een barmhartigheid die steeds beter wordt: zij verkondigt en brengt iets nieuw, zij geneest, bevrijdt en kondigt het Jaar van de genade des Heren af.

De barmhartigheid van onze God is oneindig en onuitwisbaar; en wij drukken de dynamiek van dit mysterie uit als een “steeds grotere” barmhartigheid, ik zou zeggen, barmhartigheid die onderweg is, barmhartigheid die alle dagen middelen zoekt om een stap vooruit te gaan, een kleine stap vooruit, vooruit op de onbekende grond van onverschilligheid en geweld.

Dat was precies de dynamiek van de goede Samaritaan die “barmhartigheid beoefende” Vgl. Lc. 10, 37 : de eerste stap, hij is bewogen, daarna benadert hij de gewonde, verbindt zijn wonden, brengt hem naar de herberg, blijft die nacht daar en belooft terug te komen om te betalen wat tekort zou zijn. Dat is de dynamiek van de barmhartigheid, die een klein gebaar aan een ander verbindt, die fragiliteit niet beledigt en zich een beetje verspreidt meer door hulpvaardigheid en liefde.

Ieder van ons kan zijn eigen leven met Gods goede blik bekijken en zo zijn geheugen opfrissen en ontdekken hoe de Heer ons barmhartigheid bewezen heeft, en dat Hij veel barmhartiger was dan wij dachten en zo kunnen wij ons aanmoedigen Hem te vragen dat Hij een stapje meer doet, dat Hij zich in de toekomst nog veel barmhartiger zou tonen. “Toon ons, Heer, uw barmhartigheid” (Ps. 85, 8). Deze paradoxale manier om God te vragen steeds barmhartiger te zijn, helpt de enge schema’s te doorbreken waarin wij de overdaad van Zijn hart zo dikwijls opsluiten. Het doet ons goed van achter onze omheining te komen, omdat het precies de kern van God is over te lopen van barmhartigheid, Zijn tederheid verspreidend die niet opraakt, aangezien de Heer eerder verkiest dat  iets verloren gaat dan dat er een druppel te kort is; Hij verkiest eerder dat de vogels vele graantjes oppikken dan dat één enkel graantje aan het zaaigoed ontbreekt, wanneer dit zaad de capaciteit heeft overvloedige vrucht te dragen: dertig-, zestig- of honderdvoud. 

Als priesters zijn wij getuigen en bedienaars van de steeds grotere barmhartigheid van onze Vader; wij hebben de zoete en troostende opdracht ze te belichamen, zoals Jezus die “goed deed waar Hij voorbijkwam” (Hand. 10, 38), op duizenden manieren, omdat Hij naar iedereen toeging. Wij kunnen ertoe bijdragen die barmhartigheid te incultureren, zodat elke persoon ze zou ontvangen in haar persoonlijke levenservaring en ze zo zou kunnen begrijpen en – op een creatieve manier – beoefenen op de manier die eigen is aan haar volk en familie.

Vandaag zou ik op deze Witte Donderdag in het Jubeljaar van de Barmhartigheid willen spreken over de twee domeinen waarop de Heer in Zijn barmhartigheid overdrijft. Aangezien Hij degene is die ons het voorbeeld geeft, moeten wij niet bang zijn om eveneens te overdrijven: één domein is dat van de ontmoeting; het andere, van Zijn vergeving die ons beschaamd doet staan en die ons waardigheid verleent. 

Ontmoeting

Het eerste domein, waarop wij zien dat God overdrijft door een steeds grotere barmhartigheid, is dat van de ontmoeting. Hij geeft zich helemaal, zodanig dat Hij van elke ontmoeting onmiddellijk een feest maakt. In de parabel van de barmhartige Vader staan wij stomverbaasd over deze man die toegelopen komt, ontroerd, en zich om de hals van zijn zoon werpt; als we zien hoe hij hem in de armen neemt en omhelst, hem een ring aandoet zodat hij zich zijn gelijke voelt, sandalen die horen bij wie de zoon is en niet de huisbediende; en vervolgens hoe hij iedereen in beweging brengt en beveelt een feest te organiseren. Als wij deze overdaad van vreugde bij de Vader vol bewondering aanschouwen, Hij voor wie de terugkeer van Zijn zoon de gelegenheid is om Zijn liefde de vrije loop te laten, zonder weerstand noch afstandelijkheid, mogen wij niet bang zijn om in dankbaarheid te overdrijven. Wij kunnen de rechtmatige houding aannemen van die arme melaatse die wanneer hij genezen is, de negen anderen achterlaat en zich aan de voeten van de Heer werpt, God verheerlijkend en Hem luidop dankend.

Barmhartigheid herstelt alles en geeft aan de mens zijn oorspronkelijke waardigheid terug. Daarom is het rechtmatig zijn dankbaarheid uit te storten: onmiddellijk aan het feest deel te nemen, het kleed aan te trekken, zich als oudste zoon te ontdoen van wrok, zich te verheugen en feest te vieren … Want alleen zo, door ten volle deel te nemen aan deze feestelijke sfeer, kan men nadien goed nadenken, vergeving vragen en klaarder zien hoe het bedreven kwaad te herstellen. Het kan ons deugd doen ons af te vragen: heb ik na mijn Biecht gevierd? Of ga ik vlug over naar iets anders? Zoals we de resultaten van een doktersbezoek terug in de omslag steken en overgaan tot iets anders. En wanneer ik een aalmoes geef, geef ik aan degene die ze krijgt, de tijd om zijn dankbaarheid te uiten? Beloon ik zijn glimlach en de zegen die de armen ons geven? Of ga ik vlug door met mijn zaken na “een geldstuk te laten vallen”? 

Vergeving

Het andere domein waarop wij zien dat God overdrijft door een steeds grotere barmhartigheid, is de vergeving. Hij vergeeft niet alleen ontelbare schulden, zoals aan de dienaar die Hem erom smeekt en zich daarna vrekkig toont tegenover zijn metgezel, maar Hij laat ons onmiddellijk overgaan van de meest beschamende schaamte naar de hoogste waardigheid zonder tussenstappen. De Heer laat Hem op vertrouwelijke manier de voeten wassen met de tranen van de vergeven zondares. Simon Petrus heeft amper zijn zonde beleden en vraagt Hem zich van hem te verwijderen, of Hij verheft hem tot de waardigheid van mensenvisser. Wij daarentegen, wij hebben de neiging de twee houdingen te scheiden: wanneer wij ons over de zonde schamen, verbergen wij ons en gaan met gebogen hoofd, zoals Adam en Eva; en wanneer wij tot een zekere waardigheid verheven worden, proberen wij onze zonden te verbergen en tonen wij ons graag, we pronken bijna.

Ons antwoord op de overlopende vergeving van de Heer zou erin moeten bestaan ons altijd te bewaren in de gezonde spanning tussen waardige schaamte enerzijds en waardigheid die zich kan beschamen anderzijds: de houding van wie zich wil vernederen en verlagen, maar in staat is te aanvaarden dat de Heer hem verheft voor het welzijn van de zending, zonder er behagen in te scheppen. Het voorbeeld uit het Evangelie dat ons kan helpen wanneer wij te biechten gaan, is dat van Petrus die zich langdurig over zijn liefde laat ondervragen en tegelijk zijn bediening weer opneemt om de schapen te hoeden die de Heer hem toevertrouwt.

Om dieper in te treden in deze “waardigheid die zich kan beschamen”, die ons verhindert min of meer denken te zijn wat we zijn door genade, kunnen we kijken naar wat Jesaja zegt in de passage die de Heer voorleest in Zijn synagoge van Nazareth: gij zult genoemd worden “priesters van Jahwe”, “dienaren van onze God” (Jes. 61, 6). Het is het arme volk, verhongerd, oorlogsgevangene, zonder toekomst, achterblijvend en verworpen, dat de Heer omvormt tot een priesterlijk volk. 

Als priesters identificeren wij ons met dit verworpen volk, dat de Heer redt, en wij denken aan de talloze arme, onwetende, gevangen personen die zich in deze situatie bevinden omdat anderen hen verdrukken. Maar wij bedenken ook in welke mate wij dikwijls blind zijn, beroofd van het schone licht van het geloof, niet omdat wij het Evangelie niet in handbereik zouden hebben, maar door de overdaad van een ingewikkelde theologie.

Wij voelen dat onze ziel dorst heeft naar spiritualiteit, maar niet door gebrek aan Levend Water – dat wij slechts met teugjes drinken – maar door een overdaad aan “bruisende” spiritualiteit, “light” spiritualiteit. Wij voelen ons ook de gevangene, niet zoals zo vele volken die omringd zijn door onoverkomelijke stenen muren of ijzeren sloten, maar door een virtuele wereldse geest die met een simpele klik open en dicht gaat. Wij worden verdrukt, niet door bedreiging en vuistslagen, zoals vele arme mensen, maar door de aantrekkelijkheid van een duizendvoudig aanbod van de consumptie waarvan we ons niet kunnen ontdoen, die ons beletten op weg te gaan, vrij, op paden die ons leiden naar liefde voor onze broeders, naar de kudde van de Heer, naar de schapen die op de stem van hun herders wachten.

En Jezus komt ons vrijkopen, doet ons naar buiten gaan, om als de armen en blinden, gevangenen en verdrukten die we zijn, te veranderen in bedienaars van barmhartigheid en vertroosting. Voor ons gebruikt Hij de woorden van de profeet Ezechiël tot het volk dat ontrouw geworden was en zijn Heer zeer verraden had: “Toch zal Ik blijven denken aan het verbond dat Ik met jou sloot in de dagen van je jeugd (....) Dan zul je met schaamte terugdenken aan alles wat je misdreven hebt, wanneer Ik jou je oudere en je jongere zusters tot dochters geef, zonder ze te laten delen in je verbond. Ik zal mijn verbond met je gestand doen, en je zult erkennen dat Ik Jahwe ben. En wanneer je terugdenkt aan wat er gebeurd is, zul je van schaamte geen woord durven zeggen, omdat Ik je alles heb vergeven wat je misdaan hebt, luidt de godsspraak van Jahwe de Heer” (Ez. 16, 60-63). 

In dit Jubeljaar vieren wij onze Vader, met al de dankbaarheid waartoe ons hart bekwaam is, en bidden wij dat Hij zich steeds Zijn barmhartigheid zou gedenken; ontvangen wij met een waardigheid die zich kan beschamen, de barmhartigheid van het gewonde lichaam van onze Heer Jezus Christus en vragen wij Hem ons te wassen van elke zonde en ons van elk kwaad te bevrijden; en engageren wij ons met de genade van de Heilige Geest om Gods barmhartigheid aan alle mensen mee te delen door werken te doen die de Geest in ieder opwekt voor het welzijn van heel het gelovige volk van God. 

Document

Naam: GOD OVERDRIJFT DOOR EEN STEEDS GROTERE BARMHARTIGHEID
Chrismamis 2016 - Sint Pietersbasiliek
Soort: Paus Franciscus - Homilie
Auteur: Paus Franciscus
Datum: 24 maart 2016
Copyrights: © 2016, Libreria Editrice Vaticana / Stg. InterKerk
Vert. uit het Frans (Zenit.org): maranatha-gemeenschap; alineaverdeling en -nummering: redactie
Bewerkt: 29 november 2017

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam