• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
   Dit is een werkvertaling

Het Tweede Vaticaans Concilie had de noodzaak voor ogen van een

““positieve en voorzichtige seksuele opvoeding”

die kinderen en adolescenten zouden moeten krijgen

“in overeenstemming met hun leeftijd”

en

“rekening houdend met de vorderingen van de psychologie, de pedagogie en de didactiek” 2e Vaticaans Concilie, Verklaring, Over de Christelijke opvoeding, Gravissimum Educationis (28 okt 1965), 1

Wij zouden ons moeten afvragen of onze opvoedkundige instellingen deze uitdaging zijn aangegaan. Het is moeilijk zich te beraden op de seksuele opvoeding in een tijd waarin men ertoe neigt de seksualiteit te banaliseren en te verarmen. Men zou deze alleen maar kunnen verstaan in een kader van een opvoeding tot de liefde, tot wederzijdse gave. Zo ziet men de taal van de seksualiteit niet op een treurige wijze verarmd, maar verrijkt worden. De seksuele impuls kan worden ontwikkeld in een traject van zelfkennis en in de ontwikkeling van een vermogen tot zelfbeheersing, die kunnen helpen het waardevolle vermogen tot vreugde en liefdevolle ontmoeting te bevorderen.

De seksuele opvoeding biedt informatie, maar zonder te vergeten dat kinderen en jongeren nog niet de volledige volwassenheid hebben bereikt. De informatie moet komen op het juiste ogenblik en op een manier die aan de fase waarin zij leven, is aangepast. Het heeft geen nut hen vol te stoppen met gegevens zonder de ontwikkeling van een kritische zin ten opzichte van een invasie van voorstellen, een ongecontroleerde pornografie en een overlast van prikkels die de seksualiteit kunnen verminken. Jongeren moeten zich er rekenschap van kunnen geven dat zij worden gebombardeerd met boodschappen die niet hun welzijn en hun rijpheid zoeken. Het is noodzakelijk hen te helpen de positieve invloeden te herkennen en te zoeken, terwijl ze tegelijkertijd afstand nemen van alles wat hun vermogen om lief te hebben vervormt. Evenzo moeten wij het accepteren dat

“de behoefte aan een nieuwe en meer aangepaste taal zich vooral voordoet op het ogenblik dat kinderen en adolescenten worden ingeleid in het thema van de seksualiteit”. Bisschoppensynodes, Relatio Finalis - Synode 2015 (24 okt 2015), 56

Een seksuele opvoeding die een gezonde schaamte behoedt, heeft een immense waarde, ook al zijn sommigen vandaag van mening dat het iets is uit andere tijden. Het is een natuurlijke verdediging van de persoon die de eigen innerlijkheid beschermt en het vermijdt te veranderen in een puur object. Zonder schaamte kunnen wij genegenheid en seksualiteit reduceren tot obsessies die ons alleen maar concentreren op de geslachtelijkheid, op ziekelijkheden die ons vermogen om lief te hebben vervormen, en op verschillende vormen van seksueel geweld, die ons ertoe brengen op onmenselijke wijze te worden behandeld of anderen te schaden.

Herhaaldelijk concentreert de seksuele opvoeding zich op de uitnodiging “zich te beschermen” door “veilige seks” te zoeken. Deze uitdrukkingen dragen een negatieve houding over ten opzichte van het natuurlijke doel van de seksualiteit die bestaat in de voortplanting, als was een eventueel kind een vijand tegen wie men zich moet verdedigen. Zo wordt narcistische agressiviteit in plaats van ontvangen bevorderd. Iedere uitnodiging aan adolescenten om met hun lichaam en verlangens te spelen, als hadden zij de rijpheid, de waarden, de wederzijdse verplichting en doelstellingen die eigen zijn aan een huwelijk, is onverantwoord. Zo moedigt men hen aan de andere persoon vrolijk te gebruiken als object voor experimenten om gebreken en grote beperkingen te compenseren. Het is daarentegen belangrijk een traject te leren over de verschillende uitingen van de liefde, de wederzijdse zorg, de respectvolle tederheid, communicatie die rijk aan betekenis is. Dit alles bereidt immers voor op een integere en edelmoedige zelfgave die na een publiek engagement tot uitdrukking zal komen in het aanbieden van het lichaam. De seksuele eenwording in het huwelijk zal zo verschijnen als een teken van een allesomvattende verplichting, verrijkt door heel de voorafgaande weg.

Men mag de jongeren niet bedriegen door hen ertoe te brengen de niveaus te verwarren: aantrekkingskracht

“schept op het ogenblik een illusie van vereniging, maar zonder liefde laat deze “vereniging” twee wezens achter als vreemden die even ver van elkaar staan als tevoren”. Erich Fromm, Liefhebben, een kunst, een kunde, The Art of Loving (1 jan 1956). New York 1956, p. 54.

De lichaamstaal vraagt een geduldige leertijd die het mogelijk maakt de eigen verlangens te interpreteren en op te voeden om zich werkelijk te geven. Wanneer men pretendeert alles in één keer te geven, is het mogelijk dat men niets geeft. De broosheid van de leeftijd of de verwarringen ervan is één ding, iets anders is adolescenten aanmoedigen de onvolwassenheid van hun wijze van liefhebben te verlengen. Maar wie heeft het vandaag hierover? Wie is in staat de jongeren serieus te nemen? Wie helpt hen zich serieus voor te bereiden op een grote en edelmoedige liefde? De seksuele opvoeding wordt veel te licht opgevat.

De seksuele opvoeding zou ook het respect en de achting voor het verschil moeten bevatten die ieder de mogelijkheid laat zien het opgesloten zijn binnen de eigen beperkingen te overwinnen om zich te openen voor de aanvaarding van de ander. Buiten de begrijpelijke moeilijkheden die ieder kan hebben, is het noodzakelijk het eigen lichaam zoals het geschapen is, te aanvaarden, omdat

"de logica van de heerschappij over het eigen lichaam daarentegen verandert in een soms subtiele logica van de heerschappij over de schepping [...]. Ook het accepteren van het eigen mannelijk of vrouwelijk lichaam is noodzakelijk om zichzelf te kunnen herkennen in het andere geslacht. Zo is het mogelijk met vreugde de specifieke gave van de ander, man of vrouw, als werk van God de Schepper, te accepteren en elkaar te verrijken." Paus Franciscus, Encycliek, 'Wees geprezen' - over de zorg voor het gemeenschappelijke huis, Laudato Si' (24 mei 2015), 155

Alleen door de vrees voor het anders zijn te verliezen, kan men zich bevrijden van de immanentie van het eigen wezen en de fascinatie voor zichzelf. Een seksuele opvoeding moet helpen het eigen lichaam te aanvaarden, zodat de persoon niet de pretentie heeft

"het seksuele verschil weg te nemen, omdat zij niet meer hiermee om kan gaan." Paus Franciscus, Audiëntie, Sint Pietersplein, Het gezin - 10. Mannen en vrouwen (I) (15 apr 2015), 4

Evenmin mag men negeren dat bij het vorm geven aan de eigen wijze van zijn, mannelijk of vrouwelijk, niet alleen biologische of genetische factoren samenkomen, maar ook veel elementen die verband houden met temperament, familiegeschiedenis, cultuur, ervaringen die men heeft gehad, de vorming die men heeft gekregen, de invloed van vrienden, familie en personen die men bewondert, en andere concrete omstandigheden die een inspanning van aanpassing vereisen. Weliswaar kunnen wij wat mannelijk en vrouwelijk is, niet scheiden van het door God geschapen werk, dat aan al onze beslissingen en besluiten voorafgaat en waar er biologische elementen zijn die men onmogelijk kan negeren, maar het is ook waar, dat het mannelijke en het vrouwelijke niet iets stars zijn. Daarom is het bijvoorbeeld mogelijk dat de wijze van mannelijk zijn van de echtgenoot zich flexibel kan aanpassen aan de werkomstandigheden van de vrouw. Zich belasten met huishoudelijke taken of enkele aspecten van de groei van de kinderen maken hem niet minder mannelijk, noch betekent dit een falen, een toegeven of schande. Wij moeten de kinderen helpen deze gezonde “uitwisselingen”, die de vaderfiguur geen enkele waardigheid ontnemen, te accepteren. De starheid wordt tot een overdrijving van het mannelijke of het vrouwelijke en voedt kinderen en jongeren niet op tot een wederkerigheid die gestalte heeft gekregen in de reële omstandigheden van het huwelijk. Deze starheid kan op haar beurt de ontwikkeling verhinderen van het vermogen van ieder en zelfs zo ver gaan dat men het zich wijden aan kunst of dans als weinig mannelijk beschouwt en een leidende functie bekleden als weinig vrouwelijk. Dit is God zij dank veranderd, maar op sommige plaatsen blijven inadequate opvattingen de legitieme vrijheid beïnvloeden en een authentieke ontwikkeling van de concrete identiteit van de kinderen en hun potentieel verminken.

Document

Naam: AMORIS LAETITIA
Over vreugde van de liefde
Soort: Paus Franciscus - Postsynodale Apostolische Exhortatie
Auteur: Paus Franciscus
Datum: 19 maart 2016
Copyrights: © 2016, Libreria Editrice Vaticana / Stg. InterKerk / summacatholica.blogspot.nl / SRKK
Werkvert.: Dr. Jörgen Vijgen;
© 2016 'Theologie van het Lichaam' en 'De kracht van het gezin': Betsaida, 's-Hertogenbosch 2016;
Trefwoordenlijst: redactie
Bewerkt: 22 oktober 2020

Referenties naar dit document

Opties

Internetadres
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam