• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

DE SMAAK VOOR GOD
Tot de Bisschoppen van Frankrijk - Aula H. Bernadette, Lourdes

Heren kardinalen, Dierbare broeders in het bisschopsambt!

Sinds het begin van mijn pontificaat is het de eerste keer dat ik het genoegen heb u allen samen te ontmoeten. Ik groet dan ook van harte uw voorzitter, kardinaal André Vingt-Trois, en ik dank hem voor de diepgemeende woorden die hij in uw naam tot mij richtte. Ik groet ook graag alle vice-voorzitters, de algemene secretaris en hun medewerkers. Van harte groet ik elk van u, mijn broeders in het bisschopsambt, gekomen vanuit alle windstreken van Frankrijk en van Overzee. Ik groet hierbij ook Mgr. François Garnier, aartsbisschop van Cambrai, die vandaag in Valenciennes de duizendste verjaardag viert van Notre-Dame du Saint-Cordon.

Ik verheug mij hier deze namiddag met u in de aula H. Bernadette te zijn, de gewone plek voor uw gebeden en uw ontmoetingen, de plek waar u uw zorgen en hoop uitspreekt, en de plaats van uw discussies en uw bezinningen. Deze zaal staat op een uitgelezen plek, in de buurt van de Grot en van de basilieken die aan Maria zijn gewijd. Natuurlijk ontmoet u regelmatig de Opvolger van Petrus in Rome tijdens uw ad limina bezoeken, maar het moment dat we nu beleven is ons gegeven als een bijzondere genade, om de nauwe banden te herbevestigen die ons verenigen in het delen van hetzelfde priesterschap, dat rechtstreeks voortvloeit uit het priesterschap van Christus de Verlosser. Ik wil u aanmoedigen verder te werken in eenheid en vertrouwen, in volle gemeenschap met Petrus, die is gekomen om uw geloof te herbevestigen. U en onze zorgen zijn heel talrijk! Ik weet dat u van harte wilt werken in het nieuwe kader dat is vastgelegd door de reorganisatie van de kaart van de kerkelijke regio’s, en ik verheug er mij om. Ik wil van deze gelegenheid gebruik maken om met u na te denken over enkele thema’s, waarvan ik weet dat zij sterk uw aandacht dragen.

De Kerk – Eén, heilig, katholiek en apostolisch – liet ons door het doopsel geboren worden. Zij riep ons tot haar dienst. U hebt haar uw leven gegeven, eerst als diakens en priesters, daarna als bisschoppen. Ik wil ten volle mijn waardering uitdrukken voor de gave van uw persoon: ondanks de omvang van uw taak, die de eer ervan niet vermindert welke er mee gepaard gaat – honor, onus! – werkt u in trouw en nederigheid aan de drievoudige taak uit die de uwe is: onderrichten, besturen, heiligen, volgens de constitutie 2e Vaticaans Concilie - Constitutie
Lumen Gentium
Over de Kerk
(21 november 1964)
2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 25-28 en het decreet 2e Vaticaans Concilie - Decreet
Christus Dominus
Over het herderlijk ambt van de bisschoppen in de Kerk
(28 oktober 1965)
. Als opvolgers van de apostelen vertegenwoordigt u Christus aan het hoofd van het bisdom dat u is toevertrouwd, en u spant zich in om het portret te realiseren dat Paulus heeft getekend. U moet onophoudelijk op deze weg groeien, om steeds meer “gastvrij, deugdzaam, bezonnen, rechtvaardig, vroom, ingetogen te zijn en zich houdend aan het betrouwbare woord van het onderricht” (Tit. 1, 8-9). Het christelijke volk moet u met genegenheid en respect benaderen. De christelijke traditie heeft van bij het begin hier op aangedrongen: “Al wie met God en Jezus Christus verbonden is, is ook met de bisschop verbonden”, zei Ignatius van Antiochië. H. Ignatius van Antiochië, Brief aan de Christenen van Philadelphia, Epistula ad Philadelfiesi. 3, 2 Hij voegde er nog aan toe: “Degene die door de meester van het huis werd gezonden om het huis te beheren, moet worden ontvangen als degene die hem zond”. H. Ignatius van Antiochië, Brief aan de Efesiërs, Epistula ad Ephesios. 6, 1 Uw opdracht, vooral de geestelijke, ligt in het scheppen van de nodige voorwaarden opdat de gelovigen “door Jezus Christus met één stem een hymne voor de Vader kunnen zingenH. Ignatius van Antiochië, Brief aan de Efesiërs, Epistula ad Ephesios. 4, 2 en zo van hun leven een gave aan God kunnen maken.

U bent terecht overtuigd dat de catechese, om de smaak voor God en het begrijpen van de zin van het leven bij elke gedoopte te laten groeien, van fundamenteel belang is. De twee belangrijkste instrumenten waarover u beschikt, de Catechismus-Compendium
Catechismus van de Katholieke Kerk
(15 augustus 1997)
en de Catechismus van de bisschoppen van Frankrijk, zijn kostbare troeven. Zij brengen van het katholieke geloof een harmonieuze synthese en laten toe dat het Evangelie wordt verkondigd in echte trouw aan zijn rijkdom. De catechese is niet allereerst een zaak van methode maar van inhoud, zoals het de naam zelf zegt: het gaat om het samenvattend begrijpen (kat-echein) van het geheel van de christelijke openbaring, waardoor men met het hart en met het verstand het Woord kan begrijpen van degene die voor ons zijn leven heeft gegeven. Op die manier laat de catechese in het hart van elke mens de unieke oproep horen, welke telkens weer wordt vernieuwd: “Volg mij” (Mt. 9, 9). Een zorgvuldige voorbereiding van de catechisten zal de integrale overdracht van het geloof mogelijk maken, naar het voorbeeld van de heilige Paulus, de grootste catechist van alle tijden, naar wie we met een bijzondere bewondering opzien in dit tweede millennium van zijn geboorte. In volle apostolische zorg vermaande hij: “Er komt een tijd dat men de gezonde leer niet meer zal verdragen, maar naar zijn eigen smaak leraren om zich heen zal verzamelen die de oren strelen. En ze zullen hun oren sluiten voor de waarheid, om te luisteren naar allerlei mythen” (2 Tim. 4, 3-4). Bewust van het grote realisme in zijn voorspellingen, spant u zich in om nederig en volhardend deze aanbevelingen te beantwoorden: “Verkondig het woord, dring te pas en te onpas aan…met al het geduld dat het onderricht vereist” (2 Tim. 4, 2).

Om deze taak op efficiënte manier te realiseren, hebt u nood aan medewerkers. Om die reden verdienen de priester- en religieuze roepingen meer dan ooit te worden aangemoedigd. Ik werd ingelicht over de initiatieven die met geloof op dat vlak werden genomen, en ik houd er aan al mijn steun te bieden aan hen die geen schrik hebben om, zoals Christus, de jonge en de minder jonge mensen uit te nodigen zich in dienst van de Meester te stellen, die aanwezig is en roept. Vgl. Joh. 11, 28 Ik wil alle families, alle parochies, alle christelijke gemeenschappen en alle kerkelijke bewegingen hartelijk danken en aanmoedigen, want zij zijn de goede grond die de goede vrucht van de roepingen voorbrengen. Vgl. Mt. 13, 8 In die context wil ik niet nalaten mijn erkentelijkheid uit te drukken voor de ontelbare gebeden van de ware leerlingen van Christus en van zijn Kerk. Daaronder zijn priesters, mannelijke en vrouwelijke religieuzen, bejaarden en zieken, ook gevangenen, die tientallen jaren hun smeekbeden ten hemel hebben verheven als antwoord op het bevel van Jezus: “Vraag de eigenaar van de oogst om arbeiders in te zetten voor zijn oogst” (Mt. 9, 38). De bisschop en de geloofsgemeenschappen moeten, voor wat hen betreft, de priester- en religieuze roepingen bevorderen en aanvaarden, steunend op de genade die de heilige Geest schenkt om het noodzakelijke onderscheid te maken. Ja, dierbare broeders in het bisschopsambt, blijf roepen tot het priesterschap en het religieuze leven, net als Petrus zijn netten uitgooide op vraag van de Meester, terwijl hij de hele nacht had gevist zonder iets te vangen. Vgl. Lc. 5, 5

Men zegt nooit genoeg dat het priesterschap onmisbaar is voor de Kerk, ook in het belang van de leken. De priesters zijn een gave van God voor de wereld. De priesters kunnen hun functies niet aan de leken delegeren voor wat hun eigen zending betreft. Dierbare broeders in het bisschopsambt, ik nodig u uit bezorgd te blijven en uw priesters te helpen leven in een intieme band met Christus. Hun geestelijk leven is het fundament van hun apostolisch leven. Maan ze met zachtheid aan tot dagelijks gebed en de waardige viering van de sacramenten, vooral de Eucharistie en de verzoening, zoals Franciscus van Sales voor zijn priesters deed. Elke priester moet zich gelukkig kunnen voelen in het dienen van de Kerk. Houd niet op, in het spoor van de pastoor van Ars, een zoon van uw land en patroonheilige van alle pastoors ter wereld, te zeggen dat een mens niets groter kan doen dan het geven van het lichaam en het bloed van Christus aan de gelovigen en de zonden te vergeven. Schenk aandacht aan hun menselijke, intellectuele en geestelijke vorming en aan hun bestaansmiddelen. Probeer, ondanks de last van uw zware taak, hen regelmatig te ontmoeten en zorg er voor dat u hen als broeders en vrienden ontvangt. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 28 Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over het herderlijk ambt van de bisschoppen in de Kerk, Christus Dominus (28 okt 1965), 16 De priesters hebben nood aan uw genegenheid, aanmoediging en bezorgdheid. Wees hen nabij en heb een bijzondere aandacht voor hen die in moeilijkheden verkeren, ziek zijn of bejaard. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over het herderlijk ambt van de bisschoppen in de Kerk, Christus Dominus (28 okt 1965), 16 Vergeet niet wat ze zijn, zoals Vaticaan II zegt met een prachtige uitdrukking van de heilige Ignatius van Antiochië H. Ignatius van Antiochië
Epistula ad Magnesios
Brief aan de Magnesiërs ()
, “de geestelijke kroon van de bisschop”. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 41

De liturgie is net als het catechetische onderricht de opperste uitdrukking van het priester- en bisschopsleven. Uw opdracht om het gelovige volk te heiligen, dierbare broeders, is onmisbaar voor de groei van de Kerk. Ik heb mij verplicht gevoeld om in het Motu proprio Paus Benedictus XVI - Motu Proprio
Summorum Pontificum
Over het gebruik van de Romeinse Liturgie voorafgaand aan de hervorming van 1970
(7 juli 2007)
de voorwaarden voor de uitoefening van die taak te preciseren voor wat betreft de mogelijkheid om zowel het missaal van de zalige Johannes XXIII (1962) als dat van Paus Paulus VI (1970) te gebruiken. De vruchten van deze nieuwe schikking zijn al zichtbaar geworden en ik hoop dat de onmisbare pacificatie van de geesten groeit, dank zij God. Ik begrijp de moeilijkheden die u hebt opdat de tuniek van Christus, uit een stuk geweven, niet nog meer verscheurt. Er is niemand teveel in de Kerk. Iedereen zonder uitzondering moet zich thuis kunnen voelen en nooit als een verworpene. God, die van alle mensen houdt en geen enkele wil laten verloren gaan, geeft onze deze leidende zending, door ons tot herders van zijn schapen te maken. Wij kunnen Hem alleen maar dank zeggen voor de eer en het vertrouwen die Hij ons schenkt. Laten wij ons dus inspannen om altijd dienaren van de eenheid te zijn.

Welke andere domeinen vragen van ons een grotere aandacht ? De antwoorden kunnen verschillen van bisdom tot bisdom, maar er is zeker één probleem dat overal als heel dringend verschijnt: de situatie van het gezin. Wij weten dat het echtpaar en het gezin vandaag zware stormen meemaken. De woorden van de evangelist over het schip in de storm midden op het meer kunnen vandaag worden toegepast op het gezin: “De golven sloegen over de boot, zodat die al volliep” (Mc. 4, 37). De factoren die deze crisis veroorzaakten zijn goed bekend, en ik zal ze hier niet opsommen. Sinds meerdere tientallen jaren hebben wetten in verschillende landen de  natuur van het gezin als primordiale cel van de maatschappij afgezwakt. Vaak hebben zij zich aangepast aan de zeden en eisen van personen of particuliere groepen in plaats van het algemeen welzijn van de samenleving te bevorderen. De stabiele eenheid van een man en een vrouw, gericht op de opbouw van het menselijke geluk, dank zij de geboorte van kinderen die God hun geeft, is in de geest van sommige mensen niet meer het model waarnaar het gehuwde paar zich richt. Nochtans leert de ervaring dat de familie de sokkel is waarop heel de samenleving rust. Daarenboven weet de christen dat het gezin ook de levende cel van de Kerk is. Hoe meer het gezin is doordrongen van de geest en de waarden van het Evangelie, hoe meer de Kerk er zelf door wordt verrijkt en hoe beter ze haar roeping beantwoordt. Ik ken en moedig ook de inspanningen aan die u doet om steun te bieden aan de verschillende organisaties die werken om de gezinnen te helpen. U hebt gelijk, zelfs als het tegenstroom is, wanneer u de principes bewaart die de kracht en de grootheid van het Sacrament van het huwelijk uitmaken. De Kerk wil onwankelbaar trouw blijven aan het mandaat dat haar door haar Stichter werd gegeven, onze Meester en Heer Jezus Christus. Zij doet niets anders dan met Hem herhalen: “Wat God heeft verbonden, moet de mens niet scheiden” (Mt. 19, 6). De Kerk heeft zich die zending niet zelf toebedacht: zij heeft haar ontvangen. Natuurlijk, niemand kan het bestaan van vaak zware beproevingen ontkennen, welke sommige gezinnen soms moeten doormaken. Gezinnen in moeilijkheden moeten worden begeleid en geholpen om de grootheid van het huwelijk te begrijpen, en aangemoedigd om de wil van God en de wetten van het leven die hun zijn gegeven, niet te relativeren. Een bijzonder pijnlijke zaak is deze van gescheiden mensen die opnieuw zijn getrouwd. De Kerk kan niet tegen de wil van God ingaan en houdt sterk aan de onverbreekbaarheid van het huwelijk, terwijl ze met de grootste affectie hen omringt die om vele redenen er niet toe komen het huwelijk te respecteren. Men kan dus de initiatieven niet toelaten, welke onwettige huwelijken willen zegenen. De Apostolische Exhortatie H. Paus Johannes Paulus II - Postsynodale Apostolische Exhortatie
Familiaris Consortio
Over de taken van het christelijk gezin in de wereld van deze tijd
(22 november 1981)
heeft de mogelijke weg aangeduid, in eerbied voor de waarheid en voor de liefde.

Dierbare broeders, ik weet dat de jongeren tot de kern van uw zorgen behoort. U besteedt terecht veel tijd aan hen. Zoals u hebt kunnen vaststellen, heb ik ze pas in Paus Benedictus XVI - Toespraak
Eén in de Heilige Geest de wereld veranderen
Vigilie op Randwick Racecourse
(19 juli 2008)
ontmoet. Ik heb hun enthousiasme en hun capaciteit tot bidden gewaardeerd. Levend in een wereld die hun het hof maakt en hun laagste instincten flatteert en met een zware moeilijke erfenis die ze te dragen krijgen, bewaren ze toch hun frisheid van ziel. Ik sta voor hen in bewondering. Ik heb beroep gedaan op hun zin voor verantwoordelijkheid, door ze uit te nodigen altijd te steunen op de roeping die God hun op de dag van hun doopsel heeft gegeven. “Onze kracht ligt in datgene wat Christus van ons wil” zei kardinaal Jean-Marie Lustiger. Tijdens zijn eerste reis naar Frankrijk heeft mijn vereerde voorganger de jongeren van uw land H. Paus Johannes Paulus II - Toespraak
Vragen aan de Paus
Tot de jongeren van Frankrijk in het stadion Parc des Princes, Parijs
(1 juni 1980)
. Zijn toespraak heeft nog niets aan actualiteit ingeboet en kreeg toen een onvergetelijk vurige ontvangst. “De morele permissiviteit maakt de mens niet gelukkig” zei hij toen in het Prinsenpark, en er volgde een overweldigend applaus. Het gezond verstand dat die gezonde reactie voortbracht is niet dood. Ik bid tot de heilige Geest dat hij tot het hart spreekt van alle gelovigen en meer algemeen van al uw landgenoten, om hun de smaak te geven of opnieuw te geven, van een leven dat is geleid volgens de criteria van een waarachtig geluk.

In het Elysee heb ik eergisteren verwezen naar de typische Franse situatie die de Heilige Stoel wil respecteren. Ik ben er inderdaad van overtuigd dat de Naties nooit moeten aanvaarden iets te zien verdwijnen dat hun eigen identiteit is. In een gezin mogen de leden dezelfde vader en de zelfde moeder hebben, toch zijn het geen gelijke enkelingen, maar allemaal mensen met een eigen aard. Dat geldt ook voor de landen, zij moeten er op toezien dat hun eigen cultuur wordt bewaard en ontwikkeld, zonder zich ooit te laten opslorpen door anderen of te verdrinken in een kleurloze uniformiteit. Om het met de woorden van Paus Johannes Paulus II te zeggen: “Een natie is een grote gemeenschap van mensen, die op verschillende wijzen met elkaar verbonden zijn, maar vooral door de cultuur. De natie bestaat “door” de cultuur en “voor” de cultuur en zij is dus de grote opvoedster van de mensen, opdat zij in de gemeenschap “meer mens kunnen zijn”. H. Paus Johannes Paulus II, Toespraak, Tot de 'United Nations Educational, Scientific and Cultural Organization' (UNESCO), Parijs, De algehele menselijkheid van de mens komt tot uitdrukking in de cultuur (2 juni 1980), 14 Vanuit dit perspectief zal het evident stellen van de christelijke wortels van Frankrijk toelaten dat elk van de inwoners van het land beter begrijpt van waar hij komt en waarheen hij gaat. Bijgevolg moet men een nieuwe weg vinden, binnen het bestaande institutionele kader en met het grootste respect voor de geldende wetten, om de fundamentele waarden te interpreteren en dagelijks te beleven, waarop de identiteit van de natie werd gebouwd. Uw president verwees naar de mogelijkheid. De sociaal-politieke vooroordelen, vanuit een oud wantrouwen of zelfs vijandschap, verdwijnen beetje bij beetje. De Kerk eist de plaats van de Staat niet op. Zij wil zich ook niet aan haar gezag onttrekken. Zij is een maatschappij, gesteund op overtuigingen, die zich voor alles verantwoordelijk voelt en zich niet kan beperken tot zichzelf. Zij spreekt met vrijheid en treedt met evenveel vrijheid in dialoog, met de opbouw van een gemeenschappelijke vrijheid als enige doel. Een gezonde samenwerking tussen de politieke gemeenschap en de Kerk, gerealiseerd in geweten en in respect voor de onafhankelijkheid en de autonomie van allebei op hun eigen domein, is een dienst aan de mens, die gericht staat op zijn persoonlijke en sociale ontplooiing. Veel punten, voorlopers van andere die er volgens de noden zullen worden aan toegevoegd, werden al onderzocht en opgelost binnen de “Instantie voor dialoog tussen Kerk en Staat”. Omwille van zijn eigen zending en in naam van de Heilige Stoel maakt de apostolische nuntius deel uit van deze instantie, als geroepen om actief het leven van de Kerk te volgen in haar situatie binnen de samenleving.

Zoals u weet hebben mijn voorgangers, de zalige Johannes XXIII, gewezen nuntius in Parijs, en Paus Paulus VI secretariaten opgericht, die in 1988 de Pauselijke Raad voor de bevordering van de Eenheid onder de christenen en de Pauselijke Raad voor de dialoog onder de godsdiensten zijn geworden.Daar kwamen heel vlug de Commissie voor religieuze betrekkingen met het Jodendom en de Commissie voor religieuze betrekkingen met de Islam bij. Deze structuren zijn in zekere mate de institutionele en conciliaire erkenning van ontelbare initiatieven en eerdere realisaties. Er bestaan trouwens gelijkaardige commissies of raden in uw conferentie van bisschoppen en in uw bisdommen. Hun bestaan en hun functionering tonen het verlangen van de Kerk om vooruitgang te boeken (…) in de bilaterale dialoog. De recente algemene vergadering van de Pauselijke Raad voor interreligieuze dialoog maakte duidelijk dat de waarachtige dialoog als fundamentele voorwaarde een goede vorming en een klaar inzicht vereist van wie de dialoog wil bevorderen om langzaam vooruitgang te boeken in de ontdekking van de Waarheid. Het doel van deze oecumenische en interreligieuze dialogen, verschillend natuurlijk in hun aard en in hun uiteindelijke doel, is het zoeken en het het uitdiepen van de Waarheid. Het is dus een edele en verplichte taak voor elke mens van geloof, want Christus zelf is de Waarheid. De bouw van bruggen tussen de grote christelijke tradities en de dialoog met de andere religieuze tradities vereisen een echte inspanning om elkaar wederzijds te kennen, want de onwetendheid vernietigt meer dan ze opbouwt. Trouwens, alleen de Waarheid stelt in staat tot een waarachtige beleving van het dubbele gebod van de Liefde die de Heer ons heeft nagelaten. Natuurlijk moet men aandachtig de verschillende genomen initiatieven volgen en vaststellen welke de wederzijdse kennis en het respect bevorderen, en ook de bevordering van de dialoog, en deze vermijden die leiden naar een impasse. Goede wil alleen volstaat niet. Ik geloof dat het goed is te beginnen met het luisteren, dan over te gaan tot theologische discussies, om te eindigen bij het getuigen en de verkondiging van het geloof zelf. Vgl. Congregatie voor de Geloofsleer, Doctrinaire notitie over enige aspecten van de Evangelisering (3 dec 2007), 12 Moge de Heilige Geest u het inzicht verlenen dat elke herder moet tekenen! De heilige Paulus biedt als aanbeveling: “Keur alles, behoud het goede!” (1 Tess. 5, 21) De geglobaliseerde, multiculturele en multireligieuze maatschappij waarin wij leven, is een kans die de Heer ons geeft om de Waarheid te verkondigen en de Liefde te beoefenen, om elke mens zonder onderscheid te bereiken, zelfs over de grenzen van de zichtbare Kerk heen.

In het jaar vóór mijn verkiezing tot de Stoel van Petrus, had ik de vreugde naar uw land te komen om er de herdenkingsvieringen te leiden van de zestigste verjaardag van de Landing in Normandië. Zelden heb ik zoals toen de gehechtheid gevoeld van de zonen en dochters van Frankrijk aan het land van hun voorouders. Frankrijk vierde toen zijn tijdelijke bevrijding, aan het einde van een vreselijke oorlog die heel veel slachtoffers had gemaakt. Maar vandaag is het nodig te werken aan een waarachtige geestelijke bevrijding. De mens heeft altijd nood aan bevrijding van zijn angsten en zijn zonden. De mens moet onophoudelijk leren of opnieuw leren dat God zijn vijand niet is, maar zijn Schepper vol goedheid. De mens heeft er nood aan te weten dat zijn leven zin heeft en dat hij verwacht wordt op het einde van zijn aardse leven, om voor altijd te delen in de glorie van Christus in de hemel. Het is uw taak, de mensen die aan uw zorgen werden toevertrouwd, te leiden naar dat heerlijke doel. Aanvaard mijn bewondering en dank voor alles wat u doet om in die zin verder te gaan. Wees overtuigd van mijn dagelijks gebed voor elk van u. Geloof dat ik niet ophoud aan de Heer en aan zijn hemelse Moeder te vragen u op uw weg te leiden.

Met vreugde en ontroering vertrouw ik u, broeders in het bisschopsambt, toe aan O.L.Vrouw van Lourdes en aan de heilige Bernadette. Gods kracht heeft zich altijd ontplooid in de zwakheid. De heilige Geest heeft altijd gewassen wat bevuild was, laten drinken wat verdord was, rechtop geholpen wat vervormd was. Christus, de Verlosser, die ons tot instrumenten heeft gemaakt om zijn liefde aan de mensen te brengen, zal nooit ophouden u te laten groeien in geloof, hoop en liefde, om u de vreugde te schenken een groeiend aantal mannen en vrouwen van onze tijd naar Hem te leiden. Ik vertrouw u toe aan de kracht van de Verlosser en schenk ik u van harte mijn Apostolische Zegen.

Document

Naam: DE SMAAK VOOR GOD
Tot de Bisschoppen van Frankrijk - Aula H. Bernadette, Lourdes
Soort: Paus Benedictus XVI - Toespraak
Auteur: Paus Benedictus XVI
Datum: 14 september 2008
Copyrights: © 2008, Libreria Editrice Vaticana / nl.lourdes-france.org
Alineaverdeling en -nummering: redactie
Bewerkt: 7 november 2019

Referenties naar dit document

 
Geen documenten gevonden!
 
Geen berichten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam