• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

WIJDING VAN DE KERK VAN DE AARTSADBIJ VAN MONTE-CASSINO

Op 24 oktober 1964 is Paus Paulus VI per auto naar Monte Cassino gegaan om de door oorlogshandelingen totaal verwoeste maar inmiddels geheel wederopgebouwde Abdij van Monte Cassino in te wijden.
Wegens de zeer slechte weersomstandigheden moest van het reizen per helikopter, dat in de bedoeling had gelegen, worden afgezien.
De Paus arriveerde te 9.15 uur in de ochtend. Hij werd opgewacht, behalve door de kloostergemeenschap, door elf kardinalen en ongeveer tweehonderd bisschoppen. De Paus voltrok de voornaamste riten der kerkconsecratie waarna een plechtige H. Mis werd opgedragen.
Na de viering hield de Paus de toespraak welke hieronder in vertaling is opgenomen. Bij H. Paus Paulus VI - Apostolische Brief
Pacis Nuntius
Afkondiging van Abt Benedictus tot Patroon van geheel Europa (24 oktober 1964)
stelde Z.H. Europa onder bescherming van de H. Benedictus.
Mijne heren Kardinalen,
eerbiedwaardige medebroeders Aartsbisschoppen en Bisschoppen,
hoogeerwaarde Vader Abt van dit beroemde klooster,
hooggeachte heren burgerlijke en militaire gezagsdragers
en gij, priesters, monniken en kloosterlingen,
gij studenten die woont in dit huis,
gelovigen en pelgrims, gij allen die hierheen gekomen zijt!
Hoe zouden Wij u anders begroeten dan met de voor ons christenen zo vertrouwde groet die hier wel zijn zuiverste en meest edele vertolking ontvangt:
Pax huic domui, et omnibus habitantibus in ea!: -
Vrede zij dit huis en al zijn bewoners!
Hier vinden Wij de vrede als een kostbare, angstvalliger bewaakte schat; hier brengen Wij de vrede als het hoogste geschenk van Ons Apostolisch Ambt. Als uitdeler van de goddelijke geheimen smeken Wij in liefdevolle overvloedigheid Gods levendmakende genade, de oerbron van vrede en geluk, over u af. Hier eren Wij de vrede als het licht dat herboren is nadat de maalstroom van de oorlog de liefderijke, weldadige vlam had gedoofd.
Benedictijnse vrede
Vrede zij u, zonen van Benedictus, die deze verheven en liefderijke figuur verkozen hebt tot uw patroon.
Uw kloosters dragen zijn naam, zijn naam staat geschreven op de wand van uw cel, hij siert de wandelgangen van uw kloosterhof, maar veel meer nog is hij geprent als een zoete en toch zo krachtige wet in uw harten; gij draagt hem uit in de sierlijke bevalligheid van uw gebaren, in uw hele verschijning, bovenal in uw spiritualiteit.

Vrede zij u, gij leerlingen van deze school waar gij onderricht wordt in de dienst van God en in zuivere wetenschap. Gij ademt deze heilzame atmosfeer die alleen maar tot goede gedachten en goede verlangens kan inspireren, gij doet hier de persoonlijke ervaring op, die alle vormen van onderwijs en opvoeding in zich samenvat, dat de vrede van Christus het begin en het einde is van alle menselijke volheid omdat zij de reflex is van de gedachte van God over alles wat de mens aangaat.

Vrede aan u, gij bestuurders op wereldlijk terrein. Gij hebt de wijsheid en de moed (en voorwaar deze beiden zijn nodig om hier boven te komen!) om op deze plaats, als uit een heldere bron, de geestelijke kracht te komen putten die, hoe vreemd dit ook moge schijnen zijn verband met uw wereldlijke bezigheden, evenwel juist voor die bezigheden onmisbaar blijkt te zijn, nl. zedelijke moed, godsvertrouwen waardoor uw arbeid op hoger niveau gebracht en aan uitsluitend aardse doelstellingen ontrukt wordt, goedheid welke het motief dient te zijn van elk menselijk handelen. De hoogste synthese van dit alles wordt gevonden in het gesprek met God en in het zingen van Zijn lof.

En vrede voor u, mijn Broeders van de Heilige Kerk die vandaag met Ons deze gezegende berg beklommen hebt. Hier herleeft voor uw geest de herinnering aan vroeger, aan de eeuwenoude tradities, de monumenten van kunst en cultuur, herinneringen aan grote zielenherders, aan abten, monniken en heiligen. Gelijk een wilde bergstroom die geleidelijk uitgroeit tot een majestueuze rivier zo trekt hier de geschiedenis aan uw oog voorbij; de beschaving die geboren wordt en langzamerhand gestalte krijgt, het christendom dat moeizaam zijn weg zoekt en geleidelijk bekrachtigd wordt. Hier klopt het hart van de katholieke Kerk.
Misschien hoort ook gij in de geest de woorden die Bossuet sprak tot Mabillon, een groot benedictijn: "Je trouve dans l'histoire de votre saint ordre ce qu'il y a de plus beau dans celle de l'eglise" Bossuet: Oeuvres, XI, 107

Onjuist begrip van de vrede
Maar onder de impressies die Onze geest op dit ogenblik, in dit huis van de vrede, bestormen is er een die wel heel bijzonder naar voren komt en dat is de gedachte aan de levensschenkende kracht van de vrede. Het komt vaak voor dat de gedachte aan de vrede gekoppeld wordt aan de gedachte aan rust, beëindiging van conflicten, oplossing van geschillen, herstel van orde en regelmaat. Wij zijn gemakkelijk geneigd de vrede te zien als een toestand van inertie, van kalmte, een soort slaap, een soort van dood. En er bestaat een bepaalde psychologie, die ook tot uitdrukking komt in een bepaalde literatuur, die het leven in vredestijd beschuldigt van starheid, zelfgenoegzaamheid en gezapigheid, van onbekwaamheid en egoïsme en die juist strijd, onrust, wanorde ja zelfs zonde prijst als een stimulans tot activiteit, krachtsinspanning, vooruitgang.
Epiloog van de oorlog
Hiér evenwel zien wij hoe waarlijk levend, actief en vruchtbaar de vrede is. Hier toont zij haar vermogen tot opbouw, tot wedergeboorte, hier toont zij ons haar levendmakende kracht.

Deze muren getuigen daarvan. Het is de vrede die men heeft doen herrijzen. Zoals Wij vandaag nog niet kunnen begrijpen hoe het mogelijk was dat deze abdij, dit onvergelijkelijke monument van religieuze cultuur, van kunst en beschaving ten offer viel in een van de meest zinloze, meest wrede aanvallen van de laatste oorlog, zo is het bijna even onbegrijpelijk dat vandaag dit majestueuze gebouw weer voor Ons oprijst als ware er niets gebeurd, als ware die hele verwoesting slechts een boze droom.

Broeders, Onze ogen vullen zich met tranen van ontroering en dankbaarheid. Tengevolge van Onze werkzaamheden destijds aan de zijde van Paus Pius XII z.g. zijn Wij nauwkeurig op de hoogte van de vele pogingen die de Heilige Stoel heeft ondernomen om deze burcht, die een burcht van de geest en niet van de wapenen was, de zware smaad van de vernietiging te besparen. Naar de smekende stem van dit verheven gezag, van deze ongewapende verdediger van geloof en beschaving werd niet geluisterd. Monte Cassino werd gebombardeerd en vernietigd. Het was een van de meest bedroevende episodes van de oorlog. Wij willen Ons niet tot rechter opwerpen over hen die deze daad begingen, maar nog altijd betreuren Wij het diep dat beschaafde mensen de vermetelheid gehad hebben de graftombe van de Heilige Benedictus te maken tot het mikpunt van genadeloos geweld.

Nu Wij vandaag evenwel mogen constateren hoe de muren van deze gezegende Basiliek herrezen zijn, hoe al het puin verdwenen is en hoe het oude klooster in al zijn luister is hersteld, nu vervult een diepe vreugde Ons hart. Nu willen Wij de Heer lofprijzen.

Dit wonder heeft de vrede tot stand gebracht. Het zijn mannen van vrede die dit machtige werk verricht hebben. Op hen is waarlijk toepasselijk de zaligprijzing die hen tot kinderen Gods bestempelt. "Zalig zijn de vreedzamen", zei Jezus onze Heer "want zij zullen kinderen Gods genoemd worden" (Mt. 5, 9).

Zalig zijn de werklieden van de vrede. Gaarne willen Wij lof brengen aan allen die zich verdienstelijk gemaakt hebben voor de wederopbouw van dit grandioze monument. Onze gedachten gaan hierbij uit naar de Abt van dit klooster en al zijn medewerkers, naar de weldoeners, deskundigen, kunstenaars en naar de werklieden. Bijzondere erkentelijkheid is ook verschuldigd aan de Italiaanse regering die zowel spiritueel als materieel al het mogelijke gedaan heeft om dit werk van de vrede te laten triomferen over het werk van de vernietiging. Zo is Monte Cassino het symbool geworden van de inspanning die het Italiaanse volk verricht heeft voor de wederopbouw van zijn dierbaar land dat zo deerlijk geschonden werd van het ene uiteinde van zijn grondgebied tot het andere en dat zich thans, met Gods hulp en dank zij de bewonderenswaardige krachtsinspanning van zijn kinderen, weer heeft weten te verheffen, jonger en schoner dan ooit.

Zo willen Wij de vrede eren. Wij willen hier, op symbolische wijze, de epiloog van de oorlog spreken, moge God geven van álle oorlogen. Hier willen Wij "het zwaard omsmeden tot ploeg, de lans tot sikkel' (Jes. 2, 4). De enorme energie die gebruikt werd om te doden en te vernielen moge voortaan slechts dienen tot opbouw en tot het scheppen van nieuwe mogelijkheden om onze aarde beter bewoonbaar te maken.

En om dit te bereiken willen wij hier, vandaag, vol vergevingsgezindheid alle mensen als onze geliefde broeders aanvaarden, willen wij de mentaliteit van haat, hoogmoed en afgunst verbannen en vervangen door de oprechte wens tot en een vast vertrouwen in onderlinge samenwerking en eensgezindheid. Hier wordt de ware geest van christelijke vrede, echte vrijheid en onbevooroordeelde liefde gevormd. Moge Monte Cassino altijd een lichtend baken van heiligheid en broederlijke liefde zijn.

Religieuze leven onontbeerlijk voor Kerk en wereld
Maar, is het nu alleen de materiële wederopbouw van Monte Cassino waarop onze wensen, die, zo menen Wij, toch de zin van onze hedendaagse en toekomstige geschiedenis willen vertolken, zich richten?

Neen, zeker niet, het is de geestelijke zending van Monte Cassino welke in het stoffelijk bouwwerk de plaats en het symbool vindt om zich te concretiseren, het is de spiritualiteit van Sint Benedictus welke een zo vruchtbare voedingsbodem is voor die levensinstelling waaraan de vrede in onze wereld zo zeer behoefte heeft.

En nu, mijn broeders, zouden Wij natuurlijk een loflied kunnen aanheffen op het Benedictijnse ideaal.

Maar Wij mogen wel aannemen dat alle die hier rondom Ons zijn voldoende bekend zijn met de wijze geest welke het Benedictijnse leven bezielt en dat degenen die dit leven beoefenen ten volle de innerlijke rijkdom daarvan beseffen en de strenge en toch zo zachtmoedige kracht daarvan ervaren. Voor Onszelf is de Benedictijnse spiritualiteit vele malen het object geweest van diepgaande overpeinzingen, het lijkt Ons echter overbodig en zelfs min of meer aanmatigend thans, op deze laats over dit onderwerp te spreken; anderen zullen hierover het woord voeren, zij zullen u enkele geheimen onthullen van het leven dat hier nog altijd zo rijkelijk bloeit.

Wij willen vandaag niet uitweiden over het wezen van het monnikenleven, Wij willen getuigen van een ander feit, van dit feit n.l.: de Kerk kan ook vandaag, in onze moderne wereld deze vorm van religieus leven niet missen, de wereld van heden heeft daar nog altijd behoefte aan. Wij gaan hiervoor thans geen bewijzen aanvoeren, Onze eenvoudige bevestiging van dit feit zal voor u duidelijk genoeg spreken. Ja, voor de Kerk zowel als voor de wereld is het om verschillende maar toch in één punt samenkomende redenen nodig dat Sint Benedictus de kerkelijke en maatschappelijke samenleving verlaat om zich terug te trekken in de eenzaamheid en de stilte van waaruit de zoete klanken van zijn vredig en innig gebed tot ons komen om ons als het ware te verlokken en te roepen tot de drempel van zijn klooster, om ons daar het schouwspel te bieden van een kleine ideale gemeenschap waar de ,dienst des Heren' wordt beoefend, een communiteit, die geregeerd wordt door liefde, gehoorzaamheid en de deugd der zuiverheid, waar onthechting van aardse goederen wordt aangekweekt en, voor zover nodig, op de juiste wijze van deze aardse goederen gebruik gemaakt wordt, waar de geest prevaleert boven de stof, waar vrede heerst, in één woord: waar het Evangelie beleefd wordt. Moge Sint Benedictus hier weer terugkeren om ons te helpen ons persoonlijk leven te hervinden. Wij verlangen zo vurig naar dit persoonlijk leven. Door de ontwikkeling van het moderne leven wordt enerzijds dit hevige verlangen om onszelf te kunnen zijn opgewekt en anderzijds wordt het onmiddellijk weer verstikt, het wordt verraden op hetzelfde moment waarop men het zich bewust wordt.

Noodzaak om zichzelf te hervinden
Het is juist deze onweerstaanbare drang naar een leven waarin men werkelijk zichzelf kan zijn waaraan het Benedictijnse ideaal ook voor onze tijd zijn actualiteit ontleent.

Moge onze samenleving dit beseffen, ons dierbaar vaderland in het bijzonder, dat in vroeger tijden zo veel begrip getoond heeft voor de Benedictijnse opvatting over het streven naar menselijke en religieuze volmaaktheid en dat thans minder dan andere volken misschien, ontvankelijk is voor de roeping tot het monnikenleven. In vroeger eeuwen vluchtte de mens naar de stilte van het klooster, in navolging van Benedictus van Norcia, om zichzelf te hervinden H. Paus Gregorius de Grote, Dialogen, Dialogus. ,in superni Spectatoris oculis habitavit secum' herinnert ons de H. Gregorius de Grote, biograaf van de H. Benedictus, maar toen werd zo'n vlucht gemotiveerd door een in verval geraakte maatschappij, door morele en culturele achteruitgang van een wereld waarin de geest geen mogelijkheid meer vond tot ontwikkeling, tot ontplooiing, tot contact; de mens had een toevluchtsoord nodig waar hij kon bidden, studeren en werken waar hij zijn zekerheid, kalmte en zelfvertrouwen kon herwinnen, waar hij vriendschap en vertrouwen ontmoette.

In onze dagen is het echter niet een tekort in onze samenleving dat ons naar een wijkplaats drijft, het is integendeel een teveel. Het zijn de opgewondenheid en luidruchtigheid, de koortsachtige haast, de uiterlijkheden, de massa waardoor het innerlijk van een mens zich bedreigd voelt. Het ontbreekt hem aan de stilte die nodig is om te kunnen luisteren naar de stem in zijn binnenste, het ontbreekt hem aan orde en regelmaat, hij mist de rust voor een gebed, hij mist de vrede, hij heeft zichzelf, om zijn geestelijk geluk terug te vinden moet hij inkeren binnen de muren van het klooster van Sint Benedictus.

Het liturgisch gebed
En de mens die, levend volgens de regels van de orde, zichzelf ontdekt heeft, ontdekt weer opnieuw de Kerk.

De monnik neemt een bijzondere plaats in in het mystieke lichaam van Christus, hij vervult een hoogst waardevolle en hoogst noodzakelijke taak. Wij zeggen dit omdat Wij weten dat de orde der Benedictijnen van oudsher is, en naar Wij vertrouwen ook altijd zal blijven, de trouwe en angstvallige hoedster van de katholieke traditie, een centrum van geduldige en serieuze studies op godsdienstig terrein, een kweekplaats van heilige deugden en een leerschool en een voorbeeld voor het liturgisch gebed.

Wij weten dat gij, Benedictijnen van de gehele wereld, het liturgisch gebed altijd in hoge ere gehouden hebt en Wij hopen dat gij deze traditie in de toekomst zult voortzetten. Wij vertrouwen dat gij het liturgisch gebed zult bewaren in zijn zuiverste gedaante met de gewijde zangen in hun oorspronkelijke vorm en voor uw goddelijk officie, de traditionele taal, het edele Latijn met zijn mystieke en lyrische uitbeeldingskracht. Wij verwachten dat de zojuist gereedgekomen conciliaire constitutie 2e Vaticaans Concilie - Constitutie
Sacrosanctum Concilium
Over de heilige liturgie
(4 december 1963)
uw volledige instemming ontvangt en dat gij u met apostolische ijver zult toeleggen op de verwezenlijking daarvan. Een grote en schone taak wacht u; opnieuw verheft de Kerk u op de kandelaar opdat gij ,het huis van God' zult verlichten met het licht van de godsdienstige hernieuwing die deze constitutie in het christenvolk beoogt te bewerkstelligen. Trouw aan de eerbiedwaardige, eeuwenoude traditie, met open oog tegelijkertijd voor de godsdienstige behoeften van de nieuwe tijd, moge u nogmaals de grote verdienste verwerven de spiritualiteit van de Kerk te hebben gevoed met de levensschenkende geest van uw grote leermeester.

Binding van de kloosterling met de wereld
Wij zullen vandaag niet spreken over de functie die de kloosterling, de zichzelf geworden mens, heeft te vervullen, niet alleen ten opzichte van de Kerk - zoals Wij reeds aangaven - maar ten opzichte van de wereld, van de wereld die hij verlaten heeft maar waarmede hij toch verbonden blijft en wel door nieuwe banden die juist ontstaan zijn als gevolg van zijn vertrek uit die wereld: banden van tegenstelling, verwondering, voorbeeld, vertrouwen, vertrouwelijke gesprekken, broederlijke aanvulling.

Wij willen Ons hier bepalen tot de bevestiging dat die ,aanvulling' inderdaad bestaat en dat zij groter en belangrijker is naarmate de wereld meer behoefte heeft aan de waarden die in de kloosters behoed worden en naarmate zij deze waarden niet ziet als schatten die haar werden afgenomen maar als een kostbaar goed dat voor haar bewaard werd, dat haar wordt aangeboden en overhandigd.

Sint Benedictus en de geestelijke eenheid van Europa
Gij Benedictijnen weet dit alles uit uw eigen historie, ook de wereld weet dit wanneer zij zich maar herinneren wij wat zij alles aan u te danken heeft en wat zij nog van u te verwachten heeft.

Dit is een hoogst belangrijke realiteit die van vitale betekenis is voor onze oude maatschappij, die nog steeds levend is maar die er heden ten dage dringend behoefte aan heeft dat nieuwe krachten en nieuwe vurigheid geïnjecteerd worden in haar levensaders, in haar christelijke wortels die zij voor een groot deel te danken heeft aan de Heilige Benedictus die ze met zijn geest heeft gevoed.
Het is ook een wonderschone realiteit die verdient dat gij u met toewijding en vertrouwen daarvoor inzet. En nu denken Wij niet aan een terugkeer naar de Middeleeuwen waarin de activiteiten van Benedictijner Abdijen een overheersende rol spelen - onze samenleving, met zijn culturele, industriële, maatschappelijke en sportieve centra heeft tegenwoordig een totaal ander aspect - maar er zijn twee motieven waarom Wij altijd weer verlangen naar de beminnelijke en toch zo gestrenge tegenwoordigheid van Sint Benedictus in ons midden: dat is het geloof, dat hij en zijn orde gepredikt hebben onder de volken en in het bijzonder onder de volken die zich Europeanen noemen; en dat is de eenheid waarin deze grote monnik, deze eenling die zo'n groot gemeenschapsbesef had, ons geleerd heeft elkander te zien als broeders, dat is de eenheid waarin Europa zich in het christendom verbonden weet.

Geloof en eenheid, is er iets mooiers dat wij kunnen wensen, is er iets beters dat wij kunnen afsmeken over de gehele wereld en in het bijzonder over dat dierbare en uitverkoren deel dat Europa heet? Wat is actueler, wat is dringender, wat is moeilijker en wat wordt meer bedreigd? Wat is noodzakelijker, wat is bevorderlijker voor de vrede?

Opdat dit ideaal van de geestelijke eenheid van Europa een heilig en onaantastbaar ideaal moge zijn voor de mens van deze tijd, voor de mens die hierbij een actieve rol te vervullen heeft èn voor de mens die alleen maar kan hopen en afwachten; opdat de hulp van boven ons niet moge ontbreken; opdat dit ideaal mag worden verwezenlijkt door het nemen van wijze en gelukkige beslissingen, dáárom H. Paus Paulus VI - Apostolische Brief
Pacis Nuntius
Afkondiging van Abt Benedictus tot Patroon van geheel Europa (24 oktober 1964)
vandaag Sint Benedictus uit tot Patroon en Beschermer van Europa.

Document

Naam: WIJDING VAN DE KERK VAN DE AARTSADBIJ VAN MONTE-CASSINO
Soort: H. Paus Paulus VI - Homilie
Auteur: H. Paus Paulus VI
Datum: 24 oktober 1964
Copyrights: © 1964, Katholiek Archief 19e jrg
Nummering van onze redactie
Bewerkt: 12 november 2018

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam