• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
LUMEN GENTIUM
Over de Kerk
TWEEDE HOOFDSTUK  -  Het Volk Gods
6  -  De noodzakelijkheid van de Kerk en het volwaardig lidmaatschap

6 - De noodzakelijkheid van de Kerk en het volwaardig lidmaatschap

Op de eerste plaats richt het heilig Concilie zijn aandacht op de katholieken. Op grond van de Heilige Schrift en de Traditie leert het, dat deze Kerk, op pelgrimstocht door de wereld, noodzakelijk is voor het heil. Want de éne Christus is de Middelaar en de weg van het heil, en Hij komt bij ons tegenwoordig in zijn lichaam, de Kerk. Door uitdrukkelijk het geloof en het Doopsel als noodzakelijk te verklaren Vgl. Mc. 16, 16 Vgl. Joh. 3, 5 , heeft Hij tevens de noodzakelijkheid bevestigd van de Kerk, waarin de mensen door de deur van het doopsel binnengaan. Daarom kunnen die mensen niet gered worden, die weten dat de katholieke Kerk door God, door middel van Jezus Christus, gesticht als noodzakelijk en toch weigeren in haar binnen te gaan, of lid van haar te blijven.

Volledig lid van de Kerkgemeenschap zijn zij, die in het bezit van de Geest van Christus haar gehele ordening en al de heilsmiddelen, die zij krachtens instelling heeft, aanvaarden, en in haar zichtbaar organisme met Christus, die haar bestuurt door de paus en de bisschoppen, zijn verbonden, nl. door de banden van de geloofsbelijdenis, van de sacramenten en van het kerkelijk bestuur en de kerkelijke gemeenschap. Maar men ontvangt de redding niet, als men, hoewel lid van de Kerk, niet in de liefde volhardt en zó alleen "met het lichaam" binnen de Kerk blijft, en niet "met het hart". Vgl. H. Augustinus, De doop, De baptismo. V, 28, 39: P.L. 43, 197: "Het is duidelijk dat, als men zegt 'binnen en buiten de Kerk', dit verstaan moet worden: "in het hart, niet in het lichaam". Zie aldaar III, 19, 26: Kol. 152; V, 18, 24: Kol. 189 Vgl. H. Augustinus, In Iohannis Evangelium Tractatus. Tr. 61, 2: P.L. 35, 1800, en op meerdere plaatsen elders

Alle kinderen van de Kerk moeten echter goed onthouden, dat zij hun verheven staat niet te danken hebben aan hun eigen verdiensten, maar aan een bijzondere genade van Christus; beantwoorden zij niet hieraan in gedachten, woorden en werken, dan zullen zij een des te strenger vonnis krijgen in plaats van de redding. Vgl. Lc. 12, 48. "Van ieder, aan wie veel is gegeven, zal veel worden geëist". Vgl. Mt. 5, 19-20 Vgl. Mt. 7, 21-22 Vgl. Mt. 25, 41-46 Vgl. Jac. 2, 14

De catechumenen, die, onder de stuwing van de Heilige Geest uitdrukkelijk verlangen, in de Kerk te worden opgenomen, worden door dit verlangen zelf met haar verbonden, zoals ook de Moeder de Kerk hen reeds als haar kinderen met haar liefde en zorg omringt.

Document

Naam: LUMEN GENTIUM
Over de Kerk
Soort: 2e Vaticaans Concilie - Constitutie
Datum: 21 november 1964
Copyrights: © 1965, Ecclesia Docens nr. 0713. Uitg. Gooi & Sticht, Hilversum
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam