• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Wij hebben slechts één Middelaar, zoals de apostel zegt: "Want God is één, één is ook de middelaar tussen God en de mensen, de mens Christus Jezus, die zich gegeven heeft als losprijs voor allen" (1 Tim. 2, 5-6). Door de moederlijke functie van Maria jegens de mensen wordt dit éne middelaarschap van Christus volstrekt niet die schaduw gesteld of verkleind, integendeel de kracht ervan komt daardoor nog beter uit. Want heel de heilbrengende invloed van de heilige Maagd op de mensen vindt zijn oorsprong niet in een of andere noodzakelijkheid, maar in Gods welbehagen: hij vloeit voort uit de overvloed van Christus' verdiensten, steunt op zijn middelaarschap, is daarvan totaal afhankelijk en ontleent daaraan heel zijn werkdadigheid; en het onmiddellijk contact van de gelovigen met Christus wordt daar door volstrekt niet belemmerd, maar veeleer bevorderd.

De heilige Maagd, die tegelijk met de menswording van het goddelijk Woord van eeuwigheid voorbestemd was tot Moeder Gods, werd door het raadsbesluit van de goddelijke Voorzienigheid hier op aarde de verheven Moeder van de goddelijke Verlosser, de gezellin bij uitstek, en de nederige dienstmaagd van de Heer. Door Christus te ontvangen, ter wereld te brengen, te voeden, in de tempel aan de Vader op te dragen en door te lijden met haar zoon, stervend aan het kruis, heeft zij op heel bijzondere wijze deelgenomen aan het werk van de Verlosser, in gehoorzaamheid, geloof, hoop en vurige liefde, om het bovennatuurlijk leven van de zielen te herstellen. Hierdoor is zij voor ons de Moeder geworden in de orde van de genade.

Dit moederschap van Maria in de orde der genade duurt ononderbroken voort, vanaf haar jawoord, dat zij vol geloof bij de Boodschap gaf en waarin zij onder het kruis zonder aarzelen volhardde, tot aan de eeuwige bekroning van alle uitverkorenen. Want na haar tenhemelopneming heeft zij niet opgehouden deze heilbrengende taak uit te oefenen, maar zij blijft door haar voorspraak op allerlei wijzen de gaven van het eeuwig heil voor ons verwerven. vgl. Kleutgen, verbeterde tekst De mysterio Verbi incarnati, cap. IV: Mansi 53, 290 Vgl. H. Andreas van Kreta, In Nativitatem Beatae Mariae. sermo 4: P.G. 97, 865A Vgl. H. Germanus van Constantinopel, In Annunt. Deiparae. P.G. 98, 321BC Vgl. H. Germanus van Constantinopel, In Sanctae Dei Genetricis Dormitionem. III: col. 361D Vgl. H. Johannes Damascenus, Homilia in Dormitionem. Hom. 1, 8: P.G. 96, 712BC-713A. Met haar moederlijke liefde draagt zij zorg voor de broeders van haar Zoon, die nog op aardse pelgrimstocht zijn temidden van gevaren en lijden, totdat zij binnentreden in het gelukkige vaderland. Daarom wordt de heilige Maagd in de Kerk aangeroepen onder de titels van voorspreekster, helpster, bijstand, middelares. Vgl. Paus Leo XIII, Encycliek, Over de Rozenkrans, Adiutricem populi christiani (5 sept 1895), 1 Vgl. H. Paus Pius X, Encycliek, Over het geheim en de betekenis van de Onbevlekte Ontvangenis van Maria naar aanleiding van het 50 jarig jubileum van de dogmaverklaring, Ad Diem Illum (2 feb 1904), 15 Vgl. Paus Pius XII, Radiotoespraak, Kroning in Fatima van Maria tot "Koningin van de wereld", Bendita seja o Senhor (13 mei 1946), 10-12 Vgl. Paus Pius XI, Encycliek, Over het eerherstel aan het Heilig Hart van Jezus, Miserentissimus Redemptor (8 mei 1928), 21

Geen enkel schepsel immers kan ooit in vergelijking komen bij het mensgeworden Woord, onze Verlosser. Maar gelijk de gewijde bedienaars zowel als het gelovige volk op verschillende wijzen deel hebben aan het priesterschap van Christus, en God op verschillende wijzen zijn éne goedheid werkelijk uitstort in de schepselen, zo wordt ook door het enige middelaarschap van de Verlosser een verscheidenheid van medewerking van de schepselen, als aandeel uit de enige bron, niet uitgesloten, maar veeleer gewekt.

Deze ondergeschikte functie van Maria wordt openlijk en zonder aarzelen door de Kerk erkend, voortdurend ervaren, en aan de liefde van de gelovigen aanbevolen, opdat zij, gesteund door deze moederlijke hulp, zich inniger verenigen met de Middelaar en Verlosser.

De heilige Maagd is door de gave en de functie van het goddelijk moederschap, waardoor zij met haar Zoon, de Verlosser, is verenigd, en door haar buitengewone genaden en functies ook ten nauwste verbonden met de Kerk. Zoals reeds de heilige Ambrosius leerde, is de Moeder Gods het beeld van de Kerk, nl. in de orde van het geloof, de liefde en de volmaakte vereniging met Christus. H. Ambrosius van Milaan, Expositio Evangelii secundum Lucam. Lc. 11, 7: P.L. 15, 1555. Want in het mysterie van de Kerk, die eveneens met recht moeder en maagd wordt genoemd, is de heilige Maagd Maria voorgegaan, doordat zij op eminente en bijzondere wijze het model is van een maagd en van een moeder, Vgl. Pseudo Petrus Damianus, Sermones. 63: P.L. 144, 861AB Vgl. Godefridus Viterbiensis, In nat. B. M.. Ms. Paris, Mazarine, 1002, fol.109r Vgl. Gerhohus Reicherspergensis, De gloria et honore Filii hominis. 10: P.L. 194, 1105AB. In geloof en gehoorzaamheid immers heeft zij op aarde de Zoon zelf van de Vader voortgebracht, en wel zonder aanraking met een man, maar overschaduwd door de Heilige Geest, als de nieuwe Eva, die geloof schonk nier aan de oude slang, maar aan de afgezant van God, en dit zonder enige aarzeling. Zij baarde de Zoon, die God gesteld heeft tot de eerstgeborene onder vele broeders (Rom. 8, 29), nl. de gelovigen, aan wier geboorte en vorming zij met moederlijke liefde meewerkt.

Welnu, de Kerk, die Maria's geheimnisvolle heiligheid beschouwt, haar liefde navolgt en getrouw de wil van de Vader volbrengt, wordt door het woord Gods, dat zij in geloof aanvaardt, eveneens moeder, want door de prediking en het doopsel brengt zij de kinderen, die van Heilige Geest zijn ontvangen en uit God zijn geboren, voort tot een nieuw en onsterfelijk leven. Ook zij is maagd; zij bewaart de aan haar bruidegom beloofde trouw gaaf en zuiver, en op het voorbeeld van de Moeder van haar Heer bewaart zij maagdelijk, door de kracht van de Heilige Geest, het geloof ongerept, de hoop ongeschokt, de liefde onvervalst, H. Ambrosius van Milaan, Expositio Evangelii secundum Lucam. X, 24-25: P.L. 15, 1810 H. Augustinus, In Iohannis Evangelium Tractatus. 13, 12: P.L. 35, 499 Vgl. H. Augustinus, Sermones. 191, 2, 3: P.L. 38, 1010; enz. Vgl. H. Beda Venerabilis, In Lucae Evangelium expositio. I, cap. 2: P.L. 92, 330 Vgl. Isaac de Stella, Preken, Sermones. 51: P.L. 194, 1863A.

Terwijl de Kerk in de allerheiligste Maagd reeds de volmaaktheid heeft bereikt, waardoor zij zonder vlek of rimpel is Vgl. Ef. 5, 27 , streven de gelovigen nog ernaar de zonde te overwinnen en te groeien in heiligheid. Daarom zien zij op naar Maria, die als een toonbeeld van deugden schittert voor heel de gemeenschap van de uitverkorenen. Door met liefde aan haar te denken en haar te beschouwen in het licht van het mensgeworden Woord, dringt de Kerk vol eerbied dieper door in het allerhoogste geheim van de menswording en maakt zij zich steeds meer gelijkvormig aan haar Bruidegom. Want wanneer Maria, die zo diepgaand heeft deelgenomen aan de geschiedenis van het heil en daardoor de grootste leerstukken van het geloof als het ware in zich verenigd en weerspiegelt, wordt gepredikt en vereerd, dan brengt zij de gelovigen tot haar Zoon en diens offer en tot de liefde van de Vader. De Kerk van haar kant, die de glorie van Christus nastreeft, wordt meer gelijk aan haar verheven Beeld door voortdurend toe te nemen in geloof, hoop en liefde en door in alles de goddelijke wil te zoeken en te vervullen. Daarom houdt de Kerk ook bij haar apostolaat terecht de blik gericht op haar, die Christus ter wereld bracht, Christus, die daarom juist werd ontvangen van de Heilige Geest en geboren uit de Maagd om door middel van de Kerk ook in harten van de gelovigen geboren te worden en te groeien. Maagd is in haar leven een voorbeeld geworden van die broederlijke liefde, waarmee allen bezield moeten zijn, die in de apostolische zending van de Kerk meewerken aan de wedergeboorte van de mensen.

Document

Naam: LUMEN GENTIUM
Over de Kerk
Soort: 2e Vaticaans Concilie - Constitutie
Datum: 21 november 1964
Copyrights: © 1965, Ecclesia Docens nr. 0713. Uitg. Gooi & Sticht, Hilversum
Bewerkt: 18 juni 2018

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam