• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

"God is liefde; wie in de liefde blijft, blijft in God en God blijft in hem" (1 Joh. 4, 16). God nu heeft zijn liefde in ons hart uitgestort door de Heilige Geest, die ons werd geschonken Vgl. Rom. 5, 5 daarom is de eerste en allernoodzakelijkste gave de liefde, waarmee wij God liefhebben boven alles en onze naaste omwille van God. Wil echtere liefde als een goed zaad in de ziel ontkiemen en vrucht dragen, dan moet iedere gelovige graag het woord Gods aanhoren en met behulp van Gods genade zijn wil volbrengen, dikwijls de Sacramenten ontvangen, vooral de Eucharistie, en de heilige handelingen meevieren, zich met volharding toeleggen op het gebed, de zelfverloochening, op actief hulpbetoon aan zijn broeders en op de beoefening van alle deugden. De liefde immers, die de band der volmaaktheid en de vervulling van de wet is Vgl. Kol. 3, 14 Vgl. Rom. 13, 10 , geeft aan alle middelen tot heiliging de juiste richting, de juiste vorm en de voltooiing, Vgl. H. Augustinus, Enchiridion ad Laurentium de fide et spe et caritate. 121, 32: P.L. 40, 288 Vgl. H. Thomas van Aquino, Summa Theologiae. II-II, q. 184, a. 1 Vgl. Paus Pius XII, Apostolische Exhortatie, Aan geheel de geestelijkheid in vrede de na te streven heiligheid van het priesterlijk leven, Menti Nostrae (23 sept 1950), 8-9 Derhalve is de liefde tot God en tot de naaste het kenmerk van de ware leerling van Christus.

Gelijk Jezus, de Zoon van God, zijn liefde getoond heeft door zijn leven voor ons te geven, zo heeft niemand groter liefde dan hij, die zijn leven geeft voor Hem en zijn broeders Vgl. 1 Joh. 3, 16 Vgl. Joh. 15, 13 . Reeds vanaf de oudste tijden werden meerdere christenen geroepen tot dit hoogste liefdesgetuigenis tegenover alle mensen, vooral tegenover de vervolgers, en altijd zullen Christenen daartoe geroepen worden. Daarom wordt het martelaarschap, waardoor de leerling gelijkenis krijgt met de Meester, die vrijwillig de dood aanvaardde voor het heil van de wereld, en aan Hem gelijkvormig wordt door het vergieten van zijn bloed, door de Kerk beschouwd als een sublieme gave en als het grootste bewijs van liefde. Al valt dit maar aan enkelen te beurt, toch moeten allen bereid zijn, Christus voor de mensen te belijden en Hem bij de vervolgingen, die aan de Kerk nooit zullen ontbreken, te volgen op de weg van het kruis.

De heiligheid van de Kerk wordt ook op bijzondere wijze gevoed door de verschillende evangelische raden, die de Heer aan zijn leerlingen ter beoefening voorhoudt. Voor de raden in het algemeen zie: Vgl. Origenes van Alexandrië, Commentaria in Romanum. X, 14: P.G. 14, 1275B Vgl. H. Augustinus, Over de heilige maagdelijkheid, De sancta Virginitate. 15, 15: P.L. 40, 403 H. Thomas van Aquino, Summa Theologiae. I-II, q. 100, a. 2C (in fine) H. Thomas van Aquino, Summa Theologiae. II-II, q. 44, a. 4, ad 3 Onder deze neemt een speciale plaats in de kostbare genadegave, die de Vader aan sommigen schenkt Vgl. Mt. 19, 11 Vgl. 1 Kor. 7, 7 , de genade nl. waardoor zij zich in de maagdelijkheid of in het celibaat gemakkelijker met een onverdeeld hart Vgl. 1 Kor. 7, 32-34 aan God alleen wegschenken, Zie voor het verhevene van de maagdelijkheid: Vgl. Tertullianus, De exhort. Castitatis. 10: PL 2, 925C Vgl. H. Cyprianus van Carthago, De habitu Virginum. 3 en 22: P.L. 4, 443B en 461A v. Vgl. H. Athanasius van Alexandrië, De Virginitate. PG 28, 252 vv. Vgl. H. Johannes Chrysostomos, De Virginitate. P.G. 48, 533vv. Deze volmaakte onthouding om wille van het Koninkrijk der hemelen heeft in de Kerk altijd hoog in ere gestaan als een teken van liefde en een stimulans tot liefde en als een bijzondere bron geestelijke vruchtbaarheid in de wereld.

De Kerk houdt ook de vermaning voor ogen van de apostel, die bij zijn aansporing tot liefde de gevolgen opwekt om onder elkaar de gezondheid te hebben van Christus Jezus die "zichzelf heeft ontleding door het bestaan van een dienstknecht op zich te nemen ..... gehoorzaam geworden tot de dood" (Fil. 2, 7-8), en die om onzentwil "Arm is geworden, terwijl Hij rijk was" (2 Kor. 8, 9), wel de leerlingen van Christus altijd zijn liefde en nederigheid moeten navolgen en daarvan getuigen, is het toch voor onze Moeder de Kerk een vreugde, dat zij onder haar leden vele mannen en vrouwen telt, die de Verlosser in zijn zelfontlediging meer van nabij volgen en hiervan een sprekender bewijs geven door met de vrijheid van de kinderen Gods de armoede op zich te nemen en aan hun eigen wil te verzakken: zij stellen zich nl. in zake de volmaaktheid omwille van God onder de wil van een mens meer dan strikt is voorgeschreven om zo vollediger gelijkvormig te worden aan Christus in al zijn gehoorzaamheid, De voornaamste teksten uit de H. Schrift en de Vaders met betrekking tot de geestelijke armoede en gehoorzaamheid vindt men in de Relatio, pag. 152-153.

Alle gelovigen dus zijn geroepen en gehouden tot het nastreven van de heiligheid en van de volmaaktheid in hun eigen levensstaat. Alle moeten daarom hun verlangens op de juiste wijze regelen om niet door het omgaan met dingen van deze wereld en door gehechtheid aan de rijkdom, tegen de geest van de evangelische armoede in, belemmerd te worden in hun opgang naar volmaakte liefde, overeenkomstig het woord van de apostel: Zij die met aardse omgaan, moeten zich er niet aan hechten; want de wereld, die wij zien gaat voorbij Vgl. 1 Kor. 7, 31. Grieks Voor de praktische beoefening van de evangelische raden, waartoe niet allen verplicht zijn: Vgl. H. Johannes Chrysostomos, Preek over het Evangelie volgens Mattheüs, In Matthaeum Homilia. 7, 7: PG 57, 81v. Vgl. H. Ambrosius van Milaan, De Vidius. 4, 23: PL 16, 241v.

De evangelische raden van God gewijde zuiverheid, van armoede en gehoorzaamheid, zoals die gebaseerd zijn op de woorden en de voorbeelden van de Heer, en door de apostelen de vaders, de leraars en herders van de Kerk van haar Heer heeft ontvangen en die zij met genade altijd bewaart. Het gezag van de Kerk heeft onder de leiding van de Heilige Geest de juiste interpretatie gegeven van deze raden, de beoefening hiervan geregeld en er ook de vaste levensvormen voor opgesteld. Zo zijn, als een boom, die door god geplant is en zich op de akker des Heren wonderbaar en wijd heeft vertakt, allerlei vormen gegroeid van een leven in eenzaamheid of in communiteit, en allerlei gemeenschappen, die steeds krachtiger bijdragen tot de vooruitgang van haar leden en tot het welzijn van heel het mystieke lichaam. Van Christus, vgl. Rosweyde, Vitae Patrum, Antwerpiae, 1628. Apophtegmata Patrum; PG 65. Palladius, Historia Lausiaca: PG 34, 995ss.; ed. Butler, Cambridge 1898 (1904) Vgl. Paus Pius XI, Apostolische Constitutie, Vaststellen van de gewijzigde statuten van de Kartuizers, Umbratilem (8 juli 1924). A.A.S 16 (1924) 286-87 Vgl. Paus Pius XII, Toespraak, Tot de deelnemers aan het achtste congres van de Wereldvereniging van Medici "Sodalitas medicorum universalis", Nous sommes - Over de grondslagen van de medische moraal (30 sept 1954), 5. Deze gemeenschappen immers gegeven aan haar leden de steun van de grotere stabiliteit in levenswijze, van een beproefde spiritualiteit, van broederlijke samenwerking voor de zaak van Christus en van vrijheid, gesterkt door gehoorzaamheid. Op deze wijze kunnen zij hun publiek aanvaarde religieuze staat zekerder beleven en er trouw en aan vasthouden om blijmoedig voort te gaan op de weg van liefde, H. Paus Paulus VI, Toespraak, Tot vertegenwoordigers van Generale Kapittels van religieuze orden en congregaties, Magno gaudio (23 mei 1964). A.A.S. 56 (1964) 566

Gelet op de goddelijke hiërarchische structuur van de Kerk, mag men deze staat niet beschouwen als staande tussen die van de geestelijken en die van de leken; maar uit beide groepen worden bepaalde gelovigen door god geroepen om in het leven van de Kerk een bijzondere gave te ontvangen en ieder op zijn wijze haar heilbrengende zending te bevorderen. Vgl. Wetboek, Codex Iuris Canonici (1917) (27 mei 1917), 487-488. 4º Vgl. Paus Pius XII, Toespraak, Tot generaal oversten van orden, congregaties en seculiere instituten in Rome gevestigd, Annus Sacer (8 dec 1950), 7 Vgl. Paus Pius XII, Apostolische Constitutie, Over seculiere instituten, Provida Mater Ecclesia (2 feb 1947), 14-24

Door de geloften of andere heilige banden, die krachtens hun aard als gelijkwaardig beschouwd worden met geloften, waardoor de gelovige zich verplicht tot de genoemde drie evangelistische raden, schenkt hij zich volledig weg aan God, zijn hoogste liefde, zodat hij op een nieuwe en bijzondere titel toegewijd is aan de dienst en de eer van God, H. Paus Paulus VI, Toespraak, Tot de Romeinse Curie, Quali Siano (21 sept 1963). A.A.S. 56 (1964) 567. Door het doopsel is hij reeds gestorven aan de zonde en aan God toegeheiligd; maar om uit de doopsgenade overvloediger vruchten te kunnen trekken wil hij zich, door de kerk officieel de evangelische raden op zich te nemen, vrij maken van eventuele beletselen voor de vurigheid van liefde en voor volmaaktheid van de goddelijke eredienst en bindt zich nauwer aan de dienst van God, H. Paus Paulus VI, Toespraak, Tot de Romeinse Curie, Quali Siano (21 sept 1963). A.A.S. 56 (1964) 567. Deze toewijding zal des te volmaakter zijn naarmate die banden hechter en sterker zijn en zo een volmaaktere uitbeelding vormen van de onverbreekbare band tussen Christus en zijn Bruid de Kerk.

Omdat nu de evangelische raden door de liefde, waartoe ze voeren, Vgl. H. Thomas van Aquino, Summa Theologiae. II-II, q. 184, a. 3 en q. 188, a. 2 Vgl. H. Bonaventura, Opuscula ordinis minorum de observantia. XI, Apologia Pauperum, c. 3, 3. Ed. Opera, Quaracchi t. 8, 1898, p. 245a, de beoefenaars ervan op bijzondere wijze verbinden met de Kerk en haar geheim, moet het geestelijk leven van deze mensen ook in dienst staan van de gehele Kerk. Vandaar hun plicht om, ieder naar vermogen en volgens zijn eigen roeping, hetzij door hun gebed hetzij ook door hun activiteit te werken voor de vestiging en versterking van Christus' Koninkrijk in de harten en voor de uitbreiding ervan over heel de wereld. Daarom beschermt en bevordert de Kerk ook het eigen karakter van de verschillende religieuze instituten.

De beleving van de publieke staat van de evangelische raden is derhalve voor alle leden van de Kerk een teken, dat een krachtige aansporing kan en moet zijn om de plichten van hun christelijke roeping met volharding te vervullen. Want omdat het volk Gods hier geen blijvende woonplaats heeft, maar op zoek is naar de toekomstige, daarom doet de religieuze staat, die zijn leden meer bevrijdt van de aardse zorgen, voor alle gelovigen ook duidelijker uitkomen, dat de hemelse goederen reeds in deze wereld aanwezig zijn; hij legt een markanter getuigenis af van een nieuw en eeuwig leven, als vrucht van Christus' verlossing, en wijst sterker heen naar de toekomstige verrijzenis en de glorie van het hemels Koninkrijk. Verder is deze staat een meer uitgesproken navolging en in de Kerk een voortdurend beeld van de levenswijze, die de Zoon van God aannam, toen Hij in de wereld kwam om de wil van Zijn Vader te volbrengen, en die Hij aan de leerlingen, die Hem volgden, voorhield. Hij toont tenslotte, dat het Koninkrijk Gods ver uitgaat boven al het aardse, en laat op bijzondere wijze de fundamentele verhoudingen zien van dit Rijk; en hij bewijst ook voor alle mensen de alles beheersende grootheid van de macht van Christus de Heer, en de oneindige kracht van de Heilige Geest die zo wonderbaar werkzaam is in de Kerk. Al heeft deze staat van de evangelische raden geen betrekking op de hiërarchische structuur van de Kerk, toch behoort hij onafscheidelijk tot het leven en de heiligheid van de Kerk.

Document

Naam: LUMEN GENTIUM
Over de Kerk
Soort: 2e Vaticaans Concilie - Constitutie
Datum: 21 november 1964
Copyrights: © 1965, Ecclesia Docens nr. 0713. Uitg. Gooi & Sticht, Hilversum
Bewerkt: 10 september 2020

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam