• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

De Heer Jezus, die goddelijke Leraar en het Toonbeeld van alle volmaaktheid, heeft al zijn leerlingen zonder uitzondering, van iedere staat of stand, die heiligheid van leven voorgehouden. Waarvan Hijzelf de grondslag en de voleinding is: " Weest dus volmaakt, zoals uw Vader in de hemel volmaakt is" (Mt. 5, 48) Vgl. Origenes van Alexandrië, Commentaria in Romanum. 7, 7: P.G. 14, 1122B Pseudo Macarius, De Oratione. 11: P.G. 34, 861AB Vgl. H. Thomas van Aquino, Summa Theologiae. II-II, q. 184, a. 3 Want over allen heeft Hij de Heilige Geest gezonden, die hen innerlijk moet aanzetten om God lief te hebben met geheel hun hart, geheel hun ziel, geheel hun verstand en geheel hun kracht Vgl. Mc. 12, 30 , en om elkaar lief te hebben, zoals Christus hun heeft liefgehad Vgl. Joh. 13, 34 Vgl. Joh. 15, 12 . Christus volgelingen, door God geroepen en in de Heer Jezus gerechtvaardigd niet op grond van werken maar volgens Gods raadsbesluit en genade, zijn door het doopsel van het geloof waarlijk kinderen Gods geworden en deelachtig aan de goddelijke natuur, en daarom werkelijk heilig. Bijgevolg moeten zij de ontvangen heiligheid met Gods hulp in de praktijk van hun leven bewaren en vervolmaken. De apostel vermaant hen te leven "zoals heiligen betaamt" (Ef. 5, 13), en zich te bekleden "als Gods heilige en geliefde uitverkorenen, met tedere ontferming, goedheid, deemoed, zachtheid en geduld" (Kol. 3, 12), en de vruchten van de Geest voort te brengen tot heiliging. Vgl. Gal. 5, 22 Vgl. Rom. 6, 22 Omdat wij allen echter op vele punten misdoen Vgl. Jac. 3, 2 , hebben wij opnieuw behoefte aan Gods barmhartigheid en moeten wij dagelijks bidden: "En vergeef ons onze schuld" (Mt. 6, 12) Vgl. H. Augustinus, Nalezingen, Retractationes. II, 18: P.L. 32, 637v. Paus Pius XII, Encycliek, Over het mystieke lichaam van Christus en over de vereniging die wij daarin bezitten met Christus, Mystici Corporis Christi (29 juni 1943), 75

Het is dus voor iedereen duidelijk, dat alle gelovigen van iedere staat of stand geroepen zijn tot de volheid van het christelijk leven en tot de volmaaktheid van de liefde Vgl. Paus Pius XI, Encycliek, Over het Christelijk huwelijk, met inachtneming der in gezin en maatschappij heersende toestanden, noden, dwalingen en misbruiken, Casti Connubii (31 dec 1930), 28-29 Vgl. Paus Pius XI, Encycliek, Over de H. Franciscus van Sales, Rerum Omnium Pertubationem (26 jan 1923) Vgl. Paus Pius XII, Apostolische Constitutie, Over seculiere instituten, Provida Mater Ecclesia (2 feb 1947), 3-4 Vgl. Paus Pius XII, Toespraak, Tot generaal oversten van orden, congregaties en seculiere instituten in Rome gevestigd, Annus Sacer (8 dec 1950), 6 Vgl. Paus Pius XII, Toespraak, Nel darvi (1 juli 1956), 3-6 en door deze heiligheid wordt ook de burgerlijke maatschappij meer menselijk in haar manier van leven. De gelovigen moeten deze volmaaktheid trachten te verwezenlijken met behulp van de krachten, die zij naar de maat van Christus' gave hebben ontvangen, om zo zijn voorbeeld te volgen, gelijkvormig te worden aan zijn beeld, de wil van de Vader in alles te volbrengen en zich met heel hun hart in te zetten voor de eer van God en de dienst van de naaste.

Hierdoor zal de heiligheid van het volk Gods rijke vruchten opleveren, zoals in de geschiedenis van de Kerk duidelijk blijkt uit het leven van zoveel heiligen.

De Kerk waartoe wij allen geroepen worden in Christus Jezus en waarin wij door Gods genade tot de heiligheid komen, zal slechts haar voltooiing bereiken in de hemelse heerlijkheid, wanneer de tijd komt van het herstel van alle dingen, Vgl. Hand. 3, 21 , en wanneer met het menselijk geslacht ook heel de wereld, die nauw met de mens is verbonden en door de mens tot haar einddoel geraakt, volmaakt hersteld zal worden in Christus Vgl. Ef. 1, 10 Vgl. Kol. 1, 20 Vgl. 2 Pt. 3, 10-13

Toen Christus van de aarde was omhooggeheven heeft Hij allen tot zich getrokken, Vgl. Joh. 12, 32. Grieks , en toen Hij van de doden was verrezen, Vgl. Rom. 6, 9 , heeft Hij zijn levendmakende Geest uitgestort over zijn leerlingen en door Hem zijn lichaam, de Kerk, gemaakt tot het universeel heilssacrament. Gezeten aan de rechterhand van de Vader is voortdurend werkzaam in de wereld om de mensen tot de Kerk te brengen, hen door de Kerk nauwer met zich te verbinden en hen door het voedsel van zijn eigen Lichaam en Bloed deelachtig te maken aan zijn verheerlijkte leven .Het herstel dus, dat ons beloofd is en dat wij verwachten, is reeds begonnen in Christus, wordt doorgezet bij de zending van de Heilige Geest en blijft door Hem verder gaan in de Kerk, waarin wij door het geloof worden onderricht ook omtrent de zin van ons aardse leven terwijl wij het werk, dat de Vader ons in de wereld heeft opgedragen, volbrengen met de hoop op de toekomstige goederen en zo werken aan ons heil, Vgl. Fil. 2, 12 .

Zo is het einde der tijden reeds tot ons gekomen, Vgl. 1 Kor. 10, 11 en de vernieuwing van de wereld is onherroepelijk vastgelegd en wordt in deze tijd op reële wijze geanticipeerd: want de Kerk is reeds op aarde gesierd met een echte, zij het dan onvolmaakte, heiligheid. Maar zolang de nieuwe hemelen en de nieuwe aarde, waar gerechtigheid zal wonen, Vgl. 2 Pt. 3, 13 , er nog niet zijn draagt de kerk op haar aardse pelgrimstocht in haar sacramenten en instellingen, die tot deze tijd behoren de voorbijgaande gedaante van deze wereld, en maakt zij ook deel uit van de schepping, die zucht en barensweeën lijdt altijd door en met vurig verlangen uitziet naar het ogenblik dat, de heerlijkheid van de kinderen Gods openbaar zal worden. Vgl. Rom. 8, 19-22

Verbonden met Christus in de Kerk en getekend door de Heilige Geest, "die het handgeld is van onze erfenis" (Ef. 1, 14), worden wij dus in waarheid kinderen van God genoemd en zijn wij het ook Vgl. 1 Joh. 3, 1 . Maar wij zijn nog niet met Christus verschenen in de heerlijkheid Vgl. Kol. 3, 4 , waarin wij gelijk zullen zijn aan God, omdat wij Hem zullen zien, zoals Hij is Vgl. 1 Joh. 3, 2 , "Zolang wij derhalve leven in het lichaam, zijn wij ver van de Heer" (2 Kor. 5, 6), en terwijl wij reeds de eerstelingen van de Geest bezitten, verzuchten wij over ons eigen lot Vgl. Rom. 8, 23 en verlangen wij met Christus te zijn. Vgl. Fil. 1, 23 Maar diezelfde liefde dringt ons om meer te leven voor Hem, die ter wille van ons is gestorven en verrezen. Vgl. 2 Kor. 5, 15 Het is daarom ons streven, in alles aan de Heer te behagen Vgl. 2 Kor. 5, 9 , en wij leggen de wapenrusting Gods aan om te kunnen stand houden tegen de listen van de duivel en weerstand te kunnen bieden op de boze dag. Vgl. Ef. 6, 11-13 Omdat wij echter dag noch uur kennen, moeten wij, volgens de vermaning van de Heer, voortdurend waakzaam zijn om, na het voleinden van onze enige aardse levensloop Vgl. Hebr. 9, 27 , met Hem te mogen binnentreden om bruiloft te vieren en te mogen behoren tot de gezegenden Vgl. Mt. 25, 31-46 en niet, als slechte en luie dienaars Vgl. Mt. 25, 26 , verwezen te worden naar het eeuwige vuur Vgl. Mt. 25, 41 , naar de duisternis daarbuiten, waar "geween zal zijn en tandengeknars" (Mt. 22, 13)(Mt. 25, 30). Want, voordat wij met de verheerlijkte Christus mogen heersen, zullen wij allen verschijnen "voor Christus' rechterstoel, opdat ieder het loon ontvangt voor wat hij in dit leven heeft gedaan, goed of kwaad" (2 Kor. 5, 10) ; en bij het einde van de wereld "zullen zij, die het goede deden, te voorschijn treden tot de opstanding ten oordeel" (Joh. 5, 29) Vgl. Mt. 25, 46 . In de overtuiging dus, dat "het lijden van deze tijd niet opweegt tegen de heerlijkheid, waarvan ons de openbaring te wachten staat" (Rom. 8, 18) Vgl. 2 Tim. 2, 11-12 , zien wij " sterk door het geloof, uit naar "de zalige hoop en de heerlijke Verschijning van onze grote God en Heiland, Christus Jezus" (Tit. 2, 13), die "ons armzalig lichaam zal herscheppen om het gelijkvormig te maken aan zijn verheerlijkte lichaam" (Fil. 3, 21) en die zal komen "om verheerlijkt te worden onder zijn heiligen en gevierd onder al de gelovigen" (2 Tess. 1, 10).

Zolang daarom de Heer niet is gekomen in zijn heerlijkheid, vergezeld van alle engelen Vgl. Mt. 25, 31 , en zolang de dood nog niet vernietigd en alles nog niet aan Hem is onderworpen Vgl. 1 Kor. 15, 26-27 , zijn sommigen van zijn leerlingen op hun aardse pelgrimstocht, en worden anderen, die uit dit leven zijn heengegaan, gelouterd; weer anderen genieten de heerlijkheid en zien "in volle klaarheid de drie-éne God, zoals Hij is". Concilie van Florence, Bul, Sessio VI - 6e Zitting: Over de eenheid met de Grieken, Laetentur caeli - Decretum pro Graecis (6 juli 1439), 6. DS 698 (DH 1305) Maar allen zijn wij, hoewel in verschillende graad en op verschillende wijze, één met elkaar in dezelfde liefde tot God en de naaste, en zingen hetzelfde lied van lof voor onze God. Want allen, die Christus toebehoren en zijn Geest bezitten, vormen tezamen één Kerk en zijn met elkaar één in Hem Vgl. Ef. 4, 16 . De verbondenheid van hen, die nog op aarde leven, met hun broeders, die in vrede van Christus zijn ontslapen, wordt dus volstrekt niet opgeheven; ze wordt zelfs volgens het eeuwenoud geloof van de Kerk versterkt door de mededeling van geestelijke goederen. Naast de oudere documenten tegen iedere vorm van het oproepen van geesten, vanaf Alexander IV (27 september 1258) Vgl. Heilig Officie, De magnetismi abusu (4 aug 1856). A.S.S. (1856) 177-178. DS 1653-1654 (DH 2823-2825) Vgl. Heilig Officie, Responsionem (24 apr 1917). A.A.S. 9 (1917) 268, DS 2128 (DH 3642) De zaligen in de hemel immers bevestigen en versterken, op grond van hun inniger vereniging met Christus, de gehele Kerk in de heiligheid, veredelen de eredienst, die zij hier op aarde aan God brengt, en dragen op velerlei wijzen bij tot haar bredere geestelijke uitbouw. Vgl. 1 Kor. 12, 12-27 . Vgl. Paus Pius XII, Encycliek, Over het mystieke lichaam van Christus en over de vereniging die wij daarin bezitten met Christus, Mystici Corporis Christi (29 juni 1943), 15.16. Men zie hier de synthetische uiteenzetting van deze leer van Paulus Omdat zij zijn binnengegaan in het vaderland en hun intrek hebben genomen bij de Heer Vgl. 2 Kor. 5, 8 , blijven zij voortdurend door Hem, met Hem en in Hem bij de Vader voor ons ten beste bespreken. Vgl. H. Augustinus, Enarrationes in Psalmos. 85, 24: PL 37, 1099 Vgl. H. Hieronymus, Contra Vigilantium. 6: P.P. 23, 344 Vgl. H. Thomas van Aquino, In libros Sententiarum. IV, d. 45, q. 3, a. 2 Vgl. H. Bonaventura, In libros Sententiarum Zij bieden Hem de verdiensten aan, die door de éne Middelaar tussen God en de mensen, Christus Jezus Vgl. 1 Tim. 2, 5 , op aarde hebben verkregen, door de Heer in alles te dienen en door datgene, wat aan de kwellingen van Christus ontbreekt, in hun vlees aan te vullen ten bate van zijn Lichaam, dat de Kerk is. Vgl. Kol. 1, 24 Vgl. Paus Pius XII, Encycliek, Over het mystieke lichaam van Christus en over de vereniging die wij daarin bezitten met Christus, Mystici Corporis Christi (29 juni 1943), 107 Zo schenken zij door hun broederlijke zorg aan onze zwakheid een machtige steun.

In het vaste geloof aan deze gemeenschap van geheel het mystieke Lichaam van Jezus Christus, heeft de Kerk op aarde vanaf de oudste tijden van het christendom de gedachtenis van de overledenen met grote piëteit in ere gehouden, Zie de verschillende inscripties in de catacomben van Rome, en, "omdat het een heilige en vrome gedachte is, voor de overledenen te bidden, opdat zij van hun zonden worden verlost" 2 Makk. 12, 46|Vulgaat, heeft zij ook voor hen haar voorbede aan God opgedragen. Verder heeft de Kerk altijd geloofd, dat de apostelen en martelaren van Christus, die door het vergieten van hun bloed, het hoogste getuigenis van geloof en liefde hadden gegeven, in Christus nauwer met ons zijn verbonden. Zij heeft hen, samen met de heilige Maagd Maria en de heilige engelen, met bijzondere liefde vereerd, Vgl. Paus Gelasius I, Decretalis De libris recipiendis, 4.5. 3: P.L. 59, 160; DS 165 (DH 353), en godvruchtig de hulp van hun voorspraak ingeroepen. Naast dezen werden al spoedig ook anderen vereerd, die de maagdelijkheid en armoede van Christus meer uitdrukkelijk hadden nagevolgd, Vgl. H. Methodius van Olympus, Symposion. VII, 3: G.C.S. (Bonwetsch), 74, en tenslotte al degenen, die men, vanwege hun schitterende beoefening van de christelijke deugden, Vgl. Congregatie voor de Riten, Decretum approbationis virtutum in causa beatificationis et canonizationis Servi Dei Ioannis Nepomuceni Neumann (3 dec 1921) verschillende toespraken van Pius XII over Heiligen: Inviti all'eroismo. Discorsi t. I-III, Romae 1941-1942, passim; Paus Pius XII, Discorsi e Radiomessaggi, t. 10, 1949, p. 37-43, en vanwege hun rijkdom aan goddelijke gaven, de gelovigen voorhield ter verering en ter navolging. Vgl. Paus Gregorius XIII, Bul, Over kalenderhervorming, Inter Gravissimas (24 feb 1582), 164

Want het beschouwen van het leven van Christus' trouwe volgelingen ons een nieuwe prikkel om de toekomstige Stad te zoeken Vgl. Hebr. 13, 14 Vgl. Hebr. 11, 10 , en tevens vinden wij daarin een zeer veilige weg om temidden van de wisselvalligheden van deze wereld, ieder volgens zijn eigen staat en stand, de volmaakte vereniging met Christus, de heiligheid, te kunnen bereiken. Vgl. Sir. 44-50 Vgl. Paus Gregorius XIII, Bul, Over kalenderhervorming, Inter Gravissimas (24 feb 1582), 165 In het leven van hen, die, ofschoon mensen zoals wij, toch tot een volmaakter beeld van Christus worden herschapen Vgl. 2 Kor. 3, 18 , toont God aan de mensen op sprekende wijze zijn aanwezigheid en zijn gelaat. In hen spreekt Hijzelf tot ons en geeft Hij ons een teken van zijn Koninkrijk, Vgl. 1e Vaticaans Concilie, 3e Zitting - Dogmatische Constitutie over het Katholieke Geloof, Dei Filius (24 apr 1870), 15, dat ons krachtig aantrekt, nu wij ons omringd zien van zulk een wolk van getuigen Vgl. Hebr. 12, 1 en de waarheid van het Evangelie zo klaar bevestigd vinden.

Wij vieren echter de gedachtenis van de heiligen niet om hun voorbeeld alleen, maar nog meer, opdat de eenheid van de gehele Kerk in de Geest versterkt mag worden door de beoefening van de broederlijke liefde. Vgl. Ef. 4, 1-6 Want gelijk de verbondenheid tussen de christenen op aarde ons dichter tot Christus brengt, zo verenigt de gemeenschap met de heiligen ons met Christus, die, als de Bron en het Hoofd, de oorsprong is van alle genade en van het leven van Gods volk zelf, Vgl. Paus Pius XII, Encycliek, Over het mystieke lichaam van Christus en over de vereniging die wij daarin bezitten met Christus, Mystici Corporis Christi (29 juni 1943), 50. Het is dus onze plicht deze vrienden en mede-erfgenamen van Jezus Christus, broeders en grote weldoeners van ons, lief te hebben, voor hen aan God de verschuldigde dank te brengen, Voor de dankbaarheid ten opzichte van de heiligen, vgl. E. Diehl, Inscripiones latinae veteres, I, Berlijn, 1925, nn. 200, 2382 et passim, "hen aan te roepen en onze toevlucht te nemen tot hun voorspraak en hun machtige hulp om van God genaden te verkrijgen door zijn Zoon Jezus Christus, onze Heer en onze énige Verlosser en Redder". Concilie van Trente, 25e Zitting - Decreet over de verering van relikwieën van heiligen en over de afbeeldingen van heiligen, Sessio XXV - De invocatione, veneratione et reliquiis Sanctorum et sacris imaginibus (3 dec 1563), 1 Want elk waarachtig bewijs van liefde, dat wij aan de heiligen geven, is uiteraard gericht op Christus als doel en eindpunt, op Christus, "de kroon van alle heiligen", Romeins Brevier, Invitatorium op het feest van Allerheiligen., en door Hem op God, die wonderbaar is in zijn heiligen en in hen wordt verheerlijkt. Vgl. 2 Tess. 1, 10

Onze eenheid met de hemelse Kerk wordt op de edelste wijze verwezenlijkt, wanneer wij, vooral in de heilige liturgie, waar de kracht van de Heilige Geest over ons werkzaam wordt door de sacramentele tekenen, in gezamenlijke blijdschap, de lof vieren van de goddelijke majesteit, 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de heilige liturgie, Sacrosanctum Concilium (4 dec 1963), 104, en wij allen, door Christus' Bloed vrijgekocht uit elke stam en taal en volk en natie Vgl. Openb. 5, 9 en in één Kerk bijeengebracht, in één groot loflied de Drie-ene God verheerlijken. Door de viering van het eucharistisch offer verenigen wij ons dus op de volmaakste wijze met de eredienst van de hemelse Kerk, waarbij wij met haar in gemeenschap treden en de gedachtenis vieren ellereerst van de glorierijke Maria, altijd Maagd, alsook van de heilige Jozef, de heilige apostelen en martelaren en alle heiligen, Canon van de H. Mis

Dit eerbiedwaardig geloof van onze voorvaderen omtrent het levend contact met onze broeders, die reeds de hemelse glorie bezitten of na hun dood nog een loutering ondergaan, wordt door onze heilige Synode met grote eerbied aanvaard, en zij vernieuwt de besluiten van het Tweede concilie van Nicea 2e Concilie van Nicea, 7e Zitting - De definitie aangaande heilige afbeeldingen, Sessio VII - Definitio de sacris imaginibus (13 okt 787). DS 302 (DH 600), Florence Concilie van Florence, Bul, Sessio VI - 6e Zitting: Over de eenheid met de Grieken, Laetentur caeli - Decretum pro Graecis (6 juli 1439), 5. DS 693 (DH 1304) en Trente Concilie van Trente, 25e Zitting - Decreet over de verering van relikwieën van heiligen en over de afbeeldingen van heiligen, Sessio XXV - De invocatione, veneratione et reliquiis Sanctorum et sacris imaginibus (3 dec 1563), 1-5 Concilie van Trente, 25e Zitting - Decreet over het vagevuur, Sessio XXV - Decretum de purgatorio (3 dec 1563) Tevens echter willen wij, overeenkomstig haar pastorale bewogenheid, allen, wie het aangaat, aansporen om eventueel binnengeslopen misbruiken, overdrijvingen of tekorten, met alle ijver te weren of te corrigeren, en alles te herstellen tot grotere eer van Christus en van God. Zij moeten derhalve de gelovigen leren, dat de ware heiligenverering niet zozeer bestaat in een veelheid van uiterlijke handelingen, als wel in de intensiteit van onze werkzame liefde, die ons bij de heiligen doet zoeken: "In hun levenswandel, ons voorbeeld; in de gemeenschap met hen ons deel hebben met hen; in hun voorspraak onze steun", Uit de Prefatie, die in sommige bisdommen is toegestaan, tot groter welzijn van onszelf en van de Kerk. Van de andere kant moeten zij de gelovigen er op wijzen, dat onze omgang met de heiligen, mits gezien in het volle licht van het geloof, niet in het minst afbreuk doet aan de aanbidding, die men brengt aan God de Vader door Christus in de Geest, maar hiervoor integendeel een grote verrijking betekent. Vgl. H. Petrus Canisius, Catechismus Maior seu Summa Doctrinae christianae. cap III (ed. crit. F. Streicher, Pars I, p. 15-16, n. 44, et p. 100-101, n. 49)

Want, wanneer wij allen, die Gods kinderen zijn en één gezin vormen in Christus Vgl. Hebr. 3, 6 , één zijn met elkaar in onderlinge liefde en in de gezamenlijke lofprijzing van de allerheiligste Drie-eenheid beantwoorden wij aan de diepste roeping van de kerk, en hebben wij door een voorsmaak deel aan liturgie van de voltooide heerlijkheid. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de heilige liturgie, Sacrosanctum Concilium (4 dec 1963), 8. Wanneer immers Christus zal verschijnen en de glorievolle verrijzenis van de doden zal plaats hebben, dan zal de luister van god de hemelse Stad verlichten en het Lam haar lichtende lamp zijn. Vgl. Openb. 21, 24 Dan zal heel de Kerk der heiligen in het hoogste liefdegeluk God en "het Lam, dat geslacht werd" (Openb. 5, 12), aanbidden en het eenstemmig uitjubelen: "Aan Hem die gezeten is op de troon, en aan het Lam zij de lof en de eer en de roem en de kracht in de eeuwen der eeuwen" (Openb. 5, 13-14).

Document

Naam: LUMEN GENTIUM
Over de Kerk
Soort: 2e Vaticaans Concilie - Constitutie
Datum: 21 november 1964
Copyrights: © 1965, Ecclesia Docens nr. 0713. Uitg. Gooi & Sticht, Hilversum
Bewerkt: 26 juli 2021

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam