• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Het heilige volk God deelt ook in de profetische zending van Christus, doordat het zijn levend getuigenis verbreidt, vooral door een leven van geloof en liefde, en doordat het aan God een offerande van lof opdraagt, de vrucht van de lippen, die zijn naam prijzen Vgl. Hebr. 13, 15 . De gemeenschap als geheel van de gelovigen, die een zalving van de Heilige Geest hebben ontvangen Vgl. Joh. 2, 20.27 , kan niet dwalen in het geloof; en zij manifesteert dit bijzondere kenmerk door middel van de bovennatuurlijke geloofsintuïtie van geheel het volk, wanneer dit "vanaf de bisschoppen tot aan de eenvoudigste gelovigen" Vgl. H. Augustinus, De voorbestemming der heiligen, De praedestinatione sanctorum. 14, 27: P.L. 44, 980. zijn universele eensgezindheid uitdrukt in zaken van geloof en zeden. Want door deze geloofszin, gewekt en in stand gehouden door de Geest van de waarheid, blijft het volk Gods onder de leiding van het heilige leerambt, waarvan het in trouwe volgzaamheid het woord aanvaardt, niet als een woord van mensen, maar werkelijk als het woord van God Vgl. 1 Tess. 2, 13 , onwankelbaar trouw aan het geloof, dat eens voor al aan de heiligen werd overgeleverd Vgl. Judas 3 , dringt met een juist inzicht er dieper in door, en brengt het steeds volmaakter in praktijk.

Bovendien heiligt, leidt en vervolmaakt dezelfde Heilige Geest het volk Gods niet alleen door de sacramenten en de bedieningen; maar, zijn gaven "aan ieder uitdelend, zoals Hij het wil" (1 Kor. 12, 11), schenkt Hij aan de gelovigen van iedere rang ook speciale genaden, waardoor Hij hun de geschiktheid en de bereidheid geeft om allerlei werken of taken op zich te nemen voor de vernieuwing en bredere uitbouw van de Kerk, volgens het woord: "Aan ieder wordt de openbaring van de Geest meegedeeld tot welzijn van allen" (1 Kor. 12, 7). Deze charismata, zowel de meest schitterende als de meer eenvoudige en meer algemene, die volledig zijn afgestemd op de noden van de Kerk en daarin voorzien, moeten met dankbaarheid en als een bemoediging worden aanvaard. Naar buitengewone gaven echter mag men niet zo maar verlangen, en men mag daarvan niet lichtvaardig vruchten van apostolaat verwachten; het oordeel evenwel over de echtheid en het juiste gebruik ervan komt toe aan de leiders van de Kerk, die in het bijzonder de taak hebben, de Geest niet uit te blussen, maar alles te keuren en het goede te behouden Vgl. 1 Tess. 5, 12.19-21 .

Onder de voornaamste functies van de bisschoppen neemt de prediking van het Evangelie een bijzondere plaats in. Vgl. Concilie van Trente, Sessio V - De reformationis. c. 2, n. 9 Vgl. Concilie van Trente, 14e Zitting - De leer over het Sacrament van de Biecht, Sessio XIV - Doctrina de sacramento poenitentiae (25 nov 1551), 31 De bisschoppen immers zijn de herauten van het geloof, die nieuwe leerlingen tot Christus brengen; zij zijn de officiële leraars, met Christus' gezag bekleed, die aan het hun toevertrouwde volk het geloof verkondigen, dat door dit volk moet worden aanvaard en beleefd. Zij verklaren dit geloof onder het licht van de Heilige Geest waarbij zij uit de schat van de openbaring nieuw en oud te voorschijn halen Vgl. Mt. 13, 52 ; zij brengen het tot wasdom en vrijwaren het met zorg voor de dwalingen, die hun kudde bedreigen. Vgl. 2 Tim. 4, 1-4 Als de bisschoppen in gemeenschap met de paus optreden als leraars, hebben zij als getuigen van de goddelijke en katholieke waarheid recht op de eerbied van allen; en de gelovigen moeten de uitspraak van hun bisschop over geloof en zeden, in naam van Christus gedaan, aanvaarden en er eerbiedig mee instemmen. Deze eerbiedige instemming van wil en verstand moet men op bijzondere wijze geven aan het authentieke leerambt van de paus, ook wanneer hij niet ex cathedra spreekt. Men moet nl. zijn opperste leerambt eerbiedig erkennen en zijn uitspraken oprecht aanvaarden overeenkomstig zijn duidelijk gemanifesteerde bedoeling en wil, die vooral spreekt uit de aard van de documenten, het telkens opnieuw voorhouden van dezelfde leer of uit de formulering.

De afzonderlijke bisschoppen bezitten weliswaar niet het privilege der onfeilbaarheid; wanneer zij echter, ook al zijn zij verspreid over heel de wereld, maar

  • in gemeenschap leven met elkaar en met de opvolger van Petrus,
  • een officiële leer geven over geloof en zeden en
  • hierbij gezamenlijk komen
  • tot één definitief te aanvaarden uitspraak,

dan verkondigen zij op onfeilbare wijze de leer van Christus. Vgl. 1e Vaticaans Concilie, 3e Zitting - Dogmatische Constitutie over het Katholieke Geloof, Dei Filius (24 apr 1870), 13. Zie de noot bij schema I De Ecclesia (ontleend aan S. Rob. Bellarminus): Mansi 51, 579C; en ook het omgewerkte schema van Const. II De Ecclesia Christi met de commentaar van Kleutgen: Mansi 53, 313AB Z. Paus Pius IX, Brief, Onderwerping aan het Leergezag van de Kerk - Aan de Aartsbisschop van München-Freising, Tuas libenter (21 dec 1863), 5 Dit is nog duidelijker het geval, wanneer zij, in een oecumenische concilie bijeen, voor geheel de Kerk optreden als leraars en rechters van geloof en zeden; dan moet men aan hun uitspraken de instemming geven van het geloof. Vgl. Wetboek, Codex Iuris Canonici (1917) (27 mei 1917), 1322-1323

Deze onfeilbaarheid, waarmee de Kerk door de gave van de goddelijke Verlosser is uitgerust bij het definiëren van een leer over geloof of zeden, strekt zich even ver uit als de schat van de goddelijke openbaring, die ongerept moet worden bewaard en naar waarheid moet worden verklaard. Deze onfeilbaarheid bezit de paus, het hoofd van het college van bisschoppen, krachtens zijn ambt, wanneer hij als opperste herder en leraar van alle gelovigen, die zijn broeders versterkt in het geloof Vgl. Lc. 22, 32 , een leer omtrent geloof of zeden door een definitieve akt proclameert. 1e Vaticaans Concilie, 4e Zitting - Dogmatische Constitutie over de Kerk van Christus, Pastor Aeternus (18 juli 1870), 25 Daarom worden zijn definitieve uitspraken terecht onveranderlijk genoemd uit zichzelf en niet krachtens de instemming van de Kerk, omdat ze zijn geschied onder de bijstand van de Heilige Geest, die hem in de persoon van de heilige Petrus is beloofd, en dientengevolge geen goedkeuring van anderen nodig hebben en geen enkel appèl op een ander oordeel toelaten. Want dan doet de paus geen uitspraak als privaat persoon, maar verklaart of verdedigt hij als opperste leraar van de universele Kerk, die op bijzondere wijze is begiftigd met het onfeilbaarheids-charisma van de Kerk zelf, de leer van het katholieke geloof vgl. Commentaar van Gasser op Conc. Vat. I: Mansi 52, 1213AC. De aan de Kerk beloofde onfeilbaarheid bezit ook het college van bisschoppen, wanneer het met de opvolger van Petrus het hoogste leerambt uitoefent. Aan deze definitieve uitspraken kan de instemming van de Kerk nooit ontbreken vanwege de werking van dezelfde Heilige Geest, die de gehele kudde van Christus bewaart in de eenheid van het geloof en haar daarin doet groeien vgl. Commentaar van Gasser op Conc. Vat. I: Mansi 52, 1214A

Wanneer nu de paus of het college van bisschoppen samen met hem een definitieve uitspraak doet, doen zij deze in overeenstemming met de openbaring zelf, waaraan allen moeten vasthouden en waarnaar zij zich moeten richten. Deze openbaring wordt schriftelijk of langs de weg van de traditie onveranderd doorgegeven de rechtmatige successie van de bisschoppen en vooral door de paus zelf; en ze wordt onder de voorlichting van de Geest der waarheid in de Kerk ongerept bewaard en naar waarheid verklaard vgl. Commentaar van Gasser op Conc. Vat. I: Mansi 52, 1215CD, 1216-1217A Voor een goede bestudering en een juiste weergave van de openbaring zetten paus en bisschoppen, overeenkomstig hun ambt en het belang van de zaak, zich volledig in met gebruikmaking van de geschikte middelen vgl. Commentaar van Gasser op Conc. Vat. I: Mansi 52, 1213 ; zij ontvangen echter geen nieuwe officiële openbaring als behorend tot de goddelijke schat van het geloof. 1e Vaticaans Concilie, 4e Zitting - Dogmatische Constitutie over de Kerk van Christus, Pastor Aeternus (18 juli 1870), 21

Document

Naam: LUMEN GENTIUM
Over de Kerk
Soort: 2e Vaticaans Concilie - Constitutie
Datum: 21 november 1964
Copyrights: © 1965, Ecclesia Docens nr. 0713. Uitg. Gooi & Sticht, Hilversum
Bewerkt: 26 juli 2021

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam