• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Het heilig en organisch karakter van deze priesterlijke gemeenschap wordt gerealiseerd door de Sacramenten en de deugden.

  • De gelovigen worden door het Doopsel in de Kerk opgenomen en door het merkteken bestemd tot de uitoefening van de christelijke eredienst. Door de wedergeboorte kinderen Gods geworden, hebben zij de plicht, het geloof, dat zij door de Kerk van God hebben ontvangen, voor de mensen te belijden. Vgl. H. Thomas van Aquino, Summa Theologiae. III, q. 63, a. 2.
  • Door het Sacrament van het Vormsel krijgen zij een nog sterkere band met de Kerk, ontvangen zij een bijzondere kracht van de Heilige Geest en zijn daardoor nog meer gehouden om, als getuigen van Christus, door woord en daad het geloof te verbreiden en te verdedigen. Vgl. H. Cyrillus van Jeruzalem, Doopcatechese, Catechesi Battesimale. 17, De Spiritu Sancto, II, 35-37: P.G. 33, 1009-1012 Vgl. H. Nicolas Cabasilas, Leven in Christus, De vita in Christo. lib. III, de utilitate chrismatis: P.G. 150, 569-580 Vgl. H. Thomas van Aquino, Summa Theologiae. III, q. 65, a. 3 en q. 72, a. 1, en 5.
  • Door deel te nemen aan het Eucharistisch Offer, bron en hoogtepunt van heel het christelijk leven, dragen zij het goddelijk Slachtoffer en met dit offer ook zichzelf, aan God op. Vgl. Paus Pius XII, Encycliek, Over de Heilige Liturgie, Mediator Dei et hominum (20 nov 1947), 79-80 Zo vervullen zij door het offeren en door de Heilige Communie allen een eigen functie bij de liturgische handeling; niet allen dus op de zelfde wijze, maar elk op zijn eigen manier. Gevoed met het lichaam van Christus bij de eucharistische viering, vormen zij een concrete uitdrukking van de eenheid van het volk Gods, die door dit verheven Sacrament wordt verzinnebeeld en zo wonderbaar wordt bewerkt.
  • Door het Sacrament van Boetvaardigheid ontvangen zij van Gods barmhartigheid vergiffenis voor de belediging, Hem aangedaan, en worden zij tevens verzoend met de Kerk, waaraan zij door hun zonde een wonde hadden toegebracht en die door haar liefde, voorbeeld en gebeden werkt voor hun bekering.
  • Door de heilige Ziekenzalving en het gebed van de priesters worden de zieken door heel de Kerk aan de lijdende en verheerlijkte Heer aanbevolen, opdat Hij hen moge verlichten en redden Vgl. Jac. 5, 14-16 . De Kerk spoort zelfs aan om bereidwillig te delen in het lijden en de dood van Christus Vgl. Rom. 8, 17 Vgl. Kol. 1, 24 Vgl. 2 Tim. 2, 11-12 Vgl. 1 Pt. 4, 13 tot welzijn van het volk Gods.
  • En degenen onder de gelovigen, die de heilige Wijding ontvangen, krijgen van Christuswege de opdracht om de Kerk te weiden door het woord en de genade van God.
  • Door het Sacrament van het Huwelijk ten slotte zijn de christen-echtgenoten een beeld van het geheim van eenheid en vruchtbare liefde tussen Christus en de Kerk en delen zij daarin Vgl. Ef. 5, 32. . Door de kracht van dit Sacrament heiligen zij elkaar in hun leven als gehuwden en in het aanvaarden en opvoeden van de kinderen; en zo hebben zij in hun levensstaat hun eigen gave te midden van het volk Gods Vgl. 1 Kor. 7, 7 . Vgl. 1 Kor. 7, 7. "Ieder heeft van God zijn eigen gave ontvangen, de een deze, de ander die" Vgl. H. Augustinus, De gave van volharding, De dono perseuerantiae liber ad Prosperum et Hilarium secundus. 14, 37: P.L. 45, 1015v: "Niet alleen de onthouding is een gave Gods, maar ook de kuisheid van de gehuwden". Want uit dit huwelijk komt het gezin voort, dat aan de menselijke samenleving nieuwe burgers schenkt, die door de genade van de Heilige Geest, door het doopsel, kinderen Gods worden, om het volk Gods door de eeuwen heen te doen voortleven. In deze "Kerk" van het gezin moeten de ouders door woord en voorbeeld de eerste geloofsverkondigers zijn voor hun kinderen, en zij moeten de eigen roeping van ieder kind bevorderen en met bijzondere zorg de priester- of kloosterroeping.

Uitgerust met zoveel heilzame middelen worden alle gelovigen van iedere staat en stand, elk volgens zijn eigen weg, door de Heer geroepen, om volmaakt en heilig te zijn, zoals de Vader zelf volmaakt is.

Omdat de eeuwige Hogepriester Christus Jezus ook door de leken zijn eigen getuigenis en zijn eigen dienstwerk wil voortzetten, bezielt Hij hen met zijn geest en stimuleert Hij hen voortdurend tot ieder goed en volmaakt werk.

Want hen, die Hij nauw verbindt met zijn leven en zending, doet Hij ook delen in zijn priesterlijke taak voor de uitoefening van de geestelijke eredienst, tot eer van God en tot heil van de mensen. Vandaar, dat de leken, als zijnde toegewijd aan Christus en gezalfd door de Heilige Geest, zo wonderbaar worden geroepen en gevormd om steeds overvloediger vruchten van de Geest voort te brengen. Al hun werken immers, gebeden en apostolische initiatieven, hun huwelijks- en gezinsleven, hun dagelijkse arbeid, hun geestelijke en lichamelijke ontspanning, mits dit alles geleid wordt door de Geest, en zelfs de moeilijkheden van het leven, mits men die geduldig draagt, worden geestelijke offers, die welgevallig zijn aan God door Jezus Christus Vgl. 1 Pt. 2, 5 , en die bij de viering van de Eucharistie godvruchtig aan de Vader worden opgedragen samen met het offer van het Lichaam des Heren. Zo wijden ook de leken de wereld zelf aan God toe door Hem overal hun aanbidding te brengen in heiligheid van leven.

Christus, de grote Profeet, die door het getuigenis van zijn leven en door de kracht van zijn woord het Koninkrijk van de Vader heeft verkondigd, zet zijn profetische zending voort tot aan de volle openbaring van zijn heerlijkheid en dit niet alleen door de hiërarchie, die in zijn naam en op zijn gezag lerend optreedt, maar ook door de leken, die Hij daarom maakt tot zijn getuigen en toerust met de geest van geloof en de gave van het woord Vgl. Hand. 2, 17-18 Vgl. Openb. 19, 10 , om zo de kracht van het Evangelie te doen uitstralen in het dagelijkse leven, het gezinsleven en het maatschappelijke leven. Zij tonen zich kinderen der belofte, als zij, sterk in het geloof en in de hoop, het rechte ogenblik goed besteden Vgl. Ef. 5, 16 Vgl. Kol. 4, 5 en standvastig uitzien naar de toekomstige heerlijkheid (Rom. 8, 25). Deze hoop mogen zij niet in hun binnenste verborgen houden, maar zij moeten haar, door een voortdurende omvorming en door hun strijd "tegen de wereldbeheersers van deze duisternis, tegen de boze geesten" (Ef. 6, 12), uitdragen ook in de structuren van het wereldlijk leven.

Gelijk de sacramenten van de nieuwe Wet, waardoor het leven en het apostolaat van de gelovigen wordt gevoed, de voorafbeelding zijn van een nieuwe hemel en een nieuwe aarde (Openb. 21, 1), zo zijn de leken de krachtige herauten van het geloof in hetgeen wij hopen Vgl. Hebr. 11, 1 , als zij de belijdenis van het geloof moedig weten te verenigen met een leven uit het geloof. Deze Evangelieprediking, de verkondiging van de boodschap van Christus door het getuigenis van het leven en door het woord, krijgt een karakteristieke noot en een bijzondere uitwerking, door het feit, dat deze prediking geschiedt in het alledaagse leven van de wereld.

Bij deze taak is van grote waarde de levensstaat, die geheiligd wordt door een bijzonder sacrament, nl. de staat van het huwelijks- en gezinsleven. Daar vindt men een uitstekende oefenschool voor het lekenapostolaat, omdat daar de christelijke godsdienst heel het leven doordringt en het steeds meer veredelt. Daar hebben de echtgenoten de heel eigen roeping om voor elkaar en voor hun kinderen de getuigen te zijn van het geloof en van de liefde van Christus. Het christelijk gezin verkondigt luid de reeds aanwezige kracht van het Koninkrijk Gods en tevens de hoop op het gelukzalig leven. Zo is het door zijn voorbeeld en getuigenis een veroordeling van de zondige wereld en vormt het een licht voor hen, die de waarheid zoeken.

Daarom kunnen en moeten de leken, ook wanneer zij in beslag genomen worden door aardse zorgen, een waardevolle activiteit ontplooien voor de verkondiging van het Evangelie in de wereld. Sommigen van hen vervangen naar best vermogen de priesters, waar dezen ontbreken of vanwege een vervolgingsregime niet kunnen werken, in bepaalde godsdienstige functies. Velen van hen wijden al hun krachten aan het apostolaat. Maar allen zonder uitzondering moeten meewerken aan de uitbreiding en de groei van Christus' Koninkrijk in de wereld. Daarom moeten de leken zich ijverig toeleggen op een diepere kennis van de geopenbaarde waarheid en God vurig bidden om de gave van wijsheid.

Allen beoefenen in de verscheidenheid van levensvormen en levenstaken een en dezelfde heiligheid, allen die zich laten leiden door de Geest van God, gehoorzamen aan de stem van de Vader, God de Vader in geest en waarheid aanbidden en Christus volgen in zijn armoede, nederigheid en kruis, om deelachtig te mogen worden aan zijn heerlijkheid, Iedereen moet volgens zijn eigen gaven en plichten zonder aarzelen voortaan op de weg van het levend geloof, dat de hoop ontsteekt en werkzaam is door de liefde.

A. De bisschoppen

Op de eerste plaats moeten de herders van Christus' kudde naar het voorbeeld van de eeuwige Hogepriester, de Herder en Behoeder van onze zielen, hun ministerie uitoefenen met heiligheid en geestdrift, met nederigheid en sterkte. Doen zij dit, dan zal hun ministerie ook voor hen een machtig middel zijn tot heiliging. Door hun uitverkiezing tot de volheid van het priesterschap is hun de sacramentele genade geschonken om door gebed, het opdragen van het offer en door de prediking hun ambt van herderlijke liefde volmaakt te kunnen uitoefenen in alle vormen van hun bisschoppelijke zorg en dienstbetoon! Vgl. H. Thomas van Aquino, Summa Theologiae. II-II, q. 184, a. 5 en 6 Vgl. H. Thomas van Aquino, De perf. Vitae spirit.. c. 18 Vgl. Origenes van Alexandrië, In Jes. Hom.. 6, 1: P.G. 13, 239 Deze genade schenkt hun de bereidheid, hun leven te geven voor de schapen, en helpt hen om, als een model voor de kudde Vgl. 1 Pt. 5, 3 , de Kerk ook door hun voorbeeld tot een steeds grotere heiligheid te brengen.

B. De priesters

De priesters moeten evenals de bisschoppen, wier geestelijke kroon zij vormen Vgl. H. Ignatius van Antiochië, Brief aan de Magnesiërs, Epistula ad Magnesios. 13, 1: ed. Funk, I, p. 241, delend in de genade van hun ambt door Christus, de eeuwige en enige Middelaar, door de dagelijkse uitoefening van hun bediening groeien in de liefde tot God en de naaste; zij moeten de onderlinge verbondenheid als priesters bewaren, uitmunten door een rijk geestelijk leven en voor allen een levend getuigenis zijn van God Vgl. H. Paus Pius X, Apostolische Exhortatie, Over de heiligheid van de priesters, Haerent animo - Ad Clerum (4 aug 1908), 5-10 Vgl. Wetboek, Codex Iuris Canonici (1917) (27 mei 1917), 124 Vgl. Wetboek, Codex van het Canonieke recht, Codex Iuris Canonici (25 jan 1983), 276 Vgl. Paus Pius XI, Encycliek, Over het Katholieke priesterschap, Ad Catholici Sacerdotii fastigium (20 dec 1935), 36-45, in navolging van al de priesters, die in de loop van de eeuwen een schitterend model van heiligheid waren door hun vaak nederig en verbogen dienstbetoon. Hun room leeft voort in de Kerk van waar zij hun eigen gelovigen en voor heel het volk Gods krachtens hun ambt bidden en het offer opdragen beseffend wat zij doen en navolgend wat zij voltrekken Ceremonieel van de priesterwijding, bij de begin-aansporing, daar mogen de zorgen de gevaren en de mogelijkheden van het apostolaat voor hun geen beletsel vormen, maar moet veeleer de weg zijn naar hogere heiligheid, waarbij hun activiteit voedsel en steun moet vinden in een rijkdom van innerlijk leven. Zo zullen ze een vreugde zijn voor heel de Kerk van God. Alle Priesters en vooral zij dij krachtens de bijzondere titel van hun wijding diocesane Priester worden genoemd, moet goed voor ogen houden, hoezeer een trouwe verbondenheid en een edelmoedige samen werken met hun bisschop bijdraagt tot hun heiliging.

C. De lagere geestelijken en de lekenapostelen

In de zending en de genade van het bisschopsambt delen ook op bijzondere wijze de bedienaars van lagere rang, vooral de diakens. Zij wijden hun dienst aan de mysteries van Christus en de Kerk. Vgl. H. Ignatius van Antiochië, Brief aan de Christenen van Trallia, Epistula ad Trallianos. 2, 3: ed. Funk, 1, p. 244., en moeten zich daarom rein houden van al wat slecht is, God behagen, en zich beijveren al het goede te doen ten overslaan van de mensen Vgl. 1 Tim. 3, 8-10.12-13 . De clerici die door God zijn geroepen en voor Hem zijn afgezonderd, en zich onder de waakzame zorg van de bisschoppen voorbereiden op het heilige dienstwerk, hebben de plicht hun geest en hart af te stemmen op hun verheven uitverkiezing door volhouden te zijn in het gebed, vurig in de liefde en bedacht op al wat waar, wat rechtvaardig is en lof verdient, heel hun handelen richtend op glorie en de eer van God. Dan zin er nog de door God uitverkoren leden, die door de bisschoppen worden geroepen om zich geheel te wijden aan het apostolaat en met veel vruchten arbeiden op de akker van de Heer. Vgl. Paus Pius XII, Toespraak, Sous la maternelle protection (9 dec 1957), 9-11

D. De gehuwden, ongehuwden, de arbeiders

De Christelijke echtgenoten en ouders moeten volgens hun eigen staat met trouwe liefde gedurende heel hun aardse bestaan elkaar steunen in het genadeleven: zij moten de kinderen, die God hun schenkt, met liefde aanvaarden en hun de christelijke leer en de evangelische deugen bijbrengen. Hierdoor geven zij aan allen de, vestigen zij een boodschap van liefde en zijn zij de getuigen van de vruchtbaarheid van onze Moeder de Kerk, en werken zij mee aan deze vruchtbaarheid. Dit alles als een manifestatie van en deel hebben aan die liefde waarmee Christus zijn Bruid heeft liefgehad en zich voor haar heeft overgeleverd. Paus Pius XI, Encycliek, Over het Christelijk huwelijk, met inachtneming der in gezin en maatschappij heersende toestanden, noden, dwalingen en misbruiken, Casti Connubii (31 dec 1930), 28-31 Vgl. H. Johannes Chrysostomos, Preken over de Brief aan de Efeziërs, In epistulam ad Ephesios. 20, 2: P.G. 62, 136 vv. Ditzelfde voorbeeld wordt op een andere manier gegeven door de weduwen en de ongehuwden: Ook zij kunnen zeer veel bijdragen tot de heiligheid en activiteit in de Kerk. De arbeiders, die vaak zulk een zware arbeid hebben, moeten door hun menselijk werken zichzelf vervolmaken, hun medeburgers behulpzaam zijn en heel de samenleving en de schepping veredelen. Ook moeten zij Christus, die handenarbeid heeft willen verrichten en steeds met de Vader werkzaam is aan het heil van alle mensen, navolgen in daadwerkelijke liefde, met blijde hoop en elkaars lasten dragend. Zo moeten zij juist door hun dagelijkse arbeid groeien in heiligheid en apostolische geest

E. De lijdenden en vervolgden

Degenen, die gebukt gaan onder armoede, zwakte, ziekte en allerlei moeilijkheden, moeten zich bewust zijn van hun bijzondere verbondenheid met Christus, die geleden heeft voor het heil van de wereld. Dit geldt ook voor hen, die vervolgd worden om de gerechtigheid en die door de Heer in het Evangelie zalig zijn geprezen. Hen zal "de God van alle genade, die ons in Christus tot zijn eeuwige heerlijkheid heeft geroepen, na een kortstondig lijden herstellen en bevestigen, sterken en grondvesten" (1 Pt. 5, 10).

Alle gelovigen zullen dus steeds meer worden geheiligd in en door hun levensstaat, hun werkzaamheden en levensomstandigheden, indien zij alle met geloof aanvaarden uit de hand van de hemelse Vader en meewerken met Gods wil, doordat zij de liefde, waarmee God de wereld heeft liefgehad, aan allen manifesteren in hun aardse dienstbetoon.

Document

Naam: LUMEN GENTIUM
Over de Kerk
Soort: 2e Vaticaans Concilie - Constitutie
Datum: 21 november 1964
Copyrights: © 1965, Ecclesia Docens nr. 0713. Uitg. Gooi & Sticht, Hilversum
Bewerkt: 2 oktober 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam