• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Dat is het oude en onafgebroken standhoudende geloof der Kerk, dat bovendien door een plechtige uitspraak op de kerkvergaderingen van Florence en van Trente is gedefinieerd, en eindelijk bevestigd en nog uitdrukkelijker verklaard is op de kerkvergadering van het Vaticaan, door welke deze beslissende uitspraak is gedaan: "De Boeken van het Oude en Nieuwe Testament moeten in hun geheel en met al hun delen, zoals zij in het decreet dezelfde kerkvergadering (van Trente) worden opgesomd en in de oude Latijnse vulgaatuitgave vervat zijn, voor heilige en canonieke Boeken worden aangenomen. Deze Boeken nu houdt de Kerk voor heilig en canoniek, niet omdat zij, na eerst door louter menselijk werk samengesteld te zijn, later door haar gezag zijn goedgekeurd; ook niet alleen, omdat zij de openbaring zonder dwaling bevatten, maar omdat zij, op ingeving van de Heilige Geest geschreven, God tot maker hebben." 1e Vaticaans Concilie, 3e Zitting - Dogmatische Constitutie over het Katholieke Geloof, Dei Filius (24 apr 1870), 8 Het komt er derhalve eigenlijk niets op aan, dat de Heilige Geest mensen als werktuigen om te schrijven genomen heeft, alsof daaruit zou volgen, dat, wel niet aan de eerste maker, maar toch aan de geïnspireerde schrijvers iets onwaars ontsnapt kon zijn. Want de Heilige Geest heeft hen met een bovennatuurlijke werking zo tot schrijven opgewekt en bewogen, zo onder het schrijven bijgestaan, dat zij al datgene en ook alleen datgene, wat Hij wilde hebben, en met juistheid in hun geest opvatten, en getrouwelijk wilden neerschrijven, en met onfeilbare zekerheid op geschikte wijze uitdrukten. Was het anders, dan zou de Heilige Geest niet de maker zijn van de heilige Schrift in haar gehele omvang.

Zo hebben de heilige Vaders het altijd gehouden. "Als zij dus geschreven hebben", zegt Augustinus, "wat Hij voorhield en zeide, dan mag men volstrekt niet beweren, dat Hij niet zelf geschreven heeft; immers Zijn ledematen hebben te boek gesteld wat zij door voorzeggen van het Hoofd te weten zijn gekomen." S. Augustinus, De consensu Evangel. l. I, c. 35 En de H. Gregorius de Grote heeft de volgende uitspraak: "Wie dit geschreven heeft is een zeer overbodige vraag; wij nemen immers gelovig aan, dat de Heilige Geest de maker van het Boek is. Hij dus is de schrijver, die gedicteerd heeft wat men schrijven moest; hij is de schrijver, die ook bij het werk van dezen als ingever optrad." S. Gregorius de Grote, Praef. in Job n.2 Hieruit volgt: wie menen, dat in authentieke gedeelten van de heilige Boeken iets onwaars vervat kan zijn, doen één van de twee: ofwel zij verkrachten het katholiek begrip van inspiratie, ofwel zij maken God tot verkondiger van een dwaling. Ja, alle Vaders en leraars waren zo absoluut overtuigd, dat de goddelijke Boeken in den vorm waarin zij door de gewijde schrijvers zijn uitgegeven, volkomen vrij zijn van iedere dwaling, dat zij daarom met evenveel scherpzinnigheid als godsvrucht hun best gedaan hebben, om de niet zo weinige plaatsen, die met elkander in tegenspraak of van elkander afwijkend schenen (het zijn nagenoeg dezelfde als men tegenwoordig in naam van de nieuwe wetenschap opwerpt) met elkander in harmonie te brengen en te verenigen. Zij beleden eenstemmig, dat die Boeken en in hun geheel en in hun onderdelen gelijkelijk van goddelijke ingeving zijn, en dat God zelf, die door de gewijde schrijvers sprak, absoluut niets, wat met de waarheid in strijd is, heeft kunnen beweren. Men moet dus de woorden van den daar straks genoemden Augustinus in een schrijven aan Hieronymus voor heel de Schrift laten gelden: "Ik voor mij verklaar het uwe liefde onomwonden: ik heb geleerd, uitsluitend voor die Schriftuur-boeken, die men tegenwoordig canoniek noemt, zulk een ontzag en eerbied te hebben, dat ik vastelijk geloof, dat geen enkel van hun makers bij het schrijven enige dwaling heeft kunnen begaan. En als ik in die Boeken iets tegenkom, dat met de waarheid in strijd lijkt, dan zal ik zonder aarzelen aannemen, ofwel dat het handschrift een fout heeft, ofwel dat de vertaler niet gevat heeft wat er stond, ofwel dat ik het in het geheel niet begrepen heb." S. Augustinus, Ep. 82, 1 et crebrius alibi

Document

Naam: PROVIDENTISSIMUS DEUS
Over de studie van de Heilige Schrift
Soort: Paus Leo XIII - Encycliek
Auteur: Paus Leo XIII
Datum: 18 november 1893
Copyrights: © 1942, Ecclesia Docens 0143, uitg. Gooi & Sticht, Hilversum
Bewerkt: 29 november 2017

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam