• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Reeds de Kerkvaders, vooral St. Augustinus, hebben aan de katholieken exegeet, die de heilige Schrift wil gaan bestuderen en verklaren, de studie der oude talen en het teruggaan tot de oorspronkelijke teksten ten zeerste aanbevolen. Vgl. H. Hieronymus, Praef. in IV Evang. ad Damasum. PL 29, 526-527 Vgl. H. Augustinus, De doctrina Christiana. II, 16; PL 34, 42-43 In die tijd was het met de talenkennis zó gesteld, dat maar weinigen, en dan nog onvolmaakt, de Hebreeuwse taal machtig waren.

In de middeleeuwen, tijdens de hoogste bloei van de scholastieke godgeleerdheid, was de kennis van het Grieks bij de westerlingen reeds lang zodanig verzwakt, dat zelfs de grootste leraren van die tijd bij de schriftverklaring enkel op de Latijnse vertaling, de zogenaamde Vulgaat, steunden. In onze tijd daarentegen zijn bijna alle beoefenaars van oudheid- en letterkunde niet alleen vertrouwd met de Griekse taal, die sedert de humanistische Renaissance tot nieuw leven herboren schijnt, maar heeft onder de geleerden ook de kennis van het Hebreeuws en van andere oosterse talen ruime verspreiding gevonden. En om die talen aan te leren bestaat er thans zulk een rijkdom van hulpmiddelen, dat de Bijbelverklaarder, die door deze te verwaarlozen zich de toegang tot de grondtekst zou afsluiten, moeilijk het verwijt kan ontgaan van lichtvaardig en nalatig te zijn. Het is immers de plicht van de exegeet, zich ook het aller-geringste, dat onder ingeving Gods uit de pen van de gewijde schrijver is gevloeid, met de grootste zorg en eerbied als het ware eigen te maken, ten einde zo goed en volledig mogelijk diens eigenlijke bedoeling te begrijpen. Hij legge er zich daarom ijverig op toe, een steeds grotere kundigheid te verwerven in de Bijbelse en ook de overige oosterse talen en zijn uitleg met alle hulpmiddelen te onderschragen, door de verschillende takken der taalkunde geboden. Dit trachtte reeds de H. Hiëronymus, voor zover het in zijn tijd mogelijk was, zorgvuldig te bereiken; dit hebben ook niet weinige van de grote schriftverklaarders der 16e en 17e eeuw, al was toen ook de talenkennis veel minder dan thans, met onvermoeide studie en niet geringe vrucht nagestreefd. Volgens deze zelfde methode behoort men derhalve de grondtekst te verklaren die, wijl door de gewijde schrijver zelf neergeschreven, groter gezag en groter gewicht heeft dan welke nog zo goede, oude of nieuwe vertaling ook - hetgeen met meer gemak en groter nut geschieden kan, indien een ware bedrevenheid inde tekstkritiek met talenkennis samengaat.

Document

Naam: DIVINO AFFLANTE SPIRITU
Over de bevordering van de studie van de Heilige Schrift
Soort: Paus Pius XII - Encycliek
Auteur: Paus Pius XII
Datum: 30 september 1943
Copyrights: © 1949, Ecclesia Docens nr 0166, uitg. Gooi & Sticht, Hilversum
Vert.: Mgr. Dr. Jan O. Smit
Bewerkt: 30 juni 2020

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam