• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

MITIS IUDEX DOMINUS IESUS
De Heer Jezus, barmhartige rechter - Enkele aanpassingen van het kerkelijk wetboek aangaande het huwelijksrecht

Apostolische Brief in de vorm van een Motu Proprio

Mitis Iudex Dominus Iesus

waarbij de canones van het Wetboek
Codex Iuris Canonici
Codex van het Canonieke recht
(25 januari 1983)
 
betreffende zaken tot nietigverklaring van een huwelijk worden hervormd

Franciscus

De Heer Jezus, barmhartige rechter, herder van onze zielen, heeft de apostel Petrus en zijn opvolgers de sleutelmacht toevertrouwd om in de Kerk het werk van gerechtigheid en waarheid te verrichten; deze hoogste en universele macht om hier op aarde te binden en te ontbinden bevestigt, versterkt en vereist die van de herders van de particuliere Kerken, krachtens welke zij het heilig recht en ten overstaan van de Heer de plicht hebben, over hun eigen onderdanen, te oordelen. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 27

Doordat de Kerk zich in de loop van de eeuwen steeds duidelijker bewust is geworden van de woorden van Christus, heeft zij inzake het huwelijk de leer van de onontbindbaarheid van de heilige huwelijksband dieper verstaan en uiteengezet, een systeem voor de nietigheid van de huwelijkse consensus uitgewerkt en het gerechtelijk proces in dezen adequater geregeld, opdat de kerkelijke leer steeds meer overeenkwam met de beleden geloofswaarheid.

Dit alles is steeds gedaan met als leidraad de hoogste wet van het heil van de zielen, Vgl. Wetboek, Codex van het Canonieke recht, Codex Iuris Canonici (25 jan 1983), 1752 aangezien de Kerk, zoals de zalige Paulus VI zo wijs heeft onderricht, een goddelijk plan is van de Drie-eenheid, waardoor al haar instellingen, ook al zijn die steeds voor vervolmaking vatbaar, moeten streven naar het doel de goddelijke genade mee te delen en voortdurend het welzijn van de gelovigen als wezenlijk doel van de Kerk te bevorderen overeenkomstig de gaven en de zending van ieder.

Mij hiervan bewust, heb ik besloten te beginnen met de hervorming van de processen betreffende de nietigverklaring van een huwelijk en hiertoe heb ik een groep van personen gevormd die uitmunten in juridische leer, pastorale prudentie en forensische ervaring om onder leiding van zijne eminentie, de decaan van de Rota Romana een plan voor een hervorming te ontwerpen, behoudens hoe dan ook het principe van de onontbindbaarheid van de huwelijksband. Snel werkend heeft deze commissie een hervormingsschema voorbereid dat na ampel beraad met de hulp van andere deskundigen nu vorm heeft gekregen in dit Motu proprio.

Derhalve zet de zorg voor het heil van de zielen, dat - vandaag evenals gisteren - het hoogste doel van de instellingen, de wetten, het recht blijft, de bisschop van Rome ertoe aan de bisschoppen dit document betreffende de hervorming aan te bieden, aangezien zij met hem de taak van de Kerk delen, dat wil zeggen de eenheid in geloof en leer te behoeden wat betreft het huwelijk, spil en oorsprong van het christelijk gezin. De aanzet tot de hervorming wordt gevoed door het overweldigend aantal gelovigen die men, ook al willen zij hun eigen geweten volgen, te vaak doet afzien van de juridische structuren van de Kerk op grond van een fysieke of morele afstand; de naastenliefde en de barmhartigheid vereisen derhalve dat de Kerk zelf als een moeder de kinderen nadert die zich als van haar gescheiden beschouwen.

In deze richting zijn ook de stemmen van de meerderheid van mijn broeders in het episcopaat, in vergadering bijeen op de recente bijzondere synode, die heeft aangedrongen op snellere en toegankelijkere processen. Vgl. Bisschoppensynodes, 3e Buitengewone Algemene Bisschoppensynode, Relatio Synodi - Familiesynode 2014 (18 okt 2014), 48 In volledige overeenstemming met deze verlangens heb ik besloten met dit Motu proprio instructies te geven waarmee men niet de nietigheid van een huwelijk bevordert, maar de snelheid van de processen, evenals een juiste eenvoud, opdat het hart van de gelovigen die wachten op een opheldering betreffende de eigen staat, op grond van een vertraagde bepaling van het oordeel niet lang gebukt gaan onder de last van de duisternis van de twijfel.

Ik heb dit gedaan in het voetspoor van mijn voorgangers, die hebben gewild dat de zaken betreffende de nietigheid van een huwelijk langs juridische en niet administratieve weg worden geregeld, niet omdat dit de aard van de zaak oplegt, maar veeleer omdat de noodzaak de waarheid van de huwelijksband te beschermen dit in hoge mate vereist; en dit wordt nu juist vereist door de garanties van juridische orde.

Wij wijzen hier op enkele criteria die de leidraad zijn geweest bij het werk van de hervorming:

I. Één oordeel ten gunste van executieve nietigheid. - Het leek vóór alles opportuun dat er niet meer een dubbele eensluidende beslissing noodzakelijk is ten gunste van een nietigheid van een huwelijk, opdat de partijen toegelaten kunnen worden tot een nieuw canoniek huwelijk, maar de morele zekerheid, waartoe de eerste rechter is gekomen naar de norm van het recht, voldoende is.

II. Één rechter onder de verantwoordelijkheid van de bisschop. - Het aanstellen van één rechter, hoe dan ook een clericus, wordt weer gebracht onder de verantwoordelijkheid van de bisschop, die bij het uitoefenen van zijn juridische bevoegdheid zal moeten verzekeren dat men niet aan welke laksheid dan ook toegeeft.

III. De bisschop zelf is rechter. - Opdat de leer van het Tweede Vaticaans Concilie eindelijk op een gebied van groot belang in praktijk wordt gebracht, heeft men besloten duidelijk te maken dat de bisschop zelf in zijn eigen Kerk, waarover hij als herder en hoofd is aangesteld, daarom rechter is onder de aan hem toevertrouwde gelovigen. Wij wensen daarom dat de bisschop zelf in zowel grote als kleine bisdommen een teken geeft van de verandering van de kerkelijke structuren, Vgl. Paus Franciscus, Postsynodale Apostolische Exhortatie, Over de verkondiging van het Evangelie in de wereld van vandaag - Naar aanleiding van de Bisschoppensynode 2012 over de nieuwe evangelisatie, Evangelii Gaudium (24 nov 2013), 27 en hij het juridisch functioneren inzake het huwelijk niet helemaal overlaat aan de bureaus van de curie. Dit dient vooral te gelden bij het kortere proces dat wordt ingesteld om de meest evidente zaken betreffende nietigheidsverklaring op te lossen.

IV. Het kortere proces. - Om het huwelijksproces soepeler te laten verlopen heeft men immers als toevoeging aan het proces op basis van documenten die nu van kracht is - een vorm van een korter proces ontworpen dat toegepast dient te worden in de gevallen waarin de ingebrachte nietigheid van een huwelijk wordt ondersteund door bijzonder evidente argumenten.

Het is mij echter niet ontgaan hoezeer een verkort oordeel het principe van de onontbindbaarheid van een huwelijk in gevaar kan brengen; juist hierom heb ik gewild dat in dit proces de bisschop zelf als rechter wordt aangesteld, die krachtens zijn pastoraal ambt met Petrus de grootste waarborg is voor de katholieke eenheid in geloof en leer.

V. Het beroep op de Metropolitaanse Zetel. Men moet het beroep op de Metropolitaanse Zetel herstellen, aangezien dit, ambt van hoofd van de kerkprovincie, gedurende eeuwen een vast onderscheidingsteken is van het synodale karakter van de Kerk.

VI. De eigen taak van de bisschoppenconferenties. - De bisschoppenconferenties, die vooral door het apostolisch verlangen om de afgedwaalde gelovigen te bereiken moeten worden gedreven, dienen zich sterk de plicht te realiseren voornoemde verandering te delen en absoluut het recht van de bisschoppen te eerbiedigen om de juridische macht in de eigen particuliere Kerk te organiseren.

Het herstel van de nabijheid tussen rechter en gelovigen zal immers geen succes hebben, als er van de bisschoppenconferenties naar de afzonderlijke bisschoppen geen stimulans en tegelijkertijd geen hulp komt om de hervorming van het huwelijksrecht in praktijk te brengen, uitgaat.

Samen met de nabijheid van de rechter dienen, voor zover mogelijk, de bisschoppenconferenties, behoudens een juist en fatsoenlijk salaris van de medewerkers van de rechtbanken, ervoor te zorgen dat de kosteloosheid van de procedures wordt gegarandeerd, opdat de Kerk door zich voor de gelovigen een edelmoedige moeder te tonen in een aangelegenheid die zo nauw is verbonden met het heil van de zielen de belangeloze liefde van Christus, waardoor zij allen zijn verlost, zichtbaar maakt.

VII. Het hoger beroep bij de Apostolische Stoel. - In ieder geval dient het hoger beroep bij de gewone rechtbank van de Apostolische Stoel, dat is de Rota, behouden te blijven, uit eerbied voor een zeer oud juridisch principe, zodat de band tussen de Stoel van Petrus en de particuliere Kerken wordt versterkt, waarbij er echter in de discipline van dit hoger beroep voor gezorgd wordt dat welke misbruik van het recht dan ook wordt vermeden, opdat het heil van de zielen er geen schade van ondervindt.

De eigen wet van de Rota Romana zal binnen de grenzen van het noodzakelijke zo spoedig mogelijk worden aangepast aan de regels van het hervormde proces.

VIII. Voorzieningen voor de Oosterse Kerken. - Rekening houdend met de bijzondere en disciplinaire ordening van de Oosterse Kerk, heb ik tenslotte besloten afzonderlijk op dezelfde datum de Paus Franciscus - Motu Proprio
Mitis et Misericors Iesus
De milde en barmhartige Jezus - Inzake enkele aanpassingen in het kerkelijk wetboek van de Oosterse Kerken aangaande het huwelijksrecht (15 augustus 2015)
uit te vaardigen om de discipline van de huwelijksprocessen in het Wetboek
Codex Canonum Ecclesiarum Orientalium
Codex van Canoniek Recht van de Oosterse Kerken (1 oktober 1991)
te hervormen.

Dit alles op de passende wijze in aanmerking genomen, verorden en bepaal ik dat boek VII van het Wetboek
Codex Iuris Canonici
Codex van het Canonieke recht
(25 januari 1983)
, deel III, Titel I, Hoofdstuk I over de rechtszaken betreffende de nietigheidsverklaring van een huwelijk Wetboek
Codex Iuris Canonici
Codex van het Canonieke recht
(25 januari 1983)
vanaf 8 december 2015 in zijn geheel vervangen wordt als volgt:

Art. 1 - Bevoegde forum en rechtbanken

Wetboek
Codex Iuris Canonici
Codex van het Canonieke recht
(25 januari 1983)
§ 1.
De huwelijkszaken van gedoopten komen op grond van eigen recht toe aan een kerkelijk rechter.

§ 2. Zaken met betrekking tot de louter burgerlijke gevolgen van het huwelijk komen toe aan de burgerlijke magistraat, tenzij het particulier recht bepaalt dat deze zaken, indien zij incidenteel en bijkomend aan de orde zijn, door een kerkelijk rechter behandeld en beslecht kunnen worden.

Wetboek
Codex Iuris Canonici
Codex van het Canonieke recht
(25 januari 1983)
In zaken over de nietigheid van een huwelijk die niet aan de Apostolische Stoei zijn voorbehouden, zijn bevoegd:

1° de rechtbank van de plaats waar het huwelijk gevierd is;

2° de rechtbank van de plaats waar één van beide partijen of beiden domicilie of quasidomicilie hebben;

3° de rechtbank van de plaats waar in feite de meeste bewijzen verzameld moeten worden.

Wetboek
Codex Iuris Canonici
Codex van het Canonieke recht
(25 januari 1983)
§ 1.
In elk bisdom is de rechter van eerste instantie voor zaken van huwelijksnietigheid die niet door het recht uitdrukkelijk zijn uitgezonderd, de diocesane Bisschop die deze rechterlijke macht kan uitoefenen in eigen persoon of door anderen, volgens de normen van het recht.

§ 2. De Bisschop dient voor zijn bisdom een diocesane rechtbank voor zaken van huwelijksnietigheid op te richten, met behoud van de mogelijkheid voor deze Bisschop om aan te sluiten bij een andere diocesane of interdiocesane nabijgelegen rechtbank.

§ 3. Zaken van huwelijksnietigheid worden voorbehouden voor een college van drie rechters. Dit moet voorgezeten worden door een rechter die clericus is; de overige rechters kunnen ook leken zijn.

§ 4. Indien de Bisschop-Moderator geen collegiale rechtbank kan oprichten in het bisdom of in een nabijgelegen rechtbank zoals bepaald in § 2, dient hij de zaken toe te vertrouwen aan een alleenzetelend rechter, die clericus is; deze dient, waar het mogelijk is, zich te laten bijstaan door twee bijzitters van beproefde levenswandel, deskundig in de juridische of menswetenschappen en door de Bisschop goedgekeurd voor deze taak.

§ 5. Een rechtbank van tweede instantie moet voor de geldigheid steeds collegiaal zijn, in overeenstemming met het reeds vermelde voorschrift van § 3.

§ 6. Na een rechtbank van eerste instantie wordt beroep aangetekend bij de metropolitane rechtbank van tweede instantie, met behoud van de voorschriften van Wetboek
Codex Iuris Canonici
Codex van het Canonieke recht
(25 januari 1983)
.

Art. 2 - Recht om een huwelijk te bestrijden

Wetboek
Codex Iuris Canonici
Codex van het Canonieke recht
(25 januari 1983)
 
§ 1 Bekwaam om een huwelijk te bestrijden, zijn:

  1. de echtgenoten;
  2. de promotor van het recht, wanneer de nietigheid reeds algemeen bekend is, indien het huwelijk niet gevalideerd kan worden of dit niet opportuun is.

§ 2 Een huwelijk dat niet bestreden is toen beide echtgenoten in leven waren, kan na de dood van een van beide of van beide echtgenoten niet bestreden worden, tenzij de vraag omtrent de geldigheid prejudicieel is om een ander geschil, hetzij voor een canoniek hetzij voor een burgerlijk gerecht, op te lossen.

§ 3 Indien een echtgenoot echter overlijdt terwijl de zaak aanhangig is, dient Wetboek
Codex Iuris Canonici
Codex van het Canonieke recht
(25 januari 1983)
in acht genomen te worden.

Art. 3 - Inleiding van de zaak en onderzoek

Wetboek
Codex Iuris Canonici
Codex van het Canonieke recht
(25 januari 1983)
Vooraleer een zaak te aanvaarden moet de rechter de zekerheid verkregen hebben dat het huwelijk onherstelbaar ten gronde is gegaan, op zulke wijze dat de echtelijke samenleving niet hernomen kan worden.

Wetboek
Codex Iuris Canonici
Codex van het Canonieke recht
(25 januari 1983)
§ 1. 
Na het ontvangen van een verzoekschrift dient de Gerechtsvicaris, indien hij meent dat het op enige grond steunt, dit te aanvaarden en bij decreet, toegevoegd achter het verzoekschrift zelf, te bevelen dat een exemplaar van het verzoek betekend wordt aan de verdediger van de band en, tenzij het verzoekschrift door beide partijen werd ondertekend, aan de gedaagde partij, met opgave van een termijn van vijftien dagen om haar mening over het verzoekschrift kenbaar te maken.

§ 2. Na het verlopen van de vermelde termijn en, indien en in welke mate hij het nodig acht, na een nieuwe waarschuwing van de gedaagde partij om haar mening mee te delen, dient de Gerechtsvicaris, na de verdediger van de band gehoord te hebben, de formulering van het geschil bij decreet te vast te leggen en te beslissen dat de zaak met een gewoon proces of met een proces in verkorte vorm volgens de cann. 1683-1687 behandeld moet worden. Dit decreet dient onmiddellijk aan de partijen en de verdediger van de band betekend te worden.

§ 3. Indien de zaak met een gewoon proces behandeld moet worden dient de Gerechtsvicaris in hetzelfde decreet de samenstelling van het college van rechters te bepalen of van een alleenzetelend rechter met twee bijzitters volgens can. 1673, § 4.

§ 4. Indien echter een proces in verkorte vorm werd vastgelegd, dient de Gerechts-vicaris te handelen volgens can. 1685.

§ 5. De formulering van het geschilpunt moet bepalen op welke rechtsgrond of rechtsgronden de geldigheid van het huwelijk wordt bestreden.

Wetboek
Codex Iuris Canonici
Codex van het Canonieke recht
(25 januari 1983)
§ 1. 
De verdediger van de band, de advocaten van de partijen en, indien hij in het geding optreedt, ook de promotor van het recht, hebben het recht:

  1. aanwezig te zijn bij de ondervraging van de partijen, getuigen en deskundigen, met behoud van het voorschrift van can. 1559;
  2. inzage te nemen van de gerechtelijke akten, ook van de nog niet gepubliceerde, en de door de partijen ingebrachte documenten te onderzoeken.

§ 2 Bij de ondervragingen, waarover in § 1, nr. 1, kunnen de partijen niet aanwezig zijn.

Wetboek
Codex Iuris Canonici
Codex van het Canonieke recht
(25 januari 1983)
§ 1. 
In zaken van huwelijksnietigheid kunnen een gerechtelijke bekentenis en de verklaringen van partijen, mogelijk versterkt door getuigenissen over de geloofwaardigheid van partijen zelf, volledige bewijskracht bezitten, door de rechter na afweging van alle aanwijzingen en hulpmiddelen te beoordelen, tenzij andere elementen ingebracht worden die deze verzwakken.

§ 2. In dezelfde zaken kunnen de verklaringen van één getuige volledige geloofwaardigheid tot stand brengen, indien het een gekwalificeerde getuige betreft die een mededeling doet over zaken die hij ambtshalve heeft verricht, of wanneer de omstandigheden van feiten en personen dit suggereren.

§ 3. In zaken van impotentie ofwel van een gebrekkige toestemming omwille van een geestesziekte of stoornis van psychische aard kan een rechter gebruik maken van de diensten van één of meerdere deskundigen, tenzij dit op grond van de omstandigheden helemaal overbodig blijkt; in de overige zaken dient het voorschrift van Wetboek
Codex Iuris Canonici
Codex van het Canonieke recht
(25 januari 1983)
nageleefd te worden.

§ 4. Telkens wanneer in het onderzoek van een zaak een zeer waarschijnlijke twijfel rijst of het huwelijk al dan niet voltrokken is, kan de rechtbank, na het aanhoren van de partijen, de nietigheidszaak opschorten, het onderzoek aanvullen met het oog op een dispensatie van het niet voltrokken huwelijk, en tenslotte de akten aan de Apostolische Stoel doen toekomen, samen met de aanvraag tot dispensatie van één of van beide echtgenoten, alsook met het oordeel van de rechtbank en de Bisschop.

Art. 4 - Vonnis, de bestrijding ervan en uitvoering

Wetboek
Codex Iuris Canonici
Codex van het Canonieke recht
(25 januari 1983)
 
Het vonnis, waarbij de nietigheid van een huwelijk voor de eerste maal wordt verklaard, wordt uitvoerbaar na het verstrijken van de termijnen, bepaald in de cann. 1630-1633.

Wetboek
Codex Iuris Canonici
Codex van het Canonieke recht
(25 januari 1983)
§ 1.
Een partij die zich benadeeld acht, alsook de promotor van het recht en de verdediger van de band, behouden het recht een klacht van nietigheid van het vonnis of een beroep tegen dit vonnis in te dienen, in overeenstemming met de Wetboek
Codex Iuris Canonici
Codex van het Canonieke recht
(25 januari 1983)
.

§ 2. Na het verstrijken van de in het recht vastgestelde termijnen voor beroep en het vervolg ervan, alsook na de ontvangst van de gerechtelijke akten door de rechtbank van een hogere instantie, dient een college van rechters samengesteld te worden, een verdediger van de band aangeduid en dienen de partijen op de hoogte gebracht te worden om hun bemerkingen binnen de vastgestelde tijd in te dienen; na het verstrijken van deze termijn dient de collegiale rechtbank, indien het beroep overduidelijk zuiver vertragend lijkt, het vonnis van de eerste instantie bij decreet te bevestigen.

§ 3. Indien het beroep aanvaard wordt, moet op dezelfde wijze als in eerste instantie, met toepassing van dezelfde normen voor zover het kan, verder gehandeld worden.

§ 4. Indien in graad van beroep een nieuwe rechtsgrond voor de nietigheid van het huwelijk aangebracht wordt, kan de rechtbank, juist zoals in eerste instantie, deze aannemen en hierover oordelen.

Wetboek
Codex Iuris Canonici
Codex van het Canonieke recht
(25 januari 1983)
.

Indien een uitvoerbaar vonnis werd uitgevaardigd, kan men zich te allen tijde volgens Wetboek
Codex Iuris Canonici
Codex van het Canonieke recht
(25 januari 1983)
voor een nieuwe behandeling van de zaak tot een rechtbank van derde graad wenden, met het aanvoeren van nieuwe en zwaarwegende bewijzen of argumenten binnen de peremptoire termijn van dertig dagen vanaf het inleiden van de bestrijding.

Wetboek
Codex Iuris Canonici
Codex van het Canonieke recht
(25 januari 1983)
 
Nadat een vonnis dat de nietigheid van het huwelijk verklaarde uitvoerbaar is geworden, kunnen de partijen waarvan het huwelijk nietig werd verklaard, een nieuw huwelijk sluiten, tenzij dit verhinderd wordt door een verbod, dat aan het vonnis zelf werd toegevoegd of door de plaatselijke Ordinaris bepaald.

§ 2. Onmiddellijk nadat het vonnis uitvoerbaar is geworden, moet de Gerechtsvicaris dit betekenen aan de Ordinaris van de plaats waar het huwelijk gevierd werd. Deze moet er dan voor zorgen dat de verklaring van de nietigheid van het huwelijk en van het mogelijk opgelegde huwelijksverbod in de huwelijks- en de doopregisters wordt vermeld.

Art. 5 - Huwelijksproces in verkorte vorm tegenover de Bisschop

Wetboek
Codex Iuris Canonici
Codex van het Canonieke recht
(25 januari 1983)
 

Het komt aan de diocesane Bisschop toe zelf zaken te beoordelen over de nietigheid van een huwelijk in een proces in verkorte vorm:

1 ° wanneer de aanvraag door beide echtgenoten of door één van hen, met toestemming van de andere, wordt ingediend;

wanneer de omstandigheden van feiten en personen, ondersteund door getuigenissen of elementen die geen verder onderzoek of nazicht vereisen, de nietigheid overduidelijk maken.

Wetboek
Codex Iuris Canonici
Codex van het Canonieke recht
(25 januari 1983)
 

Het verzoekschrift waardoor een proces in verkorte vorm wordt ingeleid, moet naast datgene wat in Wetboek
Codex Iuris Canonici
Codex van het Canonieke recht
(25 januari 1983)
wordt opgesomd:

1 ° op een beknopte, volledige en heldere wijze de feiten uiteenzetten waarop het verzoek steunt;

2° de bewijzen aanduiden, die onmiddellijk door de rechter verzameld kunnen worden;

3° in bijlage de documenten voorleggen, waarop het verzoek steunt.

Wetboek
Codex Iuris Canonici
Codex van het Canonieke recht
(25 januari 1983)
  In hetzelfde decreet waardoor hij de formulering van het geschil vastlegt, dient de Gerechtsvicaris, na de aanduiding van een instructor en een bijzitter, allen die aanwezig moeten zijn op te roepen voor de zitting vermeld Wetboek
Codex Iuris Canonici
Codex van het Canonieke recht
(25 januari 1983)
, die binnen de dertig dagen moet plaats vinden.

Wetboek
Codex Iuris Canonici
Codex van het Canonieke recht
(25 januari 1983)
  In de mate waarin het mogelijk is, dient de instructor in één zitting de bewijzen te verzamelen en een termijn van vijftien dagen vast te stellen waarbinnen de bemerkingen voor de band en, indien beschikbaar, de verdedigingen voor de partijen moeten voorgelegd worden.

Wetboek
Codex Iuris Canonici
Codex van het Canonieke recht
(25 januari 1983)
§ 1.
Na het ontvangen van de akten dient de diocesane Bisschop, in gezamenlijk overleg met de instructor en de bijzitter, na afweging van de bemerkingen van de verdediger van de band en, indien beschikbaar, van de verdedigingen van de partijen, een vonnis te vellen, indien hij morele zekerheid heeft verworven met betrekking tot de nietigheid van het huwelijk. In het andere geval dient hij de zaak voor een gewone behandeling terug te zenden.

§ 2. De volledige tekst van het vonnis met vermelding van de argumenten dient zo vlug mogelijk aan de partijen betekend te worden.

§ 3. Tegen een vonnis van de Bisschop wordt beroep aangetekend bij de Metropoliet of bij de Romeinse Rota; indien een vonnis echter door de Metropoliet zelf werd uitgesproken, wordt beroep aangetekend bij de oudste suffragane Bisschop; en tegen een vonnis van een andere Bisschop, die geen hogere overheid heeft lager dan de Paus, wordt beroep aangetekend bij een Bisschop die door hem hiervoor op duurzame wijze werd aangesteld.

§ 4. Indien het beroep overduidelijk zuiver vertragend lijkt dient de Metropoliet of de Bisschop vermeld in § 3, of de Decaan van de Romeinse Rota dit vanaf het begin bij decreet te verwerpen; indien het beroep echter aangenomen werd, dient de zaak voor een gewone behandeling in tweede instantie teruggezonden te worden.

Art. 6 - Documentair proces

Wetboek
Codex Iuris Canonici
Codex van het Canonieke recht
(25 januari 1983)
  Na het ontvangen van de volgens Wetboek
Codex Iuris Canonici
Codex van het Canonieke recht
(25 januari 1983)
ingediende aanvraag kan de diocesane Bisschop of de Gerechtsvicaris of de aangewezen Rechter, met terzijde laten van de formaliteiten van het gewoon proces, maar met dagvaarding van de partijen en met tussenkomst van de verdediger van de band, de nietigheid van een huwelijk door een vonnis verklaren, indien uit een document dat aan geen enkele tegenspraak of exceptie onderhevig is, het bestaan van een ongeldigmakend huwelijksbeletsel of van een gebrek in de wettige vorm met zekerheid vaststaat, mits met gelijke zekerheid blijkt dat geen dispensatie gegeven is of dat het de gevolmachtigde aan een geldig mandaat ontbrak.

Wetboek
Codex Iuris Canonici
Codex van het Canonieke recht
(25 januari 1983)
§ 1.
Tegen deze verklaring moet de verdediger van de band, indien hij wijselijk geoordeeld heeft dat ofwel de gebreken waarover in can. 1688, ofwel het ontbreken van de dispensatie niet zeker zijn, beroep aantekenen bij de rechter van tweede instantie, aan wie de akten toegezonden moeten worden en die schriftelijk verwittigd moet worden dat het gaat over een documentair proces.

§ 2 De partij die zich benadeeld acht, behoudt onverminderd het recht om beroep aan te tekenen.

Wetboek
Codex Iuris Canonici
Codex van het Canonieke recht
(25 januari 1983)
  De rechter van tweede instantie dient, met tussenkomst van de verdediger van de band en na de partijen gehoord te hebben, op dezelfde wijze als in Wetboek
Codex Iuris Canonici
Codex van het Canonieke recht
(25 januari 1983)
te beslissen of het vonnis bevestigd moet worden, dan wel of men eerder volgens het gewone verloop van het recht met de zaak moet verder gaan; in dit laatste geval verwijst hij deze terug naar de rechtbank van eerste instantie.

Art. 7 - Algemene normen

Wetboek
Codex Iuris Canonici
Codex van het Canonieke recht
(25 januari 1983)
§ 1.
In het vonnis dienen de partijen gewezen te worden op de morele of eveneens burgerlijke verplichtingen tot levensonderhoud en opvoeding, waaraan zij mogelijk gehouden zijn tegenover elkaar en tegenover hun kinderen.

§ 2. Zaken tot nietigverklaring van een huwelijk kunnen niet in een mondeling contentieus proces behandeld zoals genoemd Wetboek
Codex Iuris Canonici
Codex van het Canonieke recht
(25 januari 1983)
in worden.

§ 3. Wat de overige zaken van de procesvoering betreft, moeten, tenzij de aard van de zaak het onmogelijk maakt, de canones over de gedingen in het algemeen en over het gewoon contentieus geding toegepast worden, met inachtneming van de bijzondere normen over zaken die de staat van personen en over zaken die het publieke welzijn betreffen.

* * *

Dispositio Wetboek
Codex Iuris Canonici
Codex van het Canonieke recht
(25 januari 1983)
applicabitur sententiis matrimonii nullitatem declarantibus publicatis inde a die quo hae Litterae vim obligandi sortientur.

Praesentibus adnectitur ratio procedendi, quam duximus ad rectam accuratamque renovatae legis applicationem necessariam, studiose ad fovendum bonum fidelium servanda.

Quae igitur a Nobis his Litteris decreta sunt, ea omnia rata ac firma esse iubemus, contrariis quibusvis, etiam specialissima mentione dignis, non obstantibus.

Gloriosae et benedictae semper Virginis Mariae, Matris misericordiae, et beatorum Apostolorum Petri et Pauli intercessioni actuosam exsecutionem novi matrimonialis processus fidenter committimus.

Datum Romae, apud S. Petrum, die XV mensis Augusti, in Assumptione Beatae Mariae Virginis, anno MMXV, Pontificatus Nostri tertio.

Franciscus

Document

Naam: MITIS IUDEX DOMINUS IESUS
De Heer Jezus, barmhartige rechter - Enkele aanpassingen van het kerkelijk wetboek aangaande het huwelijksrecht
Soort: Paus Franciscus - Motu Proprio
Auteur: Paus Franciscus
Datum: 15 augustus 2015
Copyrights: © 2015, Libreria Editrice Vaticana / Stg. InterKerk
Vert. van: drs. H.M.G. Kretzers (inleiding), Luc De Fleurquin (canones)
(aan deze publicatie kunnen geen rechten ontleend worden)
Bewerkt: 16 februari 2017

Opties

Internetadres
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2017, Stg. InterKerk, Schiedam