• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

WESTELIJKE EN GEWIJDE MUZIEK: HET WAARHEIDSBEWIJS VAN HET CHRISTENDOM
Bij het verlenen van eredoctoraten van de Pauselijke Universiteit Johannes Paulus II in Krakau en van de Muziekacademie van Krakau

Eminentie!

Hoogwaardigheden!

Zeer vereerde Professoren!

Dames en Heren!

Op dit ogenblik kan ik enkel een woord van dank uitspreken voor de eer die U mij geschonken heeft met het doctoraat honoris causa. Mijn dank gaat in het bijzonder uit naar de Grootkanselier, zijn geliefde eminentie kardinaal Stanislaw Dziwisz, en naar de academische autoriteiten van de beide academische instituten. Ik verheug mij er in het bijzonder over dat langs deze weg mijn verbinding met Polen, met Krakow, met de heimat van onze grote heilige Johannes Paulus II nog dieper geworden is. Immers, zonder hem is mijn geestelijke en theologische weg niet denkbaar. Door zijn levendig voorbeeld heeft hij ons getoond hoe de vreugde voor de grote kerkmuziek en de opdracht tot gemeenschappelijke deelname aan de heilige liturgie enerzijds en de feestelijke vreugde en de eenvoud van het deemoedig vieren van het geloof anderzijds samen kunnen gaan.

In de jaren na het Concilie was er immers op dit gebied een oeroude tegenstelling met nieuwe levendigheid opgedoken. Zelf ben ik in opgegroeid in de sfeer van de traditie van Salzburg. Feestelijke Missen met koor en orkest behoorden als geheel vanzelfsprekend tot ons gelovig beleven van de liturgie. Het blijft voor mij een onvergetelijk iets hoe bijvoorbeeld tezamen met de eerste klanken van de Kröningsmesse van Mozart op één of andere manier de hemel openging en de tegenwoordigheid van de Heer heel diep te beleven viel. Maar daarnaast was er ook al de nieuwe wereld van de liturgische beweging, in het bijzonder door onze kapelaans die later vice-rector en rector in Freising werden. Tijdens mijn studietijd in München ben ik dan door de colleges van Professor Pascher, één van de belangrijkste experten van het Concilie, en vooral door het liturgische leven in de seminariegemeenschap heel concreet in de liturgische beweging ingegroeid. Op deze wijze werd langzaam de spanning merkbaar tussen enerzijds de participatio actuosa die bij de liturgie hoort en anderzijds de feestelijke muziek die de heilige handeling overkoepelt, alhoewel ik deze spanning toen nog niet al te sterk heb ervaren.

In de Constitutie over de liturgie van het Tweede Vaticaans Concilie staat heel duidelijk de zin: “De schat van de gewijde muziek moet met de grootste zorg worden bewaard en gecultiveerd”.  2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de heilige liturgie, Sacrosanctum Concilium (4 dec 1963), 114 Anderzijds is er de nadruk op de participatio actuosa van alle gelovigen aan de heilige gebeurtenis als liturgische basiscategorie van de tekst. Hetgeen in de Constitutie nog vreedzaam bij elkaar staat, is vervolgens in de receptie van het Concilie in een vaak dramatische spanning tegenover elkaar komen te staan. Maatgevende kringen in de liturgische beweging waren van mening dat grote koorwerken en zeker de orkestmissen in de toekomst enkel nog een plaats zouden hebben in de concertzalen maar niet in de liturgie. In de liturgie kan er enkel plaats zijn voor het gemeenschappelijke zingen en bidden van alle gelovigen. Anderzijds was er de ontsteltenis over de culturele verarming van de Kerk die daarmee zou moeten samengaan. Op welke wijze laten zich beiden bij elkaar brengen?

Hoe is het Concilie in haar geheel te realiseren – dit waren de vragen die zich opdrongen bij mij en bij vele andere gelovigen, gewone mensen als ook theologisch gevormden. Misschien is het correct om op deze plaats de basisvraag te stellen: Wat is eigenlijk muziek? Waar komt het vandaan en waartoe dient het? Ik denk dat men drie oorsprongen van de muziek kan onderscheiden.

  • Een eerste oorsprong is de ervaring van de liefde. Wanneer mensen door de liefde gegrepen worden, gaat er een andere dimensie van de werkelijkheid open, een nieuwe grootsheid en wijdte van de werkelijkheid. En deze dimensie dringt er ook op aan zich op een nieuwe wijze uit te drukken. Poëzie, gezang en zeker muziek zijn geheel vanzelf ontstaan door dit getroffen-zijn, door dit geopend-zijn op een nieuwe dimensie van het leven.
  • Een tweede oorsprong van de muziek is de ervaring van rouw, het aangeraakt-zijn door de dood, door het lijden en de afgrond van het bestaan. Ook hier openen zich, naar de andere kant toe, nieuwe dimensies van de werkelijkheid die met het spreken alleen niet meer beantwoord kunnen worden.
  • Ten slotte is de derde oorsprong van de muziek de ontmoeting met het goddelijke, dat vanaf het begin tot het mens-zijn behoort. Hier pas verschijnt het geheel Andere en Grootte, dat in de mens nieuwe manieren van zich uit te drukken tevoorschijn roept. Misschien kan men zeggen dat eigenlijk ook in de beide andere domeinen –liefde en dood- het goddelijke geheim ons aanraakt en in deze zin het aangeraakt-worden door God de oorsprong van de muziek als zodanig is. Ik word bewogen wanneer ik merk dat bijvoorbeeld in de Psalmen voor de mensen ook het zingen niet meer voldoende is, maar dat alle instrumenten opgeroepen worden, dat de verborgen muziek van de schepping, haar mysterieuze taal opgewekt wordt. Met de Psalmen, waarin ook de beide motieven van liefde en dood altijd werkzaam zijn, staan wij direct aan de oorsprong van de muziek van de Kerk Gods. Men kan terecht zeggen dat de kwaliteit van de muziek dicht bij de zuiverheid en grootsheid van de ontmoeting met het goddelijke, met de ervaring van liefde en lijden staat. Hoe zuiverder en waarachtiger deze ervaring is, des te zuiverder en grootster zal ook de muziek zijn die hieruit groeit.

Ik zou hier een gedachte willen naar voren brengen die mij de voorbije tijd steeds meer bezighoudt, des te meer naarmate de verschillende culturen en religies met elkaar in contact treden. Er zijn grootse literatuur, grootse architectuur, grootse schilderkunst, grootse beeldhouwwerken in de verschillende cultuur- en religiegebieden. Overal is er ook muziek. Maar de muziek van de grootteorde zoals zij in het gebied van het christelijk geloof ontstaan is – van Palestrina, Bach, Händer tot Mozart, Beethoven en Bruckner – is er in geen enkel cultuurgebied. De muziek van het Westen is iets unieks, iets dat haar weerga niet heeft in andere culturen. Dit moet ons aan het denken zetten.

Vanzelfsprekend is de muziek van het Westen veel meer dan de muziek van het kerkelijke en religieuze gebied. Maar haar inwendige oorsprong en bron heeft zij toch in de liturgie. Bij Bach, voor wie de heerlijkheid van God het uiteindelijke doel van de muziek was, is dit heel duidelijk zo. In de ontmoeting met God, die wij in de liturgie in Jezus Christus ontmoeten, is het grootse en zuivere antwoord van de muziek van het Westen ontstaan. Waar zulk een antwoord groeit, heeft er een ontmoeting met de waarheid, met de ware Schepper van de wereld plaatsgevonden. Om die reden is de grote kerkmuziek een werkelijkheid van theologische betekenis en een werkelijkheid met een altijddurende betekenis voor het geloof van de gehele christenheid, zelfs indien zij zeker niet altijd en overal moet uitgevoerd worden. Maar anderzijds is het toch ook heel duidelijk dat zij niet mag verdwijnen uit de liturgie en dat haar aanwezigheid een heel bijzondere wijze van deelname aan de heilige viering, aan het geheim van het geloof, kan zijn.

Wanneer wij denken aan de door de heilige Johannes Paulus II, in alle continenten, gevierde liturgie, dan zien wij de gehele wijdte van de uitdrukkingsmogelijkheid van het geloof in het liturgische gebeuren, en we zien ook dat de grote muziek van de traditie van het Avondland niet iets is wat vreemd is aan de liturgie, maar hieruit gegroeid is en zo ook altijd opnieuw mede vorm geeft aan de liturgie. Wij weten niet hoe het met onze cultuur en met de kerkmuziek zal verder gaan. Maar één ding is duidelijk: waar er werkelijk ontmoeting is met de levende God, die in Christus op ons toekomt, daar groeit ook altijd opnieuw een antwoord, wier schoonheid uit de waarheid zelf komt.

Het werk van de beide universiteiten, die mij dit doctoraat honoris causa verlenen, draagt wezenlijk ertoe bij dat het grote geschenk van de muziek, die uit de overlevering van het geloof komt, levendig blijft en ertoe bijdraagt dat de scheppende kracht van het geloof ook in de toekomst niet uitgaat. Daarom dank ik jullie allen van harte, niet enkel voor de eer die jullie mij geschonken hebben, maar voor het werk dat jullie ten dienste van de schoonheid van het geloof, verrichten.

De Heer moge jullie allen zegenen.

Document

Naam: WESTELIJKE EN GEWIJDE MUZIEK: HET WAARHEIDSBEWIJS VAN HET CHRISTENDOM
Bij het verlenen van eredoctoraten van de Pauselijke Universiteit Johannes Paulus II in Krakau en van de Muziekacademie van Krakau
Soort: Paus Benedictus XVI - Emeritaat
Auteur: Emeritus Paus Benedictus XVI
Datum: 4 juli 2015
Copyrights: © 2015, LIbreria Editrice Vaticana / Stg. InterKerk
Vert. uit de Duitse vertaling: Dr. J. Vijgen
Bewerkt: 9 juli 2015

Referenties naar dit document

 
Geen documenten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam