• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Zodoende heeft Onze voortdurende belangstelling voor de geliefde Rozenkrans ter ere van de heilige Maagd Maria Ons ertoe gebracht om met bijzondere opmerkzaamheid datgene te volgen wat op niet weinige congressen, die deze laatste jaren op dit gebeid werden gehouden, besproken en voorgesteld werd omtrent de pastorale waarde van de Rozenkrans voor onze tijd.

Deze samenkomsten werden georganiseerd door een aantal Verenigingen en personen, die zich bijzonder toelegden op het bevorderen van het Rozenkransgebed. Deelnemers daaraan waren zowel bisschoppen, priesters en religieuzen, alsook mannen en vrouwen uit de lekenstand, die vanwege hun jarenlange ervaring bijzonder vertrouwd waren met pastorale aangelegenheden en over een kerkelijke aanvoelingsvermogen beschikten, dat vertrouwen en hoogachting verdiende. Onder hen vermelden Wij met ere de Zonen van St. Dominicus, die sinds lang de bewaarders en voorstanders van deze heilzame devotie.

Bij de resultaten van deze samenkomsten voegen zich de onderzoekingen van de geschiedkundigen. Door hun studies werd de oorspronkelijke vorm van de Rozenkrans nagevorst, zeerzeker niet met een archeologische opzet, maar zò, dat men daaruit zowel zijn oorsprong zelf, als zijn aangeboren kracht en grondstructuur zou kunnen vaststellen en doorzien. Uit dit alles nu is de oorspronkelijke aard van de Rozenkrans duidelijker aan het licht getreden, evenals ook de delen, die tot zijn eigenlijke natuur behoren, en hun onderling verband.

Hieruit is, om aanstonds een voorbeeld te noemen, het evangelisch karakter van de Rozenkrans duidelijker naar voren gekomen. Aan het Evangelie zijn immers de daarin aangekondigde geheimen en zijn voornaamste formules ontleend. Eveneens uit het Evangelie putten de gelovigen, wanneer zij bij he bidden van de Rozenkrans de feestelijke begroeting van de Engel en de religieuze instemming van Maria in herinnering roepen. En tenslotte belijden zij, door op passende wijze de begroeting van de Engel te herhalen, openlijk een der voornaamste mysteries van het Evangelie, namelijk de Menswording van het Woord; en wel beschouwd op dat unieke en beslissende ogenblik van de geschiedenis, waarop de Engel de boodschap aan Maria heeft gebracht.

De Rozenkrans is dus “een evangelisch gebed” , een benaming waarmee de zielzorgers en de geleerden hem in onze dagen, meer dan vroeger, plegen te typeren.

Ook heeft men thans beter begrepen dan vroeger hoe de geordende en zich stap voor stap ontvouwende Rozenkrans een weerspiegeling is van de wijze waarop het Woord van God – na zich door een barmhartig raadsbesluit het lot van de mensen hebben aangetrokken – het werk van de Verlossing ten uitvoer heeft gelegd. In een passende volgorde worden immers de voornaamste heilsgebeurtenissen beschouwd, die zich in Christus hebben voltrokken: vanaf de maagdelijke ontvangenis van het Woord Gods en de geheimen van Jezus’ kindsheid tot an de verheven geheimen van Pasen, namelijk het heilig Lijden en de glorievolle Verrijzenis, tot aan de vruchten ervan, die op de eerste Pinksterdag aan de ontluikende Kerk zijn tebeurt gevallen, evenals aan de heilige Maagd Maria, toen Zij uit deze aardse ballingschap met ziel en lichaam in het hemels vaderland werd opgenomen.

Men heeft thans ook duidelijker begrepen, dat de verdeling der geheimen van de Rozenkrans in drie series met opeenvolgende gebeurtenissen, die in overeenstemming zijn met de werkelijke tijdsvolgorde, een treffende samenhang vertoont, doch tevens een weerspiegeling is van het schema van de oorspronkelijke geloofsverkondiging; en dat de Rozenkrans bovendien het Christusmysterie op dezelfde wijze voorhoudt als St. Paulus het heeft gezien, toen hij in zijn bekende hyme in de Brief aan de Filippenzen getuigde van Christus’ ontleding dood en verheffing Vgl. Fil. 2, 6-11 .

Daar de Rozenkrans dus op het Evangelie steunt en betrekking heeft op het geheim van de Menswording en de Verlossing van de mensen als op zijn middelpunt, moet hij beschouwd worden als een gebed, dat zich geheel en al op Christus concentreert.

Het eigene en bijzondere immers van dit gebed, namelijk zijn litanie-vormige herhaling van de groet an de Engel: “Wees gegroet, Maria” , betekent ook een ononderbroken loflied op Christus, want op Hem hebben zowel de boodschap van de Engel, als de groet van de moeder van Johannes de Doper: ”Gezegend is de vrucht van uw schoot” (Lc. 1, 42), betrekking als op hun eindterm. Jazelfs, de herhaling van de woorden “Wees gegroet, Maria” vormt als het ware het weefsel, waarin de beschouwing van de geloofsgeheimen voortgang vindt. Christus immers, die in iedere begroeting van de Engel aangeduid wordt, is dezelfde als degene die in de achtereenvolgens aangekondigde geheimen wordt voorgesteld als de Zoon van God en als de Zoon van de Maagd, die in de grot van Bethlehem geboren werd. Hij is dezelfde het Kind, dat door zijn Moeder in de tempel werd opgedragen en als de Knaap, die bekommerd was om de dingen, die van zijn Vader zijn; dezelfde als de Verlosser van de mensen, die in de tuin van doodstrijd heeft verkeerd, met gesels werd geslagen en met een krans van doornen gekroond; dezelfde die met het kruis beladen werd en op de Calvarieberg gestorven is; dezelfde die uit de doden werd opgewekt en is opgestegen naar de glorie van zijn Vader, om vandaar uit de gaven van de Geest te zenden.

Zoals wij allen weten, heeft vroeger de gewoonte bestaan – die op verschillende plaatsen tot vandaag toe van kracht is gebleven – om bij ieder “Wees gegroet” aan de naam Jezus een zinsnede toe te voegen, die samenhangt met het aangekondigde geheim. Dit gebeurde met de bedoeling de beschouwing te bevorderen en de geest in harmonie te brengen met het stemgeluid.

Evenzo heeft men, sterker dan vroeger, de dwingende noodzaak ingezien, om behalve op de kracht van de Rozenkrans als lof- en smeekgebed, te wijzen op een ander element, dat daaraan eigen is, namelijk op de beschouwing.

Wanneer dit aspect ontbreekt, is de Rozenkrans te vergelijken met een lichaam zonder ziel. Dan bestaat het gevaar dat het bidden ervan ontaard in een herhaling van formules, waaraan verstand en gemoed ontbreken, zodat men in tegenspraak komt met de vermaning van Jezus Christus: ”Als gij bidt, gebruikt dan geen veelheid van woorden, zoals de heidenen doen; want deze menen dat zij vanwege de veelheid van hun woorden verhoring zullen vinden” (Mt. 6, 7).

De Rozenkrans vereist in feite van nature dat hij in een rustig gebedsritme en als ware in een meditatieve vertraging verloopt. Hierdoor blijft de bidder gemakkelijker bezig met de overweging van de geheimen van Christus’ leven, als het ware doorleefd met het hart van Haar, die de Heer het meest van allen nabij is geweest, opdat zo ook aan hem de onpeilbare rijkdommen van die geheimen ontsloten zouden worden.

Document

Naam: MARIALIS CULTUS
Over de vernieuwing van de Maria-verering in liturgie en persoonlijke beleving
Soort: H. Paus Paulus VI - Apostolische Exhortatie
Auteur: H. Paus Paulus VI
Datum: 2 februari 1974
Copyrights: © 1976, R.K. Initiatief-Comité Amsterdam
Bewerkt: 12 november 2018

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam