• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Thans willen Wij, in het spoor van de leer van het Concilie over Maria en de Kerk, komen tot verdieping van een bijzonder aspect van de betrekking tussen Maria en de Liturgie. Wij willen namelijk nagaan hoe Maria het grondmodel is van de vrome gezindheid, waarin de Kerk de goddelijke geheimen viert en in haar leven tot uitdrukking brengt.

Dat de Maagd Maria als een ideaal voorbeeld mag gelden op dit gebiedt, vloeit voort uit het feit dat de Kerk haar beschouwt als haar verhevenste model en de hoogste verwerkelijking van het geloof, de liefde en de volmaakte vereniging met Christus Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 63; en dus juist van die innerlijke gesteldheid, waarin de Kerk, de welbeminde bruid, ten nauwste met haar Heer verenigd, Hem aanroept en door zijn bemiddeling haar eredienst aanbiedt aan de hemelse Vader Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de heilige liturgie, Sacrosanctum Concilium (4 dec 1963), 7.

Zo is Maria vooreerst de “luisterende Maagd”, die het woord van God met geloof in zich opnam. Het was een geloof, dat voor Haar de voorwaarde en de weg was tot het goddelijk moederschap. Want, zoals St. Augustinus fijnzinnig opmerkt: Door te geloven heeft de heilige Maria Hem (Jezus) ter wereld gebracht, die Zij door te geloven ontvangen heeft” H. Augustinus, Sermones. 215,4: PL 38, 1074.

Toen immers het antwoord van de Engel haar twijfel had weggenomen Vgl. Lc. 1, 34-37 , sprak zij vol geloof – en aldus Christus eerder in haar geest ontvangend dan in haar geest ontvangend dan in haar schoot - : ‘Zie de dienstmaagd des Heren: mij geschiede naar uw woord’“ (Lc. 1, 38) H. Augustinus, Sermones. 215,4: PL 38, 1074.

Het was een geloof waardoor Maria, hoofdpersoon bij dit wereldgebeuren en uitzonderlijk getuige bij de Menswording van Christus, later in de geest terugkeerde naar de gebeurtenissen van Jezus’kindsheid en deze in haar hart overwoog en onderling vergeleek Vgl. Lc. 2, 19.51 .

Zo handelt ook de Kerk wanneer zij, vooral in de heilige Liturgie, het woord van God met geloof aanhoort, in zich opneemt, het verkondigt en vereert; wanneer zij het aan de gelovigen van Christus schenkt als het brood des levens Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Goddelijke openbaring, Dei Verbum (18 nov 1965), 21; doch ook wanneer zij in het licht daarvan de tekenen des tijds onderzoekt en de gebeurtenissen van de geschiedenis der mensen vertolkt en beleeft.

Maria is eveneens de "biddende Maagd”. Zo openbaart Zij zich bij het bezoek, dat Zij aan de moeder van de Voorloper brengt. Daarbij stort Zij haar geest uit in gevoelens van lof aan God, van ootmoed, van geloof en van hoop. Want hiervan getuigt haar loflied, het ”Magnificat” (Lc. 1, 46-55). Het is bij uitstek het gebed van Maria, de karakteristieke lofzang van de messiaanse tijd, waarin de feestelijke vreugde van het oude en het nieuwe Israël samenvloeit. Want, zoals de H. Irenaeus schijnt te kennen te geven, in het loflied van de heilige Maagd Maria trilde de diepe vreugde mee van Abraham, die een voorgevoel had van de Messias Vgl. Joh. 8, 56 Vgl. H. Ireneüs van Lyon, Tegen de ketters, Adversus Haereses. IV, 7, 1: PG 7,1, 990-991; S Ch, 100, II, blz. 454-458; doch evenzo weerklonk daarin, op profetische wijze vervroegd, de stem van de Kerk: “In haar grote vreugde (aldus Irenaeus) riep Maria in naam van de Kerk uit: ‘Mijn ziel prijst hoog de Heer...’ “ H. Ireneüs van Lyon, Tegen de ketters, Adversus Haereses. III, 10, 2: PG 7,1, 873: S Ch, 34, blz. 164. Immers, het loflied van de heilige Maagd Maria heeft zich voortgeplant en is een gebed geworden van heel de Kerk, voor alle tijden.

Ook te Kana toont Maria zich de “biddende Maagd”. Hier heeft Zij, de zorgzame, in een delicate bede haar Zoon slechts op een behoefte van tijdelijke aard gewezen; doch Zij verkreeg òòk een gunst in de orde der genade. Door namelijk het eerste van zijn wondertekenen te verrichten, heeft Jezus zijn leerlingen in hun geloof in Hem versterkt Vgl. Joh. 2, 1-12 .

Tenslotte toont Maria zich ook in haar laatste levens jaren de "biddende Maagd” . Want de Apostelen “bleven allen eensgezind volharden in het gebed, samen met enkele vrouwen en met Maria, de Moeder van Jezus, en met zijn broeders” (Hand. 1, 14).

Inderdaad is Maria de “biddende Maagd” . Dit was Zij evenzeer in de opkomende Kerk als thans en in de Kerk van alle tijden. Want ofschoon ten hemel opgenomen, heeft Zij haar taak om voorspreekster en redster te zijn, niet vaarwel gezegd Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 62.

“Biddende Maagd” , dat is ook de Kerk, die iedere dag opnieuw de noden van haar kinderen voorlegt aan de Vader; en die “ de Heer zonder onderbreking looft en Hem smeekt voor het heil van heel de wereld” 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de heilige liturgie, Sacrosanctum Concilium (4 dec 1963), 83.

Maria is ook de “barende Maagd” . Zij is het immers, die “in geloof en gehoorzaamheid de eigen Zoon van de Vader hier op aarde gebaard heeft; en wel zonder een man te bekennen, overschaduwd door de Heilige Geest” 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 63.

Het is waarlijk een énig en wonderbaar moederschap, die door God is gewild als prototype en toonbeeld van de vruchtbaarheid die andere Maagd, de Kerk. want ” ook deze wordt moeder, omdat zij... door de prediking en het doopsel kinderen, die van de Heilige Geest ontvangen en uit God geboren zijn, baart voor een nieuw en onsterflijk leven” 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 64.

Terecht leerden de Vaders dan ook, dat de Kerk in het sacrament van het doopsel het maagdelijk moederschap van Maria in zekere zin voortzet. Uit hun getuigenissen op dit punt willen Wij alleen wijzen op dat van Onze voortreffelijke Voorganger, de H. Leo de Grote, die in een Kersthomilie verzekert: ”De oorsprong die (Christus) heeft gehad in de schoot van de Maagd, heeft Hij in de doopvont neergelegd: Hij heeft aan het water datgene verleend, wat Hij aan zijn Moeder heeft gegeven; want de kracht van de Allerhoogste en de overschaduwing van de Heilige Geest Vgl. Lc. 1, 35 , die bewerkt heeft dat Maria de Zaligmaker ter wereld zou brengen, bewerkt ook dat het water de gelovige doet herboren worden” H. Paus Leo I de Grote, Tractatus. XXV (In Nativitate Domini), 5: CCL 138, blz. 123; S Ch 22bis, blz. 132 Vgl. H. Paus Leo I de Grote, Tractatus. XXIX (In Nativitate Domini), 1: CCL aldaar, blz. 147; S Ch aldaar, blz. 178 Vgl. H. Paus Leo I de Grote, Tractatus. LXIII (De Passione Domini) 6: CCL aldaar, blz. 386; S CH 74, blz. 82.

Willen wij verder uit de liturgische bronnen putten, dan kunnen wij wijzen op deze prachtige Prefatie-tekst ( “Illatio” ) van de Spaanse (mozarabische) Liturgie: Gene (Maria) heeft het leven in haar schoot gedragen, deze (de Kerk) draagt het in het doopvont. In de ledematen van Gene werd Christus gevormd, in de wateren van deze wordt Christus met ledematen bekleed” M. Ferotin, Le “Liber Mozarabicus Sacramentorum” , Kol. 56.

Tenslotte is Maria de “offerende Maagd” . Dit treedt duidelijk aan het licht bij de opdracht van Jezus in de tempel Vgl. Lc. 2, 22-35 . In deze gebeurtenis heeft de Kerk, geleid door de Heilige Geest, een heilsmysterie bespeurd, dat verder reikte dan de voltooiing en de beëindiging van de wetten omtrent de toewijding van de eerstgeborene aan de Heer Vgl. Ex. 13, 11-16 en de reiniging van de moeder Vgl. Lev. 12, 6-8 . Deze gebeurtenis had betrekking op de geschiedenis van het heil zelf.

De Kerk heeft daaruit in feite begrepen, dat die eerste offerande van zichzelf aan de Vader, die het Woord deed toen Het ons vlees aannam en onze wereld binnentrad Vgl. Hebr. 10, 5-7 , zonder onderbreking heeft voortgeduurd.

Evenzeer heeft de Kerk begrepen, dat hier het heil van alle mensen werd aangekondigd; want toen Simeon het Jezuskind begroette als “ een licht dat voor de heidenen straalt en een glorie voor Israël” (Lc. 2, 32), erkende hij Het als de Messias en de Zaligmaker van allen.

Tenslotte heeft de Kerk eveneens erkend, dat deze gebeurtenis een profetische verwijzing inhield naar het Lijden van Christus. Want Simeon legde in zijn woorden een onderling verband tussen de profetie omtrent de Zoon als ” een teken van tegenspraak” (Lc. 2, 34) en omtrent de Moeder, wier ziel door een zwaard doorboord zou worden Vgl. Lc. 2, 35 . Hij verenigde beide uitspraken tot één enkele voorspelling, die op de Calvarieberg verwezenlijkt werd.

Wij staan hier dus voor een heilsmysterie met verschillende aspecten, waarvan dit het eigene is, dat de opdracht van Christus in de tempel verwijst naar het heilsgebeuren van het Kruis.

Overigens heeft de Kerk zelf, vooral vanaf de middeleeuwen, in de gesteltenis van de heilige Maagd, die haar Zoon naar Jeruzalem bracht om Hem aan de Heer toe te wijden Vgl. Lc. 2, 22 , als bij intuïtie een wil tot opdracht of liever (zoals men zegt) een “offerwil” gezien, die uitging boven de gewone betekenis van de ritus. Van deze innerlijke aanschouwing ontmoeten wij een getuigenis in deze liefdevolle aansporing, die St. Bernardus tot Maria richt: ”Offer uw Zoon, o heilige Maagd, en bied de gezegende vrucht van uw schoot aan de Heer aan. Draag het heilige, aan God welgevallige slachtoffers op voor de verzoening van ons allen” H. Bernardus van Clairvaux, In purificatione B. Mariae, Sermones. III, 2: PL 183, 370; Sancti Bernardi Opera, ed. J. Leclercq-H. Rochais, IV, Romae 1966, blz. 342.

Dit verenigd-zijn van Moeder en Zoon in het werk van de Verlossing Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 57 bereikte zijn hoogtepunt op de Calvarieberg, waar Christus ”zichzelf aan God heeft opgedragen als een smetteloos offer” (Hebr. 9, 14) en waar Maria, staande bij het Kruis Vgl. Joh. 19, 25 , “hevig met haar Eniggeborene heeft mede-geleden en zich met haar Moederhart bij Zijn offer heeft aangesloten, liefdevol instemmend met de slachting van het offerlam, dat uit haar was geboren” 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 58; en ook Zijzelf heeft dit offerlam aan de hemelse Vader opgedragen Vgl. Paus Pius XII, Encycliek, Over het mystieke lichaam van Christus en over de vereniging die wij daarin bezitten met Christus, Mystici Corporis Christi (29 juni 1943), 111.

Om dit Kruisoffer in de loop der eeuwen te bestendigen, heeft de goddelijke Zaligmaker van de mensen het eucharistisch offer ingesteld, het plechtig aandenken aan zijn dood en verrijzenis. Hij heeft dit toevertrouwd aan de Kerk, zijn bruid Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de heilige liturgie, Sacrosanctum Concilium (4 dec 1963), 47; en deze roept de gelovigen, vooral des zondags, samen om het Pasen des Heren te vieren totdat Hij komt Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de heilige liturgie, Sacrosanctum Concilium (4 dec 1963), 102.106. Dit nu volbrengt de Kerk in gemeenschap met de heilige Hemelingen, en op de eerste plaats met de heilige Maagd “... meminisse dignare omnium eorum, qui a saeculo placuerunt tibi, patrum sanctorum, patriarcharum, prophetarum, apostolorum (...) et sanctae et gloriosae genitricis Dei Mariae et omnium sanctorum (...) memenerint miseriae et paupertatis nostrae, et offerant tibi nobiscum sacrificium hoc tremendum et incruentum” : Anaphora Iacobi fratris Domini syriaca: Prex Eucharistca, ed. A. Hänggi-I. Pahl, Fribourg, Editions Universitaires, 1968, blz. 274, wier brandende liefde en ongeschokt geloof zij navolgt.

Daar Maria het grondmodel van heel de Kerk is in de eredienst aan God is Zij – zoals zonneklaar blijkt – tevens “leermeesteres in vroomheid” voor iedere christen. Al spoedig begonnen de gelovigen dan ook naar Haar op te zien om, evenals Zij, van hun eigen leven een eredienst aan God te maken, en van die eredienst zelf hun levenstaak.

Reeds in de lang vervlogen vierde eeuw sprak St. Ambrosius, zich tot de gelovigen richtend, de wens uit dat in eenieder van hen de ziel van Maria zou leven om God te verheerlijken. ”In iedere christen, aldus Ambrosius, moge de ziel van Maria leven, om de Heer hoog te prijzen: moge in eenieder haar geest worden, om in God te juichen” H. Ambrosius van Milaan, Expositio Evangelii secundum Lucam. II, 26: CSEL 32, IV, blz. 55; S Ch 45, blz. 83-84.

Maria is echter vooral het toonbeeld van die eredienst, waardoor het leven van eenieder een offerander aan God wordt. Deze aloude en bestendige leer kunnen allen weliswaar van de Kerk vernemen, maar ook door te luisteren naar de heilige Maagd, die de bode van God antwoordde: ”Zie de dienstmaagd des Heren: mij geschiede naar uw woord” (Lc. 1, 38). Door deze woorden liep de heilige Maagd in de geest vooruit op de bewonderenswaardige bede van het gebed des Heren: ”Uw wil geschiede” (Mt. 6, 10).

Dit ja-woord van Maria is dus voor alle Christenen een lering en een voorbeeld om in de volgzaamheid tegenover de wil van de Vader een weg en een steunpunt te vinden bij eigen heiliging.

Overigens is het van het grootste belang er op te letten hoe de Kerk de veelvuldige betrekkingen, die haar met Maria verbinden, op verschillende wijzen heeft omgezet in werkdadige vormen van eredienst:

  • in diepe verering, wanneer zij de uitzonderlijke waardigheid van de heilige Maagd beschouwt, die door de kracht van de Heilige Geest de Moeder van het mensgeworden Woord is geworden;
  • in brandende liefde, wanneer zij dieper nadenkt over de geestelijke moederschap van Maria, waardoor Deze alle ledematen van het Mystiek Lichaam liefdevol omarmt;
  • in vertrouwvolle aanroepingen, wanneer zij de tussenkomst ervaart van Haar, die onze Voorspreekster en Helpster is; Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 62
  • in velerlei liefdevol dienstbetoon, wanneer zij in de nederige Dienstmaagd de waardigheid erkent van Koningin van barmhartigheid en van Moeder van de genade;
  • in actieve navolging, wanneer zij de heiligheid en de deugden aanschouwt van Haar, die “vol van genade” is (Lc. 1, 28);
  • in verbazing en diepe bewogenheid, wanneer zij Maria “ als in een allerzuiverst beeld met vreugde aanschouwt wat zijzelf verlangt en hoopt te zijn in al haar ledematen” 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de heilige liturgie, Sacrosanctum Concilium (4 dec 1963), 103; in oplettende beschouwing, tenslotte, wanneer zij in de Gezellin van de verlosser, die nu reeds ten volle deelachtig is aan de vruchten van het paasgeheim, de profetische vervulling aanschouwt van haar eigen toekomstig lot, op de dag waarop zij, zonder enige rimpel of vlek Vgl. Ef. 5, 27 , zal zijn als een bruid, getooid voor haar Bruidegom Jezus Christus. Vgl. Openb. 21, 2

Als wij dus, Eerbiedwaardige Broeders, de diepe verering voor de heilige Moeder van God beschouwen, waarvan zowel de liturgische overlevering van de universele Kerk, als de vernieuwde Romeinse ritus getuigenis afleggen; als wij vervolgens ons te binnen roepen dat de heilige Liturgie zelf vanwege haar hoge waarde voor de goddelijke eredienst een gulden regel is voor de christelijke vroomheid; en als wij er, tenslotte, op letten hoe de Kerk bij het vieren van de heilige geheimen een houding van geloof en liefde aanneemt, gelijkend op die van de heilige Maagd, - dan begrijpen wij ten volle hoe terecht het Tweede Vaticaans Concilie alle zonen en dochters van de Kerk aanspoort om de verering van de heilige Maagd, vooral de liturgische, edelmoedig te beoefenen". 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 67

Wij zouden willen dat deze aansporing overal zonder enige reserve aanvaard en ijverig in praktijk gebracht wordt.

Document

Naam: MARIALIS CULTUS
Over de vernieuwing van de Maria-verering in liturgie en persoonlijke beleving
Soort: H. Paus Paulus VI - Apostolische Exhortatie
Auteur: H. Paus Paulus VI
Datum: 2 februari 1974
Copyrights: © 1976, R.K. Initiatief-Comité Amsterdam
Bewerkt: 3 augustus 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam