• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Tenslotte heeft men, dank zij het onderzoek van deskundige personen van onze tijd, ook een vollediger inzicht gekregen in de betrekkingen tussen de liturgische eredienst en de Rozenkrans ter ere van Maria.

Van de ene kant werd in feite duidelijker in het licht gesteld, dat het gebruik van de Rozenkrans te zien is als een lootje, dat ontsproten is aan de aloude stam van de heilige Liturgie. Hij werd dan ook “Psalter van de heilige Maagd” genoemd, omdat de eenvoudige gelovigen met behulp hiervan zich zouden kunnen verenigen met het loflied en de smeekbede van de algemene Kerk. Maar van de andere kant heeft men ook kunnen waarnemen, dat dit gebruik is opgekomen tegen het einde van de Middeleeuwen, d.w.z. in dat tijdsgewricht, waarin de christengelovigen, bij het kwijnen van de ware geest der Liturgie, enigszins vervreemd waren van de liturgische eredienst en de voorkeur gaven aan de meer naar buiten tredende gevoelens van vroomheid jegens de mensheid van Christus en Jegens de Allerheiligste Maagd Maria.

Zo kon het, nog niet veel jaren geleden, gebeuren dat sommige personen de wens tot uiting brachten, dat de Rozenkrans ter ere van Maria tot de liturgische riten zou worden gerekend, terwijl andere – bekommerd als zij waren om de dwalingen op pastoraal gebied uit het verleden te voorkomen – deze vorm van bidden ten onrechte verwaarloosden.

Doch dit vraagstuk kan heden ten dage gemakkelijk opgelost worden in het licht van de leer van het Tweede Vaticaans Concilie, vastgelegd in zijn Constitutie, waarvan de aanhef luidt: “2e Vaticaans Concilie - Constitutie
Sacrosanctum Concilium
Over de heilige liturgie
(4 december 1963)
” . Krachtens deze leer mogen namelijk de liturgische vieringen en de vrome oefening van de Rozenkrans niet tegenover elkaar geplaatst, noch ook aan elkaar gelijkgesteld worden Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de heilige liturgie, Sacrosanctum Concilium (4 dec 1963), 13.

Iedere vorm van bidden wordt in feite des te vruchtbaarder, naarmate hij zijn aangeboren kracht en eigen aard behoudt. Is dus de hogere waarde van de liturgische handelingen eenmaal vastgesteld, dan zal het niet mogelijk vallen, in de Rozenkrans een vorm van vroomheid te erkennen, die gemakkelijk met de heilige Liturgie in harmonie kan worden gebracht. Want evenals de Liturgie zelf, heeft ook de Rozenkrans een gemeenschapskarakter, wordt door de Heilige Schrift gevoed en betreft het gehele Christusmysterie. En ofschoon verder beide soorten van gebed door hun natuur zelf onderling verschillen, verwijlt toch zowel de anamnese (of gedachtenisviering) in de heilige Liturgie, als het beschouwend aandenken in de Rozenkrans ter ere van Maria, bij dezelfde heilsgebeurtenissen, waarvan Christus de bewerker is.

Maar er is ook een wezenlijk verschil. Enerzijds bewerkt immers de Liturgie, dat de verhevenste geheimen van onze Verlossing onder de sluier van tekenen onder ons tegenwoordig worden gesteld en op geheimzinnige wijze werkzaam zijn. Anderzijds evenwel roept bij de Rozenkrans de geest van de biddende persoon deze geheimen door vrome beschouwing in zich op en wordt zijn wil aangespoord om de daaraan ontleende richtlijnen in de praktijk van iedere dag te beleven.

Welnu, is dit verschil, dat van wezenlijke aard is, eenmaal vastgesteld, dan is het gemakkelijk te begrijpen, dat de Rozenkrans een vrome oefening is, die haar oorsprong aan de heilige Liturgie ontleent, en die – mits zij volgens haar oorspronkelijke geest gehouden wordt – van nature naar de Liturgie voert, zonder nochtans de drempel van deze te overschrijden. Immers, de beschouwing van de mysteries van Christus, die in de Rozenkrans plaats heeft, gewent geest en hart van de christengelovigen eraan, deze geheimen nader te overwegen, zodat deze wijze van bidden hen op uitstekende wijze kan voorbereiden om diezelfde geheimen in de liturgische handelingen te vieren en de gedachtenis daaraan gedurende de dag voort te zetten. Maar het is niet vrij van dwaling, de Rozenkrans ter ere van Maria – zoals jammer genoeg hier en daar nog gebeurt – gedurende de liturgische handeling zelf te bidden.

Document

Naam: MARIALIS CULTUS
Over de vernieuwing van de Maria-verering in liturgie en persoonlijke beleving
Soort: H. Paus Paulus VI - Apostolische Exhortatie
Auteur: H. Paus Paulus VI
Datum: 2 februari 1974
Copyrights: © 1976, R.K. Initiatief-Comité Amsterdam
Bewerkt: 3 augustus 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam