• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Thans willen Wij, Eerbiedwaardige Broeders, wat langer stilstaan bij die gebeden, welke ”de samenvatting van heel het Evangelie” werden genoemd Paus Pius XII, Brief, Aan de Aartsbisschop van Manilla, Philippinas Insulas (1 jan 1946). Namelijk de (Rozen)kroon of de “Rozenkrans” van de heilige Maagd Maria.
Zodoende heeft Onze voortdurende belangstelling voor de geliefde Rozenkrans ter ere van de heilige Maagd Maria Ons ertoe gebracht om met bijzondere opmerkzaamheid datgene te volgen wat op niet weinige congressen, die deze laatste jaren op dit gebeid werden gehouden, besproken en voorgesteld werd omtrent de pastorale waarde van de Rozenkrans voor onze tijd.

Deze samenkomsten werden georganiseerd door een aantal Verenigingen en personen, die zich bijzonder toelegden op het bevorderen van het Rozenkransgebed. Deelnemers daaraan waren zowel bisschoppen, priesters en religieuzen, alsook mannen en vrouwen uit de lekenstand, die vanwege hun jarenlange ervaring bijzonder vertrouwd waren met pastorale aangelegenheden en over een kerkelijke aanvoelingsvermogen beschikten, dat vertrouwen en hoogachting verdiende. Onder hen vermelden Wij met ere de Zonen van St. Dominicus, die sinds lang de bewaarders en voorstanders van deze heilzame devotie.

Bij de resultaten van deze samenkomsten voegen zich de onderzoekingen van de geschiedkundigen. Door hun studies werd de oorspronkelijke vorm van de Rozenkrans nagevorst, zeerzeker niet met een archeologische opzet, maar zò, dat men daaruit zowel zijn oorsprong zelf, als zijn aangeboren kracht en grondstructuur zou kunnen vaststellen en doorzien. Uit dit alles nu is de oorspronkelijke aard van de Rozenkrans duidelijker aan het licht getreden, evenals ook de delen, die tot zijn eigenlijke natuur behoren, en hun onderling verband.

Hieruit is, om aanstonds een voorbeeld te noemen, het evangelisch karakter van de Rozenkrans duidelijker naar voren gekomen. Aan het Evangelie zijn immers de daarin aangekondigde geheimen en zijn voornaamste formules ontleend. Eveneens uit het Evangelie putten de gelovigen, wanneer zij bij he bidden van de Rozenkrans de feestelijke begroeting van de Engel en de religieuze instemming van Maria in herinnering roepen. En tenslotte belijden zij, door op passende wijze de begroeting van de Engel te herhalen, openlijk een der voornaamste mysteries van het Evangelie, namelijk de Menswording van het Woord; en wel beschouwd op dat unieke en beslissende ogenblik van de geschiedenis, waarop de Engel de boodschap aan Maria heeft gebracht.

De Rozenkrans is dus “een evangelisch gebed” , een benaming waarmee de zielzorgers en de geleerden hem in onze dagen, meer dan vroeger, plegen te typeren.

Ook heeft men thans beter begrepen dan vroeger hoe de geordende en zich stap voor stap ontvouwende Rozenkrans een weerspiegeling is van de wijze waarop het Woord van God – na zich door een barmhartig raadsbesluit het lot van de mensen hebben aangetrokken – het werk van de Verlossing ten uitvoer heeft gelegd. In een passende volgorde worden immers de voornaamste heilsgebeurtenissen beschouwd, die zich in Christus hebben voltrokken: vanaf de maagdelijke ontvangenis van het Woord Gods en de geheimen van Jezus’ kindsheid tot an de verheven geheimen van Pasen, namelijk het heilig Lijden en de glorievolle Verrijzenis, tot aan de vruchten ervan, die op de eerste Pinksterdag aan de ontluikende Kerk zijn tebeurt gevallen, evenals aan de heilige Maagd Maria, toen Zij uit deze aardse ballingschap met ziel en lichaam in het hemels vaderland werd opgenomen.

Men heeft thans ook duidelijker begrepen, dat de verdeling der geheimen van de Rozenkrans in drie series met opeenvolgende gebeurtenissen, die in overeenstemming zijn met de werkelijke tijdsvolgorde, een treffende samenhang vertoont, doch tevens een weerspiegeling is van het schema van de oorspronkelijke geloofsverkondiging; en dat de Rozenkrans bovendien het Christusmysterie op dezelfde wijze voorhoudt als St. Paulus het heeft gezien, toen hij in zijn bekende hyme in de Brief aan de Filippenzen getuigde van Christus’ ontleding dood en verheffing Vgl. Fil. 2, 6-11 .

Daar de Rozenkrans dus op het Evangelie steunt en betrekking heeft op het geheim van de Menswording en de Verlossing van de mensen als op zijn middelpunt, moet hij beschouwd worden als een gebed, dat zich geheel en al op Christus concentreert.

Het eigene en bijzondere immers van dit gebed, namelijk zijn litanie-vormige herhaling van de groet an de Engel: “Wees gegroet, Maria” , betekent ook een ononderbroken loflied op Christus, want op Hem hebben zowel de boodschap van de Engel, als de groet van de moeder van Johannes de Doper: ”Gezegend is de vrucht van uw schoot” (Lc. 1, 42), betrekking als op hun eindterm. Jazelfs, de herhaling van de woorden “Wees gegroet, Maria” vormt als het ware het weefsel, waarin de beschouwing van de geloofsgeheimen voortgang vindt. Christus immers, die in iedere begroeting van de Engel aangeduid wordt, is dezelfde als degene die in de achtereenvolgens aangekondigde geheimen wordt voorgesteld als de Zoon van God en als de Zoon van de Maagd, die in de grot van Bethlehem geboren werd. Hij is dezelfde het Kind, dat door zijn Moeder in de tempel werd opgedragen en als de Knaap, die bekommerd was om de dingen, die van zijn Vader zijn; dezelfde als de Verlosser van de mensen, die in de tuin van doodstrijd heeft verkeerd, met gesels werd geslagen en met een krans van doornen gekroond; dezelfde die met het kruis beladen werd en op de Calvarieberg gestorven is; dezelfde die uit de doden werd opgewekt en is opgestegen naar de glorie van zijn Vader, om vandaar uit de gaven van de Geest te zenden.

Zoals wij allen weten, heeft vroeger de gewoonte bestaan – die op verschillende plaatsen tot vandaag toe van kracht is gebleven – om bij ieder “Wees gegroet” aan de naam Jezus een zinsnede toe te voegen, die samenhangt met het aangekondigde geheim. Dit gebeurde met de bedoeling de beschouwing te bevorderen en de geest in harmonie te brengen met het stemgeluid.

Evenzo heeft men, sterker dan vroeger, de dwingende noodzaak ingezien, om behalve op de kracht van de Rozenkrans als lof- en smeekgebed, te wijzen op een ander element, dat daaraan eigen is, namelijk op de beschouwing.

Wanneer dit aspect ontbreekt, is de Rozenkrans te vergelijken met een lichaam zonder ziel. Dan bestaat het gevaar dat het bidden ervan ontaard in een herhaling van formules, waaraan verstand en gemoed ontbreken, zodat men in tegenspraak komt met de vermaning van Jezus Christus: ”Als gij bidt, gebruikt dan geen veelheid van woorden, zoals de heidenen doen; want deze menen dat zij vanwege de veelheid van hun woorden verhoring zullen vinden” (Mt. 6, 7).

De Rozenkrans vereist in feite van nature dat hij in een rustig gebedsritme en als ware in een meditatieve vertraging verloopt. Hierdoor blijft de bidder gemakkelijker bezig met de overweging van de geheimen van Christus’ leven, als het ware doorleefd met het hart van Haar, die de Heer het meest van allen nabij is geweest, opdat zo ook aan hem de onpeilbare rijkdommen van die geheimen ontsloten zouden worden.

Tenslotte heeft men, dank zij het onderzoek van deskundige personen van onze tijd, ook een vollediger inzicht gekregen in de betrekkingen tussen de liturgische eredienst en de Rozenkrans ter ere van Maria.

Van de ene kant werd in feite duidelijker in het licht gesteld, dat het gebruik van de Rozenkrans te zien is als een lootje, dat ontsproten is aan de aloude stam van de heilige Liturgie. Hij werd dan ook “Psalter van de heilige Maagd” genoemd, omdat de eenvoudige gelovigen met behulp hiervan zich zouden kunnen verenigen met het loflied en de smeekbede van de algemene Kerk. Maar van de andere kant heeft men ook kunnen waarnemen, dat dit gebruik is opgekomen tegen het einde van de Middeleeuwen, d.w.z. in dat tijdsgewricht, waarin de christengelovigen, bij het kwijnen van de ware geest der Liturgie, enigszins vervreemd waren van de liturgische eredienst en de voorkeur gaven aan de meer naar buiten tredende gevoelens van vroomheid jegens de mensheid van Christus en Jegens de Allerheiligste Maagd Maria.

Zo kon het, nog niet veel jaren geleden, gebeuren dat sommige personen de wens tot uiting brachten, dat de Rozenkrans ter ere van Maria tot de liturgische riten zou worden gerekend, terwijl andere – bekommerd als zij waren om de dwalingen op pastoraal gebied uit het verleden te voorkomen – deze vorm van bidden ten onrechte verwaarloosden.

Doch dit vraagstuk kan heden ten dage gemakkelijk opgelost worden in het licht van de leer van het Tweede Vaticaans Concilie, vastgelegd in zijn Constitutie, waarvan de aanhef luidt: “2e Vaticaans Concilie - Constitutie
Sacrosanctum Concilium
Over de heilige liturgie
(4 december 1963)
” . Krachtens deze leer mogen namelijk de liturgische vieringen en de vrome oefening van de Rozenkrans niet tegenover elkaar geplaatst, noch ook aan elkaar gelijkgesteld worden Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de heilige liturgie, Sacrosanctum Concilium (4 dec 1963), 13.

Iedere vorm van bidden wordt in feite des te vruchtbaarder, naarmate hij zijn aangeboren kracht en eigen aard behoudt. Is dus de hogere waarde van de liturgische handelingen eenmaal vastgesteld, dan zal het niet mogelijk vallen, in de Rozenkrans een vorm van vroomheid te erkennen, die gemakkelijk met de heilige Liturgie in harmonie kan worden gebracht. Want evenals de Liturgie zelf, heeft ook de Rozenkrans een gemeenschapskarakter, wordt door de Heilige Schrift gevoed en betreft het gehele Christusmysterie. En ofschoon verder beide soorten van gebed door hun natuur zelf onderling verschillen, verwijlt toch zowel de anamnese (of gedachtenisviering) in de heilige Liturgie, als het beschouwend aandenken in de Rozenkrans ter ere van Maria, bij dezelfde heilsgebeurtenissen, waarvan Christus de bewerker is.

Maar er is ook een wezenlijk verschil. Enerzijds bewerkt immers de Liturgie, dat de verhevenste geheimen van onze Verlossing onder de sluier van tekenen onder ons tegenwoordig worden gesteld en op geheimzinnige wijze werkzaam zijn. Anderzijds evenwel roept bij de Rozenkrans de geest van de biddende persoon deze geheimen door vrome beschouwing in zich op en wordt zijn wil aangespoord om de daaraan ontleende richtlijnen in de praktijk van iedere dag te beleven.

Welnu, is dit verschil, dat van wezenlijke aard is, eenmaal vastgesteld, dan is het gemakkelijk te begrijpen, dat de Rozenkrans een vrome oefening is, die haar oorsprong aan de heilige Liturgie ontleent, en die – mits zij volgens haar oorspronkelijke geest gehouden wordt – van nature naar de Liturgie voert, zonder nochtans de drempel van deze te overschrijden. Immers, de beschouwing van de mysteries van Christus, die in de Rozenkrans plaats heeft, gewent geest en hart van de christengelovigen eraan, deze geheimen nader te overwegen, zodat deze wijze van bidden hen op uitstekende wijze kan voorbereiden om diezelfde geheimen in de liturgische handelingen te vieren en de gedachtenis daaraan gedurende de dag voort te zetten. Maar het is niet vrij van dwaling, de Rozenkrans ter ere van Maria – zoals jammer genoeg hier en daar nog gebeurt – gedurende de liturgische handeling zelf te bidden.

De (Rozen)kroon van de Heilige Maagd Maria bestaat – overovereenkomstig de overlevering, die door Onze Voorganger de Heilige Pius V werd overgenomen en met het gezag van zijn ambt bekrachtigd – uit verschillende delen, die op een geschikte wijze geordend en onderling verbonden zijn. Deze delen zijn:
  1. De beschouwing, die in vereniging van geest met Maria gehouden moet worden. Zij betreft meerdere heilsgeheimen, die op verstandige wijze in drie series verdeeld zijn. Daarin overdenken wij zowel de vreugde om de komst van de Messias en de heilbrengende smarten van Christus, alsook de heerlijkheid van zijn verrijzenis uit de doden, met haar weeromstuit op de Kerk. Deze beschouwing beweegt krachtens haar eigen natuur de ziel om na te denken over de beleving van onze godsdienst en om daaruit doeltreffende richtlijnen voor eigen levenswandel te putten.
  2. Het gebed des Heren of het “Onze Vader” . Vanwege zijn allesovertreffende waarde steunt hierop heel het christelijk gebed als op zijn grondslag, terwijl ook de veelvoudige gebedsvormen hieraan hun waardigheid ontlenen.
  3. De litanievormige reeks van begroetingen van de Engel. Dit “Wees gegroet, Maria” wordt gevormd door de woorden van de Engel, die de heilige Maagd begroet Vgl. Lc. 1, 28 en door de eerbiedige lofprijzing door Elisabeth uitgesproken Vgl. Lc. 1, 42 , daarna gevolgd door het smeekgebed van de Kerk: “Heilige Maria...” .
    De voortdurende herhaling der begroeting van de Engel is het eigen goed en de typerende trek van de Rozenkrans. Het aantal daarvan – dat bij de (Rozen)kroon in zijn typische en volle betekenis honderdvijftig Weesgroeten omvat – vertoont een zekere gelijkenis met het Psalmboek (met zijn honderdvijftig Psalmen), een aantal dat de vrome oefening van de Rozenkrans vanaf haar oorsprong heeft gekenmerkt.
    Dit aantal wordt volgens een beproefde gewoonte in tientallen verdeeld, die telkens aan een bepaald geheim worden gewijd en in drie series of reeksen zijn ingedeeld. Daaruit is het bekende “Rozenhoedje” of “Kroontje” ontstaan, dat uit vijftig Ave’s bestaat. Dit “Rozenhoedje” is in gebruik gekomen als algemene manier op deze oefening te houden. Als zodanig is het overgegaan in de volksvroomheid en werd het door de Pausen bekrachtigd en bovendien met vele aflaten verijkten.
  4. De zogenaamde doxologie (of lofprijzing) “Eer aan de Vader”. Hierdoor worden – zoals algemeen gebruikelijk is in christelijke vroomheid – de gebeden besloten met de verheerlijking van de Drieenige God, uit wie alles, door wie alles in wie alles Vgl. Rom. 11, 36 .
Ziedaar de onderdelen van de Rozenkrans ter ere van Maria. Daarin bezit ieder element zijn eigen aard, die ook bij het bidden tot zijn recht moet komen, opdat de Rozenkrans zowel heel de rijkdom van zijn kracht, als zijn afwisselend karakter, tot uitdrukking kan brengen.

Daarom zal men bij het bidden van het “Rozenkroontje” ter ere van Maria ernstig smekend beginnen bij het Gebed des Heren. Men zal lyrisch en prijzend bidden bij de rustige gang van de Weesgegroeten, beschouwend bij het aandachtig overwegen van de geheimen, en aanbiddend bij de doxologie of lofprijzing van God.

Dit alles dient steeds zo te gebeuren, hoe men de Rozenkrans ook pleegt te bidden: hetzij als privé persoon, wanneer de christengelovige alleen en in afzondering bidt, zijn geest met de Heer verenigd; hetzij op gemeenschappelijke wijze, zoals in de huiselijke kring of wanneer meerdere christenen samenkomen om Gods bijzondere tegenwoordigheid onder hen af te smeken Vgl. Mt. 18, 20 ; hetzij tenslotte in het openbaar, d.w.z. op bijeenkomsten, waartoe de kerkelijke gemeenschap wordt samengeroepen.

De laatste tijd zijn er enkele nieuwe oefeningen van vroomheid ontstaan, die hun inspiratie aan de Rozenkrans ontlenen. Van deze willen Wij die oefeningen aangeven en aanbevelen, welke aan de gebruikelijke vormen van religieuze viering van het Woord Gods enkele elementen toevoegen, die aan de Rozenkrans van de Heilige Maagd Maria ontleend zijn. Hiertoe behoort bijvoorbeeld de eigen omschrijving van de geloofsgeheimen, waaraan dan een litanievormige herhaling van het Weesgegroet wordt toegevoegd.

Ongetwijfeld worden dergelijke elementen van de Rozenkrans aldus duidelijker in het licht gesteld, doordat zij tussen de lezing van de Heilige Schrift worden ingevlochten, door een homilie worden toegelicht, door tussenpozen van stilte omgeven en door zang onderstreept.

Het verheugt Ons te vernemen, dat deze vrome oefeningen reeds ertoe hebben bijgedragen om de geestelijke rijkdom van de Rozenkrans zelf beter te doen inzien en om bij samenkomsten en groeperingen van jongeren de eerbied, die wij aan deze gebedsvorm verschuldigd zijn, te doen toenemen.

Document

Naam: MARIALIS CULTUS
Over de vernieuwing van de Maria-verering in liturgie en persoonlijke beleving
Soort: H. Paus Paulus VI - Apostolische Exhortatie
Auteur: H. Paus Paulus VI
Datum: 2 februari 1974
Copyrights: © 1976, R.K. Initiatief-Comité Amsterdam
Bewerkt: 12 november 2018

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam