• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Het is eveneens nodig dat de oefeningen van vroomheid, waardoor de gelovigen van Christus hun hoogachting en verering voor de Moeder des Heren tot uitdrukking brengen, helder en tot in bijzonderheden de plaats belichten, die Zij in de Kerk betreedt: ”na Christus de hoogte en ten opzichte van ons de meest nabije”. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 54 Vgl. H. Paus Paulus VI, Toespraak, Plechtige sluiting van de 2e Zittingsperiode van het Tweede Vaticaans Concilie, Tempus Iam Advenit (4 dec 1963)

Die verheven plaats komt duidelijk en als het ware op taste wijze tot uitdrukking in de God-gewijde gebouwen van de Byzantijnse Ritus; en wel in de plaatsing van de architectonische onderdelen en de gewijde afbeeldingen. Zo draagt de middelste deur van de iconostase de voorstelling van Maria Boodschap, de apsis daarentegen de afbeelding van de “Theotokos” zelf in de glorie. Hierdoor komt dus treffend helder tot uitdrukking hoe vanaf het ogenblik van het “fiat” van de Dienstmaagd des Heren het menselijk geslacht zijn terugkeer naar God begint en in de hemelse luister van de “Alheilige” het eindpunt van zijn reis aanschouwt.

Deze symboliek, waardoor het materiële kerkgebouw de plaats van Maria in het mysterie van de Kerk tot uitdrukking brengt, bevat een leerzame onderrichting en schijnt de eis te stellen, dat de overal verschillende vormen van vroomheid jegens de Allerheiligste Maagd zich in kerkelijke zin en in het perspectief van de Kerk dienen te ontwikkelen.

Zeerzeker zal de verwijzing naar de primaire begrippen omtrent de innerlijke aard van de Kerk, waarop het Tweede Vaticaans Concilie de aandacht heeft gevestigd, zoals “de familie van God” , “het Volk van God” , “het rijk van God” , “het Mystieke Lichaam van Christus” Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 6-8 Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 9-17, de gelovigen in staat stellen zending en taak van Maria in het mysterie van de Kerk, evenals haar vooraanstaande plaats in de gemeenschap der Heiligen, gemakkelijker en spoediger te erkennen.

Deze plastische benamingen zullen er in feite voor zorgen, dat zij zich de broederlijke band, die alle gelovigen van Christus verenigt, scherper bewust worden; want enerzijds zijn wij kinderen van de heilige Maagd, zonen en dochters ”tot wier geboorte en geestelijke vorming Zij met moederlijke liefde bijdraagt” 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 63; en anderzijds tegelijkertijd kinderen van de Kerk, omdat ”wij als vruchten van haar schoot worden geboren, door haar melk gevoed, door haar Geest bezield”. H. Cyprianus van Carthago, Over de eenheid van de Katholieke Kerk, De catolicae ecclesiae unitate. 5: CSEL 3, blz. 214 Bieden werken samen om het Mystieke Lichaam van Christus voort te brengen: ”Beiden zijn zij moeder van Christus, doch geen van beiden brengt zonder de ander heel het lichaam voort”. Isaac de Stella, Preken, Sermones. LI, In Assumptione B. Mariae: PL 194, 1863

Tenslotte zullen diezelfde benamingen de gelovigen in staat stellen om de activiteit van de Kerk in de wereld duidelijker te zien als de voortzetting van de zorg en de ijver van Maria. Immers, de werkzame liefde van de heilige Maagd in het huis van Nazareth en bij Elisabeth, evenals te Kana van Galilea en op de Calvariëberg, zijn stuk voor stuk heilsmomenten van vérgaande draagwijdte voor de Kerk. Deze liefde van Maria nu vindt haar voortzetting en doorwerking in de moederlijke zorgen van de Kerk en in haar vurig verlangen dat alle mensen tot de erkenning van de waarheid komen. Vgl. Tim. 2, 4

Deze ijver toont de Kerk in haar zorg voor de geringen, de behoeftigen en de zieken; in haar voortdurende pogingen tot bevordering van vrede en eendracht in het maatschappelijk leven; in haar volhardende ijver en toewijding om alle mensen deelgenoot te maken van het heil, dat Christus door zijn dood voor hen verdiend heeft.

Juist op deze wijze zal de liefde voor de Kerk zich verwijden in liefde voor Maria, en omgekeerd deze liefde in gene overgaan. Want de ene kan niet blijven bestaan zonder de andere, zoals Chromatius van Aquileja scherpzinnig opgemerkt: ”De Kerk is samengekomen in de bovenzaal (van het Laatste Avondmaal) met Maria, de Moeder van Jezus, en met zijn broeders. Er kan dus geen sprake zijn van de Kerk, tenzij Maria, de Moeder des Heren, daarbij aanwezig is, met zijn broeders”. H. Chromatius van Aquileia, Preken, Sermones. XXX, I: S Ch, 164, blz. 134

Tot besluit dringen Wij nogmaals aan op de noodzaak om de aangeboren kerkelijke aard van de verering, die de heilige Maagd gebracht wordt, duidelijk naar voren te laten komen. Dit zal tot gevolg hebben, dat men dat besluit zal nemen en zijn krachten zal inzetten om te komen tot een gezonde vernieuwing van de mariale vormen van verering en van de teksten op dit gebied.

Document

Naam: MARIALIS CULTUS
Over de vernieuwing van de Maria-verering in liturgie en persoonlijke beleving
Soort: H. Paus Paulus VI - Apostolische Exhortatie
Auteur: H. Paus Paulus VI
Datum: 2 februari 1974
Copyrights: © 1976, R.K. Initiatief-Comité Amsterdam
Bewerkt: 12 november 2018

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam