• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Een ernstige en rustige overweging over de mens en het menselijk samenleven in de samenleving, verhelderd en bekrachtigd door het woord van God en door de leer van de Kerk vanuit haar oorsprong, zegt ons dat de aarde een gave van God is, een gave welke Hij gaf aan alle mensen, mannen en vrouwen, die Hij verenigd wil zien in één familie en verwant met elkaar in een broederlijke geest. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 24 Het is daarom niet geoorloofd, omdat het niet volgens het plan van God is, deze gave op zodanige wijze te beheren, dat slechts weinigen hiervan de vruchten plukken, terwijl anderen, de overgrote meerderheid, zijn buitengesloten. Ernstiger nog is de onevenwichtigheid, en schreeuwender het onrecht dat hiermee gepaard gaat, wanneer deze overgrote meerderheid zich juist hierdoor tot een toestand van gebrek, armoede en marginalisatie ziet veroordeeld.

Het eigenlijk recht op bezit dat op zich rechtmatig is, moet in een christelijke wereldbeschouwing voldoen aan zijn functie en zijn sociale doelstelling vervullen. Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Toespraak, Tot de Indios en Campesinos - Cuilapán (Mexico), De Paus wil uw stem zijn (29 jan 1979), 5-6 Zo behouden bij het gebruik van bezittingen, de algemene bestemming die God eraan heeft gegeven en de eisen van het algemeen welzijn de voorrang over de voordelen, gemakken en soms zelfs over de niet primaire behoeften van privé oorsprong. Dit is ook waar - zoals ik daar in de gelegenheid was te zeggen - wanneer men spreekt over het platteland en het verbouwen van het land, want de aarde werd door God aan de mens ter beschikking gesteld. In het eerste hoofdstuk van Genesis (tekst die we net gehoord hebben) zegt God: 'Hierbij geef Ik ... de hele aardbodem aan u, alle bomen met zaaddragende vruchten; zij zullen u tot voedsel dienen' (Gen. 1, 29). De aarde behoort de mens omdat God haar aan de mens toevertrouwde die haar door zijn arbeid beheerst (Gen. 1, 28). Het is daarom niet geoorloofd, dat in de algemene ontwikkeling van een samenleving, juist de mannen en vrouwen van de werkelijke menswaardige vooruitgang worden uitgesloten die op het platteland leven en die klaar staan om de aarde vruchtbaar te maken, dankzij het werk van hun handen, en die grond nodig hebben om hun gezin te onderhouden.

Vijftien jaar geleden verklaarde het Tweede Vaticaans Concilie - de Kerk die zich bewust werd van zichzelf en van de wereld - juist verwijzend naar de kwestie die ons bezighoudt: 'in de vele gebieden dient men wegens de speciale moeilijkheden van de landbouw ... de landbouwers bij te staan ... opdat zij niet, zoals maar al te vaak gebeurt, tweederangs-burgers zouden blijven', 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 66 En het is niet ondenkbaar, dat zij zich tot nog minderwaardiger omstandigheden verlaagd zien.

Het is niet genoeg om in feite over land in overvloed te beschikken, zoals in uw geliefde Brazilië het geval is, er is een rechtvaardige wetgeving op landbouwgebied nodig, opdat men kan zeggen dat wij een samenleving hebben die beantwoordt aan de wil van God wat betreft het land alsook de eisen van de waardigheid van de menselijke persoon van alle menselijke personen die erop wonen. Het is nodig dat de wetgeving daadwerkelijk van kracht is en het welzijn van alle mensen en niet alleen de belangen van minderheden of individuen.

Ook hier moet aan de overvloed aan grond en aan een juiste wetgeving een meer dan goede wil worden toegevoegd, een oprechte bekering van mens tot mens in zijn transcendente volheid. De mens van het land vereenzelvigt zich met zijn werk en de grond, waaruit hij het voedsel laat ontkiemen voor zovelen, ook-in de grote steden. Hier schiet hij diepe wortels, die zijn wezen onuitroeibaar bestempelen. Hem te ontrukken aan zijn grond, en hem tot een onzekere uittocht naar de grote steden dwingen, of zijn rechten op rechtmatig bezit van de grond niet waarborgen, is zijn rechten als mens en kind van God niet minachten. Dit brengt een gevaarlijke onevenwichtigheid in de samenleving. Daarenboven zal een volledige, juiste en menselijke ontwikkeling-altijd in gelijkheid van voorwaarden zowel de technische als industriële groei van een natie weten te waarborgen, alsook een voorrangsbehandeling van de landbouwvraagstukken welke zo onmisbaar is in deze dagen in het kader van een onafhankelijke, harmonieuze en rechtvaardige samenleving. In dit opzicht beperk ik mij tot het vragen van uw aandacht voor de richtlijnen die door mijn voorganger Joannes XXIII zijn gegeven in de encycliek 'H. Paus Paulus VI - Homilie
Ter ere van de H. Maagd
In de Basiliek Maria Boodschap te Nazareth
(5 januari 1964)
': waar gaat ge heen? - ik stelde deze vraag tijdens de verschillende etappen van mijn apostolische reis door Brazilië. Ik wil ze ook hier herhalen, voor u en met u, voor al degenen die een deel van de verantwoordelijkheid dragen voor de plattelandsbevolking en voor het algemeen welzijn: waar gaat ge heen? Moge het antwoord een moedige, sterke houding zijn, geïnspireerd door ware christelijke waarden ter verdediging van de bevordering van de rechten van de mens, van de mens op het land, ook hij is deelgenoot in het leven en in de opbouw van een steeds rechtvaardiger en daarom ook menselijker samenleving.

In de gedachtegang van de Kerk, is de overweging, dat de sociale organisatie ten dienste van de mens staat en niet omgekeerd, een fundamenteel beginsel. Dit beginsel geldt voor iedereen en altijd. Dit geldt in het bijzonder voor hen die door de samenleving belast zijn, om het welzijn van allen te waarborgen. De initiatieven die zij met betrekking tot de landbouwsector nemen, moeten initiatieven ten gunste van de mens zijn, hetzij op het vlak van de wetgeving, op gerechtelijk terrein, ofwel op het vlak van de verdediging van de rechten van de burgers. Een situatie waarin de bevolking, ook die van het platteland, ziet dat haar menselijke waardigheid wordt geminacht, leidt tot de ondergang, omdat zij de weg openstelt tot andere manieren, die geïnspireerd zijn door haat en geweld.

Document

Naam: TIJDENS DE H. MIS MET LANDARBEIDERS, RECIFE (BRAZILIë)
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Homilie
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 7 juli 1980
Copyrights: © 1980, Archief van Kerken
Bewerkt: 7 november 2019

Referenties naar dit document

 
Geen berichten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam