• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Een pseudo-ideaal

De leer van het communisme, zoals deze in onze dagen verkondigd wordt, biedt zich aan onder aanlokkelijker vorm dan soortgelijke stelsels in vroeger tijden, onder het valse voorwendsel de hulpbehoevenden te willen verlossen. Een pseudo-ideaal van rechtvaardigheid, gelijkheid en broederschap van allen in de arbeid doortrekt zijn leer en zijn werkzaamheid met een vals mysticisme zo zeer, dat het de grote massa verlokt door zijn valse voorspiegelingen en deze bezielt met een allen meeslepend enthousiasme; en dit des te eerder in een tijd als de onze, aangezien de onbillijke verdeling van de goederen een ongekende ontbering van niet weinigen ten gevolge heeft. Ja zelfs pochen en roemen zij er op, als zou dit pseudo-ideaal de economische vooruitgang verwekt hebben, die echter, als hij werkelijk ergens plaats vindt, zonder twijfel aan andere oorzaken moet worden toegeschreven, als bijvoorbeeld aan de invoering van een intensiever industrie in die landen, welke daarvan verstoken waren; aan het feit, dat ontzaglijke bodemschatten, zonder enige rekening te houden met de wetten van de menselijkheid, met enorme winsten geëxploiteerd zijn; ten slotte hieraan, dat de werklieden meedogenloos en wreed gedwongen werden voor een karig loon zeer zware arbeid te verrichten.

Het evolutionistisch materialisme van Marx

De leer nu van het hedendaags communisme, somtijds in een verleidelijk en verlokkelijk kleed gestoken, is in werkelijkheid gebaseerd op de beginselen van het dialectisch en historisch materialisme van Karl Marx; en de theoretici van het bolsjewisme beroemen er zich nog wel op, dat alleen zij daarvan de zuivere verklaring bezitten. Volgens deze leer bestaat er slechts één algemene realiteit, namelijk de stof, met geheime en blinde krachten toegerust, welke stof langs de weg van de evolutie tot boom, dier, mens uitgroeit. Ook de menselijke samenleving is volgens deze leer niets dan een verschijningsvorm van de stof, die op bovenvermelde wijze zich ontwikkelt en met een onvermijdelijke noodzaak in een onophoudelijke strijd van de krachten naar de eindsynthese streeft: een maatschappij zonder klassen. Het is derhalve duidelijk, dat volgens zulke verzinsels de idee van een Eeuwig Opperwezen wordt weggevaagd, dat er totaal geen verschil bestaat tussen geest en stof, ziel en lichaam, dat de ziel niet blijft leven na de dood van het lichaam, noch dat er hoop bestaat op een ander leven. Bovendien komen de communisten langs de weg van de valse dialectiek van het materialisme tot de mening, dat de bovenvermelde strijd, die eenmaal het bestaande tot de eindsynthese zal voeren, door de mensen kan bespoedigd worden. Daarom streven zij ernaar, om de tegenstellingen tussen de verschillende klassen steeds scherper te maken, om aan die onderlinge strijd van de klassen, een bron helaas van verbittering en ruïneuze uitbarstingen, de schijn van een heilige strijd voor de vooruitgang te geven en om zelfs alle hinderpalen, welke dan ook, die deze gewelddadige, systematisch ondernomen pogingen belemmeren, als vijanden van het mensdom radicaal uit de weg te ruimen.

Opvatting aangaande de mens en het huisgezin.

Bovendien berooft het communisme de mens van zijn vrijheid, norm van zijn zedelijk gedrag en tevens berooft het de menselijke persoon van zijn waardigheid en van iedere morele zelfbeheersing om de aanvallen van de blinde driften te weerstaan. En daar de menselijke persoonlijkheid volgens hun leer slechts een onderdeeltje is in het grote raderwerk van het heelal, worden de natuurlijke rechten, die uit het mens-zijn voortvloeien, aan de individuen ontzegd en toegekend aan de gemeenschap. Wat echter de verhoudingen tussen de mensen onderling betreft, volgens hun leer van de absolute gelijkheid verwerpen zij iedere rangorde en elk van God stammend gezag, zelfs dat van de ouders, aangezien volgens hen alle macht en ondergeschiktheid voortvloeit uit de gemeenschap als uit de eerste en enige bron. Ook wordt aan de individuen geen enkel recht toegekend om goederen of productiemiddelen te bezitten; immers, daar met deze weer andere goederen gewonnen worden, brengt het bezit daarvan noodzakelijkerwijze de overheersing van de een over de ander mee. Daarom juist beweren zij, dat elk privaat eigendomsrecht, als zijnde de voornaamste bron van de economische slavernij, totaal moet worden afgeschaft.

Daar verder deze leer elke heilige verplichting van het menselijk leven ontkent en verwerpt, wordt natuurlijk ook het huwelijk en de huiselijke samenleving slechts als een zuiver burgerlijke en kunstmatige instelling beschouwd, ontstaan uit bepaalde economische verhoudingen. En daarom, gelijk nu het bestaan ontkend wordt van een echtelijke verbintenis, samengehouden door rechtelijke en zedelijke banden, onafhankelijk van de vrije beschikking van de individuen of van de gemeenschap, zo wordt ook haar blijvende onverbreekbaarheid verworpen. En in het bijzonder bestaat er, volgens het communisme, voor de vrouw geen band, die haar met het gezin of het huis verbindt. Het communisme immers verkondigt de volslagen bevrijding van de vrouw uit de voogdij van de man en ontdekt haar daarom aan het huiselijk leven en de zorg voor de kinderen, om haar, evenzeer als de man, in het drukke openbare leven te werpen en in het productieproces, terwijl de zorg voor huiselijke haard en kroost aan de burgerlijke maatschappij wordt toevertrouwd. Vgl. Paus Pius XI, Encycliek, Over het Christelijk huwelijk, met inachtneming der in gezin en maatschappij heersende toestanden, noden, dwalingen en misbruiken, Casti Connubii (31 dec 1930), 87-90

Ten slotte wordt aan de ouders hun macht om de kinderen op te voeden ontnomen, daar deze volgens hen alleen toekomt aan de gemeenschap en daarom alleen in naam en opdracht van deze kan uitgeoefend worden.

Wat gewordt er van de maatschappij?

Wat zou er dan wel geworden van een samenleving, gebaseerd op zulke aan het materialisme ontleende beginselen? Er zou dan een maatschappij ontstaan, door geen ander gezag samengehouden dan dat, hetwelk zou voortvloeien uit de economische verhoudingen. En haar enige taak zou zijn deze: met gemeenschappelijke inspanning te produceren; haar enig doel: de goederen van de aarde te genieten in een heerlijk paradijs, "waar ieder zou produceren naar zijn krachten en ontvangen naar zijn behoeften".

Nog moet worden opgemerkt, dat het communisme aan de gemeenschap het recht of liever de bijna onbeperkte willekeur toekent, aan de afzonderlijke enkelingen, individuen, burgers, een plaats in de gemeenschappelijke arbeid aan te wijzen, zonder enige rekening te houden met ieders welzijn, ja zelfs om hen, als zij niet willen, met geweld daartoe te dwingen. En in deze hun maatschappij zijn volgens hen èn zedenleer èn rechtsorde slechts producten van het geldend economisch stelsel en derhalve uiteraard van aardse oorsprong, wisselend en veranderlijk. In één woord, om hun leer in het kort weer te geven, hun streven is een nieuwe wereldorde te brengen en een nieuwe, hogere beschaving, het resultaat slechts van een blinde evolutie, "een menselijke samenleving, die God van de aarde heeft weg gebannen" .

Wanneer echter allen die geestesgesteldheid, welke vereist wordt om zulk een maatschappij te vormen, in die mate zich eigen gemaakt hebben, dat eindelijk dan dat utopistisch ideaal van een maatschappijvorm zonder klassenverschil ontstaan is, dan zal ook de politieke staat, die op het ogenblik slechts op de overheersing van het proletariaat door de kapitalisten is gericht, door de drang van de noodzaak uiteenvallen en "verdwijnen"; zolang echter deze zalige toestand nog niet bestaat, gebruikt het communisme het staatsbestuur en de staatsmacht als het alleszins geschiktste middel, om het gestelde doel te bereiken.

Ziet daar dan, Eerbiedwaardige Broeders, de leer, die het bolsjewistisch en atheïstisch communisme aan het mensdom verkondigt als een nieuw evangelie, en als een boodschap van heil en verlossing! Waarlijk een systeem vol dwaling en bedrog, evenzeer in strijd met de door God geopenbaarde waarheden als met de menselijke rede; een systeem, dat de grondslagen van de menselijke samenleving vernietigt en de sociale orde omverwerpt, dat de ware oorsprong, het wezen en het doel van de staat miskent, en dat ten slotte de rechten, waardigheid en vrijheid van de mens loochent en ontkent.

Document

Naam: DIVINI REDEMPTORIS
Over het goddeloze communisme
Soort: Paus Pius XI - Encycliek
Auteur: Paus Pius XI
Datum: 19 maart 1937
Copyrights: © 1937, R.K. Werkliedenverbond
Bewerkt: 3 januari 2021

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam