• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
De economisch-sociale orde.

Onze Voorganger, Leo XIII gelukzaliger gedach­tenis, heeft in zijn Encycliek aangaande de economi­sche en sociale verhoudingen en het arbeidersvraagstuk Paus Leo XIII - Encycliek
Rerum Novarum
Over kapitaal en arbeid
(15 mei 1891)
doeltreffende richtlijnen opgesteld, welke Wij eveneens in een Encycliek Paus Pius XI - Encycliek
Quadragesimo Anno
Over de aanpassing van de sociale orde
(15 mei 1931)
over het herstel van de maatschappe­lijke orde in christelijke geest aan de toestanden en noden van onze tijd hebben aangepast. In deze Ency­cliek hebben Wij de eeuwenoude leer van de Kerk over het bijzonder karakter van de privaateigendom, zowel individueel als sociaal, nogmaals duidelijk en met klem uiteengezet. Klaar en nauwkeurig hebben Wij de rechten en waardigheid van de menselijke arbeid aan­gegeven, alsmede de betrekkingen van wederzijdse hulp en steun tussen hen, die het kapitaal verschaffen en hen, die arbeid presteren ; tenslotte hebben Wij ge­sproken over het loon, dat de arbeider volgens strikte rechtvaardigheid verschuldigd is voor de behoeften van hemzelf en zijn gezin.

En bovendien hebben Wij duidelijk aan het licht gesteld, dat dan slechts de maatschappij kan behoed blijven voor dat allerdroevigst verval, waarnaar zij gedreven wordt door de leer van het geen moraal kennende liberalisme, wanneer de economische en sociale verhoudingen doordrongen en doortrokken worden van de voorschriften van de sociale rechtvaardig­heid en christelijke naastenliefde, waarbij de terroris­tische klassenstrijd en het despotisch misbruik van het staatsgezag volslagen machteloos staan. Wij hebben er ook op gewezen, dat de ware welvaart van een volk moet bereikt worden door een gezonde organische opbouw, waarin de verschillende trappen van de sociale hiërarchie worden erkend en geëerbiedigd; en dat even­eens alle corporaties onder elkaar verbonden moeten zijn en vriendschappelijk samenwerken, om aldus het alge­meen welzijn van de staat te kunnen nastreven. Daarom bestond - zo leerden Wij verder - de natuurlijke en eigenlijke taak van het staatsgezag hierin, deze harmonische samenwerking van alle burgers onderling naar beste krachten te bevorderen.

Sociale hiƫrarchie en prerogatieven van de Staat.

Juist ter bereiking van deze harmonische orde door aller samenwerking eist de katholieke leer voor de regeringen al het nodige aanzien en gezag op, om de goddelijke en menselijke rechten, waarop de H.Schrift en de kerkvaders zo krachtig aandringen, met waakzame en voorzichtige zorg te verdedigen. Hier moeten Wij de aandacht vestigen op het jammerlijk dwalen van hen, die in dwaasheid beweren, dat in de staat alle burgers dezelfde rechten hebben en dat er geen wettige hiërarchie bestaat. Wij mogen volstaan met de bovenvermelde Encycliek van onzen Voorganger Leo XIII z.g. aan te halen en vooral de Encycliek over het staatsgezag Vgl. Paus Leo XIII, Encycliek, Over de oorsprong van de burgerlijke macht, Diuturnum illud (29 juni 1881) en die over de christelijke inrichting van de staten. Vgl. Paus Leo XIII, Encycliek, Het onvergankelijk werk van den barmhartigen God - Over de christelijke staatsinrichting, Immortale Dei (1 nov 1885) In deze Encyclieken kunnen toch zeker de Katholieken duidelijk voor ogen zien de leer van de rede en het geloof, die hen tegen de bedrieglijke en gevaarlijke denkbeelden van het communisme zal kunnen vrijwaren. Dat de mens beroofd wordt van de hem eigen rechten en alzo in een toestand van slavernij gebracht wordt, dat de eigenlijke en laatste oorsprong van de staat en het staatsgezag ontkend wordt, dat de openbare macht op de afschuwelijkste wijze de hand leent tot collectief terrorisme; dit alles, zeggen Wij, is ten zeerste in strijd met de natuurlijke zedenleer en de wil van de Goddelijke Schepper. Gelijk de mens, zo vindt ook de gemeenschap zijn oorsprong in God en zij zijn door Hem in wederzijdse verhouding op elkander ingesteld. Noch de mens derhalve, noch de maatschappij kan die verplichtingen van de hand wijzen, waardoor zij tegenover elkaar gebonden zijn; evenmin de rechten van de ander verwerpen of verkleinen. God zelf toch heeft die wederzijdse betrekkingen tussen mens en gemeenschap in de voornaamste punten opgesteld en geordend. De onbeschaamde aanmatiging derhalve van het communisme, om voor de goddelijke wet, gebaseerd op de beginselen van waarheid en liefde, een politiek partij program in de plaats te stellen, dat een product is van menselijke willekeur en een bron van vijandschap, staat zonder twijfel gelijk met een volkomen ongepast en wederrechtelijk misbruik van macht.

De Katholieke Kerk heeft bij het voorhouden van deze verheven leer voorzeker geen ander doel, dan om de blijde boodschap, die de engelen boven de grot van Bethlehem uitzongen: glorie aan God en vrede aan de mensen (Lc. 2, 14), tot werkelijkheid te maken en om de ware vrede en het ware geluk, in een mate als bij het streven naar de eeuwige zaligheid in dit sterfelijk leven bereikbaar is, tot stand te brengen, maar wel te verstaan voor de mensen van goede wil.

Deze leer wijkt even ver af van de verderfelijke en valse theorieën als van de praktijk van politieke stelsels in hun niets ontziende experimenten, methoden en strevingen. Immers zij houdt steeds vast aan het juiste evenwicht van waarheid en rechtvaardigheid, verdedigt het in de theorie en bevordert het krachtig in de praktijk. Dit bereikt de Kerk door de wederzijdse plichten en rechten met elkaar te verzoenen en in overeenstemming te brengen: het gezag met de vrijheid, de waardigheid van het individu met die van de staat, verder de menselijke persoonlijkheid van de onderdaan en de aan de overheid verschuldigde gehoorzaamheid met de taak van hen, die Gods macht vertegenwoordi­gen; verder de geordende liefde jegens zichzelf, gezin en vaderland met die liefde jegens de andere gezinnen en volkeren, welke berust op de liefde tot God, aller Vader, uit Wien alles voortkomt en tot Wien allen als tot hun einddoel moeten streven. Diezelfde leer maakt de gerechtvaardigde zorg voor het tijdelijke niet los van de zorgzame bemoeienis voor de eeuwige goederen. En indien zij al de vergankelijke goederen ondergeschikt maakt aan de onvergankelijke, volgens de uitspraak van haar Goddelijke Meester zelf: "Zoekt eerst het Rijk Gods en zijn gerechtigheid en dit alles zal u worden geschon­ken als toegift" (Mt. 6, 33), dan is zij er toch ver van verwijderd, om het tijdelijke te verwaarlozen en de vooruitgang van de beschaving en de tijdelijke welvaart in de weg te staan. Integendeel op de juiste wijze en dus met de grootst mogelijke doeltreffendheid begunstigt en bevordert zij deze. Ofschoon immers de Kerk op het gebied van de eco­nomische of sociale activiteit nooit een bepaald technisch systeem heeft voorgestaan, hetgeen ook haar taak niet is, heeft zij toch de voornaamste richtlijnen en voor­schriften aangegeven, die weliswaar volgens de verschil­lende omstandigheden van tijd, plaats en volk ver­schillend kunnen toegepast worden, maar die toch een veilige weg wijzen, waarlangs de staat een hogere beschaving en een grotere welvaart kan bereiken.

Document

Naam: DIVINI REDEMPTORIS
Over het goddeloze communisme
Soort: Paus Pius XI - Encycliek
Auteur: Paus Pius XI
Datum: 19 maart 1937
Copyrights: © 1937, R.K. Werkliedenverbond
Bewerkt: 3 januari 2021

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam