• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

HET HEILIG JAAR 1975: EEN GROTE GELEGENHEID TOT VERZOENING EN VERNIEUWING

We willen u vandaag een bericht mededelen dat, zo geloven wij, belangrijk is voor het geestelijk leven van de kerk. En wel het volgende. Na te hebben gebeden en nagedacht, hebben wij besloten in 1975 het Heilig Jaar te vieren, volgens het periodiek verloop van vijfentwintig jaar, zoals vastgesteld door onze voorganger Paulus II, bij de pauselijke bulle 'Paus Paulus II - Bul
Ineffabilis Providentia
Heilig Jaar ieder 25 jaar (14 april 1470)
' van 17 april 1470. Het Heilig Jaar, dat in kerkrechtelijke taal jubileum heet, bestond in de Bijbelse traditie van het Oude Testament in een jaar van bijzonder openbaar leven, met onthouding van het gewone werk, het herstellen van de oorspronkelijke verdeling van het grondbezit en het kwijtschelden van lopende schulden en de bevrijding van de joodse slaven. Vgl. Lev. 25, 8. vv In de geschiedenis van de Kerk werd, zoals bekend, het jubileum ingesteld door Bonifatius VIII, in 1300, echter met puur spirituele doelstellingen; het bestond in een boetetocht naar de graven van de apostelen Petrus en Paulus; ook Dante, die de massa mensen die in Rome rondtrokken. Vgl. Dante Alighieri, De Goddelijke Komedie, Divina Commedia (1 jan 1321). Inf 18, 28-33 beschreef, heeft eraan deelgenomen; vervolgens voegde zich, in 1500, bij het jubileum het openen van de heilige deuren van de basilieken die bezocht moesten worden, niet alleen om de toevloed van penitenten te vergemakkelijken, maar ook om de gemakkelijker toegang tot de goddelijke barmhartigheid door het verkrijgen van de jubileum-aflaat te symboliseren.

We hebben ons afgevraagd, of een dergelijke traditie verdient te worden gehandhaafd in onze tijd, zo anders dan de tijden van weleer, en zo sterk geconditioneerd enerzijds door de religieuze stijl die het recente concilie op het kerkelijk leven heeft gedrukt en anderzijds door het praktisch gebrek aan interesse van zoveel delen van de moderne wereld ten opzichte van rituele uitdrukkingsvormen uit andere eeuwen; en we zijn er onmiddellijk van overtuigd geraakt, dat de viering van het Heilig Jaar zich niet alleen kan invoegen in de samenhangende spirituele lijn van het concilie zelf, waaraan wij met grote nadruk trouw gevolg willen geven, maar dat het ook uitstekend kan overeenkomen met en bijdragen tot de onvermoeibare en liefdevolle inspanning die de Kerk besteedt aan de morele noden van onze tijd, aan de interpretatie van zijn diepste aspiraties en ook aan de eerlijke toegevendheid tegenover bepaalde vormen van zijn meest geliefde uiterlijke uitdrukkingsvormen.

Voor dit veelvoudig doel is het nodig het essentiële concept van het Heilig Jaar duidelijk naar voren te brengen, namelijk de innerlijke vernieuwing van de mens: van de mens die denkt en, al denkende, de zekerheid in de Waarheid heeft verloren; van de mens die werkt en, al werkende, zich heeft gerealiseerd, dat hij zo buiten zichzelf getreden is, dat hij zijn eigen persoonlijk spreken niet meer voldoende in de hand heeft; van de mens die zich verheugt en vermaakt en zozeer geniet van opwindende middelen, dat hij zich er snel verveeld en teleurgesteld door voelt. De mens moet van binnen uit opnieuw gemaakt worden. Dat is wat het Evangelie bekering, berouw, metanoia noemt. Dat is het proces van zelf-herboren worden, simpel als een act van helder en moedig bewustzijn; en complex als een lange pedagogische hervormende leertijd. Dat is een moment van genade, dat men normaal slechts met gebogen hoofd ontvangt. En wij denken, dat we het bij het rechte eind hebben, wanneer we ontdekken, dat er in de mens van vandaag een diepe onbevredigdheid leeft, een voldaanheid die samengaat met een ontoereikendheid, een ongelukkig-zijn dat nog wordt verscherpt door de valse recepten voor geluk waarmee hij wordt vergiftigd, een verbijstering omdat hij niet kan genieten van de duizenden genietingen die de beschaving hem in overvloed aanbiedt. Dat wil zeggen, dat hij behoefte heeft aan een innerlijke vernieuwing, zoals het concilie die wenste.

Welnu, juist op deze persoonlijke, innerlijke en dus, in bepaalde opzichten, ook uiterlijke vernieuwing staat het Heilig Jaar gericht, deze therapie, tegelijk gemakkelijk en uitzonderlijk, die geestelijk welzijn zou moeten brengen aan ieder bewustzijn en door weerkaatsing, althans enigermate, aan de sociale mentaliteit. Dat is het algemene idee van het komende Heilig Jaar, gepolariseerd in een ander bijzonder, centraal idee gericht op de praktijk: de verzoening. 

De term 'verzoening' roept een concept op dat tegengesteld is aan dat van breuk. Welke breuk zouden we moeten helen om die verzoening te bereiken die voorwaarde. is voor de gewenste jubileumvernieuwing? Welke breuk? Maar is het soms niet voldoende dat programmatische woord verzoening te noemen om reeds te zien, dat ons leven wordt vertroebeld door teveel breuken, teveel gebrek aan harmonie, teveel wanorde, om van de gaven van het persoonlijke en collectieve leven te genieten volgens hun ideale bedoeling?

Vóór alles moeten we authentieke, levenskrachtige en gelukkige betrekkingen met God herstellen, moeten we in nederigheid en liefde met Hem worden verzoend, opdat, vanuit deze eerste, constitutionele harmonie, de hele wereld van-onze ervaring een eis tot verzoening uitdrukt en de deugd van verzoening verovert in liefde en rechtvaardigheid, met de mensen, die wij onmiddellijk de vernieuwende benaming van broeders toekennen. En zo vervolgens: de verzoening speelt zich op andere, zeer brede en zeer realistische vlakken af: de kerkelijke gemeenschap zelf, de maatschappij, de politiek, het oecumenisme, de vrede ... Het Heilig Jaar zal, indien God het ons zal toestaan het te vieren, in dit opzicht ons vele dingen duidelijker kunnen maken.

Laten we ons nu beperken tot het naar voren halen van een belangrijk facet betreffende de structuur van het komende Heilig Jaar, dat, volgens de eeuwenoude gewoonte, zijn brandpunt in Rome heeft en ook nu zal hebben, met echter dit nieuwe punt. De voorgeschreven voorwaarden voor het verkrijgen van bijzondere geestelijke vruchten zullen deze keer worden geanticipeerd en toegekend aan de lokale kerken, opdat de hele Kerk verspreid over de aarde zich terstond kan beginnen te verheugen over deze grote gelegenheid tot vernieuwing en verzoening en zo beter het hoogte- en eindpunt kan voorbereiden dat in Rome in 1975 gevierd zal worden en dat aan de klassieke bedevaart naar de graven van de apostelen voor degenen die deze kunnen en willen maken haar gangbare betekenis zal geven. En deze belangrijke en heilvolle geestelijke en boetvaardige beweging, die de hele Kerk aangaat en zal samengaan met het verlenen van speciale aflaten, zal op het komende Pinksterfeest, 10 juni, een aanvang nemen. Tijdens de vorige heilige jaren werden deze pas na de vieringen in Rome verleend; nu echter zullen ze daaraan voorafgaan. Iedereen zal begrijpen, dat deze vernieuwing ook de bedoeling heeft met nog duidelijker en doeltreffender eenheid de lokale kerken te eren, die levende ledematen zijn van de ene en universele Kerk van Christus.

Voor het ogenblik is dit voldoende. Maar, zo het God behage, zullen we nog heel veel andere dingen hierover te zeggen hebben. Onze apostolische zegen zij met u.

Document

Naam: HET HEILIG JAAR 1975: EEN GROTE GELEGENHEID TOT VERZOENING EN VERNIEUWING
Soort: H. Paus Paulus VI - Audiƫntie
Auteur: H. Paus Paulus VI
Datum: 9 mei 1973
Copyrights: © 1973, Archief van Kerken, 28e jrg nr 14, p. 636-638
Vert.: Archief van Kerken; alineaverdeling en -nummering: redactie
Bewerkt: 7 november 2019

Referenties naar dit document

 
Geen berichten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam