• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
In de H. Paus Johannes Paulus II - Audiëntie
De betekenis van de oorspronkelijke eenzaamheid van de mens
Theologie van het Lichaam, Deel 1, De oorspronkelijke eenheid van man en vrouw, catechese over het Boek Genesisnr. 5
(10 oktober 1979)
zijn we begonnen met de analyse van de betekenis van de mens in zijn oorspronkelijke eenzaamheid. De jahwistische tekst gaf ons het beginpunt, in het bijzonder met de volgende woorden: "Het is niet goed dat de mens alleen blijft. Ik ga een hulp voor hem maken die bij hem past' (Gen. 2, 18).

De analyse van de betreffende passages uit het tweede hoofdstuk van Genesis heeft al enkele verrassende conclusies gegeven aangaande de antropologie, dat is de fundamentele wetenschap over de mens dat dit boek bevat. In relatief weinig woorden toont deze oude tekst de mens als een persoon met de subjectiviteit die hem karakteriseert.

Wanneer Jahwe-God aan deze aldus gevormde eerste mens het gebod geeft aangaande al de bomen die in de 'tuin van Eden' groeien en inzonderheid betreffende de boom van de kennis van goed en kwaad, voegt zich bij de hierboven beschreven kenmerken van de mens ook het moment van de keuze, van de 'zelfbeschikking', dat wil zeggen van de vrije wil. Zo verschijnt het beeld van de met eigen subjectiviteit begiftigde mens voor onze ogen als in eerste aanleg voltooid.

In het begrip 'oorspronkelijke eenzaamheid' liggen zowel het 'zelfbesef' als de 'zelfbeschikking' opgesloten. Het feit dat de mens alléén is, houdt die ontologische structuur in, en het is tegelijkertijd een aanwijzing voor een authentiek bevattingsvermogen. Zonder dat kunnen wij ons geen juist begrip vormen van de woorden die het voorspel zijn op de schepping van de eerste vrouw: 'Ik ga een hulp voor hem maken ... ' Vooral echter zou men zonder een zo diepe betekenis van de oorspron­kelijke eenzaamheid van de mens onmogelijk heel de situatie kunnen begrijpen en juist interpreteren van de 'als het beeld van God' geschapen mens, de situatie namelijk van het eerste, of liever het oorspronkelijke verbond met God.

Die mens die volgens het eerste verhaal uit Genesis geschapen is 'als het beeld van God', verschijnt in het tweede verhaal als subject van het verbond, dat wil zeggen als een als persoon geconstitueerd subject, geconstitueerd tot de dimensie van 'partner van de Absolute' in zoverre hij bewust moet onderscheiden en kiezen tussen goed en kwaad, tussen leven en dood. De woorden van het eerste gebod van Jahwe-God (Gen. 2, 16-17), die rechtstreeks de onderworpenheid, de afhankelijkheid van het schepsel-mens van zijn Schep­per aangeven, onthullen op indirecte wijze juist dat niveau van het mens-zijn als subject van het verbond en 'partner van de Absolute'. De mens is 'alléén': dat wil zeggen dat hij door zijn eigen mens-zijn, door wat hij is, tegelijkertijd geconstitueerd is tot een unieke, exclusieve en onherhaalbare relatie met God zelf. De in de jah­wistische tekst vervatte antropologische definitie bena­dert harerzijds wat wordt uitgedrukt door de theologi­sche definitie van de mens die wij vinden in het eerste scheppingsverhaal ('Nu gaan Wij de mens maken als beeld van Ons, op Ons gelijkend'; Gen. 1, 26).

Document

Naam: HET BEWUSTWORDEN VAN DE MENS DAT HIJ EEN PERSOON IS
Theologie van het Lichaam,
Deel 1, De oorspronkelijke eenheid van man en vrouw,
catechese over het Boek Genesis
nr. 6
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Audiëntie
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 24 oktober 1979
Copyrights: © 1981, "Naar Gods beeld, man en vrouw", uitg. Nieuwe Stad, Antwerpen
Aanvullende vertalingen: Stg. InterKerk, Poeldijk
Bewerkt: 29 augustus 2016

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam