• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

THEOLOGISCHE CRITERIA VOOR EEN HERVORMING VAN DE KERK EN VAN DE ROMEINSE CURIE

Het Evangelie, de waarheid en het heil gaan de Kerk ter harte. De geschiedenis heeft ons geleerd dat telkens wanneer de Kerk zich bevrijdt heeft van de wereldse mentaliteit en van aardse modellen van machtsuitoefening, de weg naar geestelijke vernieuwing in Jezus Christus, haar Hoofd en bron van leven, open gegaan is. Het referentiepunt van het onderricht, het leven en de constitutie van de Kerk is niet het dominium van de koningen maar het ministerium van de apostelen: “Niet alsof wij heer en meester zijn van uw geloof. Wij willen slechts bijdragen tot uw vreugde” (2 Kor. 1, 24).

Dit komt naar boven in alle pogingen tot hervorming, in capite et in membris - in het hoofd en in de leden -, zoals bv. in de Gregoriaanse hervorming van de negende eeuw, in de Tridentijnse hervorming van de zestiende eeuw of in de nieuwe lente van de Kerk met het Tweede Vaticaans Concilie, waar de bewegingen van Bijbelse, patristische, liturgische en ecclesiologische vernieuwing van de negentiende en de twintigste eeuw zijn samengekomen. De tijdelijke macht van de Paus en van de prinsen-bisschoppen heeft zich vaak gesteld boven de geestelijke zending van de Kerk. Vanuit de band tussen politieke macht en geestelijke dienst is niet zelden de corrumperende invloed tevoorschijn gekomen van criteria, ontleend aan macht en prestige. Nog meer verwoestend waren de systemen van de Staatskerken in de moderne tijd zoals bv. in het gallicanisme, het febronianisme en jozefisme, maar ook de onderwerping van de Kerk aan de Staat door middel van het koninklijk patronaatschap in Spaanse en Portugese rijken. Echter, de Kerk ontvangt haar ware betekenis niet vanuit een sociale consensus, vanuit de functie van het christendom als civiele religie of vanuit contacten met de vertegenwoordigers van de politieke macht, maar vanuit het Woord van verlossing zelf, dat gericht wordt tot alle mensen, in bijzonder tot de armen in de periferieën van het leven.

De Heer heeft de Kerk als universeel heilssacrament voor de wereld ingesteld opdat “alle mensen gered worden en tot de kennis van de waarheid komen" (1 Tim. 2, 4). De Kerk zal zichzelf niet kunnen begrijpen en zichzelf niet kunnen rechtvaardigen voor de wereld volgens de standaarden van macht, rijkdom en prestige: de reflectie over de aard en de zending van de Kerk van God is dus de basis en de vooronderstelling van elke ware hervorming.

Ten aanzien van de breekbaarheid van de mensen is er altijd de verleiding de Kerk te vergeestelijken, d.w.z. haar op zij te plaatsen in een domein van louter idealen en dromen – aan gene zijde van de afgrond van de verleiding, de zonde, de dood en de duivel, alsof wij, om de heerlijkheid van de verrijzenis te bereiken, nooit de vallei van het lijden en de pijn zouden moeten doorgaan. Volgens een bepaalde analogie die men kan maken met de menswording van het Woord van God, vormt de Kerk een inwendige eenheid van een geestelijke gemeenschap en een zichtbare vergadering, die als zodanig de Geest van God ten dienste staat als teken en instrument van heil, met als doel het werk van Christus onder de mensen verder te zetten. En dus is de Kerk heilig en heiligmakend omdat zij geheiligd is door God; wat betreft de mensen in hun pelgrimstocht van geloof “moet zij zich tevens altijd weer zuiveren, en daarom is zij voortdurend bezig boete te doen en zich te vernieuwen.” 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 8

In deze zin heeft Benedictus XVI gesproken over de noodzakelijk van een Ent-Weltlichung van de Kerk Vgl. Paus Benedictus XVI, Toespraak, Concertgebouw, Freiburg im Breisgau, Tijdens de ontmoeting met een groep Katholieken actief in Kerk en maatschappij (25 sept 2011). noot toegevoegd door de redactie, d.w.z. van de bevrijding van vormen van wereldlijkheid. Op beslissende wijze heeft Paus Franciscus dit denken verder gezet toen hij sprak over een arme Kerk voor de armen: de Kerk mag nooit toegeven aan de verleiding van auto-secularisering, zichzelf aanpassend aan de seculiere maatschappij en aan een leven zonder God.

In zijn Paus Franciscus - Toespraak
De Romeinse curie en het Lichaam van Christus
Tijdens het uitwisselen van de Kerstwensen met leden en medewerkers van de Romeinse Curie (22 december 2014)
, heeft de Heilige Vader de absolute voorrang onderstreept van het geestelijke doel van de Kerk ten opzichte van elk aards middel, dat nooit een doel op zichzelf mag worden. Deze toespraak vormt een geestelijke aansporing en een gewetensonderzoek voor geheel de Kerk. Het is niet de grootsheid van de goederen van de Kerk of het aantal mensen in onze administratieve structuren die het kompas vormen voor de vernieuwing van de Kerk; het is daarentegen de geest van liefde krachtens dewelke de Kerk de mensen dient doorheen de prediking, de sacramenten en de caritas. De hervorming van de Romeinse Curie, reeds besproken tijdens de samenkomsten voorafgaand aan het conclaaf van 2013, moet een voorbeeld zijn voor de geestelijke vernieuwing van geheel de Kerk.

De Curie is niet een louter administratieve structuur maar is wezenlijk een geestelijke instelling, geworteld in de specifieke zending van de Kerk van Rome, geheiligd door het martelaarschap van de apostelen Petrus en Paulus: “Bij de uitoefening van zijn hoogste, volledige en rechtstreekse macht over de gehele Kerk bedient de Paus zich van de Dicasteries van de Romeinse curie; deze vervullen bijgevolg hun taak in naam en op gezag van de Paus, tot nut van de Kerken en ten dienste van de bisschoppen.” 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over het herderlijk ambt van de bisschoppen in de Kerk, Christus Dominus (28 okt 1965), 9 Vertrekkende vanuit deze theologische beschrijving heeft het Tweede Vaticaans Concilie zelf een reorganisatie van de Kerk, in overeenkomst met de huidige tijd, bevorderd.

De organisatorische structuur en het functioneren van de Curie hangen af van de specifieke zending van de bisschop van Rome. Als Opvolger van Petrus is hij “het blijvende en zichtbare beginsel en fundament van de eenheid zowel van de bisschoppen als van de menigte der gelovigen” 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 23, ingesteld door Christus voor zijn Kerk. Aangezien wij enkel in het licht van het geopenbaarde geloof in staat zijn de Kerk te onderscheiden van eender welke religieuze gemeenschap van louter menselijke aard, zo ook kunnen wij enkel in geloof inzien dat de Paus en de bisschoppen een sacramentele en bemiddelende heilsmacht genieten welke ons verbindt met God. En het is precies deze kwaliteit die de herders van de Kerk onderscheidt van andere vormen van gezag die in elke religieuze gemeenschap, omwille van sociologische en organisatorische motieven, aanwezig zijn.

In de lokale Kerk is de bisschop, dankzij de Heilige Geest, niet een afgevaardigde of een vertegenwoordiger van de Paus maar plaatsvervanger en gezant van Christus, principe en fundament van eenheid in de Kerk die hem is toevertrouwd. De leer over het primaat van de Paus en de collegialiteit van de bisschoppen dient verstaan te worden als uitdrukking van de gemeenschappelijk zorg voor geheel de Kerk als communio ecclesiarum. Daarom kan men de verhouding tussen universele Kerk en particuliere Kerken niet vergelijken met de verhouding tussen profane organisaties. De universele Kerk wordt niet als som van de particuliere Kerken geboren en evenmin zijn de particuliere Kerken louter filialen van de universele Kerk: er bestaat daarentegen een wederzijdse inwendigheid tussen universele Kerk en particuliere Kerken. De Kerk is het lichaam van Christus en wordt geleid en vertegenwoordigd door het Bisschoppencollege cum et sub Petro - met en onder Petrus -.

De Paus, die de eenheid en de ondeelbaarheid van het episcopaat en van de gehele Kerk zichtbaar maakt, zit tegelijkertijd de lokale Kerk van Rome voor. Wegens het werk van Petrus als bisschop van Rome en vooral dankzij zijn martelaarschap is het primaat voor altijd verbonden met de Kerk van Rome. Zoals “de bisschop in de Kerk is en de Kerk in de bisschop” H. Cyprianus van Carthago, Brieven, Epistolae. 66, 8, zo is ook de bisschop van Rome nooit herder van de universele Kerk zonder zijn band met de Kerk van Rome. Zoals het hoofd niet kan gescheiden worden van het lichaam, zo is de band van de bisschop van Rome met de Kerk van Rome onverbreekbaar. Daarom spreekt de Overleving van het primaat “van de Kerk van Rome”. De Paus oefent het primaat nooit uit tenzij tezamen met de Romeinse Kerk.

Als zichtbaar hoofd van de Kerk van Rome is de Paus tegelijkertijd het zichtbaar hoofd van geheel de Kerk. Door het bijzondere gezag (propter potentiorem principalitatem) H. Ireneüs van Lyon, Tegen de ketters, Adversus Haereses. III, 3, 3, 2 dat voortkomt uit de stichting door Petrus en Paulus, moet elke Kerk overeenstemmen met de Kerk van Rome inzake het apostolische geloof. Daarom zijn de wezenskenmerken van de Kerk: één, heilig, katholiek en apostolisch, a fortiori gerealiseerd in de Romeinse Kerk. Vanaf de oudste tijden noemt zij zich “de heilige Roomse Kerk”, niet zozeer omwille van de subjectieve heiligheid van haar hoofd en haar leden, maar omwille van de heiligheid van haar specifieke zending, nl. het trouw bewaren en integraal doorgeven van de apostolische traditie, de geloofsschat - depositum fidei-. Het primaat van de Kerk van Rome heeft niets te maken met eenderwelke macht over de andere Kerken; haar inwendige aard is daarentegen “het voorgaan in de liefde” H. Ignatius van Antiochië, Brief aan de Romeinen, Epistula ad Romanos. proloog, een dienst aan de eenheid van geloof en aan de gemeenschap van alle Kerken, omwille van het welzijn van de gehele mensheid.

Het universele pastorale dienstambt wordt persoonlijk en direct uitgeoefend omdat de Paus in zijn persoon de opvolger is van Petrus, op wie de Heer zijn Kerk heeft willen bouwen. De Paus, echter, oefent dit dienstambt uit met behulp van de Romeinse Kerk. In de loop van de geschiedenis is uit de bisschoppen van de suburbicaire bisdommen en uit de belangrijkste priesters en diakens het kardinalencollege ontstaan. Zoals de priestercollege, vertegenwoordigd door de priesterraad, de diocesane bisschop bijstaat, zo is het kardinalencollege het priesterlijke consilium van de Paus bij de uitoefening van zijn universele pastorale dienst. Volgens een H. Paus Johannes XXIII - Motu Proprio
Cum Gravissima
Alle kardinalen zullen de bisschoppelijke waardigheid bezitten
(15 april 1962)
dienen de kardinalen, met inbegrip van de verantwoordelijken van de Curie, de bisschopswijding te ontvangen; op deze wijze maken zij deel uit van het Bisschoppencollege, iets wat van niet gering belang is bij bv. de ad limina-bezoeken.

Doorheen alle historische verandering is het idee staande gebleven dat de Romeinse Kerk met de universele, pastorale en leerstellige taak van de Paus samenwerkt door middel van het kardinalencollege. Samenhangende groepen van kardinalen en bisschoppen, benoemd door de Paus, vormen de organismen van de Romeinse Curie, waaraan een eigen vakgebied wordt toegekend. Het betreft hier niet een intermediaire instantie tussen Paus en Bisschoppen. De relatie tussen Paus en Bisschoppen, gefundeerd op de bisschoppelijke collegialiteit, is immers onmiddellijk. Immers, de kardinalen en de bisschoppen van de Romeinse Curie ondersteunen de Paus bij zijn dienst aan de katholieke eenheid en stellen alle geschikte middelen te zijner beschikking, noodzakelijk bij de uitoefening van zijn pastoraal en leerstellig ambt. Van zijn kant is de Paus op geen enkele wijze beperkt door de handelingen van de Curie; integendeel hij wordt door de Curie ondersteund bij de uitoefening van het primaatschap dat aan hem is toevertrouwd als opvolger van Petrus ten behoeve van de universele Kerk.

De werkmethode van de Curie is collegiaal – naar analogie met de collegialiteit van het priesterschap onder leiding van de diocesane bisschop. Elke verantwoordelijke van de organismen van de Curie is enkel diegene die voorzit en zijn Dicasterie vertegenwoordigt, terwijl de leden van de gewone bijeenkomsten van het Dicasterie zelf een gelijke verantwoordelijkheid op zich nemen voor het welzijn van de universele Kerk. Voor de hervorming van de Curie is het fundamenteel dat de Curie begrepen wordt als een geestelijke familie: het karakter hiervan en de noodzakelijk pastorale richting van haar werk zijn gegarandeerd door de wederzijdse samenwerking, door de liefde, gebed, Eucharistie, retraite en de pastorale taken en de prediking.

In deze context is het van belang te onderscheiden tussen de Romeinse Curie en de civiele instituties van Vaticaanstad, wiens structuren eerder onderwerpen zijn aan de wetten van publieke administratie en die de politieke onafhankelijkheid van de Kerk garanderen. Ook de Bisschoppensynode behoort in strikte zin niet tot de Romeinse Curie: de synode is de uitdrukking van de collegialiteit van de bisschoppen in gemeenschap met de Paus en onder zijn leiding. Daarentegen helpt de Romeinse Curie de Paus in de uitoefening van zijn primaatschap voor alle Kerken. Daarom onderscheiden de Curie en de Synode zich reeds in formele zin in zoverre de Romeinse Curie de Paus ondersteunt in zijn dienst aan de eenheid, terwijl de Bisschoppensynode de uitdrukking is van de katholiciteit van de Kerk. Alle bisschoppen hebben immers deel aan de zorg van alle Kerken. In concreto zijn beide zendingen met elkaar verbonden.

De Bisschoppensynode, de Bisschoppenconferenties en de verschillende groeperingen van particuliere Kerken behoren tot een theologische categorie die onderscheiden is van de Romeinse Curie. Enkel diegenen die denken volgens schema’s van macht, invloed en prestige interpreteren de organische verhouding tussen primaatschap en episcopaat als een strijd van taken en competenties. De Heilige Geest, echter, voor wie wij nooit onze geest mogen sluiten, schept harmonie tussen de polen van eenheid en veelheid, tussen de universele Kerk en de particuliere Kerken, zoals dit ook gebeurt inwendig in de afzonderlijke particuliere Kerken. Nochtans zaait de geest van de wereld conflicten en wantrouwen. Het bevorderen van een juiste decentralisering betekent niet dat er aan de Bisschoppenconferenties méér macht worden toegekend maar enkel dat zij die echte verantwoordelijkheid uitoefenen die aan hen toekomt op basis van de leerstellige en bestuurlijke bisschopsmacht van haar leden, maar natuurlijk altijd in eenheid met het primaatschap van de Paus en van de Romeinse Kerk.

Een echte hervorming van de Romeinse Curie en van de Kerk heeft als doel de zending van de Paus en van de Kerk in de wereld van vandaag en van morgen helderder te maken. De Kerk ziet zich uitgedaagd door het globale secularisme dat, met een tot nog toe onbekende radicaliteit, de mens wil definiëren zonder God en de poort naar het transcendente wil sluiten en de gemeenschappelijke fundamenten van het mens-zijn wil vernietigen. In de “dictatuur van het relativisme” en in “de globalisering van de onverschilligheid” - wij hernemen hier uitdrukkingen van Benedictus XVI en Franciscus - vallen de grenzen tussen waarheid en leugen, tussen goed en kwaad, weg. De uitdaging voor der hiërarchie en voor alle leden van de Kerk bestaat erin te weerstaan aan deze wereldlijke infecties en te zorgen voor de geestelijke ziekten van onze tijd. Paus Franciscus is bezig met een geestelijke zuivering van de tempel, een proces dat tegelijkertijd smartvol en berijdend is, met als doel de heerlijkheid van God, licht van alle mensen, te laten schitteren in de Kerk. Wanneer wij ons, als leerlingen van de Heer, de woorden van de Schrift: “De ijver voor uw huis zal mij verteren” (Joh. 2, 17) in herinnering roepen, dan begrijpen wij wat het doel is van de hervorming van de Curie en van de Kerk.

Document

Naam: THEOLOGISCHE CRITERIA VOOR EEN HERVORMING VAN DE KERK EN VAN DE ROMEINSE CURIE
Soort: Congregatie voor de Geloofsleer
Auteur: Gerhard Ludwig Kard. Müller, prefect
Datum: 8 februari 2015
Copyrights: © 2015, Vaticana.va / L'Osservatore Romano / Stg. InterKerk
Vert. uit het Italiaans: Dr. J. Vijgen; alineaverdeling en -nummering: redactie
Bewerkt: 6 april 2015

Referenties naar dit document

 
Geen documenten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2018, Stg. InterKerk, Schiedam