• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

HIJ IS VOOR ONS LAM EN TEMPEL TEGELIJK GEWORDEN
Heilige Mis ter viering van de instelling van de H. Eucharistie, van het Sacrament van het Priesterschap en van het gebod van de naastenliefde (Witte Donderdag) in de Basiliek St. Jan van Lateranen

In de lezing uit het Boek Exodus, dat wij zojuist hebben gehoord, wordt ons het Israëlische Pascha-feest getoond, zoals het in de wet van Mozes haar voorgeschreven vorm heeft gekregen. Waarschijnlijk heeft een lentefeest van nomaden model gestaan. Maar voor Israël is daaruit een feest van herdenken, van dank en eveneens van hoop ontstaan. In het centrum van de volgens vaste liturgische regels geordende Pascha-maal staat het lam als symbool van bevrijding uit de onderdrukking in Egypte. Daartoe behoort naast het eten van het lam, de Pascha-Haggadah: het vertellend herinneren dat het God zelf was die met “opgeheven armen” Israël bevrijd heeft. Hij, de Geheimnisvolle en Verborgene, heeft zich machtiger getoond, dan de farao met al de macht die hem ten dienste stond. Israel mag niet vergeten dat God haar geschiedenis zelf ter hand heeft genomen en dat zijn geschiedenis gevormd wordt door de blijvende gemeenschap met God. Zij mag God niet vergeten.
Het woord van herinnering is omgeven door de woorden uit de Psalmen van lofprijzing en van dank. Het danken en prijzen is ontstaan vanuit de berakha, dat in het Grieks eulogia of eucharistia heet: de lofprijzing van God wordt een zegen voor hen die de lofprijzing brengen. De aan God gegeven gaven keren gezegend terug op de mens. Hiermee wordt de brug geslagen van de historie naar de huidige tijd tot in de toekomst toe: nog steeds was de bevrijding van Israël niet voltooid. Nog steeds leed het als klein volk onder het spanningsveld van de grootmachten. Het dankend herinneren aan de vroegere daden van God wordt daarmee meteen een bidden en hopen: volmaak wat Gij begonnen zijt. Schenk ons de uiteindelijke vrijheid.

Deze maaltijd van Israël, met zijn veelvoudige betekenissen, heeft Jezus met de Zijnen op de avond vóór Zijn lijden gevierd. Vanuit deze context moeten we Zijn nieuwe Pascha begrijpen, dat Hij ons de Heilige Eucharistie gegeven heeft. In de berichten daarover door de Evangelisten lijkt er een schijnbare tegenspraak te zijn tussen het Evangelie van de heilige Johannes aan de ene kant en die, hetgeen Mattheus, Marcus en Lucas meedelen, aan de andere kant. Volgens Johannes is Jezus precies op dat ogenblik aan het kruis gestorven toen in de tempel de Pascha-lammeren geofferd werden. Dat betekent echter, dat Hij aan de vooravond van het Pascha gestorven is en zelf geen Pascha-maaltijd gehouden kon hebben - zo lijkt het althans. Volgens de drie synoptische Evangeliën daarentegen was de laatste maaltijd van Jezus een Pascha-maal, waar Hij binnen deze overgeleverde vorm de nieuwe gave van Zijn Lichaam en Bloed instelde. Deze tegenspraak leek tot voor kort niet op te lossen: de meerderheid van de interpretaties zeggen dat Johannes niet een werkelijk historische datum van de dood van Jezus heeft willen meedelen, maar dat hij een symbolische datum heeft gekozen, om zo de diepere waarheid duidelijk te maken: Jezus is het nieuwe, het ware Lam, dat Zijn bloed voor ons vergoten heeft.

Nadat in Qumram boekrollen zijn ontdekt hebben we daardoor op een overtuigende wijze een mogelijke oplossing verkregen, die weliswaar niet algemeen geaccepteerd is, maar die een hoge waarschijnlijkheid heeft. Johannes heeft een historisch correct bericht gegeven, zo kunnen we nu zeggen. Jezus heeft inderdaad op de vooravond van het Pascha-feest op het uur van het offer van het lam, Zijn bloed vergoten. Hij heeft waarschijnlijk met de jongeren Pascha gevierd volgens de Qumran-kalender, dus tenminste één dag vroeger gevierd – zonder lam gevierd, zoals in Qumran, die de tempel van Herodes afwezen en op de nieuwe tempel wachtten. Jezus heeft Pascha gevierd: zonder lam, nee, niet zonder lam: in plaats van het lam heeft Hij Zichzelf geschonken, Zijn lichaam en bloed. Hij heeft zo Zijn dood voorzegt zoals Hij gezegd had: "Niemand neemt het Mij af, maar Ik geef het uit Mezelf" (Joh. 10, 18). Op het moment dat Hij Zijn lichaam en bloed aan de jongeren gaf, heeft Hij feitelijk deze uitspraak voltrokken. Hij heeft Zijn leven zelf gegeven. Zo heeft eerst het oeroude Pascha zijn werkelijke zin gekregen.

De heilige Johannes Chrysostomus heeft in zijn eucharistische catechesen een keer geschreven: "Wat zegt u daar Mozes? Het bloed van een lam reinigt de mensen? Redt hen van de dood? Hoe kan het bloed van een dier mensen reinigen, mensen redden, macht tegen de dood zijn? Inderdaad - zo gaat hij verder - het lam kon alleen maar een symbolisch gebaar zijn en zo de uitdruk zijn van de verwachting en hoop op iemand, die in staat is tot hetgeen het offer van een dier niet in staat is." Jezus viert het Pascha zonder lam en zonder tempel en toch ook weer niet zonder lam en zonder tempel. Hij is zelf hetgeen verwacht werd, het werkelijke Lam, zoals Johannes de Doper het bij het begin van het optreden van Jezus gezegd heeft: "Zie het Lam Gods, dat de zonden van de wereld wegneemt" (Joh. 1, 29). En Hij is zelf de ware tempel, de levende tempel, waarin God woont en waarin wij God ontmoeten en aanbidden kunnen. Zijn bloed, de liefde van Hem, die de Zoon van God is en tegelijk mens, een van ons is, kan redden. Zijn liefde redt, waardoor Hij zich vrij geeft voor ons. De ergens hulpeloze gebaren van verlangen, die het geslachte, zondeloze, onschuldige lam geweest is, heeft een antwoord gevonden in Hem, die voor ons lam en tempel tegelijk is geworden.

Zo stond in het middelpunt van Jezus' nieuwe Pascha het kruis. Van Hem kwam de nieuwe gave, die Hij geschonken heeft. Steeds blijft het zo in de Eucharistie, waardoor we met de apostelen door de tijden heen het nieuwe Pascha mogen vieren. Van het kruis van Christus komt de gave. "Niemand neemt Mij Mijn leven af. Ik geef het zelf." Hij geeft het ons nu. De Pascha-haggadah, het gedenken van Gods reddende daden, is tot een herinnering (memoria) van het kruis en de opstanding Christus geworden - tot een gedachtenis, dat niet aan iets vergankelijks herinnert, maar ons in de tegenwoordigheid van Christus' liefde naar binnen trekt. En zo is de berakha, het zegen- en dankgebed van Israël ons tot Eucharistieviering geworden, waarin de Heer onze gaven - brood en wijn - zegent, om in deze Zichzelf te schenken. Vragen we de Heer, dat Hij ons helpt, dit wonderbare geheim steeds dieper te begrijpen, het steeds meer lief te hebben en daarin Hemzelf steeds meer lief te hebben. Vragen wij de Hem, dat Hij ons in de Heilige Communie steeds meer in Hemzelf binnentrekt. Vragen wij Hem, dat Hij ons helpt, ons leven niet voor ons zelf te houden, maar het Hem te schenken en zo met Hem mee te werken, dat de mensen het leven vinden - het ware leven, dat alleen van Hem komen kan, Die zelf de Weg, de Waarheid en het Leven is. Amen

Document

Naam: HIJ IS VOOR ONS LAM EN TEMPEL TEGELIJK GEWORDEN
Heilige Mis ter viering van de instelling van de H. Eucharistie, van het Sacrament van het Priesterschap en van het gebod van de naastenliefde (Witte Donderdag) in de Basiliek St. Jan van Lateranen
Soort: Paus Benedictus XVI - Homilie
Auteur: Paus Benedictus XVI
Datum: 5 april 2007
Copyrights: © 2007, Libreria Editrice Vaticana / © 2017, Stg. InterKerk
Vertaling, alineaverdeling en -nummering: redactie
Bewerkt: 29 november 2017

Referenties naar dit document

 
Geen documenten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2018, Stg. InterKerk, Schiedam