• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

In de H. Paus Johannes Paulus II - Audiëntie
De grens tussen de oorspronkelijke onschuld en de verlossing bewerkt door Christus
Theologie van het Lichaam, Deel 1, De oorspronkelijke eenheid van man en vrouw, catechese over het Boek Genesisnr. 4
(26 september 1979)
van de huidige cyclus hebben we een eerste conclusie getrokken, afgeleid uit de woorden van Genesis over de schepping van man en vrouw. We zijn deze woorden, dat is het "begin", op het spoor gekomen door de verwijzing van onze Heer Jezus in zijn gesprek over de onontbindbaarheid van het huwelijk. Vgl. Mt. 19, 3-9 Vgl. Mc. 10, 1 - 12 Maar de conclusie die we vonden betekent niet het einde van onze serie van analyses. We moeten de verhalen van het eerste en tweede hoofdstuk van Genesis opnieuw lezen in een bredere context, dat ons in staat zal stellen om een serie van betekenissen te vinden in deze oude teksten, waarnaar Christus ons verwezen heeft. Daarom overwegen we vandaag de betekenis van de oorspronkelijke eenzaamheid van de mens.

a. De dubbele context

Het uitgangspunt voor deze bezinning op de betekenis van de oorspronkelijke eenzaamheid van de mens, wordt ons rechtstreeks gegeven door de volgende woorden uit het boek Genesis: 'Het is niet goed dat de mens alleen blijft. Ik ga een hulp voor hem maken die bij hem past' (Gen. 2, 18). Het is Jahwe-God die deze woorden uitspreekt. Zij maken deel uit van het tweede scheppingsverhaal van de mens en stammen dus uit de jahwistische traditie. Zoals wij reeds in herinnering brachten, is het betekenisvol dat het verhaal van de schepping van de (mannelijke) mens in de jahwistische tekst een volledig geheel vormt (Gen. 2, 7) dat voorafgaat aan het verhaal over de schepping van de vrouw (Gen. 2, 21-22). Het is eveneens veelbetekenend dat de eerste mens ('adam), genomen uit 'stof van de aarde', pas na de schepping van de eerste vrouw als man ('îs = man) wordt gedefinieerd.

Als Jahwe-God zich uitspreekt over de eenzaamheid, doet hij dit dus met verwijzing naar de eenzaamheid van 'de mens' als zodanig en niet naar die van de 'man'.

Wanneer men zich alleen op dit feit baseert, kan men echter moeilijk erg ver gaan met het trekken van conclusies. Toch kan de volledige context van dat alléén-zijn waarover Genesis 2, 18 spreekt ons ervan overtuigen dat het hier inderdaad om de eenzaamheid van 'de mens' gaat en niet over het alléén-zijn van de 'man' doordat hij de vrouw mist. Het schijnt dus, als men zich op de hele context baseert, dat die eenzaamheid twee betekenissen heeft: een die voortvloeit uit de natuur van de mens als zodanig, dat wil zeggen uit zijn mens-zijn (en dit blijkt overduidelijk uit de tekst van Genesis 2) en een die een gevolg is van de man-vrouwrelatie en dit is in zekere zin vanzelfsprekend op basis van de eerste betekenis. Een meer gedetailleerde ontleding van de beschrijving lijkt dit wel degelijk te bevestigen.

Het probleem van het alléén-zijn stelt zich alleen in het tweede scheppingsverhaal van de mens. Het eerste verhaal kent dit probleem niet. Daar wordt de mens in één enkele daad geschapen, als man en vrouw. 'En God schiep de mens als zijn beeld ... man en vrouw schiep Hij hen' (Gen. 1, 27). Het tweede verhaal dat, zoals we reeds zeiden, eerst over de schepping van de mens spreekt en pas daarna over de schepping van de vrouw uit een 'rib' van de man, vestigt onze aandacht op het feit dat 'de mens alléén is' en dit feit doet zich voor als een fundamenteel antropologisch probleem dat in zekere zin voorafgaat aan het probleem dat zich stelt door het feit dat die mens man en vrouw is. Dit probleem gaat niet zozeer vooraf in chronologische als wel in existentiële zin, uit de aard zelf ervan. En zo zal het ook zijn met het probleem van de eenzaamheid van de mens gezien vanuit de theologie van het lichaam, indien wij erin slagen om een diepgaander analyse te maken van het tweede scheppingsverhaal uit Genesis 2.

Document

Naam: DE BETEKENIS VAN DE OORSPRONKELIJKE EENZAAMHEID VAN DE MENS
Theologie van het Lichaam,
Deel 1, De oorspronkelijke eenheid van man en vrouw,
catechese over het Boek Genesis
nr. 5
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Audiëntie
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 10 oktober 1979
Copyrights: © 1981, "Naar Gods beeld, man en vrouw", uitg. Nieuwe Stad, Antwerpen
Aanvullende vertalingen: Stg. InterKerk, Poeldijk
Bewerkt: 29 augustus 2016

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam