• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

H. Paus Johannes Paulus II - Audiëntie
Het eerste scheppingsverhaal met een objectieve definitie van de mens
Theologie van het Lichaam, Deel 1, De oorspronkelijke eenheid van man en vrouw, catechese over het Boek Genesisnr. 2
(12 september 1979)
hebben we gesproken over het eerste scheppingsverhaal in het eerste hoofstuk van Genesis, naar aanleiding van de woorden van Christus over het huwelijk, waarbij Hij verwees naar het "begin". Vandaag gaan we over naar het tweede verhaal, dat vaak als 'jawistisch' wordt betiteld, omdat het de naam 'Jahweh' gebruikt voor God.

Het tweede scheppings­verhaal van de mens, dat er zich op toelegt zowel de oorspronkelijke onschuld en het oorspronkelijke geluk, als de eerste val te beschrijven, heeft uiteraard een heel ander karakter dan het eerste scheppingsverhaal van de mens. En zonder nu reeds in de bijzonderheden van het verhaal te treden, moeten wij vaststellen dat heel deze tekst ons in zijn formulering van de waarheid over de mens verwondert door zijn kenmerkende diepgang die sterk verschilt van die van het eerste hoofdstuk van Genesis.

Men kan zeggen dat het een vooral subjectief geaarde en in zekere zin dus psychologische diepgang heeft. Hoofdstuk 2 vormt om zo te zeggen de oudste beschrijving, de oudste registratie van de manier waarop de mens zichzelf ziet, en samen met hoofdstuk 3 is dit het eerste getuigenis van het menselijk bewustzijn. Een diepgaande bezinning op deze tekst maakt het mogelijk om - dwars door heel de archaïsche vorm van het verhaal met zijn klaarblijkelijke primitieve mythische aard - er 'in nucleo'/ 'in de kiem' haast alle elementen in terug te vinden van de analyse van de mens waarvoor de moderne wijsgerige antropologie en vooral de heden­daagse zo gevoelig is. Men zou kunnen zeggen dat Genesis 2 de schepping van de mens speciaal laat zien onder het aspect van zijn subjectiviteit.

Vergelijken wij beide verhalen, dan komen wij tot de overtuiging dat die subjectiviteit aansluit op de objectieve werkelijkheid van de 'als het beeld van God' geschapen mens. En ook dit feit is - op een andere manier - belangrijk voor de theologie van het lichaam, zoals wij in de volgende analyses zullen vaststellen.

Veelbetekenend is, dat Christus in zijn antwoord aan de Farizeeën waarbij hij zich op het 'begin' beroept, allereerst verwijst naar Genesis 1, 27 om de schepping van de mens aan te geven: 'De Schepper heeft hen in het begin als man en vrouw gemaakt'; en dat hij pas daarna de tekst van Genesis 2, 24 aanhaalt. De woorden die rechtstreeks de eenheid en onverbreekbaarheid van het huwelijk beschrijven, staan in de onmiddellijke contekst van het tweede scheppingsverhaal, dat als typisch kenmerk de afzonderlijke schepping van de vrouw heeft vgl. Gen. 2, 18-23, terwijl het verhaal van de schepping van de eerste (mannelijke) mens in Genesis 2, 5-7 staat. Dit eerste menselijk wezen noemt de bijbel 'de mens' ('adam), terwijl hij na de schepping van de eerste vrouw 'man' ('ish) genoemd wordt in samenhang met 'mannin' ('ishshah, omdat zij uit de man, 'ish, is genomen). Veelbetekenend is ook dat Christus door naar Genesis 2, 24 te verwijzen niet alleen verband legt tussen het 'begin' en het mysterie van de schepping, maar ons bij wijze van spreken ook naar de grens tussen de oorspronkelijke onschuld en de erfzonde brengt.

De tweede beschrijving van de schepping van de mens is in het boek Genesis juist in deze context vastgelegd. Wij lezen er eerst: 'Daarna vormde Jahwe God uit de rib die Hij bij de mens had weggenomen, een vrouw, en bracht haar naar de mens. Toen sprak de mens: "Eindelijk been van mijn gebeente en vlees van mijn vlees. Mannin zal zij heten, want uit een man is zij genomen" (Gen. 2, 22-23).
'Zo komt het dat een man zijn vader en zijn moeder verlaat en zich zo aan zijn vrouw hecht, dat zij één vlees worden' (Gen. 2,24).
'Zij waren beiden naakt, de mens en zijn vrouw, maar zij voelden geen schaamte voor elkaar' (Gen. 2,25).

Onmiddellijk na deze verzen begint Genesis 3 daarop het verhaal over de eerste val van de man en de vrouw, verbonden met de geheimzinnige boom die voordien reeds 'de boom van de kennis van goed en kwaad' was genoemd (Gen. 2, 17). Hiermee doet zich een geheel nieuwe situatie voor, die wezenlijk verschilt van de voorgaande. De boom van de kennis van goed en kwaad is een demarcatielijn tussen de twee oorspron­kelijke toestanden waarover het boek Genesis spreekt. De eerste situatie is die van de oorspronkelijke onschuld, waarbij het menselijk wezen (man en vrouw) zich als het ware buiten de kennis van goed en kwaad bevond zolang hij het verbod van de Schepper niet overtrad en niet at van de vrucht van de boom van de kennis. De tweede situatie daarentegen is die waarin de mens zich, na ongehoorzaam te zijn geworden aan het gebod van de Schepper, zoals de door de slang gesymboliseerde boze geest hem had ingeblazen, op een bepaalde manier binnen de kennis van goed en kwaad bevindt. Die tweede situatie bepaalt de zondetoestand van de mens, in tegenstelling tot de toestand van oorspronkelijke onschuld.

Ofschoon de jahwistische tekst in zijn geheel zeer bondig is, volstaat het, onderscheid te maken en de twee oorspronkelijke situaties scherp tegenover elkaar te plaatsen. Wij spreken hier van situaties, terwijl wij het verhaal voor ogen hebben dat een beschrijving van gebeurtenissen is. Dat neemt niet weg dat via deze beschrijving met alle bijzonderheden ervan het wezen­lijk verschil tussen de zondetoestand van de mens en de toestand van zijn oorspronkelijke onschuld duidelijk tot uiting komt.

De systematisch theologie zal in deze twee tegengestelde situaties twee verschillende toestanden van de menselijke natuur ontdekken: de status naturae integrae (de toestand van de ongerepte natuur) en de status naturae lapsae (de toestand van de gevallen natuur). Dit alles volgt uit de 'jahwistische' tekst van Genesis 2 en 3, die het oudste openbaringswoord bevat en uiteraard een fundamenteel belang heeft voor de theologie van de mens en voor de theologie van het lichaam.

Document

Naam: HET TWEEDE SCHEPPINGSVERHAAL MET EEN SUBJECTIEVE DEFINITIE VAN DE MENS
Theologie van het Lichaam,
Deel 1, De oorspronkelijke eenheid van man en vrouw,
catechese over het Boek Genesis
nr. 3
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Audiëntie
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 19 september 1979
Copyrights: © 1981, "Naar Gods beeld, man en vrouw", uitg. Nieuwe Stad, Antwerpen
Aanvullende vertalingen: Stg. InterKerk, Poeldijk
Bewerkt: 29 augustus 2016

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam