• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

HET EVANGELIE OVER DE UITGESTOTENEN OPENBAART ONZE GELOOFWAARDIGHEID
Tijdens de H. Mis in concelebratie met 20 nieuwe kardinalen, ter afsluiting van het consistorie waarin de creatie had plaatsgevonden
6e Zondag door het Jaar (B) - Sint Pietersbasiliek

“Heer, als Gij wilt kunt Gij mij reinigen” … Jezus, door medelijden bewogen stak de hand uit, raakte hem aan en sprak tot hem: “Ik wil, word rein” Vgl. Mc. 1, 40-41 Jezus’ medelijden! Dit “mee lijden”, dat Hem bij elke lijdende mens brengt! Jezus ontziet zich niet, in tegendeel, Hij laat zich in het leed en de nood van de mens betrekken … gewoon, omdat Hij weet mee te lijden en "wil mee lijden", omdat Hij een hart heeft dat zich niet schaamt "medelijden" te hebben.

“Jezus kon niet meer openlijk in de stad komen, maar verbleef op eenzame plaatsen” (Mc. 1, 45). Dit betekent dat Jezus, naast het genezen van de melaatse, ook de marginalisering op zich heeft genomen die de wet van Mozes oplegde. Vgl. Lev. 13,1-2.45-46 Jezus is niet bang voor het risico het lijden van een ander op zich te nemen, maar betaalt er de prijs voor ten einde toe. Vgl. Jes. 53, 4

Medelijden brengt Jezus ertoe concreet op te treden: de uitgeslotene integreren! Het zijn de drie sleutelbegrippen die de Kerk ons vandaag in de liturgie van het Woord aanreikt: Jezus’ medelijden ten overstaan van uitsluiting en Zijn wil tot integratie.

Uitsluiting

Uitsluiting: wanneer Mozes de kwestie van de melaatsen juridisch aanpakt, vraagt hij dat zij verwijderd worden en uit de gemeenschap gestoten, zolang de ziekte duurt, en hij verklaart hen “onrein”. Vgl. Lev. 13, 1-2.45-46

Beeldt u in hoeveel lijden en schaamte een melaatse kon ondervinden: fysisch, sociaal, psychologisch en spiritueel! Hij is niet alleen het slachtoffer van de ziekte, maar ervaart zich ook als de schuldige ervan, gestraft voor zijn zonden! Hij is een levende dode, “als iemand wiens vader hem in het gezicht gespuwd had”. Vgl. Num. 12, 14

Bovendien boezemt een melaatse angst in, minachting, weerzin en daarom wordt hij door zijn eigen familie verlaten, door anderen gemeden, uit de samenleving gestoten of eerder: de samenleving stoot hem uit en verplicht hem in plaatsen te wonen ver weg van de gezonde mensen, zij sluit hem uit. En dit ging zo ver dat wanneer een gezonde persoon een melaatse genaderd had, hij zwaar zou gestraft worden en dikwijls op zijn beurt als een melaatse zou behandeld worden.

Het doel van deze reglementering was “de gezonden te redden”, “de rechtvaardigen te beschermen” en hen voor ieder gevaar te behoeden, “het gevaar” uit te sluiten, wie besmet is meedogenloos te behandelen. Zo vaardigde ook de hogepriester Kaïfas het besluit uit: “het is beter voor u dat er één mens voor het volk sterft dan dat het hele volk ten onder gaat” (Joh. 11, 50).

Integratie

Integratie: Jezus brengt een grote ommekeer teweeg in deze door angst en vooroordelen besloten mentaliteit en schudt ze door elkaar. En toch schaft Hij de Wet van Mozes niet af maar brengt ze tot haar vervulling Vgl. Mt. 5, 17 , door bijvoorbeeld de wet van oog om oog, tand om tand contraproductief, ondoeltreffend te verklaren; door te verklaren dat God het onderhouden van de Sabbath niet waardeert als dit gepaard gaat men minachting en veroordeling van de mens; of wanneer Hij de zondares niet veroordeelt maar haar daarentegen redt van de blinde ijver van degenen die reeds klaar stonden om haar meedogenloos te stenigen en meenden zo de Wet van Mozes toe te passen. Jezus brengt door de Bergrede Vgl. Mt. 5 ook een ommekeer in de gewetens teweeg, door nieuwe horizonten voor de mensheid te openen en Gods logica ten volle te openbaren. De logica van de liefde die niet op angst gebaseerd is maar op vrijheid, liefde, gezonde ijver en op Gods verlangen naar heil: “God, onze heiland, wil dat alle mensen gered worden en tot de kennis van de waarheid komen” (1 Tim. 2, 3-4). “Ik wil liever barmhartigheid dan offers” (Mt. 12, 7)(Hos. 6, 6).

Jezus, de nieuwe Mozes, heeft de melaatse willen genezen, aanraken, Hij heeft hem willen herintegreren in de gemeenschap, zonder zichzelf de beperkingen van vooroordelen op te leggen, zonder zich aan de overheersende mentaliteit van de mensen aan te passen, zonder zich zorgen te maken over besmetting. Jezus beantwoordt de smeekbede van de melaatse zonder aarzelen en zonder de gebruikelijke verwijzingen om de situatie en alle mogelijke gevolgen te onderzoeken! Wat voor Jezus vooral telt, is degene die veraf zijn te bereiken en te redden, de wonden van zieken te genezen, alle mensen in Gods familie te herintegreren! En daar nemen sommigen aanstoot aan!

Jezus is niet bang voor dit soort ergernis! Hij denkt niet aan de geslotenheid van mensen die zich zelfs aan een genezing ergeren, aan eender welke openheid, eender welke onderneming die niet in hun mentale en spirituele schema’s past, een streling of tederheid die niet met hun gebruikelijke ideeën en rituele zuiverheid overeenstemt. Hij heeft de uitgeslotenen willen integreren, diegenen redden die buiten de schaapskooi zijn. Vgl. Joh. 10

Er zijn twee logica’s in het denken en het geloof: angst om degenen die gered zijn, te verliezen en het verlangen degenen die verloren zijn, te redden. Ook vandaag komt het voor dat wij ons op het kruispunt van deze twee logica’s bevinden: de logica van de wetgeleerden, dat wil zeggen van hen die het gevaar marginaliseren door de besmette persoon te verwijderen; en de logica van God die barmhartig in de armen neemt en opvangt door het kwaad te herintegreren en in het goede te transfigureren, de veroordeling in heil, en uitsluiting in verkondiging.

Deze twee logica’s lopen door heel de Kerkgeschiedenis: uitsluiten en herintegreren. Door het gebod van de Heer in praktijk te brengen om het Evangelie tot aan de uiteinden der aarde te brengen Vgl. Mt. 28, 19 , gaf de heilige Paulus ergernis en ondervond hij sterke tegenstand en grote vijandigheid vooral van degenen die ook eisten dat de bekeerde heidenen de Wet van Mozes onvoorwaardelijk observeren. Zelfs de heilige Petrus kreeg sterke kritiek vanwege de gemeente te verduren wanneer hij het huis binnenging van de heidense honderdman Cornelius. Vgl. Hand. 10

Sinds het Concilie van Jeruzalem is de weg van de Kerk nog steeds die van Jezus: die van barmhartigheid en integratie. Dat betekent niet dat men de gevaren moet onderwaarderen of dat men de wolven bij de kudde moet binnenlaten, maar dat men de verloren zoon die berouw heeft, moet opvangen, dat men de kwetsuren van de zonde beslist en moedig moet genezen, dat men de mouwen moet oprollen en niet passief toekijken naar het lijden van de wereld. Het is de weg van de Kerk niemand eeuwig te veroordelen; Gods barmhartigheid te verspreiden over alle mensen die er met een oprecht hart om vragen; het is juist de weg van de Kerk om van achter zijn omheining te komen en degenen te gaan zoeken die veraf zijn in de periferieën van het leven; de weg om Gods logica volledig op zich te nemen; de Meester te volgen die zegt: “Niet de gezonden hebben een dokter nodig, maar de zieken. Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen maar om zondaars te roepen, opdat ze zich bekeren” (Lc. 5, 31-32).

Door de melaatse te genezen, doet Jezus geen enkel kwaad aan degenen die gezond zijn, integendeel, Hij bevrijdt hen van angst; Hij bezorgt hen geen gevaar maar geeft hen een broeder; Hij minacht de Wet niet maar waardeert de mens aan wie God de Wet heeft gegeven. Eigenlijk bevrijdt Jezus de gezonde van de bekoring van de oudste broer Vgl. Lc. 15, 11-32 en van de last van jaloezie en het gemor van de arbeiders die “de last van de dag en de brandende hitte hebben gedragen” Vgl. Mt. 20, 1-16 .

Bijgevolg kan naastenliefde niet neutraal, onverschillig, lauw of onpartijdig zijn! Naastenliefde is besmettelijk, begeesterd, neemt risico en impliceert! Want ware naastenliefde is altijd onverdiend, onvoorwaardelijk en gratis! Vgl. 1 Kor. 13 Naastenliefde is creatief om de juiste taal te vinden om met iedereen te communiceren die ongeneeslijk beschouwd wordt en dus niet kan aangeraakt worden. Het vinden van de juiste taal ... Contact is de ware taal van de communicatie, dezelfde affectieve taal die genezing brengt aan de melaatse. Hoeveel genezingen kunnen wij verrichten en overbrengen door deze taal te leren! Hij was een melaatse en is een verkondiger van Gods liefde geworden. Het Evangelie zegt: “Eenmaal vertrokken begon de man zijn verhaal overal in het openbaar te vertellen en ruchtbaarheid aan de zaak te geven” (Mc. 1, 45).

Dierbare nieuwe kardinalen, dat is de logica van God, dat is de weg van de Kerk: zij die aan onze deur kloppen, niet alleen met Evangelische moed opvangen en integreren, maar zonder angst en vooroordelen degenen die veraf zijn gaan opzoeken door hun gratis te geven wat wij gratis ontvangen hebben. “Wie aanspraak maakt op verbondenheid met God, moet leven juist zoals Christus geleefd heeft” (1 Joh. 2, 6). Gehele beschikbaarheid om de anderen dienstbaar te zijn, is ons onderscheidingsteken, onze enige eretitel!

Roepen wij in deze Eucharistie, waar wij samen rond het altaar van de Heer staan, de voorspraak in van Maria, Moeder van de Kerk, die uitstoting ervaren heeft door kwaadspreken Vgl. Joh. 8, 41 en ballingschap Vgl. Mt. 2, 13-23 , opdat Zij voor ons zou verkrijgen dat wij trouwe dienaars zijn van God. Zij – die de Moeder is – leert ons niet bang te zijn om uitgesloten mensen met tederheid op te vangen. Doch, hoe dikwijls zijn wij bang voor tederheid!! Zij leert ons niet bang te zijn voor tederheid en medelijden; moge Zij ons bekleden met geduld om hen op hun weg te begeleiden zonder de resultaten te zoeken van werelds succes; moge Zij ons Jezus tonen en ons zoals Hij op weg doen gaan.

Dierbare broeders, kijkend naar Jezus en naar Maria onze Moeder, roep ik u op de Kerk zo te dienen dat de Christenen – door ons getuigenis gesticht – niet bekoord worden met Jezus te zijn zonder met de uitgesloten mensen te willen zijn, zich isolerend in een kaste die niets heeft van authentieke kerkelijkheid. Ik roep u op de gekruisigde Jezus te dienen in elke persoon die om welke reden ook, uitgesloten wordt; de Heer te zien in elke uitgesloten persoon die honger lijdt, dorst lijdt, die naakt is: de Heer is ook aanwezig in hen die het geloof verloren hebben of afstand genomen hebben van hun geloof; de Heer die in de gevangenis is, ziek is, geen werk heeft, die vervolgd wordt; de Heer die in de melaatse is – naar lichaam of ziel – die gediscrimineerd wordt! Wij zullen de Heer niet ontdekken als wij de uitgestoten mens niet op een authentieke manier opvangen! Herinneren wij ons altijd het beeld van de heilige Franciscus die niet bang is de melaatse te omhelzen en zij die lijden onder allerlei vormen van marginalisering, op te vangen. Trouwens, het Evangelie over de uitgestotenen openbaart onze geloofwaardigheid!

Document

Naam: HET EVANGELIE OVER DE UITGESTOTENEN OPENBAART ONZE GELOOFWAARDIGHEID
Tijdens de H. Mis in concelebratie met 20 nieuwe kardinalen, ter afsluiting van het consistorie waarin de creatie had plaatsgevonden
6e Zondag door het Jaar (B) - Sint Pietersbasiliek
Soort: Paus Franciscus - Homilie
Auteur: Paus Franciscus
Datum: 15 februari 2015
Copyrights: © 2015, Libreria Editrice Vaticana / Stg. InterKerk
Vert.: maranatha-gemeenschap; tussentitels, alineaverdeling en-nummering: redactie
Bewerkt: 26 maart 2015

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2018, Stg. InterKerk, Schiedam