• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

HET EERSTE SCHEPPINGSVERHAAL MET EEN OBJECTIEVE DEFINITIE VAN DE MENS
Theologie van het Lichaam,
Deel 1, De oorspronkelijke eenheid van man en vrouw,
catechese over het Boek Genesis
nr. 2

H. Paus Johannes Paulus II - Audiëntie
De eenheid en de onverbreekbaarheid van het huwelijk
Theologie van het Lichaam, Deel 1, De oorspronkelijke eenheid van man en vrouw, catechese over het Boek Genesisnr. 1
(5 september 1979)
woensdag begonnen we een serie van overdenkingen over het antwoord dat Christus gaf aan Zijn ondervragers over het onderwerpvan de eenheid en onontbindbaarheid van het huwelijk. Zoals we zeiden, verwezen de Farizeeën naar de Wet van Mozes. Christus echter ging terug naar het "begin" door het aanhalen van de woorden van Genesis.

Het "begin" is in het onderhavige geval wat op een van de eerste bladzijden van het boek van Genesis staat. Als wij deze werkelijkheid willen analyseren, moeten we ons uiteraard allereerst tot de tekst wenden. De woorden die Christus zegt in zijn gesprek met de Farizeeën en die ons verhaald worden in de Evanglies van Matteüs (Mt. 19) en Marcus (Mc. 10), zijn namelijk een passage die op haar beurt gesitueerd ligt in een welbepaalde context, waarbuiten men haar niet kan begrijpen en niet juist kan interpreteren.

Deze context wordt bepaald door de woorden: 'Hebt gij niet gelezen, dat de Schepper in het begin hen als man en vrouw gemaakt heeft ... ?' (Mt. 19, 4) en verwijst naar wat men het eerste scheppingsverhaal van de mens noemt, dat is opgenomen in de cyclus van de zeven dagen van de schepping van de wereld (Gen. 1, 1-2, 4).

Daarnaast wordt de context waar de andere, aan Genesis 2,24 ontleende woorden van Jezus het dichtst bij komen, gevormd door wat men het tweede scheppingsverhaal van de mens (Gen. 2, 5-25) noemt, dat zich ook uitstrekt tot heel het derde hoofdstuk van Genesis. Qua opvatting en stijl vormt het tweede scheppingsverhaal van de mens een geheel met de beschrijving van de oorspronkelijke onschuld, met het geluk van de mens, en ook met zijn eerste val. Gezien het specifiek karakter van de inhoud van de aan Genesis 2, 24 ontleende woorden van Christus, zou men minstens ook de eerste zin van het vierde hoofdstuk van Genesis tot de context kunnen rekenen. Deze handelt over het zwanger worden en ter wereld brengen van de mens door toedoen van aardse ouders. Dus nemen we die ook op in onze analyse.

Er dient onmiddellijk op gewezen, dat het eerste verhaal van de schepping van de mens vanuit het standpunt van de bijbelkritiek chronologisch na het tweede valt. Dit laatste is van veel ouder oorsprong. Deze oudere tekst wordt 'jahwistisch' genoemd omdat de tekst zich voor het noemen van God bedient van het woord 'Jahwe'. Men kan moeilijk onbewogen blijven tegenover het feit dat het hier geboden godsbeeld zeer opmerkelijke antropologische trekken vertoont. Wij lezen namelijk dat ' ... Jahwe God de mens boetseerde uit stof, van de aarde genomen, en hem de levensadem in de neus blies' (Gen. 2,7).

In tegenstelling tot deze beschrijving is het eerste verhaal, het verhaal dus dat men het recentst acht, veel rijper, zowel voor wat het godsbeeld betreft als in de formulering van de voornaamste waarheden omtrent de mens. Dit verhaal stamt uit de priesterlijke en tegelijkertijd 'elohistische' traditie, naar het woord 'Elohim' dat hierin gebruikt wordt om God aan te duiden.

Gezien het feit dat de schepping van de mens als man en als vrouw, waarnaar Jezus in zijn antwoord volgens Matteüs 19 verwijst, in dit verhaal is opgenomen in het ritme van de zeven dagen van de schepping van de wereld, zou men er een vooral kosmologisch karakter aan kunnen toekennen: de mens en de zichtbare wereld worden tezamen geschapen; maar tegelijkertijd geeft de Schepper de mens bevel, de aarde te onderwerpen en erover te heersen vgl. Gen. 1,28: hij is dus boven de wereld geplaatst. Hoewel de mens zo nauw verbonden is met de zichtbare wereld, schrijft het bijbelverhaal hem evenwel geen enkele gelijkenis met de andere schepsels toe, maar alleen met God. 'En God schiep de mens als zijn beeld; als het beeld van God schiep Hij hem ... ' (Gen. 1,27). Uit de cyclus van de zeven scheppingsdagen blijkt overduidelijk een zeer nauwkeurige gradatie; de mens daarentegen is niet geschapen volgens een natuurlijke opeenvolging: het lijkt of de Schepper even gestopt heeft alvorens hem in het bestaan te roepen, alsof hij had willen nadenken alvorens hij een besluit nam: 'Nu gaan Wij de mens maken, als beeld van Ons, op Ons gelijkend ... ' (Gen. 1,26).
Het niveau van het eerste scheppingsverhaal van de mens is, hoewel het chronologisch van later datum is, vooral van theologische aard. De aanwijzing daarvoor ligt in de omschrijving van de mens op grond van zijn relatie tot God ('als het beeld van God schiep Hij hem'), wat tegelijkertijd de stelling inhoudt dat het absoluut onmogelijk is, de mens te herleiden tot 'de wereld'. Reeds in het licht van de eerste bladzijden van de bijbel, stelt men vast dat de mens niet begrepen, noch volledig verklaard kan worden volgens categorieën die aan de 'wereld' dat wil zeggen aan het zichtbaar geheel van de lichamen zijn ontleend. En toch is ook de mens een lichaam. Genesis 1,27 stelt vast dat deze grondwaarheid ten aanzien van de mens zowel op de man slaat als op de vrouw: 'En God schiep de mens; man en vrouw schiep Hij hen'. Het dient erkend, dat het eerste verhaal bondig is, zonder een zweem van subjectivisme: het bevat slechts het objectieve feit en omschrijft de objectieve werkelijkheid, zowel wanneer het spreekt over de schepping van de mens - man en vrouw - als beeld van God, als wanneer het daar iets verder op laat volgen: 'God zegende hen en God sprak tot hen: "Wees vruchtbaar en word talrijk; bevolk de aarde en onderwerp haar" ' (Gen. 1, 28).
Het eerste scheppingsverhaal van de mens is zoals we hebben vastgesteld van theologische aard; het heeft ook een sterke metafysische geladenheid. Men mag niet vergeten dat juist deze tekst uit het boek Genesis een bron van zeer diepe inspiratie is geworden voor de denkers die 'het zijn' en 'het bestaan' hebben trachten te begrijpen (misschien kan alleen hoofdstuk 3 van het boek Exodus op dit punt de vergelijking met deze tekst doorstaan). Ondanks enkele beeldende uitdrukkingen in verhalende stijl wordt de mens in deze passage allereerst beschreven in de dimensies van het 'zijn' en het 'bestaan'. Hij wordt meer metafysisch dan fysisch gedefinieerd.

Op het mysterie van zijn schepping ('als het beeld van God schiep Hij hem') sluit het perspectief van de voortplanting aan ('wees vruchtbaar en word talrijk; bevolk de aarde'), het perspectief van dat 'worden' in de wereld en de tijd, van dat 'fieri' dat noodzakelijk samenhangt met de metafysische situatie van de schepping: van het contingente zijn. Juist in deze metafysische context van de beschrijving uit Genesis dient de wezenheid van het goede te worden begrepen, dat wil zeggen het waardenaspect. Dit aspect vindt men namelijk terug in het ritme van haast al de scheppingsdagen en het bereikt zijn hoogtepunt na de schepping van de mens: 'God bezag alles wat Hij gemaakt had, en Hij zag dat het heel goed was' (Gen. 1, 31). Men kan dan ook met zekerheid zeggen dat het eerste hoofdstuk van Genesis een onaanvechtbaar referentiepunt vormt en een hechte basis voor een metafysica en eveneens voor een antropologie en een ethica, volgens welke 'ens et bonum convertuntur' (het zijnde en het goede omkeerbaar zijn). Dit alles heeft uiteraard ook betekenis voor de theologie en vooral voor de theologie van het lichaam.

Op dit punt onderbreken we deze overwegingen. H. Paus Johannes Paulus II - Audiëntie
Het tweede scheppingsverhaal met een subjectieve definitie van de mens
Theologie van het Lichaam, Deel 1, De oorspronkelijke eenheid van man en vrouw, catechese over het Boek Genesisnr. 3
(19 september 1979)
zullen we het tweede scheppingsverhaal bespreken. Volgens bijbelgeleerden is het tweede chronologisch de oudere versie. De uitdrukking "theologie van het lichaam" zoals we dat zojuist hebben gebruikt, verdiend een meer exacte uitleg, maar we zullen dit laten wachten tot een later ogenblik. Eerst moeten we de passages uit het Genesis verhaal, waarop Christus Zich baseert, meer in detail bekijken.

Document

Naam: HET EERSTE SCHEPPINGSVERHAAL MET EEN OBJECTIEVE DEFINITIE VAN DE MENS
Theologie van het Lichaam,
Deel 1, De oorspronkelijke eenheid van man en vrouw,
catechese over het Boek Genesis
nr. 2
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Audiëntie
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 12 september 1979
Copyrights: © 1981, "Naar Gods beeld, man en vrouw", uitg. Nieuwe Stad, Antwerpen
Aanvullende vertalingen: Stg. InterKerk, Poeldijk
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam