• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

NA HET AFKONDIGEN VAN DE CONSTITUTIES VAN DE EERSTE ROMEINSE SYNODE
Na de 1e Vespers van het Hoogfeest van Petrus en Paulus - Sint Pieter

Geachte Heer Kardinaal,

Toen, destijds, het levendige bewustzijn van Onze hoogst belangrijke en verantwoordelijke herderlijke taak als Episcopus Romanus, Ons ingaf persoonlijk de Diocesane Synode bijeen te roepen, de voorbereidingen te leiden en de constituties vast te stellen, heeft Ons bijzonder getroffen de wijze waarop gij er in geslaagd zijt U los te maken uit uw gewone functie, in dit geval die van Onze Vicaris Generaal, en Ons bij voorkomende gelegenheden met uw zeer gewaardeerde aanwezigheid en waardevolle adviezen ter zijde te staan.

Nu Wij het stadium bereikt hebben waarin het werk van de Synode is afgesloten en de nieuwe diocesane wetgeving plechtig is afgekondigd, vormen het feit dat gij uit Onze handen de boeken van de Sacrae Constitutiones moogt ontvangen en met vreugde uw gewone werkzaamheden zult kunnen gaan hervatten, èn de vertolking van de vreugdevolle gevoelens van de geestelijkheid en de gelovigen van Rome die gij Ons hebt overgebracht, een verrukkelijke bekroning van hetgeen God Zich. heeft gewaardigd in Onze Persoon en in Ons dierbaar diocees te bewerken in . deze eerste twintig gezegende maanden van Ons nederig episcopaat.

De woorden waarmede gij nogmaals herinnert aan de beweegredenen en de hoge belangen van het grootse werk dat Wij heden plechtig hebben afgesloten, had gij niet gelukkiger kunnen kiezen:

"een werk dat er waarlijk geheel op was gericht te bereiken dat Rome door zijn geestelijke ijver en zijn gehechtheid aan het geloof der Apostelen steeds meer zal gaan leven in overeenstemming met zijn heilig karakter, zijn zending en zijn verantwoordelijkheid - gelijk gij zo juist zegt - als centrum van de christenheid."

Civitas sacerdotalis et regia per sacram beati Petri sedem, caput orbis effecta. H. Paus Leo I de Grote, In natali apostol.. Petri et Pauli

Ook de getuigenis van vreugde en dankbaarheid die gij, geachte Heer Kardinaal, uit naam van het gehele Romeinse volk, hier aflegt voor dit eerste geschenk van de heilige Synode hetwelk Wij door Gods genade aan al Onze diocesanen mogen aanbieden, is voor Ons een reden tot nederige maar oprechte vreugde. Maar het is ook een aanmoediging om vol vertrouwen (rustig, van dag tot dag, overeenkomstig onze krachten) onze zorg en toewijding, die de caritas Christi (quae) urget nos Vgl. 2 Kor. 5, 14 in ons hart ontvlamt te vermeerderen in dienst van de zielen en de huisgezinnen en tot vreugde voor oog en hart.

Een nóg groter vreugde, geachte Heer Kardinaal, verschaft Ons de plechtige verzekering die gij uit naam van alle kinderen van Rome aflegt om in volledige gehoorzaamheid en zo nodig met edelmoedige offervaardigheid, gehoor te geven aan de aansporing van Onze Moeder de H. Kerk tot onwankelbare trouw aan de goddelijke en kerkelijke wetten.

De artikelen van Onze Romeinse Synode zijn zeer zeker groot in aantal en zij hebben betrekking op een veelheid van onderwerpen en kwesties die in een luisterrijke serie rapporten zijn vervat maar die allen toch tot doel hebben éénzelfde fundamentele begrip van orde, discipline en geestelijke en religieuze opheffing. Hij die met aandacht en eerbied stuk voor stuk deze artikelen leest, zal daarin een grote helderheid aantreffen en hij zal een onverwacht duidelijk inzicht verkrijgen omtrent de wijze waarop hij zich moet gedragen in de dienst van God en zijn werk voor de zielen. De leek zal er een inspiratie in vinden voor zijn samenwerking met de priester, dit wil dus zeggen voor zijn mede-arbeid in de algehele heiliging van het leven der Kerk, gezien als het Mystieke Lichaam van Christus. Bij het zoeken naar de schoonheid en de innerlijke samenhang zal men, al is de stof soms een weinig droog en zwaar, getroffen worden door beroeringen van een zo tedere geestesverheffing dat er een onverwacht gezang in ons hart opklinkt dat onze geest rust en helderheid geeft.
Ook het uitstekende en mooie Latijn waarin de artikelen zijn geschreven, draagt in belangrijke mate bij tot een snel en duidelijk begrip van de inhoud.

Onder de psalmen van het psalterium van David, welke in het hart van degene die het Zondagsbrevier bidt zoveel rust en overgave uitstorten, is Psalm 119 een van de meest beroemde:

Beati immaculati in via, qui ambulant in lege Domini. (Ps. 119, 1)

Sint Ambrosius geeft ons hierover een verrukkelijke uiteenzetting, een groots gedicht over de harmonie tussen de goddelijke wet en het leven van de volmaakte Christen. Het lezen en het wederom opnieuw onder ogen zien van de vele onderwerpen die op de Synode behandeld zijn en tegelijkertijd het langzaam op zich in laten werken van de schone woorden die zich aaneenrijgen in de lange psalm van David op de zondagmorgen of de plechtige liturgische dagen van het kerkelijk jaar - dit betekent de ware vreugde smaken van het deel uitmaken van die ene familie, de Kerk, het Mystieke Lichaam van Christus.

Dit is een gedachte die Wij gaarne willen meegeven, niet alleen aan allen die behoren tot de geestelijke stand, maar aan al Onze dierbare gelovigen, volgens de woorden van Sint Petrus Vgl. 1 Pt. 2, 9, het regale sacerdotium, het gens sancta, het populus acquisitionis.

De Synode spreekt over orde, harmonie, vrede en ware vreugde, want ook hier op aarde bestaat een werkelijke geestelijke schoonheid als een afstraling van de onuitsprekelijke schoonheid die Ons wacht in de hemel.

En in dit licht van waarheid, gezag en volmaakte orde ontstaat het drievoudig akkoord waarop wij zo vaak de aandacht vestigen: lex credendi, lex supplicandi, lex agendi: - de wet van het geloof, de wet van het gebed, de wet van het handelen.

Dit is de gulden regel van het katholieke leven individueel zowel als van allen gezamenlijk; het is de bron van alle vertroosting, de veilige weg die de gelovige naar zijn einddoel voert.

De Kerk van Christus is de tempel die zich uitbreidt overal waar er vier stenen bijeengebracht worden om een altaar op te bouwen; maar de Kerk is bovenal een geestelijke tempel; iedere Christen weet dat hij daarin een plaats heeft en is zich bewust van zijn plicht om deze plaats te behouden, met ere en met waardigheid. Gelukkig hij die dit tenvolle beseft en zich hiernaar gedraagt, hij kan verzekerd zijn van het eeuwige geluk.

Mijne geliefde kinderen, priesters en leken, wij zijn Christenen en Katholieken. Laten wij onze heilige oorsprong en onze religieuze traditie eer aan doen. Laten wij de moed opbrengen afstand te doen van de grillen van ons eigen ik, waarachter wij zo gaarne onze gebrekkige godsdienstigheid verbergen. Laten wij onze eigengereide persoonlijke voorkeur, die zich over alles een oordeel aanmatigt, uitschakelen, dáár waar het Gezag van de H. Kerk, steunend op eeuwenlange ervaring en geleid door haar moederlijke wijsheid, het nodig acht bepaalde besluiten te nemen betreffende de uiterlijke vormen, gebruiken en godsdienstige praktijken, maar vooral waar het gaat over de interpretatie van de Wet des Heren, die opgetekend staat in de beide Testamenten en door de Pastor Universalis (in alle nederigheid) in zijn ambt als leraar en leider wordt verkondigd, waarin Hij, door de genade van Goddelijke Bijstand, niet kán falen wanneer het de wetten van geloof en zeden betreft.

Hoe waar zijn de schone woorden van de grote christelijke dichter wanneer hij spreekt over de bevrijding van het kwaad der talloze dwalingen die de wereld ontmoedigen en de argelozen misleiden:

Als de begeerte naar het kwaad u somtijds aangrijpt, gedraagt u dan als redelijke wezens en niet als domme schapen. Dante Alighieri, De Goddelijke Comedie, Divina Commedia. Par. V. 79--80
 

De opwekking: gedraagt u als mensen en niet als onnozele schapen die zich met beuzelingen bezig houden, zij u een waarschuwing tot algemene verbetering. Helaas is het zo dat ook zielen die goedwillend zijn maar gemakkelijk onder de bekoring komen van de dwaling en het kwade, op de proef gesteld worden. Juist hen treedt de Kerk altijd weer tegemoet met hulpmiddelen om hen aan te sporen en op te wekken tot het goede, om hen te bemoedigen.

Zó eindigt tenslotte ook de lange 119e psalm, als een samenvatting van de wisselvalligheden van het menselijk lot gedurende de loop der eeuwen. Gezegend zijn Onze zielen, ook zij zijn blootgesteld aan de bekoringen, maar zij zijn steeds gereed om weer voort te gaan op de goede weg.

Zie, o Heer - zo besluit de psalmist - Ik wandel voor uw ogen, vurig verwacht ik mijn heil van U, o Heer,omdat ik Uw wetten in acht neem en er mijn vreugde in vind. Moge mijn ziel leven en U lofprijzen, moge Uw wijsheid mij te hulp komen; en wanneer ik als een verloren schaap ronddool gaat Gij er dan op uit om Uw dienaar te zoeken, Uw bevelen immers wil ik nooit veronachtzamen. Vivat anima mea et laudet Te et decreta tua adiuvent me (Ps. 119, 175).

Mijne Eerwaarde broeders, geliefde zonen,

De plechtige viering van deze Eerste Romeinse Synode is waarlijk een schitterende gebeurtenis geweest. Moge de Heer allen, die tot dit succes hebben bijgedragen, zegenen. De uitvoering van de bij deze Synode opgestelde constituties is een heilige plicht voor u allen; het is de inleiding voor een gebeurtenis van nog veel groter betekenis met betrekking tot de Universele Kerk, n.l. het Tweede Vaticaans Concilie, waarnaar zo velen, die vurig verlangen naar de zegepraal van het Rijk Gods op deze aarde, vol verwachting uitzien.

Deze actuele canonieke wetgeving Wetboek, Codex Iuris Canonici (1917) (27 mei 1917). Boek II deel I, hoofdstuk III 'de Synodo Dioecesana' verleent ons een tijdperk van 10 jaar van getrouwe naleving van deze nieuwe bepalingen alvorens ons te nopen een tweede Romeinse Synode bijeen te roepen.

Vervuld van de vreugde die ons allen heden bezielt, moget gij Onze beste wensen aanvaarden voor deze komende tien jaren van schone geestelijke activiteit, zodat alle kinderen van Rome zich mogen verheugen in de grote eer die hen te beurt is gevallen in navolging van de traditie van de twee Prinsen der Apostelen, Petrus en Paulus wier namen een symbool zijn van genade, macht en glorie van de universele Kerk.

Want, méér nog dan door de kunstzinnige pracht van de basilieken en de monumenten uit het verleden, wordt de glorie van de kinderen van Rome gevormd door de getrouwheid van de evangelische traditie, de gehoorzaamheid aan de Paus, de navolging van het voorbeeld van haar heiligen, die van deze stad een middelpunt maken waar men zich vanuit de uiteinden der aarde in geestelijke verrukking samentreft.

Maria, Koningin der apostelen en Heil van het Romeinse Volk, weest Gij onze Moeder en onze genadige en machtige Vorstin tot heiliging en verheffing van onze geestelijken en tot verdediging en bescherming van het christenvolk van Rome en de gehele wereld.

En laten Wij nu onze harten openen en onze stem verheffen in een plechtig Te Deum, om God te danken voor het welslagen van de Romeinse Synode en voor de grote ijver waarmede de geestelijken en de gelovigen zich zullen gaan wijden aan de vele apostolische mogelijkheden die voor hen zijn ontsloten in het licht der waarheid, heiligheid en vrede.

Salvum fac populum tuum, Domine,
et benedic haereditati tuae;
et rege eos et extolle illos
usque in aeternum.
Per singulos dies benedicimus Te.

Document

Naam: NA HET AFKONDIGEN VAN DE CONSTITUTIES VAN DE EERSTE ROMEINSE SYNODE
Na de 1e Vespers van het Hoogfeest van Petrus en Paulus - Sint Pieter
Soort: H. Paus Johannes XXIII - Toespraak
Auteur: H. Paus Johannes XXIII
Datum: 28 juni 1960
Copyrights: © 1960, Katholiek Archief, 15e jrg. nr. 36, p. 843-848; alineaverdeling en -nummering: redactie
Bewerkt: 7 november 2019

Referenties naar dit document

 
Geen documenten gevonden!
 
Geen berichten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam