• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Daarom moeten alle clerici, vooral de priesters van Christus en de anderen, die als diaken of catechist op rechtmatige wijze het ministerie van het woord uitoefenen, door voortdurende lezing en nauwgezette studie zich steeds met de Schrift bezig houden, opdat niemand van hen, bij zijn taak de overvloedige rijkdommen van het goddelijk woord, vooral in de heilige Liturgie aan de hem toevertrouwde gelovigen mee te delen, "een nutteloos en louter uiterlijk prediker van het woord Gods" wordt, "zonder zelf innerlijk hoorder er van te zijn". H. Augustinus, Sermones. 179, 1: P.L. 38, 966 Eveneens spoort de Heilige Synode alle Christenen en vooral de religieuzen met aandrang en met nadruk aan, zich door het veelvuldig lezen van de goddelijke Schriften "de alles overtreffende kennis van Christus Jezus" (Fil. 3, 8) eigen te maken. "Want de Schrift niet kennen, betekent Christus niet kennen". H. Hieronymus, In Isaiam. libri XVIII, Prologus: P.L. 24, 17. Paus Benedictus XV, Encycliek, Over de H. Hieronymus, Spiritus Paraclitus (15 sept 1920), 45 Paus Pius XII, Encycliek, Over de bevordering van de studie van de Heilige Schrift, Divino afflante Spiritu (30 sept 1943), 26 Zij moeten zich dus graag wenden tot de heilige tekst zelf, hetzij door de heilige Liturgie, die zo rijk is aan woorden van God, hetzij door godvruchtige lezing, hetzij door instellingen die daarvoor geschikt zijn en door andere hulpmiddelen, die met goedkeuring van de bisschoppen en door hun zorg tegenwoordig overal op zo loffelijke wijze worden verbreid. Zij moeten echter bedenken dat de lezing van de heilige Schrift gepaard moet gaan met gebed, wil er een dialoog ontstaan tussen God en de mens, want "bidden is: met Hem spreken; Gods woorden lezen is: naar Hem luisteren". Vgl. H. Ambrosius van Milaan, De Officiis Ministrorum. I, 20, 88: P.L. 16,50

Het behoort tot de taak van de bisschoppen, "bij wie de apostolische leer berust" H. Ireneüs van Lyon, Tegen de ketters, Adversus Haereses. IV, 32, 1: P.G. 7, 1071 (= 49, 2) Harvey, 2, p. 255, de hun toevertrouwde gelovigen op een geschikte wijze te brengen tot een juist gebruik van de goddelijke Boeken, vooral van het Nieuwe Testament en met name van de Evangelies, en wel door vertalingen van de gewijde teksten, die voorzien moeten zijn van de noodzakelijke en werkelijk toereikende verklaringen, opdat de kinderen der Kerk zich veilig en met nut met de heilige Schriften kunnen bezig houden en met de geest er van worden doordrongen.

Bovendien moeten er ook uitgaven van de Heilige Schrift tot stand komen tot gebruik van de niet-Christenen, uitgaven met goede verklaringen en aangepast aan hun omstandigheden, en zowel de zielzorgers als de andere Christenen van iedere rang of stand moeten voor een verstandige verspreiding daarvan zorg dragen.

Document

Naam: DEI VERBUM
Over de Goddelijke openbaring
Soort: 2e Vaticaans Concilie - Constitutie
Datum: 18 november 1965
Copyrights: © 1966, Ecclesia Docens 0727, uitg. Gooi & Sticht, Hilversum
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam