• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Door eerbiedig te luisteren naar het Woord Gods en het vrijmoedig te verkondigen, geeft de Heilige Synode gehoor aan de woorden van Sint-Jan:

"Wij verkondigen u het eeuwig leven, dat bij de Vader was en zich aan ons heeft geopenbaard; wat wij gezien en gehoord hebben, dat verkondigen wij ook u, opdat gij gemeenschap moogt hebben met ons en opdat onze gemeenschap er een moge zijn met de Vader en met Jezus Christus, zijn Zoon" (1 Joh. 1, 2-3).

Daarom stelt de Heilige Synode zich ten doel om, in de voetsporen van het Concilie van Trente en van het Eerste Vaticaans Concilie, de authentieke leer over de goddelijke openbaring en over het doorgeven van die openbaring voor te houden, opdat de gehele wereld door te horen moge geloven in de heilsboodschap, door te geloven moge hopen, door te hopen moge liefhebben. H. Augustinus, De catechizandis rudibus. c. IV, 8: PL 40, 316

De Kerk heeft de Heilige Schrift, zoals ook het Lichaam des Heren zelf, altijd vereerd, doordat zij, vooral in de heilige Liturgie, voortdurend van de tafel van het woord Gods en van het lichaam van Christus, het brood des levens neemt en het aan de gelovigen uitreikt. De Kerk heeft de Heilige Schrift tezamen met de heilige Overlevering altijd beschouwd en beschouwt ze nog als de hoogste regel van haar geloof, omdat ze door God geïnspireerd en eens en voor altijd schriftelijk zijn vastgelegd en daardoor het woord van God zelf onveranderlijk meedelen en in de woorden der profeten en apostelen de stem van de Heilige Geest doen weerklinken. Bijgevolg moet alle kerkelijke prediking, evenals de christelijke godsdienst zelf, in de Heilige Schrift haar voedsel en haar regel vinden. Want in de heilige Boeken treedt de hemelse Vader zijn kinderen vol liefde tegemoet en spreekt Hij met hen. En zo groot is de werking en de kracht van het woord Gods, dat dit de grondpijler en de levenskracht van de Kerk uitmaakt en voor de kinderen der Kerk de sterkte is van het geloof, de spijs voor hun ziel, de zuivere en ononderbroken stromende bron van het geestelijk leven. Bij uitstek gelden daarom van de Heilige Schrift de woorden: "Levend en krachtig is het woord Gods" (Hebr. 4, 12), "dat de macht bezit op te bouwen en u het erfdeel te verzekeren met alle geheiligden" (Hand. 20, 32). Vgl. 1 Tess. 2, 13

Daarom moeten alle clerici, vooral de priesters van Christus en de anderen, die als diaken of catechist op rechtmatige wijze het ministerie van het woord uitoefenen, door voortdurende lezing en nauwgezette studie zich steeds met de Schrift bezig houden, opdat niemand van hen, bij zijn taak de overvloedige rijkdommen van het goddelijk woord, vooral in de heilige Liturgie aan de hem toevertrouwde gelovigen mee te delen, "een nutteloos en louter uiterlijk prediker van het woord Gods" wordt, "zonder zelf innerlijk hoorder er van te zijn". H. Augustinus, Sermones. 179, 1: P.L. 38, 966 Eveneens spoort de Heilige Synode alle Christenen en vooral de religieuzen met aandrang en met nadruk aan, zich door het veelvuldig lezen van de goddelijke Schriften "de alles overtreffende kennis van Christus Jezus" (Fil. 3, 8) eigen te maken. "Want de Schrift niet kennen, betekent Christus niet kennen". H. Hieronymus, In Isaiam. libri XVIII, Prologus: P.L. 24, 17. Paus Benedictus XV, Encycliek, Over de H. Hieronymus, Spiritus Paraclitus (15 sept 1920), 45 Paus Pius XII, Encycliek, Over de bevordering van de studie van de Heilige Schrift, Divino afflante Spiritu (30 sept 1943), 26 Zij moeten zich dus graag wenden tot de heilige tekst zelf, hetzij door de heilige Liturgie, die zo rijk is aan woorden van God, hetzij door godvruchtige lezing, hetzij door instellingen die daarvoor geschikt zijn en door andere hulpmiddelen, die met goedkeuring van de bisschoppen en door hun zorg tegenwoordig overal op zo loffelijke wijze worden verbreid. Zij moeten echter bedenken dat de lezing van de heilige Schrift gepaard moet gaan met gebed, wil er een dialoog ontstaan tussen God en de mens, want "bidden is: met Hem spreken; Gods woorden lezen is: naar Hem luisteren". Vgl. H. Ambrosius van Milaan, De Officiis Ministrorum. I, 20, 88: P.L. 16,50

Het behoort tot de taak van de bisschoppen, "bij wie de apostolische leer berust" H. Ireneüs van Lyon, Tegen de ketters, Adversus Haereses. IV, 32, 1: P.G. 7, 1071 (= 49, 2) Harvey, 2, p. 255, de hun toevertrouwde gelovigen op een geschikte wijze te brengen tot een juist gebruik van de goddelijke Boeken, vooral van het Nieuwe Testament en met name van de Evangelies, en wel door vertalingen van de gewijde teksten, die voorzien moeten zijn van de noodzakelijke en werkelijk toereikende verklaringen, opdat de kinderen der Kerk zich veilig en met nut met de heilige Schriften kunnen bezig houden en met de geest er van worden doordrongen.

Bovendien moeten er ook uitgaven van de Heilige Schrift tot stand komen tot gebruik van de niet-Christenen, uitgaven met goede verklaringen en aangepast aan hun omstandigheden, en zowel de zielzorgers als de andere Christenen van iedere rang of stand moeten voor een verstandige verspreiding daarvan zorg dragen.

Moge zo dus door het lezen en bestuderen van de heilige Boeken "het woord des Heren zijn luisterrijke loop volbrengen" (2 Tess. 3, 1) en de aan de Kerk toevertrouwde schat der openbaring steeds meer de harten van de mensen vervullen. Gelijk het leven van de Kerk groei ontvangt uit de voortdurende viering van het eucharistisch mysterie, zo mogen wij een nieuw elan van geestelijk leven verhopen uit een grotere verering van het woord Gods, dat "blijft in eeuwigheid" (Jes. 40, 8). Vgl. 1 Pt. 1, 23-25

Dit alles, tot in alle onderdelen, wat in deze Constitutie is vast gelegd, heeft de instemming van de Vaders van het heilig Concilie. En Wij, krachtens het apostolisch gezag, door Christus aan ons verleend, geven, samen met de Concilie-Vaders, in de Heilige Geest daaraan onze goedkeuring, bepalen het en stellen het vast, en wij bevelen datgene, wat aldus door de Synode is vastgesteld, tot Gods glorie te promulgeren.

Rome, bij Sint-Pieter, 18 november 1965.

IK, PAULUS, bisschop van de katholieke Kerk.

Hier volgen de handtekeningen van de Vaders.

Document

Naam: DEI VERBUM
Over de Goddelijke openbaring
Soort: 2e Vaticaans Concilie - Constitutie
Datum: 18 november 1965
Copyrights: © 1966, Ecclesia Docens 0727, uitg. Gooi & Sticht, Hilversum
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam