• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

1. Het is dus duidelijk, dat wij er naar moeten streven om met al onze krachten de tijd rijp te maken, waarop, met instemming van alle volken, iedere oorlog volstrekt verboden kan worden. Daartoe wordt zeker vereist de instelling van een universeel en door allen erkend openbaar gezag, dat de daadwerkelijke macht bezit om voor allen de veiligheid, het naleven der rechtvaardigheid en de eerbied voor de rechten te waarborgen. Maar voordat dit zo gewenste gezag geconstitueerd kan worden moeten de huidige hoogste internationale instanties zich intens toeleggen op het bestuderen van de middelen, die het best de algemene veiligheid kunnen verzekeren. Omdat de vrede moet steunen op het wederzijds vertrouwen van de volken en niet mag worden opgelegd door de schrik van het wapengeweld, moeten allen er toe meewerken, dat er eindelijk een halt wordt toegeroepen aan de bewapeningswedloop en dat er werkelijk een begin wordt gemaakt met de ontwapening. Deze ontwapening mag uiteraard niet eenzijdig geschieden, maar ze moet in een gelijk tempo plaats hebben op basis van gemeenschappelijke verdragen, en gewaarborgd zijn door echte en doelmatige garanties. Vgl. H. Paus Johannes XXIII, Encycliek, Vrede op aarde, Pacem in Terris (11 apr 1963), 109-118

2. Intussen onderschatte men niet de pogingen, die reeds gedaan zijn en nog steeds gedaan worden om het oorlogsgevaar af te wenden. Men moet veeleer de goede wil steunen van de zeer velen, die, ofschoon beladen met de enorme zorgen van hun zo hoge functies, toch, in het besef van hun zeer ernstige verantwoordelijkheid, zich beijveren om de oorlog, die zij verafschuwen, uit te schakelen, ofschoon zij niet kunnen voorbijgaan aan het ingewikkelde van de toestand, zoals die is. Wij moeten God dringend smeken, dat Hij hun de kracht schenke om met volharding dit werk te ondernemen en het energiek te voltooien, dit werk van de hoogste liefde jegens de mensen, waardoor op mannelijke wijze wordt gebouwd aan de vrede. In de tegenwoordige tijd vraagt dit van hen zeer zeker, dat zij hun geest en hun hart openstellen tot over de grenzen van hun eigen land heen, dat zij alle nationaal egoïsme en elke zucht om over andere landen te heersen op zij zetten en een diep respect koesteren voor de hele mensheid, die thans zo moeizaam op weg is naar een grotere eenheid.

3. Wat de problemen van vrede en ontwapening betreft: de moedige en voortdurend voortgezette studies en de internationale congressen, die zich met deze kwestie hebben bezig gehouden, moet men zien als de eerste stappen naar de oplossing van deze zo ernstige problemen, en men moet ze nog energieker aanmoedigen, opdat ze in de toekomst praktische resultaten kunnen opleveren. Toch mogen de mensen niet uitsluitend vertrouwen op de pogingen van slechts enkele personen zonder zich bezig te houden met hun eigen mentaliteit. Want de regeerders van de volken, die verantwoordelijk zijn voor het algemeen welzijn van hun eigen volk en tegelijkertijd het welzijn van de gehele wereld moeten bevorderen, zijn ten zeerste afhankelijk van de meningen en gevoelens van de massa’s. Het zal hun weinig baten zich in te zetten voor het opbouwen van de vrede, zolang gevoelens van vijandschap, minachting en wantrouwen, rassenhaat en hardnekkige ideologieën verdeeldheid brengen onder de mensen en hen tegen elkaar opzetten. Vandaar een dringende noodzaak van een vernieuwing in de mentaliteitsvorming en van een nieuwe oriëntering in de publieke opinie. Degenen, die zich wijden aan het werk van de opvoeding, vooral van de jongeren, en die de publieke opinie vormen, moeten het als een hoogst ernstige plicht beschouwen, aan allen nieuwe vredelievende gevoelens bij te brengen. Wij allen moeten ons hart veranderen en onze blik richten op de gehele wereld en op het werk, dat wij allen samen kunnen ondernemen om de mensheid te brengen tot een gelukkiger bestaan.

4. Laten wij ons zelf niet bedriegen met een valse hoop! Want als men de vijandschap en haat niet aflegt en geen duurzame en eerlijke verdragen sluit voor een universele vrede in de toekomst, zal de mensheid, die reeds in ernstig gevaar verkeert, misschien eens, ondanks haar ontzagwekkende wetenschap, het noodlottig ogenblik moeten beleven, waarop haar geen andere vrede meer overblijft dan de huiveringwekkende vrede van de dood. Maar terwijl de Kerk van Christus, die ten volle de angst van deze tijd meebeleeft, dit zegt, blijft zij toch vervuld van sterke hoop. Zij wil aan onze tijd telkens opnieuw, te pas en te onpas, de boodschap van de apostel voorhouden:“Dit is de gunstige tijd” voor een innerlijke omkeer, “dit is de dag van het heil” Vgl. 2 Kor. 6, 2 .

Document

Naam: GAUDIUM ET SPES
Over de Kerk in de wereld van deze tijd
Soort: 2e Vaticaans Concilie - Constitutie
Datum: 7 december 1965
Copyrights: © 1968, Ecclesia Docens 0724, uitg. Gooi & Sticht, Hilversum
Bewerkt: 23 juni 2020

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam