• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Spanningen in de moderne wereld

Deze snelle ontwikkeling, die niet zelden ordeloos verloopt, en reeds het feit zelf, dat de in de wereld bestaande spanningen dieper tot ons doordringen, dit veroorzaakt conflicten en spanningen of spitst deze toe.

In de mens zelf ontstaat er dikwijls spanning tussen het moderne praktische verstand en het theoretische denken, dat niet in staat is om het geheel van zijn kennis te beheersen of het te ordenen in een goede synthese. Insgelijks ontstaat er spanning tussen de drukkende zorg voor praktische resultaten en de eisen van het zedelijk besef en veelal ook tussen de situatie van het leven in gemeenschap en de eisen, die gesteld worden door het persoonlijk denken en zelfs door de contemplatie.

Wij zien tenslotte een spanning tussen de specialisatie van de menselijke activiteit en de totale visie op de werkelijkheid.

In het gezinsleven ontstaan er spanningen ofwel ten gevolge van de zorgelijke demografische, economische en sociale omstandigheden, ofwel door moeilijkheden tussen de jongere en oudere generatie ofwel ten gevolge van een nieuw type van sociale betrekkingen tussen man en vrouw.

Grote spanningen doen zich ook voor tussen de rassen en tussen de verschillende maatschappelijke groeperingen; tussen de rijke landen en de minder welvarende of behoeftige landen; verder tussen de internationale vredesinstituten en de zucht om eigen ideologieën te verbreiden, of het collectieve egoïsme van staten of andere gemeenschappen.

Vandaar wantrouwen en vijandschap, conflicten en lijden, waarvan de mens zelf zowel de oorzaak als het slachtoffer is.

De meer algemene aspiraties van de mensheid

Intussen wint altijd meer de overtuiging veld, dat de mensheid niet alleen haar heerschappij over het geschapene voortdurend kan en moet versterken, maar dat zij ook tot taak heeft een politieke, sociale en economische orde te vestigen, die voor de mens van steeds groter nut kan zijn en individuen en groepen kan helpen om hun eigen waardigheid te handhaven en ontwikkelen.

Vandaar, dat velen verbitterd de goederen voor zich opeisen, waarvan zij eerlijk menen beroofd te zijn door onrechtvaardigheid of onbillijke verdeling. De volken, die nog in ontwikkeling zijn of pas hun zelfstandigheid hebben verkregen, verlangen hun deel van de weldaden van de moderne beschaving niet alleen op politiek, maar ook op economisch gebied, en wensen onbelemmerd hun rol te spelen in de wereld. Toch wordt de kloof tussen hen en de rijkere landen, die zich sneller ontwikkelen, en dikwijls ook hun economische afhankelijkheid ten opzichte van deze landen altijd groter. De volkeren, die honger lijden, roepen de meer welvarende volken ter verantwoording. De vrouwen eisen, de gelijken te worden van de mannen rechtens en in feite, in zover dit nog niet het geval is. De arbeiders en de landbouwers zijn niet mee tevreden alleen maar hun levensonderhoud te verdienen maar willen ook door hun arbeid hun persoonlijkheid ontwikkelen en daarboven actief deel nemen aan de ordening van het economische, sociale, politieke en culturele leven. Voor het eerst in de geschiedenis heerst bij alle volkeren de overtuiging, die de cultuurgoederen daadwerkelijk ten goede kunnen en moeten komen van alen.

Achter al deze eisen gaat een dieper en meer algemeen verlangen schuil: individuen en groepen hunkeren naar een vol, vrij menswaardig bestaan, en willen alles, wat de moderne wereld hun in zo ruime matte kan bieden, ten dienste stellen van zich zelf. Ook bij de naties zijn wij een steeds steker streven om tot een zekere universele gemeenschap te komen.

Als wij dit alles beschouwen, krijgen wij van de moderne wereld dit beeld: ze is machtig en zwak tegelijk, in staat tot het beste en het slechtste: ze kan de weg op naar vrijheid of slavernij, naar vooruitgang of achteruitgang, naar broederlijkheid of haat. Daarenboven wordt die mens er zich van bewust, dat het van hem afhangt, aan de krachten, die hij zelf heeft opgeroepen en die hem kunnen verpletteren of van nut zijn, de juiste richting te geven. Daarom stelt hij zich allerlei vragen.

Omdat er op het ogenblik de mogelijkheid bestaat, zeer veel mensen te bevrijden van de plaag der onwetendheid, is het, vooral voor de christenen, een plicht, die volkomen past in het kader van onze tijd, om zowel op economisch als op politiek gebied zowel op nationaal als op internationaal vlak, onvermoeid mee te werken aan het opstellen van fundamentele beginselen, die het recht van allen op cultuur overeenkomstig de waardigheid van de persoon, zonder onderscheid van ras, sekse, godsdienst of stand, overal ter wereld erkennen en trachten te realiseren. Daarom moet aan iedereen een voldoende mate van cultuurgoederen worden verschaft, vooral van die goederen, die de z.g. „basiscultuur” uitmaken; anders zouden zeer velen, vanwege analfabetisme en bij gebrek aan een verantwoordelijke activiteit, niet in staat zijn om op werkelijk menselijke wijze mee te werken aan het algemeen welzijn.

bijgevolg moet men er naar streven, om begaafde personen de gelegenheid te geven hogere studies te maken, zodat zij, voor zover dat mogelijk is, in de menselijke samenleving ambten en taken kunnen vervullen en diensten bewijzen, overeenkomstig hun capaciteiten en opgedane bekwaamheden. Vgl. H. Paus Johannes XXIII, Encycliek, Vrede op aarde, Pacem in Terris (11 apr 1963), 14-15 Zo zullen elk individu en iedere sociale groepering van elk volk kunnen komen tot de volledige ontplooiing van hun culturele leven, dat geheel is afgestemd op hun talenten en tradities.

Bovendien moet men alles doen om iedereen het besef bij te brengen van zijn recht en zijn plicht zich zelf cultureel te ontwikkelen en anderen in dit opzicht te helpen. Want er zijn soms levens- en arbeidsomstandigheden, die een beletsel vormen voor het streven van de mensen naar cultuur en die hun iedere interesse voor de cultuur ontnemen. Dit geldt heel bijzonder van de landbouwers en van de arbeiders; men moet voor dezen derhalve arbeidsvoorwaarden scheppen, die hun culturele ontwikkeling niet belemmeren, maar veeleer stimuleren. De vrouwen werken tegenwoordig reeds in bijna alle sectoren van het leven; het is echter wenselijk, dat zij volledig actief kunnen zijn overeenkomstig haar eigen aard. Allen behoren de specifieke en noodzakelijke deelname van de vrouw aan het culturele leven te erkennen en te begunstigen.

Document

Naam: GAUDIUM ET SPES
Over de Kerk in de wereld van deze tijd
Soort: 2e Vaticaans Concilie - Constitutie
Datum: 7 december 1965
Copyrights: © 1968, Ecclesia Docens 0724, uitg. Gooi & Sticht, Hilversum
Bewerkt: 17 mei 2021

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam